Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Eieren - Handelsnormen - Merken van eieren of verpakkingen - Aanbrengen van reclameteksten betreffende versheid van eieren op grote verpakkingen - Verbod - Wijziging van gemeenschapsregeling - Toelaatbaarheid - Voorwaarden - Aanbrengen van legdatum op eieren en geen verwarring met reglementaire kwaliteitsaanduiding
(Verordeningen van de Raad nr. 2772/75, art. 21, en nr. 1907/90, art. 10, lid 2, sub e; verordening nr. 1274/91 van de Commissie, art. 15 en 16)
Samenvatting
Ingevolge artikel 21 van verordening nr. 2772/75 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren was het verboden, op grote verpakkingen voor eieren verkoopbevorderende aanduidingen aan te brengen.
Die verordening is echter door een nieuwe regeling vervangen. Ingevolge deze regeling, zoals ingevoerd bij de verordeningen nrs. 1907/90 en 1274/91, is het verboden, op verpakkingen verkoopbevorderende vermeldingen betreffende de versheid van de eieren aan te brengen, voor zover op deze eieren niet overeenkomstig het gemeenschapsrecht de legdatum is vermeld. De consument zal zich op basis van een dergelijke vermelding immers enkel dan geen verkeerd beeld van de werkelijke versheid van de eieren vormen, wanneer hij een betrouwbaar aanknopingspunt heeft, dat juist de legdatum hem kan leveren. Voorts staat het aan de nationale rechter, uit te maken of de verkoopbevorderende vermelding aldus is opgemaakt, dat zij een risico van verwarring met een door het gemeenschapsrecht aan een bepaalde kwaliteitsklasse voorbehouden vermelding kan meebrengen, in welk geval zij ook verboden zou zijn.
Partijen
In zaak C-203/90,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Verwaltungsgerichtshof Baden-Wuerttemberg, in het aldaar aanhangig geding tussen
Erzeugergemeinschaft Gutshof-Ei GmbH
en
Stadt Buehl,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 21 van verordening (EEG) nr. 2772/75 van de Raad van 29 oktober 1975 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren (PB 1975, L 282, blz. 56), zoals laatstelijk gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3494/86 van de Raad van 13 november 1986 (PB 1986, L 323, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: Sir Gordon Slynn, kamerpresident, R. Joliet en G. C. Rodríguez Iglesias, rechters,
advocaat-generaal: G. Tesauro
griffier: J. A. Pompe, adjunct-griffier
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door
- Erzeugergemeinschaft Gutshof-Ei GmbH, vertegenwoordigd door T. Volkmann-Schluck, advocaat te Hamburg,
- Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door U. Woelker, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Erzeugergemeinschaft Gutshof-Ei GmbH, vertegenwoordigd door J. Guendisch, advocaat, en de Commissie van de Europese Gemeenschappen ter terechtzitting van 14 november 1991,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 13 december 1991,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 20 juni 1990, ten Hove ingekomen op 4 juli daaraanvolgend, heeft het Verwaltungsgerichtshof Baden-Wuerttemberg krachtens artikel 177 EEG-Verdrag drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van artikel 21 van verordening (EEG) nr. 2772/75 van de Raad van 29 oktober 1975 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren (PB 1975, L 282, blz. 56), zoals laatstelijk gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3494/86 van de Raad van 13 november 1986 (PB 1986, L 323, blz. 1).
2 Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen Erzeugergemeinschaft Gutshof-Ei GmbH (hierna: "Gutshof-Ei") en het Ordnungs- und Sozialamt der Stadt Buehl over het aanbrengen van bepaalde reclameteksten op de verpakkingen van de door Gutshof-Ei in de handel gebrachte eieren.
3 Gutshof-Ei vervoert de eieren van haar pakstation naar de detailhandelaren in kartonnen dozen met ongeveer 24 pakken van elk tien eieren. Op deze kartonnen dozen staan verschillende vermeldingen: op de voor- en achterkant "Legefrische ... die Sie schmecken" ((kakelvers (...) en dat proeft u)), en op de zijkanten "legefrisch" (kakelvers).
4 Onder verwijzing naar een ministerieel besluit van het Land Baden-Wuerttemberg van 25 oktober 1982 (EM nr. 84-1230/SM nr. VI/6-8755.1), dreigde de stad Buehl met een bevel tot staking voor het geval dat Gutshof-Ei op haar kartonnen dozen de aanduiding "legefrisch" zou blijven aanbrengen. Daarop wendde Gutshof-Ei zich tot het Verwaltungsgericht Karlsruhe met het verzoek, voor recht te verklaren dat zij deze aanduidingen op haar verpakkingen mag aanbrengen. Tot staving van haar verzoek voerde zij aan, dat het besluit onverenigbaar is met verordening nr. 2772/75.
5 Nadat het Verwaltungsgericht Karlsruhe het beroep had verworpen, stelde Gutshof-Ei hoger beroep in bij het Verwaltungsgerichtshof Baden-Wuerttemberg, dat besloot de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende prejudiciële vragen te stellen :
"1) Moet artikel 21 van verordening (EEG) nr. 2772/75 van de Raad van 29 oktober 1975 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren aldus worden uitgelegd, dat ook op grote verpakkingen voor eieren aanduidingen om de verkoop te bevorderen mogen worden aangebracht?
2) Zo ja, kunnen dan ook objectief juiste vermeldingen misleidend zijn in de zin van artikel 21, tweede alinea, sub c, van verordening (EEG) nr. 2772/75 wanneer zij bij de consument verkeerde indrukken wekken?
3) Indien ook vraag 2 bevestigend moet worden beantwoord, verbiedt artikel 21, tweede alinea, sub c, van verordening (EEG) nr. 2772/75 dan, dat op grote verpakkingen voor eieren aan de versheid van de eieren refererende aanduidingen om de verkoop te bevorderen worden aangebracht?"
6 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
De eerste vraag
7 Allereerst moet worden opgemerkt, dat volgens artikel 16 van verordening nr. 2772/75 elke verpakking die meer dan dertig eieren bevat, als een grote verpakking in de zin van die verordening wordt beschouwd, en elke verpakking die dertig of minder eieren bevat, als een kleine verpakking.
8 Artikel 21 van verordening nr. 2772/75 bepaalt : "Op de verpakkingen mogen geen andere vermeldingen voorkomen dan die welke in deze verordening worden genoemd." Artikel 17 van de verordening bevat een lijst van vermeldingen die op grote verpakkingen moeten of mogen worden aangebracht, doch maakt geen gewag van reclameteksten. Derhalve is het volgens de tekst van verordening nr. 2772/75 verboden, op grote verpakkingen aanduidingen om de verkoop te bevorderen aan te brengen.
9 De bij verordening (EEG) nr. 1831/84 van de Raad van 19 juni 1984 (PB 1984, L 172, blz. 2), aan artikel 21 van verordening nr. 2772/75 toegevoegde tweede alinea bepaalt echter, dat op kleine verpakkingen kunnen worden vermeld "aanduidingen om de verkoop te bevorderen voor zover deze aanduidingen en de wijze waarop zij worden aangebracht, de koper niet kunnen misleiden". Volgens Gutshof-Ei zijn er geen materiële gronden om reclameteksten enkel op kleine verpakkingen toe te staan; het verbod om dergelijke aanduidingen op grote verpakkingen aan te brengen, berust derhalve op een fout bij de formulering van de gewijzigde versie van verordening nr. 2772/75. Dit wordt bevestigd door de wijziging van de betrokken regeling bij verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren (PB 1990, L 173, blz. 5). Volgens artikel 10, lid 2, sub e, van verordening nr. 1907/90, die verordening nr. 2772/75 per 1 oktober 1990 heeft vervangen, mogen zowel grote als kleine verpakkingen worden voorzien van vermeldingen om de verkoop te bevorderen.
10 Dit betoog kan niet worden aanvaard. Artikel 21, tweede alinea, is in verordening nr. 2772/75 ingevoegd met het oog op een betere voorlichting van de consument (zie de vierde overweging van de considerans van verordening nr. 1831/84) en voorziet in de mogelijkheid om op kleine verpakkingen naast reclameteksten verschillende bijkomende vermeldingen aan te brengen, met name de codering voor de administratie in de kleinhandel of voor het voorraadbeheer. De Raad heeft verordening nr. 2772/75 op 28 november 1984 - dus minder dan zes maanden na de vaststelling van verordening nr. 1831/84 - bij verordening (EEG) nr. 3341/84 (PB 1984, L 312, blz. 7) opnieuw gewijzigd. Artikel 1 van deze verordening voegt aan artikel 17 van verordening nr. 2772/75 een lid toe, volgens hetwelk op grote verpakkingen de code voor de bedrijfsadministratie of voor het voorraadbeheer mag worden vermeld. Verordening nr. 3341/84 bevat evenwel geen bepaling die het aanbrengen van reclameteksten op grote verpakkingen toestaat. Bijgevolg moet de hypothese van een fout bij de formulering worden verworpen.
11 Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat het ingevolge artikel 21 van verordening (EEG) nr. 2772/75 verboden is, op grote verpakkingen voor eieren aanduidingen om de verkoop te bevorderen aan te brengen.
De tweede en derde vraag
12 De tweede en derde vraag van de verwijzende rechter zijn aldus geformuleerd, dat daarop slechts moet worden geantwoord, indien de eerste vraag bevestigend is beantwoord. Volgens artikel 10, lid 2, sub e, van verordening nr. 1907/90 mogen evenwel ook op grote verpakkingen voor eieren vermeldingen om de verkoop te bevorderen worden aangebracht, voor zover deze de koper niet kunnen misleiden. Deze verordening trad pas in werking op 1 oktober 1990, dus na de verwijzingsbeschikking. Ter terechtzitting is evenwel verklaard, dat de verwijzende rechter naar Duits procesrecht zijn arrest moet vellen op basis van de bepalingen die van kracht zijn op het ogenblik van de laatste mondelinge behandeling in de zaak. Derhalve moet voor het antwoord op de tweede en derde vraag worden uitgegaan van de in verordening nr. 1907/90 neergelegde nieuwe handelsnormen voor eieren.
13 Met zijn tweede en derde vraag wil de verwijzende rechter vernemen, of het ingevolge de gemeenschapsregeling verboden is, vermeldingen om de verkoop te bevorderen aan te brengen die betrekking hebben op de versheid van de eieren en weliswaar objectief juist zijn, doch de koper toch kunnen misleiden.
14 Allereerst moet worden opgemerkt, dat een reclametekst over de versheid van eieren bij de consument verkeerde indrukken kan wekken wanneer deze geen betrouwbaar aanknopingspunt heeft om de juistheid van die vermelding te toetsen. Wanneer de consument evenwel beschikt over een aanduiding als de legdatum, die hem in staat stelt zich een eigen oordeel te vormen over de versheid van de eieren, bestaat er geen gevaar, dat hij door die vermelding wordt misleid.
15 Onder de regeling van verordening nr. 2772/75 waren rechtstreekse of indirecte verwijzingen naar de legdatum verboden (zie daaromtrent het arrest van 15 januari 1991, zaak C-372/89, Gold-Ei, Jurispr. 1991, blz. I-43). Artikel 10, lid 2, sub c, van verordening nr. 1907/90 bepaalt evenwel, dat ter nadere informatie van de consument zowel op grote als op kleine verpakkingen een of meer andere data dan de verpakkingsdatum mogen worden vermeld. Volgens artikel 10, lid 3, van verordening nr. 1907/90 mogen deze extra data evenwel slechts met inachtneming van de door de Commissie vast te stellen toepassingsbepalingen worden aangebracht.
16 De toepassingsbepalingen betreffende het aanbrengen van de legdatum staan in de artikelen 15 en 16 van verordening (EEG) nr. 1274/91 van de Commissie van 15 mei 1991 houdende bepalingen ter toepassing van verordening (EEG) nr. 1907/90 (PB 1991, L 121, blz. 11). Om fraude tegen te gaan, wordt daarin bepaald, dat eieren waarop de legdatum zal worden gestempeld, dagelijks moeten worden opgehaald en onmiddellijk moeten worden gesorteerd en gemerkt; verder voorzien deze bepalingen in bijzonder strenge procedures inzake registratie, het voeren van een boekhouding en controle (zie de veertiende overweging van de considerans van verordening nr. 1274/91).
17 Derhalve moet worden aangenomen, dat ook objectief juiste reclameteksten betreffende de versheid van de eieren de koper kunnen misleiden wanneer op de betrokken eieren niet overeenkomstig het gemeenschapsrecht de legdatum is vermeld.
18 Vervolgens moet worden nagegaan, of het gevaar bestaat, dat reclameteksten betreffende de versheid van de eieren worden verward met verwante uitdrukkingen die het gemeenschapsrecht voor een bepaalde kwaliteitsklasse reserveert. Dienaangaande heeft de Commissie gesteld, dat volgens artikel 10, lid 1, van verordening nr. 1907/90 eieren van klasse A mogen worden aangeduid met het woord "vers" samen met de kwaliteitsklasse, en dat volgens artikel 12 van verordening nr. 1907/90 op kleine verpakkingen die eieren van klasse A bevatten, tot en met de zevende dag na de verpakking het woord "extra" mag voorkomen. Volgens de Commissie bestaat er dan ook een groot gevaar, dat bij de consument de indruk wordt gewekt, dat het gebruik van aanduidingen betreffende de versheid van de eieren, zoals "kakelvers", afhankelijk is van soortgelijke voorwaarden als die welke het gemeenschapsrecht stelt voor het gebruik van de uitdrukking "extra vers".
19 Het staat aan de nationale rechter om uit te maken, of een vermelding ter bevordering van de verkoop aldus is opgemaakt, dat uit het oogpunt van de consument elk uit de specifieke opmaak van deze vermelding resulterend gevaar voor verwarring met een wettelijke kwaliteitsklasse redelijkerwijze is uitgesloten.
20 Mitsdien moet op de tweede en derde vraag van het Verwaltungsgerichtshof Baden-Wuerttemberg worden geantwoord, dat het ingevolge de thans geldende gemeenschapsregeling verboden is, op verpakkingen vermeldingen om de verkoop te bevorderen betreffende de versheid van de eieren aan te brengen, voor zover op deze eieren niet overeenkomstig het gemeenschapsrecht de legdatum is vermeld. Het staat aan de nationale rechter om uit te maken, of de vermelding ter bevordering van de verkoop aldus is opgemaakt, dat zij een gevaar voor verwarring met een door het gemeenschapsrecht aan een bepaalde kwaliteitsklasse voorbehouden vermelding oplevert.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
21 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
uitspraak doende op de door het Verwaltungsgerichtshof Baden-Wuerttemberg bij beschikking van 20 juni 1990 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Ingevolge artikel 21 van verordening (EEG) nr. 2772/75 van de Raad van 29 oktober 1975 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren is het verboden, op grote verpakkingen voor eieren aanduidingen om de verkoop te bevorderen aan te brengen.
2) Ingevolge de thans geldende gemeenschapsregeling is het verboden, op verpakkingen vermeldingen om de verkoop te bevorderen betreffende de versheid van de eieren aan te brengen, voor zover op deze eieren niet overeenkomstig het gemeenschapsrecht de legdatum is vermeld. Het staat aan de nationale rechter om uit te maken, of de vermelding ter bevordering van de verkoop aldus is opgemaakt dat zij een gevaar voor verwarring met een door het gemeenschapsrecht aan een bepaalde kwaliteitsklasse voorbehouden vermelding oplevert.
Full & Egal Universal Law Academy