Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Vrij verkeer van personen - Vrijheid van vestiging - Vrij verrichten van diensten - Architecten - Erkenning van diploma' s en titels - Minimumduur van opleiding - Full-time studie - Begrip
(Richtlijn 85/384 van de Raad, art. 4, lid 1, sub a)
Samenvatting
Artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 85/384 inzake de onderlinge erkenning van de diploma' s, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten, moet aldus worden uitgelegd, dat een opleiding die vier jaar duurt en waarin door de onderwijsinstelling georganiseerde en begeleide praktijksemesters zijn begrepen, als een full-time studie van vier jaar moet worden beschouwd.
Partijen
In zaak C-310/90,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Belgische Hof van Cassatie, in het aldaar aanhangig geding tussen
Nationale Raad van de Orde van Architecten
en
Ulrich Egle,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma' s, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten (PB 1985, L 223, blz. 15),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: F. A. Schockweiler, kamerpresident, G. F. Mancini, P. J. G. Kapteyn, M. Díez de Velasco en J. Murray, rechters,
advocaat-generaal: M. Darmon
griffier: H. A. Ruehl, hoofdadministrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door:
- de Nationale Raad van de Orde van Architecten, vertegenwoordigd door R. Buetzler, advocaat bij het Belgische Hof van Cassatie,
- de Duitse regering, vertegenwoordigd door E. Roeder, Regierungsdirektor bij het Ministerie van Economische zaken, als gemachtigde,
- de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door P. G. Ferri, avvocato dello Stato, als gemachtigde,
- de Commissie, vertegenwoordigd door E. Lasnet en P. Van Nuffel, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van de Duitse regering en van de Commissie ter terechtzitting van 23 oktober 1991,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 19 november 1991,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij arrest van 5 oktober 1990, ingekomen bij het Hof op 10 oktober daaraanvolgend, heeft het Belgische Hof van Cassatie krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma' s, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten (PB 1985, L 223, blz. 15, hierna: "de richtlijn").
2 Deze vraag is gerezen in een geding tussen U. Egle en de Nationale Raad van de Orde van Architecten.
3 Egle, die de Duitse nationaliteit bezit en in België woont, verzocht om inschrijving op het tableau van de Orde van Architecten van de provincie Limburg. Hij bezit een diploma van de afdeling Architectuur (Architektur/Hochbau) van de Fachhochschule Konstanz, dat hij op 25 juli 1981 behaalde na vier jaar studie, daarin begrepen twee praktijksemesters, overeenkomstig de wet op de Fachhochschulen van het Land Baden-Wuerttemberg. Het verzoek van Egle werd door de raad van de Orde van Architecten van de provincie Limburg afgewezen.
4 Egle kwam tegen deze beslissing op bij de Raad van Beroep van de Orde van Architecten en beriep zich op de bepalingen van de richtlijn. De Raad van Beroep oordeelde, dat de Orde van Architecten van de provincie Limburg ten onrechte had geweigerd Egle in te schrijven. Tegen deze uitspraak stelde de Nationale Raad van de Orde van Architecten cassatieberoep in bij het Belgische Hof van Cassatie.
5 Van oordeel dat het geding een vraag van uitlegging van artikel 4 van de richtlijn deed rijzen, heeft het Belgische Hof van Cassatie bij arrest van 5 oktober 1990 het Hof van Justitie verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vraag:
"Moet artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 85/384/EEG aldus worden uitgelegd, dat een opleiding die vier jaar duurt en waarin geïntegreerde en door de hogeschool begeleide praktijksemesters begrepen zijn, kan beschouwd worden als een full-time studie van vier jaar?"
6 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
7 Vooraf moet worden opgemerkt, dat de richtlijn de onderlinge erkenning verlangt van de diploma' s, certificaten en titels op het gebied van de architectuur, die aan de criteria van de artikelen 3 en 4 voldoen.
8 Aangaande de duur van de architectenopleiding, waarop de prejudiciële vraag betrekking heeft, verlangt artikel 4, lid 1, sub a, van de richtlijn, dat die ten minste vier jaar full-time studie aan een universiteit of een vergelijkbare onderwijsinstelling bedraagt. In afwijking hiervan bepaalt artikel 4, lid 1, tweede alinea, van de richtlijn, dat de driejarige opleiding van de Fachhochschulen in Duitsland aan de eisen van de richtlijn inzake de duur van de opleiding voldoet, op voorwaarde dat deze opleiding wordt aangevuld met een periode van beroepservaring van vier jaar in die staat.
9 Wat het begrip studie in de zin van artikel 4, lid 1, sub a, van de richtlijn betreft, dient te worden opgemerkt, dat volgens artikel 3 van de richtlijn bij het architectuuronderwijs evenveel aandacht moet worden besteed aan de theoretische als aan de praktische aspecten van de opleiding. Bijgevolg valt ook het praktische onderwijs waaraan de studenten moeten deelnemen om het diploma van architect te behalen, onder het begrip studie. De richtlijn preciseert niet hoe de theoretische opleiding met de praktische opleiding moet worden gecombineerd.
10 In dit verband blijkt uit de stukken, dat de door de Fachhochschulen georganiseerde praktijksemesters een integrerend deel van de studie vormen. De inhoud van die semesters wordt door de Fachhochschulen immers nauwkeurig geregeld en de wijze waarop de student ze doormaakt, wordt door een hoogleraar beoordeeld. De praktijksemesters zijn trouwens zodanig in de architectenstudie geïntegreerd, dat zij steeds tussen de semesters theoretische opleiding plaatsvinden, zodat de studie nooit met een praktijksemester kan eindigen. Dit soort praktische opleiding vormt dus een integrerend deel van de architectenstudie, in de zin van artikel 4, lid 1, sub a, van de richtlijn.
11 Met betrekking tot het door die bepaling gestelde vereiste van een full-time opleiding dient te worden beklemtoond, dat dit begrip verwijst naar de tijd die de student aan de opleidingsactiviteiten moet besteden om het diploma van architect te behalen. Aan dit vereiste is voldaan wanneer de praktijksemesters door de universiteit worden georganiseerd en gecontroleerd en zij van de student een full-time beschikbaarheid vergen die vergelijkbaar is met die welke tijdens de semesters theoretische opleiding wordt verlangd.
12 Deze uitlegging wordt bevestigd door een gemeenschappelijke verklaring van de Commissie en de Raad, die is opgenomen in de notulen van de vergadering tijdens welke de richtlijn is goedgekeurd, en naar luid waarvan "de stageperiodes die in de door een examen afgesloten opleiding zijn begrepen, niet van invloed zijn op het full-time karakter van die opleiding".
13 Die uitlegging vindt ook bevestiging in het feit, dat de tweede alinea in artikel 4, lid 1, van de richtlijn een andere regeling bevat voor de architectenopleidingen van de Fachhochschulen, die drie jaar in beslag nemen. Deze jaren worden slechts erkend op voorwaarde dat zij worden aangevuld met een beroepservaring van vier jaar.
14 Dit voor de driejarige opleidingen geldende vereiste van beroepservaring zou evenwel zinloos zijn, indien ook de vier jaar durende opleidingen onder die regeling zouden vallen. Indien de communautaire wetgever alle architectenopleidingen van de Fachhochschulen in Duitsland daaronder had willen brengen, zou hij immers geen onderscheid hebben gemaakt naargelang zij drie of vier jaar duren.
15 Mitsdien moet op de prejudiciële vraag worden geantwoord, dat artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 85/384/EEG aldus moet worden uitgelegd, dat een opleiding die vier jaar duurt en waarin door de Fachhochschule georganiseerde en begeleide praktijksemesters zijn begrepen, als een full-time studie van vier jaar moet worden beschouwd.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
16 De kosten door de Bondsrepubliek Duitsland, de Italiaanse Republiek en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
uitspraak doende op de door het Belgische Hof van Cassatie bij arrest van 5 oktober 1990 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma' s, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten, moet aldus worden uitgelegd, dat een opleiding die vier jaar duurt en waarin door de Fachhochschule georganiseerde en begeleide praktijksemesters zijn begrepen, als een full-time studie van vier jaar moet worden beschouwd.
Full & Egal Universal Law Academy