Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1. De onderhavige prejudiciële vragen van het Arbeitsgericht Elmshorn aan het Hof vloeien voort uit een situatie waarop het gemeenschapsrecht niet van toepassing lijkt te zijn.
2. De feiten kunnen worden samengevat als volgt. Steen is sinds 15 maart 1973 bij de Deutsche Bundespost werkzaam als "technisch medewerker". Op 12 juli 1985 solliciteerde hij naar een functie van "medewerker onderhoud, toezicht, magazijnbeheer" van het technisch middenkader. Ingevolge een besluit van de Bundesminister fuer das Post- und Fernmeldewesen van 14 mei 1985 hebben enkel diegenen toegang tot de functies van het technisch middenkader, die een praktijkopleiding hebben gevolgd, gedurende welke de betrokkene op arbeidscontract in dienst is. Bovendien moet de sollicitant verklaren ermee in te stemmen na het einde van de opleidingsperiode als ambtenaar te worden aangesteld.
3. In juli 1985 had Steen deze verklaring ondertekend en in de daaropvolgende maand begon zijn opleidingsperiode van twee jaar op post Dp A7 Pt/M met inschaling in loongroep Ia. Op 13 oktober 1987 slaagde hij voor het examen voor het technisch middenkader. Bij brief van 29 oktober 1987 verklaarde hij evenwel dat hij op arbeidscontract aangesteld wilde blijven, en herriep hij zijn eerder afgelegde verklaring.
4. Het schijnt namelijk, dat de aanstelling op arbeidscontract voor Steen financieel voordeliger was dan de aanstelling als ambtenaar: op 1 mei 1988 bedroeg verzoekers salaris in loongroep Ia 2644,04 DM netto, terwijl zijn bezoldiging in bezoldigingsgroep A5 2416,39 DM netto zou hebben bedragen, indien hij op die datum ambtenaar was geweest. Verder schijnen ambtenaren van de Deutsche Bundespost volgens de heersende opvatting in de Duitse doctrine geen stakingsrecht te hebben, terwijl arbeidscontracten dat wel hebben.
5. Nadat hij op 12 november 1987 was overgeplaatst naar een functie met bezoldiging volgens loongroep IIa, vocht Steen dit besluit van de Deutsche Bundespost aan bij de verwijzende rechter. Aangezien onderdanen van andere Lid-Staten van de Gemeenschap geen toegang hadden tot overheidsbetrekkingen en derhalve de mogelijkheid van aanstelling op arbeidscontract uitsluitend voor Duitse onderdanen in de tijd was beperkt, werd hij naar eigen zeggen in strijd met de artikelen 7 en 48, lid 2, EEG-Verdrag, gediscrimineerd.
6. De rechter bij wie de zaak aanhangig is, heeft het Hof derhalve drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de artikelen 7 en 48, leden 2 en 4, EEG-Verdrag.
7. Ik ben evenwel van mening, dat het Hof in het onderhavige geval de nationale rechter voor de beslechting van het bij hem aanhangig geding geen gegevens voor de uitlegging van het gemeenschapsrecht hoeft te verschaffen.
8. Het is immers vaste rechtspraak, dat
"de verdragsbepalingen betreffende het vrije verkeer van werknemers en de uitvoeringsregeling hiervan niet kunnen worden toegepast op situaties die geen enkel aanknopingspunt hebben met een van de situaties waarvoor het gemeenschapsrecht is geschreven.
Dit geldt zeker voor het geval van werknemers die nooit gebruik hebben gemaakt van het recht van vrij verkeer binnen de Gemeenschap." (1)
9. Weliswaar staat niets eraan in de weg dat Steen, die Duits onderdaan is, zich tegenover zijn eigen staat beroept op de bepalingen van de artikelen 7 en 48 EEG-Verdrag (2), maar dit neemt niet weg, dat hij nooit gebruik heeft gemaakt van zijn recht op vrij verkeer en dat hij bij voorbeeld nooit in een andere Lid-Staat van de Gemeenschap heeft gewerkt, een opleiding heeft gevolgd of een diploma heeft behaald. In een zuiver interne situatie kunnen de verdragsbepalingen betreffende het vrije verkeer van werknemers niet van toepassing zijn. In het licht van de beginselen van het gemeenschapsrecht kan hetgeen in de doctrine wel wordt aangeduid als "omgekeerde discriminatie" derhalve geen houvast bieden.
10. Bijgevolg kan ook artikel 7 EEG-Verdrag niet van toepassing zijn, omdat hierin elke discriminatie op grond van nationaliteit slechts "binnen de werkingssfeer van (het) Verdrag" zelf wordt verboden. Bovendien kan volgens vaste rechtspraak artikel 7
"autonoom slechts toepassing vinden in gevallen waarin het gemeenschapsrecht wel geldt, maar waarvoor het Verdrag niet in bijzondere discriminatieverboden voorziet". (3)
In artikel 48, lid 2, EEG-Verdrag wordt dit verbod van discriminatie op grond van nationaliteit echter geconcretiseerd voor wat betreft het vrije verkeer van werknemers. (4)
11. Derhalve geef ik het Hof in overweging, te verklaren voor recht:
"De artikelen 7 en 48 EEG-Verdrag en de ter uitvoering daarvan vastgestelde bepalingen zijn niet van toepassing op situaties die geheel in de interne sfeer van een Lid-Staat liggen, zoals de situatie van een onderdaan van een Lid-Staat die nooit in een andere Lid-Staat heeft gewoond, gewerkt of daar een opleiding heeft gevolgd of een diploma heeft behaald."
(*) Oorspronkelijke taal: Frans.
(1) Arrest van 27 oktober 1982 (gevoegde zaken 35/82 en 36/82, Morson en Jhanjan, Jurispr. 1982, blz. 3723, r.o. 16 en 17); zie ook de arresten van 28 maart 1979 (zaak 175/78, Saunders, Jurispr. 1979, blz. 1129, r.o. 11); 28 juni 1984 (zaak 180/83, Moser, Jurispr. 1984, blz. 2539, r.o. 15); 23 januari 1986 (zaak 298/84, Iorio, Jurispr. 1986, blz. 247, r.o. 14) en 17 december 1987 (zaak 147/87, Zaoui, Jurispr. 1987, blz. 5511, r.o. 15).
(2) Arresten van 7 februari 1979 (zaak 115/78, Knoors, Jurispr. 1979, blz. 399, r.o. 24); 22 september 1983 (zaak 271/82, Auer, Jurispr. 1983, blz. 2727); 19 januari 1988 (zaak 292/86, Gullung, Jurispr. 1988, blz. 111, r.o. 10 tot en met 13) en 27 september 1989 (zaak 130/88, Van de Bijl, Jurispr. 1989, blz. 3039).
(3) Arresten van 30 mei 1989 (zaak 305/87, Commissie/Griekenland, Jurispr. 1989, blz. 1461, r.o. 13) en 7 maart 1991 (zaak C-10/90, Masgio, Jurispr. 1991, blz. I-1119).
(4) Zie voor een soortgelijke situatie op het gebied van het vrij verrichten van diensten het arrest van 23 april 1991 (zaak C-41/90, Hoefner en Elser, Jurispr. 1991, blz. I-1979, r.o. 35 tot en met 40).
Full & Egal Universal Law Academy