Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1. Verordening (EEG) nr. 3696/88 van de Raad van 18 november 1988(1) voorziet in de tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor een aantal produkten, waaronder "bladveerschakelaars (' reedswitches' ) met niet meer dan drie contactveren en een kleine hoeveelheid kwik, geborgen in een omhulling van glas".(2) Deze schakelaars vallen onder postonderverdeling 8536 5000 9930.
2. Het Hessische Finanzgericht wenst van het Hof te vernemen, of onder deze omschrijving ook bladveerschakelaars zonder kwik zijn te begrijpen.
3. Tussen juni en december 1989 voerde Hamlin Electronics GmbH uit de Verenigde Staten bladveerschakelaars zonder kwik in. Onder toepassing van genoemde verordeningen verleende het Hauptzollamt Darmstadt aanvankelijk schorsing van de douanerechten voor dit type produkten. Later vorderde het bij navorderingsbeschikking rechten ter hoogte van 152 702 DM, op grond dat schakelaars zonder kwik niet onder genoemd codenummer vielen, maar onder codenummer 8536 5000 9990, waarvoor geen schorsing van de douanerechten gold. Hamlin Electronics vordert voor het Hessische Finanzgericht nietigverklaring van deze beschikking.
4. Tot staving van haar stelling, dat de omschrijving in GN-code ex 8536 50 00 (hierna: "de omschrijving") ook schakelaars zonder kwik omvat, voert Hamlin Electronics drie reeksen argumenten aan, welke zijn ontleend aan de bewoordingen van de tekst zelf, aan de ratio legis, en aan artikel 130 R EEG-Verdrag. Ik zal deze stuk voor stuk onderzoeken.
5. Kan, allereerst, uit een grammaticale analyse van de omschrijving worden geconcludeerd, dat deze ook bladveerschakelaars zonder kwik omvat?
6. Hamlin Electronics formuleert het probleem in wezen als volgt: de woorden "met niet meer dan" behoren bij beide volgende zinsdelen; de zin moet dus worden gelezen als volgt: bladveerschakelaars met a) niet meer dan drie contactveren en b) niet meer dan een kleine hoeveelheid kwik. De kleine hoeveelheid kwik is de bovengrens, waarboven de schorsing van rechten niet meer geldt; de omschrijving omvat dus ook schakelaars zonder kwik.
7. Indien de woorden "met niet meer dan" enkel betrekking hebben op het eerste gedeelte van het erop volgende zinsdeel ("drie contactveren"), dan is een kleine hoeveelheid kwik uiteraard vereist en omvat de omschrijving geen schakelaars zonder kwik.
8. Laat ik vooropstellen, dat de formulering van het Duitse Gebrauchs-Zolltarif ["Reedschalter (...) mit einer kleinen Menge Quecksilber"] - hetgeen schakelaars zonder kwik lijkt uit te sluiten -, louter indicatieve waarde heeft en ons niet verder helpt.(3)
9. Een grammaticale analyse van deze zin in de verschillende taalversies van de gemeenschapsbepaling, hoe diepgaand ook, kan evenwel mijns inziens op zich niet het antwoord op de gestelde vraag verschaffen.
10. In de Deense, de Spaanse en de Portugese versie van de omschrijving - maar alleen in deze versies - wordt na "contactveren" een komma geplaatst, waardoor de woorden "een kleine hoeveelheid kwik" worden geïsoleerd en de woorden "niet meer dan" daarop geen betrekking lijken te kunnen hebben. In de andere taalversies is dit echter niet het geval.
11. Hoe dan ook moet het probleem volgens mij anders worden gesteld.
12. Wat zijn immers de beginselen inzake de schorsing van douanerechten? Voor alle produkten die uit derde landen in de Gemeenschap worden ingevoerd, moeten, behoudens in de gemeenschapswetgeving neergelegde afwijkingen, de in het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde rechten worden voldaan. Luidens de mededeling van de Commissie van 13 september 1989(4) vormen "schorsingen van rechten (...) een uitzondering op de normale situatie daar zij de mogelijkheid bieden gedurende een bepaalde periode de normaliter voor de ingevoerde goederen verschuldigde rechten, hetzij in hun geheel (volledige schorsing), hetzij gedeeltelijk (gedeeltelijke schorsing), niet te voldoen".
13. In deze mededeling preciseerde de Commissie de betekenis van schorsingen van rechten als volgt: "De Commissie is van mening dat de douanerechten een nauwkeurig omschreven economische functie vervullen. De schorsingen, die erop gericht zijn het effect dat deze rechten sorteren gedurende een zekere periode geheel of gedeeltelijk op te heffen, kunnen derhalve slechts om bepaalde geldige redenen worden verleend", met name ten einde "ondernemingen in de Gemeenschap de mogelijkheid te bieden gedurende een bepaalde periode tegen lagere prijzen aan te kopen".(5)
14. De Commissie preciseerde voorts, welke produkten voor deze schorsing in aanmerking kunnen komen: "Sedert dergelijke maatregelen op het niveau van de Gemeenschap worden genomen, zijn de schorsingen er in hoofdzaak op gericht communautaire ondernemingen in staat te stellen bij hun produktie grondstoffen, halffabrikaten of onderdelen te verwerken die in de Gemeenschap niet beschikbaar zijn."(6)
15. De verordeningen houdende schorsing van douanerechten bevatten dus afwijkingen van het in de artikelen 19 en 20 EEG-Verdrag neergelegde beginsel van het gemeenschappelijk douanetarief. Behoren zij dan niet eng te worden uitgelegd?
16. Juist zoals "de gemeenschapsrechtelijke bepalingen, en met name verordeningen van de Raad of van de Commissie die recht geven op uit gemeenschapsmiddelen gefinancierde prestaties, eng moeten worden uitgelegd"(7), zo is, mijns inziens, een restrictieve uitlegging ook geboden in het geval van bepalingen van een gemeenschapsverordening waarbij de normaal door de Lid-Staten van de Gemeenschap geheven douanerechten worden geschorst, waardoor hun middelen worden onthouden.(8)
17. In de zaak Ethicon(9) hadden de Raad en de Commissie het Hof een strikte uitlegging in overweging gegeven(10) van de bepalingen van een verordening houdende schorsing van douanerechten. Het ging om de vraag, of de tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief ingevolge een verordening en enkel bedoeld voor "garens geheel van polyglycolzuur", die niet binnen de Gemeenschap worden vervaardigd, kon worden uitgebreid tot garens die voor 90 % uit polyglycolzuur en voor 10 % uit lactide bestonden en waarvoor een dergelijke schorsing eerst bij latere verordeningen was vastgesteld.
18. Het Hof verklaarde:
"De schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief krachtens artikel 28 EEG-Verdrag heeft blijkens hetgeen wordt overwogen in de considerans van de desbetreffende verordeningen van de Raad, tot doel tijdelijk te voldoen aan de behoeften van de verwerkende industrie van de Gemeenschap. Bij de vaststelling van dergelijke bepalingen moet de Raad niet enkel rekening houden met deze behoeften, maar ook met de eisen van de rechtszekerheid en met de moeilijkheden waarvoor de nationale douanediensten staan bij de vervulling van hun omvangrijke en ingewikkelde taken.
Bijgevolg moet de omschrijving van een produkt waarvoor schorsing van douanerechten is verleend, worden uitgelegd aan de hand van objectieve, uit de tekst van die omschrijving volgende criteria, en mag zij niet, in strijd met de letter ervan, van toepassing worden verklaard op andere produkten, ook niet wanneer deze zich ten aanzien van hun eigenschappen en gebruik niet onderscheiden van de produkten die wel onder de schorsing vallen. (...)
Overeenkomstig het doel van de schorsing van douanerechten en de hiervoor genoemde vereisten, waarmee de Raad krachtens artikel 28 EEG-Verdrag op tariefgebied rekening moet houden, dient hij bij de afbakening van een schorsing objectieve en controleerbare maatstaven aan te leggen die het toepassingsgebied van de vrijstelling strikt beperken tot de produkten ten aanzien waarvan een behoefte van de verwerkende industrie van de Gemeenschap concreet is gebleken en door de Raad feitelijk kon worden vastgesteld. In voorkomend geval staat het aan de importeur die een dergelijke vrijstelling voor een bepaald goed wenst te verkrijgen, zijn aanvraag bij de bevoegde autoriteiten in te dienen, zodat de Raad erover kan beslissen."(11)
19. De eerste overweging van de considerans van de verordeningen nrs. 3696/88 en 1656/89 nu luidt, dat "de produktie van de in deze verordening bedoelde produkten in de Gemeenschap momenteel onvoldoende of nihil is en dat de producenten derhalve niet kunnen voldoen aan de behoeften van de verwerkende industrie van de Gemeenschap". Ik wijs erop, dat de beide verordeningen geen andere reden geven voor de daarin bepaalde tariefschorsing.
20. Een schorsing kan dus kennelijk enkel produkten betreffen die in de Gemeenschap niet of onvoldoende beschikbaar zijn.(12)
21. Eén opmerking van de Commissie is dienaangaande van doorslaggevend belang. Zij wijst erop, dat in het verzoek van de Lid-Staat dat tot de betrokken schorsing had geleid, bladveerschakelaars werden omschreven als volgt: "Een van de contactveren in de capsule bestaat uit een materiaal dat met kwik wordt geïmpregneerd. Dankzij de viscositeit van het kwik worden elektrische terugslagen, dat wil zeggen korte onderbrekingen van het contact, vermeden wanneer de elektroden in het magnetisch veld van een externe spoel elkaar raken (...) Voor zover ons bekend, worden dergelijke schakelaars met kwik voor het impregneren of bevochtigen van de contactveren, niet in de Gemeenschap vervaardigd (...)"(13)
22. Voorts wijs ik erop, dat het sinds de Europese Akte de Raad is die, op voorstel van de Commissie, die daarom door de Lid-Staten is gevraagd, besluit over schorsingen van douanerechten(14), maar volgens de ter terechtzitting door de vertegenwoordiger van de Commissie gegeven toelichting is het blijkbaar regel, dat de schorsing beperkt blijft tot het produkt waarvoor een Lid-Staat een verzoek heeft ingediend, en dat de Raad de schorsing nooit uitbreidt tot in dat verzoek niet genoemde produkten.
23. Het onderzoek naar de ratio legis wijst derhalve uit, dat de omschrijving geen schakelaars zonder kwik omvat.
24. Hamlin Electronics stelt ten slotte, dat de omschrijving moet worden uitgelegd conform artikel 130 R EEG-Verdrag, dat de doelstellingen van de Gemeenschap inzake het milieu vaststelt en in lid 2 bepaalt, dat "de eisen ter zake van milieubescherming een bestanddeel vormen van de andere takken van gemeenschapsbeleid".
25. Zij leidt daaruit af, dat de gemeenschapsverordeningen nrs. 3696/88 en 1656/89 schakelaars met kwik (giftige en vervuilende produkten) niet mochten bevoordelen ten opzichte van schakelaars zonder kwik, door deze laatste van de tariefschorsing uit te sluiten.
26. Over dit betoog zou ik in het kort het volgende willen opmerken.
27. Weliswaar mag men voor de uitlegging van een bepaling van afgeleid recht te rade gaan met artikelen van het EEG-Verdrag, maar daarvoor is wel nodig dat die bepaling een uitleggingsprobleem stelt en aan de uitlegger een beoordelingsmarge laat.
28. Zoals gezegd, is dit niet het geval. De strikte uitlegging van de bij de verordeningen nrs. 3696/88 en 1656/89 getroffen maatregel staat, gelet op de ratio legis van deze verordeningen, eraan in de weg, dat die maatregel ook voor schakelaars zonder kwik zou gelden.
29. Zou deze maatregel, aldus uitgelegd, in strijd blijken met het in artikel 130 R, lid 2, EEG-Verdrag omschreven doel, dan kan, voor zover deze bepaling niet zuiver programmatisch van aard zou zijn, de vraag van de geldigheid ervan rijzen, maar niet de vraag of zij ook van toepassing is op produkten die niet onder haar werkingssfeer vallen.
30. Geen enkel aan de letter van de bepaling, de ratio legis, of artikel 130 R EEG-Verdrag ontleend argument pleit dus voor de opvatting, dat de omschrijving ook schakelaars zonder kwik omvat.
31. Mitsdien geef ik het Hof in overweging, voor recht te verklaren:
"De omschrijving van bladveerschakelaars onder GN-code ex 8536 50 00 in de bijlage bij de verordeningen (EEG) van de Raad nrs. 3696/88 van 18 november 1988 en 1656/89 van 29 mei 1989 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief op een aantal industriële produkten (micro-elektronica en aanverwante sectoren), moet aldus worden uitgelegd, dat die bladveerschakelaars een kleine hoeveelheid kwik moeten bevatten om voor de schorsing in aanmerking te komen."
(*) Oorspronkelijke taal: Frans.
(1) - Houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief op een aantal industriële produkten (PB 1988, L 329, blz. 1), verlengd bij verordening (EEG) nr. 1656/89 van de Raad van 29 mei 1989 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief op een aantal industriële produkten (PB 1989, L 169, blz. 1).
(2) - Zie bijlage, tabel II, GN-code ex 8536 50 00, van verordening nr. 3696/88 en bijlage, GN-code ex 8536 50 00, van verordening nr. 1656/89.
(3) - Zie te dezen het arrest van 12 juli 1989, zaak 161/88, Binder, Jurispr. 1989, blz. 2438, r.o. 19.
(4) - Mededeling 89/C 235/02 inzake autonome schorsingen van rechten (PB 1989, C 235, blz. 2), verschenen tijdens de geldigheidsduur van verordening nr. 1656/89.
(5) - T.a.p., blz. 3, sub 2.4.1 en 2.4.2, cursivering van mij.
(6) - T.a.p., blz. 3, sub 2.5.1, cursivering van mij.
(7) - Arrest van 6 mei 1982, gevoegde zaken 146/81, 192/81 en 193/81, BayWa, Jurispr. 1982, blz. 1503.
(8) - Zie artikel 201 EEG-Verdrag en artikel 2 van het besluit van de Raad van 7 mei 1985 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen (PB 1985, L 128, blz. 15).
(9) - Arrest van 18 maart 1986, zaak 58/85, Jurispr. 1986, blz. 1131.
(10) - Zie het reeds aangehaalde arrest, r.o. 10.
(11) - R.o. 12, 13 en 19 van het arrest; cursivering van mij.
(12) - Opvallend is, dat nergens uit de stukken blijkt, dat schakelaars zonder kwik niet of onvoldoende beschikbaar zijn op de gemeenschapsmarkt.
(13) - Cursivering van mij.
(14) - Artikel 28 EEG-Verdrag.
Full & Egal Universal Law Academy