Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten- Wijn - Omschrijving en aanbiedingsvorm van wijn - Definitie van "wijn" - Vereiste van minimum-alcoholgehalte
(Verordeningen van de Raad nr. 337/79, bijlage II, punt 8, nr. 355/79, art. 45, lid 1, sub a, en nr. 822/87, bijlage I, punt 10)
Samenvatting
Uit de definitie in punt 8 van bijlage II bij verordening nr. 337/79, thans punt 10 van bijlage I bij verordening nr. 822/87 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, waarnaar wordt verwezen in artikel 45, lid 1, sub a, van verordening nr. 355/79 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn, blijkt dat wijn het produkt moet zijn van gehele of gedeeltelijke alcoholische vergisting, dat deze vergisting het enige procédé moet zijn waarmee de wijn wordt verkregen, en dat een produkt dat uit druiven wordt verkregen volgens enig ander procédé dan alcoholische vergisting, geen wijn is. Dit betekent dat deze bepalingen eisen dat wijn een minimum-alcoholgehalte heeft wanneer hij in de handel wordt gebracht.
Partijen
In zaak C-75/90,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Tribunal correctionnel de Carcassonne (Frankrijk), in de aldaar dienende strafzaak tegen
R. Guitard, in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Union des Caves Coopératives de l' Ouest Audois et du Razès (Uccoar),
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van punt 8 van bijlage II bij verordening (EEG) nr. 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 en punt 10 van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB 1987, L 84, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: G. C. Rodríguez Iglesias, kamerpresident, Sir Gordon Slynn en R. Joliet, rechters,
advocaat-generaal: W. Van Gerven
griffier: D. Louterman, hoofdadministrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- de Franse regering, vertegenwoordigd door P. Pouzoulet, plaatsvervangend directeur Juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, en G. de Bergues, eerste adjunct-secretaris bij genoemd ministerie, als plaatsvervangend gemachtigde,
- de Commissie, vertegenwoordigd door P. Hetsch, lid van de juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van R. Guitard, vertegenwoordigd door J.-C. Fourgoux, advocaat te Parijs, de Franse regering en de Commissie ter terechtzitting van 12 december 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 15 januari 1991,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij vonnis van 7 februari 1990, ingekomen ten Hove op 21 maart daaropvolgend, heeft het Tribunal correctionnel de Carcassonne (Frankrijk) krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van punt 8 van bijlage II bij verordening (EEG) nr. 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 (PB 1979, L 54, blz. 1) en punt 10 van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB 1987, L 84, blz. 1).
2 Naar luid van punt 8 van bijlage II bij verordening nr. 337/79, thans punt 10 van bijlage I bij voormelde verordening nr. 822/87, is wijn het "produkt dat uitsluitend is verkregen door gehele of gedeeltelijke alcoholische vergisting van verse, al dan niet getreden druiven of van druivemost".
3 De prejudiciële vraag is gerezen in het kader van een strafzaak tegen R. Guitard, die in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Union des Caves Coopératives de l' Ouest Audois et du Razès (hierna: Uccoar) terecht staat wegens bedrog inzake de aard van produkten en misleidende reclame, omdat hij vanaf 1988 een drank op basis van wijn waaraan de alcohol was onttrokken, zou hebben verkocht onder de benaming "alcoholvrije wijn".
4 Blijkens het verwijzingsvonnis is de Direction Départementale de la Concurrence, de la Consommation et des Fraudes, die de strafvervolging heeft laten instellen, van oordeel dat het onttrekken van de alcohol aan wijn niet een in de gemeenschapsregeling omschreven en toegestaan oenologisch procédé is, te meer daar bij de bereiding van het betrokken produkt geconcentreerde most wordt toegevoegd. Te harer verdediging heeft Uccoar aangevoerd, dat de wijn die zij verkoopt, voldoet aan de definitie in de gemeenschapsregeling en dat de alcohol pas achteraf wordt onttrokken, volgens een zodanig procédé dat het produkt bij laboratoriumcontroles niet op bezwaren stuit en bij de consument in de smaak valt.
5 Van oordeel dat zijn beslissing afhangt van de uitlegging van voormelde definitie van wijn, heeft het Tribunal correctionnel de Carcassonne de behandeling van de zaak geschorst totdat het Hof bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak zal hebben gedaan over de volgende vraag:
"Vereisen de EEG-verordeningen, dat de wijn omschreven in punt 8 van bijlage II bij verordening nr. 337/79 en in punt 10 van bijlage I bij verordening nr. 822/87, een minimum-alcoholgehalte heeft wanneer hij in de handel wordt gebracht?"
6 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van de hoofdzaak, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
7 Uit het dossier blijkt, dat het betrokken produkt wordt verkregen door bij lage temperatuur onder vacuuem wijn te distilleren, waarbij de organoleptische eigenschappen worden hersteld door geconcentreerde most toe te voegen.
8 Derhalve moet de prejudiciële vraag aldus worden verstaan, dat de verwijzende rechter wenst te vernemen of het verenigbaar is met het gemeenschapsrecht, dat een volgens een dergelijk procédé bereid produkt wordt verkocht onder de benaming "alcoholvrije wijn".
9 Voormelde verordeningen nrs. 337/79 en 822/87 bevatten voorschriften betreffende de produktie en de controle op de ontwikkeling van het wijnbouwpotentieel, de oenologische procédés en behandelingen alsmede het verkeer en het in de handel brengen van wijn. Bovenvermelde definitie van wijn is opgenomen in bijlage II bij verordening nr. 337/79 en bijlage I bij verordening nr. 822/87, waarin de onder de gemeenschappelijke marktordening ressorterende produkten worden gedefinieerd.
10 Krachtens artikel 45, lid 1, sub a, van verordening (EEG) nr. 355/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost (PB 1979, L 54, blz. 99) mag de benaming "wijn" alleen worden gebruikt voor produkten die voldoen aan de definitie in punt 8 van bijlage II bij voormelde verordening nr. 337/79. Deze bepaling, die van toepassing is op de feiten van de hoofdzaak, is thans vervat in artikel 43 van verordening (EEG) nr. 2392/89 van 24 juli 1989 (PB 1989, L 232, blz. 13), bij welke verordening voormelde verordening nr. 355/79 is ingetrokken en de verwijzing naar punt 8 van bijlage II bij verordening nr. 337/79 is vervangen door de verwijzing naar punt 10 van bijlage I bij voormelde verordening nr. 822/87.
11 Uit de definitie in punt 8 blijkt duidelijk, dat gehele of gedeeltelijke alcoholische vergisting vereist is om een produkt te kunnen kwalificeren als wijn. Bovendien moet deze alcoholische vergisting het enige procédé zijn waarmee de wijn wordt verkregen. Een produkt dat uit druiven wordt verkregen volgens enig ander procédé dan alcoholische vergisting, is geen wijn. Deze definitie laat er geen twijfel over bestaan, dat het produkt na vergisting alcohol dient te bevatten om wettig te kunnen worden aangeduid als "wijn".
12 Hoewel deze definitie van wijn niet uitdrukkelijk een minimum-alcoholgehalte voorschrijft en een dergelijk gehalte door de gemeenschapsregeling slechts wordt verlangd voor bepaalde soorten wijn, zoals tafelwijn of kwaliteitswijnen [punt 13 van bijlage I bij voormelde verordening nr. 822/87, artikel 7 van verordening (EEG) nr. 823/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (PB 1987, L 84, blz. 59)], moet niettemin worden vastgesteld, dat het belangrijkste kenmerk van wijn is gelegen in een bepaald alcoholgehalte.
13 In casu is gesteld, dat het produkt waaruit "alcoholvrije wijn" wordt verkregen, zelf wijn is. Deze omstandigheid doet echter niet af aan het uit de gemeenschapsregeling voortvloeiende vereiste, dat het aldus aangeduide eindprodukt alcohol moet bevatten om wettig te kunnen worden aangeduid als wijn. Deze uitlegging wordt geschraagd door het feit, dat het onttrekken van de alcohol aan wijn niet een toegestaan oenologisch procédé in de zin van titel II van verordening nr. 822/87 is.
14 Evenwel moet worden opgemerkt, dat de Lid-Staten krachtens artikel 45, lid 2, van voormelde verordening nr. 355/79, thans artikel 43 van voormelde verordening nr. 2392/89 van de Raad, en artikel 20 van verordening (EEG) nr. 997/81 van de Commissie van 26 maart 1981 houdende uitvoeringsbepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost (PB 1981, L 106, blz. 1) de mogelijkheid hebben om het gebruik van het woord "wijn" toe te staan wanneer het vergezeld gaat van de naam van een vrucht en op voorwaarde dat de betrokken drank door alcoholische vergisting van de genoemde vruchten is verkregen, of om het gebruik van andere samengestelde benamingen met het woord "wijn" toe te staan.
15 Derhalve staat het aan de nationale rechter om na te gaan of de woorden "alcoholvrije wijn" een samengestelde benaming vormen die krachtens de betrokken nationale regeling is toegelaten ter aanduiding van andere produkten dan wijn in de zin van de gemeenschapsregeling.
16 Bijgevolg moet op de prejudiciële vraag van de nationale rechter worden geantwoord, dat punt 8 van bijlage II bij verordening nr. 337/79, thans punt 10 van bijlage I bij verordening nr. 822/87, eist dat wijn een minimum-alcoholgehalte heeft wanneer hij in de handel wordt gebracht.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
De kosten door de Franse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
uitspraak doende op de door het Tribunal correctionnel de Carcassonne bij vonnis van 7 februari 1990 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Punt 8 van bijlage II bij verordening nr. 337/79 van de Raad van 5 februari 1979, thans punt 10 van bijlage I bij verordening nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, eist dat wijn een minimum-alcoholgehalte heeft wanneer hij in de handel wordt gebracht.
Full & Egal Universal Law Academy