Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten - Verplichtingen - Toezichthoudende taak van Commissie - Plicht van Lid-Staten - Richtlijn die verplichting oplegt inlichtingen te verstrekken over omzetting ervan - Verplichting mee te delen waarom vaststelling van uitvoeringsmaatregelen overbodig is
(EEG-Verdrag, art. 5 en 155)
Samenvatting
De in een richtlijn neergelegde verplichting van de Lid-Staten, de Commissie alle informatie te verstrekken over de ter uitvoering van die richtlijn getroffen maatregelen of, in voorkomend geval, over bestaande bepalingen die de toepassing ervan reeds verzekeren, houdt voorts in, dat wanneer een Lid-Staat meent dat sommige bepalingen van de richtlijn in zijn geval geen nationale omzettingsmaatregelen behoeven, hij dit onder opgaaf van redenen vóór ommekomst van de omzettingstermijn aan de Commissie moet meedelen, om deze in staat te stellen haar zienswijze dienaangaande tot uitdrukking te brengen.
Ingevolge artikel 5 EEG-Verdrag zijn de Lid-Staten immers gehouden alle bijzondere of algemene maatregelen te treffen die zich ertoe lenen, de nakoming van de uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende verplichtingen te verzekeren, en de vervulling van de taak van de Gemeenschap te vergemakkelijken. Uit dien hoofde dienen de Lid-Staten loyaal met de Commissie samen te werken, ten einde haar in staat te stellen overeenkomstig artikel 155 van het Verdrag toe te zien op de toepassing van het gemeenschapsrecht.
Partijen
In zaak C-69/90,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R. Gosalbo Bono en E. Vesco, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij R. Hayder, representant van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door L. Ferrari Bravo, hoofd van de dienst Diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door I. M. Braguglia, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen mee te delen waarmee zij meent te hebben voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens richtlijn 87/53/EEG van de Raad van 15 december 1986 tot wijziging van richtlijn 83/643/EEG ter vereenvoudiging van de fysieke controle en de administratieve formaliteiten bij het goederenverkeer tussen Lid-Staten (PB 1987, L 24, blz. 33), of door niet de nodige maatregelen vast te stellen om eraan te voldoen, de krachtens deze richtlijn en het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, Sir Gordon Slynn, R. Joliet, F. A. Schockweiler en P. J. G. Kapteyn, kamerpresidenten,
G. F. Mancini, C. N. Kakouris, G. C. Rodríguez Iglesias en M. Díez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal: W. Van Gerven
griffier: H. A. Ruehl, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 9 juli 1991,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 19 september 1991,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 16 maart 1990, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen mee te delen waarmee zij meent te hebben voldaan aan haar verplichtingen krachtens richtlijn 87/53/EEG van de Raad van 15 december 1986 tot wijziging van richtlijn 83/643/EEG ter vereenvoudiging van de fysieke controle en de administratieve formaliteiten bij het goederenvervoer tussen Lid-Staten (PB 1987, L 24, blz. 33), of door niet de nodige maatregelen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 87/53, de krachtens deze richtlijn en het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Bij richtlijn 87/53 is richtlijn 83/643 van de Raad van 1 december 1983 (PB 1983, L 359, blz. 8) gewijzigd, en wel zijn aan artikel 2 twee leden toegevoegd, zijn de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 gewijzigd en zijn de nieuwe artikelen 6 bis, 7 bis en 8 bis ingevoegd.
3 Artikel 2 van richtlijn 87/53 legt de Lid-Staten de verplichting op, de ter uitvoering van de richtlijn noodzakelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen na raadpleging van de Commissie uiterlijk op 1 juli 1987 in werking te doen treden en de Commissie de tekst mee te delen van de door hen vastgestelde uitvoeringsbepalingen.
4 Daar de Italiaanse regering de Commissie geen enkele mededeling had doen toekomen over maatregelen tot omzetting van richtlijn 87/53 in nationaal recht, heeft de Commissie tegen de Italiaanse Republiek de procedure van artikel 169 EEG-Verdrag ingeleid.
5 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van de zaak, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
6 Wat het bij richtlijn 87/53 in richtlijn 83/643 ingevoegde artikel 7 bis betreft, erkent de Italiaanse regering dat dit niet binnen de gestelde termijn in nationaal recht is omgezet.
7 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat de Italiaanse Republiek de krachtens richtlijn 87/53 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door niet de nodige maatregelen te treffen om zich te voegen naar het bij genoemde richtlijn in richtlijn 83/643 ingevoegde artikel 7 bis.
8 Wat evenwel de andere bepalingen van richtlijn 87/53 betreft, acht de Italiaanse regering het beroep van de Commissie ongegrond.
9 De Italiaanse regering betoogt, dat die bepalingen de Lid-Staten weliswaar zekere verplichtingen opleggen, maar dat het voor de naleving hiervan niet noodzakelijk is specifieke uitvoeringsmaatregelen in het nationale recht op te nemen. Afgezien van die waarbij artikel 7 bis in richtlijn 83/643 wordt ingevoegd, schrijven de bepalingen van richtlijn 87/53 de autoriteiten van de Lid-Staten enkel bepaalde "materiële gedragingen" voor die de controles en formaliteiten bij het intracommunautaire goederenvervoer moeten vergemakkelijken. Of men zich inderdaad zo gedraagt, kan de Commissie enkel in concrete gevallen controleren.
10 Dit verweer van de Italiaanse regering faalt.
11 Of het voor de uitvoering van richtlijn 87/53 noodzakelijk was dat de Italiaanse regering ook specifieke maatregelen vaststelde voor alle andere bepalingen van die richtlijn dan die waarbij artikel 7 bis in richtlijn 83/463 is ingevoegd, kan in het midden blijven. Volstaan kan worden met vast te stellen, dat de Italiaanse regering de Commissie geen enkele mededeling heeft doen toekomen over de toepassing van die bepalingen van richtlijn 87/53.
12 Ingevolge artikel 2 van richtlijn 87/53 is elke Lid-Staat evenwel tot het doen van een dergelijke mededeling verplicht.
13 Dit artikel houdt voor de Lid-Staten de verplichting in, de Commissie binnen de gestelde termijn alle informatie te verstrekken over de ter uitvoering van richtlijn 87/53 getroffen maatregelen of, in voorkomend geval, over bestaande nationale bepalingen die de volledige toepassing van die richtlijn reeds verzekeren.
14 Die mededelingsverplichting impliceert voorts, dat wanneer een Lid-Staat meent dat sommige bepalingen van richtlijn 87/53 in zijn geval geen nationale omzettingsmaatregelen behoeven, hij dit onder opgaaf van redenen vóór ommekomst van de omzettingstermijn aan de Commissie moet meedelen, om haar in staat te stellen haar zienswijze tot uitdrukking te brengen.
15 Ingevolge artikel 5 EEG-Verdrag zijn de Lid-Staten immers gehouden alle bijzondere of algemene maatregelen te treffen die zich ertoe lenen, de nakoming van de uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende verplichtingen te verzekeren, en de vervulling van de taak van de Gemeenschap te vergemakkelijken. Uit dien hoofde dienen de Lid-Staten loyaal met de Commissie samen te werken, ten einde haar in staat te stellen, overeenkomstig artikel 155 van het Verdrag toe te zien op de toepassing van het gemeenschapsrecht.
16 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat de Italiaanse Republiek de krachtens richtlijn 87/53 op haar rustende verplichtingen ook niet is nagekomen door de Commissie geen enkele mededeling te doen toekomen over de uitvoering van de andere bepalingen dan artikel 7 bis, die door richtlijn 87/53 in richtlijn 83/643 zijn ingevoegd.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
17 Volgens artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering, moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Daar de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende, verstaat:
1) De Italiaanse Republiek is de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens richtlijn 87/53/EEG van de Raad van 15 december 1986 tot wijziging van richtlijn 83/643/EEG ter vereenvoudiging van de fysieke controle en de administratieve formaliteiten bij het goederenverkeer tussen Lid-Staten,
a) door niet de noodzakelijke maatregelen vast te stellen om te voldoen aan artikel 7 bis van richtlijn 83/643/EEG van de Raad van 1 december 1983, zoals gewijzigd bij richtlijn 87/53/EEG, en
b) door de Commissie geen enkele mededeling te doen toekomen over de uitvoering van de andere bepalingen die bij richtlijn 87/53/EEG in richtlijn 83/643/EEG zijn ingevoegd.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Full & Egal Universal Law Academy