Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1. Ingevolge artikel 11, lid 1, van richtlijn 87/540/EEG van de Raad van 9 november 1987(1) betreffende de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de binnenwateren en inzake de onderlinge erkenning van dit beroep betreffende diploma' s, certificaten en andere titels, moest deze richtlijn uiterlijk op 30 juni 1988 door de Lid-Staten zijn uitgevoerd. Bovendien wordt in lid 2 van dat artikel bepaald, dat de Lid-Staten aan de Commissie de tekst mededelen van de belangrijkste bepalingen van intern recht die zij op het onder de richtlijn vallende gebied vaststellen.
2. Bij verzoekschrift van 21 december 1990 heeft de Commissie het Hof verzocht vast te stellen dat het Koninkrijk België, door de Commissie niet overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de richtlijn in kennis te stellen van de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht die het op het onder de richtlijn van de Raad vallende gebied had moeten vaststellen, de krachtens de artikelen 5 en 189 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
De Belgische regering heeft in het onderhavige geval niet betwist, dat zij de in artikel 11, lid 2, van de richtlijn neergelegde verplichting betreffende de mededeling van de betrokken maatregelen aan de Commissie niet is nagekomen. Verweerder heeft verklaard, dat de Commissie geen mededeling heeft ontvangen omdat er nog geen nationale bepalingen ter uitvoering van de richtlijn zijn vastgesteld.
3. Mitsdien kan ik het Hof slechts in overweging geven, de vordering van de Commissie toe te wijzen en het Koninkrijk België in de kosten te verwijzen.
(*) Oorspronkelijke taal: Deens.
(1) - PB 1987, L 322, blz. 20.
Full & Egal Universal Law Academy