Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Douane-unie - Douaneaangiften - Personen die aangifte mogen doen - Nationale regeling die doen van aangifte op eigen naam en voor rekening van ander voorbehoudt aan officiële douane-expediteurs en andere ondernemingen verbiedt, beroepshalve op naam en voor rekening van ander aangifte te doen - Ontoelaatbaarheid
(Verordening van de Raad nr. 3632/85, art. 3, lid 3)
Samenvatting
Een Lid-Staat die aan officiële douane-expediteurs het recht voorbehoudt douaneaangiften te doen op eigen naam en voor rekening van een ander, en het anderen dan deze douane-expediteurs, met name transito- en expeditiebedrijven, verbiedt beroepshalve dergelijke aangiften op naam en voor rekening van een ander te doen, komt de verplichtingen niet na die op hem rusten krachtens verordening nr. 3632/85 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder een persoon een douaneaangifte kan doen.
Hoewel artikel 3, lid 3, van de verordening toestaat dat een van de twee genoemde vormen van vertegenwoordiging aan een bepaalde beroepsgroep wordt voorbehouden, verlangt het, dat de uitoefening van een aan niemand voorbehouden werkzaamheid ook werkelijk vrij is, zodat importeurs van goederen niet verplicht zijn zich voor hun douaneaangiften uitsluitend te wenden tot officiële douane-expediteurs, maar een zekere keuzevrijheid hebben tussen verschillende groepen van concurrerende ondernemers.
Partijen
In zaak C-323/90,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur J. Sack en H. Varandas, Portugees nationaal ambtenaar gedetacheerd bij de juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende bij R. Hayder, representant van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Portugese Republiek, vertegenwoordigd door L. A. Maximo dos Santos, wetenschappelijk medewerker bij de juridische faculteit van de universiteit van Lissabon, L. I. Fernandes, directeur van de juridische dienst van het directoraat-generaal Europese Gemeenschappen, en J. C. Lopes Moreira, revisor-assessor bij het directoraat-generaal Douane, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Portugese ambassade, Allée Scheffer 33,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Portugese Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door nationale bepalingen te handhaven die in strijd zijn met verordening (EEG) nr. 3632/85 van de Raad van 12 december 1985 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder een persoon een douaneaangifte kan doen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: F. A. Schockweiler, kamerpresident, waarnemend voor de president, F. Grévisse en P. J. G. Kapteyn, kamerpresidenten, G. F. Mancini, C. N. Kakouris, J. C. Moitinho de Almeida, M. Díez de Velasco, M. Zuleeg en J. L. Murray, rechters,
advocaat-generaal: G. Tesauro
griffier: H. A. Ruehl, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 7 november 1991,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 13 december 1991,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 22 oktober 1990, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EEG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Portugese Republiek, door nationale bepalingen te handhaven die in strijd zijn met verordening (EEG) nr. 3632/85 van de Raad van 12 december 1985 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder een persoon douaneaangiften kan doen (PB 1985, L 350, blz. 1, hierna: "de verordening"), de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Ingevolge artikel 2 van de verordening kan een douaneaangifte worden gedaan door elke persoon die in staat is volgens de daartoe vastgestelde bepalingen het betrokken goed bij de bevoegde douaneautoriteit aan te bieden of te doen aanbieden, alsmede alle bescheiden waarvan de overlegging is voorgeschreven door de bepalingen betreffende de voor dit goed gevraagde douaneregeling.
3 Artikel 3, leden 1, 2 en 3, van de verordening luidt als volgt:
"1. Wanneer de douaneaangifte schriftelijk wordt gedaan, kan de in artikel 2 bedoelde persoon deze aangifte, onverminderd de andere bepalingen van dit artikel, doen:
a) op eigen naam en voor eigen rekening,
b) op naam en voor rekening van een ander, dan wel
c) op eigen naam, doch voor rekening van een ander.
2. Van de mogelijkheid om de in lid 1, onder c, bedoelde aangifte te doen, kan uitsluitend gebruik worden gemaakt indien de Lid-Staten daartoe besloten hebben.
3. Indien een Lid-Staat toestaat dat de in lid 1, onder c, bedoelde aangifte mag worden gedaan kan hij het recht om
a) aangiften te doen op naam en voor rekening van een ander, dan wel
b) aangiften te doen op eigen naam, doch voor rekening van een ander,
voorbehouden aan niet in loondienst werkzame personen die hetzij als hoofdberoep dan wel als nevenberoep douaneaangiften doen."
4 Volgens artikel 6, sub a, vormt de verordening geen beletsel voor de voorschriften van de Lid-Staten die met inachtneming van artikel 3, lid 3, de uitoefening van het beroep waarbij hetzij op naam en voor rekening van een ander dan wel op eigen naam, maar voor rekening van een ander, douaneaangiften worden gedaan, alleen openstellen voor personen die daartoe door de bevoegde autoriteiten van de betrokken Lid-Staat gemachtigd zijn, zulks onder de voorwaarden die deze laatste vaststelt, voor wat betreft met name de vereiste beroepsbekwaamheid en de voor de uitoefening van het beroep noodzakelijke waarborgen.
5 Het Portugese recht behoudt in artikel 426 van besluitwet nr. 46311 van 27 april 1965 (hierna: "regeling Douanehervorming") aan officiële douane-expediteurs het recht voor, op hun eigen naam, maar voor rekening van een ander douaneaangiften te doen. Met betrekking tot aangiften op naam en voor rekening van een ander moeten de officiële douane-expediteurs met elke andere persoon concurreren. Artikel 433, lid 4, van de regeling Douanehervorming bepaalt evenwel, dat personen die handelen op eigen naam en voor rekening van de eigenaar van de betrokken goederen, niet meer dan één volmachtgever kunnen vertegenwoordigen. Deze voorwaarde belet derhalve elke andere persoon dan een officiële douane-expediteur beroepsmatig douaneaangiften te doen op naam en voor rekening van een ander.
6 De wettelijke regeling die in Portugal van toepassing is op transito- of expeditiebedrijven, is ingevoerd bij besluitwet nr. 43 van 25 januari 1983. Artikel 7, lid 4, van deze besluitwet verbiedt die ondernemingen douaneaangiften te doen.
7 Partijen verschillen van mening over de uitlegging van deze bepaling. De Commissie is van mening, dat zij transito- en expeditiebedrijven volstrekt verbiedt, douaneaangiften voor rekening van een ander te doen. De Portugese regering betoogt daarentegen, dat het verbod slechts ziet op het beroepsmatig verrichten door deze bedrijven van werkzaamheden in verband met douane-expeditie, en dat deze derhalve, zoals ieder ander, douaneaangiften kunnen doen op naam en voor rekening van een ander, mits zij niet meer dan één volmachtgever tegelijk vertegenwoordigen.
8 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
9 Tot staving van haar beroep betoogt de Commissie, dat artikel 7, lid 4, van voornoemde besluitwet geen rekening houdt met het in artikel 3, lid 3, van de verordening geboden alternatief. Laatstgenoemde bepaling staat de Lid-Staten slechts toe, één van de twee aldaar genoemde vormen van douaneaangifte aan een bepaalde beroepsgroep voor te behouden. In casu zou de vorm die niet aan officiële douane-expediteurs is voorbehouden, te weten het doen van aangifte op naam en voor rekening van een ander, voor iedere geïnteresseerde ondernemer toegankelijk moeten zijn.
10 Aan deze vaststelling, zo vervolgt de Commissie, wordt niet afgedaan door de uitlegging van de in geding zijnde bepaling van de besluitwet waarop de Portugese regering zich beroept. Volgens die uitlegging zouden transito- en expeditiebedrijven zoals ieder ander douaneaangiften op naam en voor rekening van een ander kunnen doen, op voorwaarde dat zij niet meer dan één volmachtgever tegelijk vertegenwoordigen. Dienaangaande wijst de Commissie erop, dat artikel 3, lid 3, geen beperking van dien aard bevat en dat het voor bedoelde ondernemingen bijgevolg mogelijk moet zijn dergelijke aangiften in voorkomend geval beroepsmatig te doen.
11 De Portugese regering stelt daartegenover, dat het alternatief van artikel 3, lid 3, van de verordening in acht is genomen. Artikel 426 van de regeling Douanehervorming behoudt de officiële douane-expediteurs uitsluitend het recht voor op eigen naam, maar voor rekening van een ander douaneaangiften te doen; douaneaangiften op naam en voor rekening van een ander kunnen door elke andere persoon worden gedaan en dus ook door transito- en expeditiebedrijven. Dat alleen officiële douane-expediteurs aangiften voor rekening van meer volmachtgevers kunnen doen en dat zij in de praktijk de enigen zijn die beroepsmatig kunnen optreden, is volgens de Portugese regering niet in strijd met de verordening, want deze schrijft nergens voor, dat transito- en expeditiebedrijven toegang moeten hebben tot het beroep van douane-expediteur. Artikel 6, sub a, van de verordening staat juist uitdrukkelijk toe, dat de hand wordt gehouden aan het vereiste van beroepsbekwaamheid op het gebied van douaneaangiften.
12 Dienaangaande moet allereerst worden vastgesteld, dat artikel 3, lid 3, van de verordening slechts toestaat, dat een van de twee in deze bepaling genoemde vormen van vertegenwoordiging aan een bepaalde beroepsgroep wordt voorbehouden. Een nationale regeling die bepaalde ondernemingen die niet tot die beroepsgroep behoren, volstrekt verbiedt douaneaangiften voor rekening van een ander te doen, hetzij op eigen naam hetzij op naam van de ander, gaat voorbij aan het alternatief van artikel 3, lid 3, en is derhalve in strijd met de verordening.
13 Vervolgens moet worden opgemerkt, dat ongeacht de uitlegging die aan de bepalingen van het Portugese recht moet worden gegeven, slechts aan de vereisten van artikel 3, lid 3, van de verordening kan zijn voldaan indien de uitoefening van een aan niemand voorbehouden werkzaamheid ook werkelijk vrij is. Dit artikel moet immers verzekeren, dat importeurs van goederen niet verplicht zijn zich voor hun douaneaangiften uitsluitend te wenden tot officiële douane-expediteurs, aan wie de Lid-Staat een van beide vormen van vertegenwoordiging heeft voorbehouden, maar een zekere keuzevrijheid hebben tussen verschillende groepen van concurrerende ondernemers.
14 Deze vrijheid komt echter in het gedrang wanneer een Lid-Staat aan alle ondernemers behalve officiële douane-expediteurs, aan wie hij een van beide vormen van vertegenwoordiging heeft voorbehouden, verbiedt de andere vorm van vertegenwoordiging beroepsmatig te gebruiken. Een dergelijk verbod beschermt de officiële douane-expediteurs tegen iedere daadwerkelijke mededinging van andere ondernemingen en kent hun derhalve een feitelijk monopolie toe voor het doen van douaneaangiften voor rekening van een ander.
15 In dit verband moet worden gepreciseerd, dat het bij de beroepsbekwaamheid in de zin van artikel 6, sub a, van de verordening slechts gaat om de beroepsgroep waaraan een Lid-Staat overeenkomstig artikel 3, lid 3, het exclusieve recht op het gebruik van een van de twee vormen van vertegenwoordiging heeft toegekend. Artikel 6, sub a, staat derhalve niet toe, voor degenen die niet tot deze categorie behoren, het gebruik van de andere vorm van vertegenwoordiging tot niet-beroepsmatig gebruik te beperken.
16 Vastgesteld moet worden, dat het Portugese douanerecht aan officiële douane-expediteurs het recht voorbehoudt douaneaangiften te doen op eigen naam maar voor rekening van een ander, en dat het anderen dan deze expediteurs verbiedt dergelijke aangiften op naam en voor rekening van een ander te doen.
17 Hieruit volgt dat de Portugese Republiek de krachtens de verordening op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door bij artikel 426 van de regeling Douanehervorming en artikel 7, lid 4, van besluitwet nr. 43 van 25 januari 1983 transito- en expeditiebedrijven te beletten beroepshalve douaneaangiften op naam en voor rekening van een ander te doen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
18 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien de Portugese Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende, verstaat:
1) Door bij artikel 426 van besluitwet nr. 46311 van 27 april 1965 en artikel 7, lid 4, van besluitwet nr. 43 van 25 januari 1983 transito- en expeditiebedrijven te beletten beroepshalve douaneaangiften op naam en voor rekening van een ander te doen, is de Portugese Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens verordening (EEG) nr. 3632/85 van de Raad van 12 december 1985 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder een persoon een douaneaangifte kan doen.
2) De Portugese Republiek wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Full & Egal Universal Law Academy