Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
Beroep tot nietigverklaring - Voor beroep vatbare handelingen - Handelingen van Parlement die jegens derden rechtsgevolgen in het leven beogen te roepen
( EEG-Verdrag, artikel 173 )
Samenvatting
Beroep tot nietigverklaring kan slechts worden ingesteld tegen handelingen van het Europees Parlement die rechtsgevolgen jegens derden beogen teweeg te brengen, hetgeen niet het geval is bij handelingen die slechts de interne organisatie van de werkzaamheden van het Europees Parlement betreffen, zoals de aanwijzing van de leden en de verkiezing van de voorzitters van de interparlementaire delegaties .
Partijen
In zaak C-68/90,
Y . Blot
en
Front national,
beiden vertegenwoordigd door de advocatenmaatschap J.-P . Claudon en W . de Saint-Just te Parijs, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij de heer Preta, Kirchberg,
verzoekers,
tegen
Europees Parlement, vertegenwoordigd door J . Campinos, rechtsgeleerd adviseur, bijgestaan door R . Bieber, juridisch adviseur, en P . Kyst, lid van zijn juridische dienst, als gemachtigden,
verweerder,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van drie handelingen van het Europees Parlement, te weten de bijeenroeping van een vergadering op 16 januari 1990 van de interparlementaire delegatie van het Europees Parlement met Zwitserland, de organisatie van de aanwijzing van de voorzitter van die delegatie en de aanwijzing, op 16 januari 1990, van G . Topmann als voorzitter van de delegatie,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, Sir Gordon Slynn, C . N . Kakouris, F.A . Schockweiler en M . Zuleeg, kamerpresidenten, G . F . Mancini, R . Joliet, T . F . O' Higgins, J . C . Moitinho de Almeida, G . C . Rodríguez Iglesias, F . Grévisse, M . Díez de Velasco en P . J . C . Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal : C . O . Lenz
griffier : J.-G . Giraud
gehoord de advocaat-generaal,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 16 maart 1990, hebben Y . Blot, lid van de Europese Rechtse Fractie van het Europees Parlement, en het Front national, vereniging zonder winstoogmerk beheerst door de Franse wet van 18 juli 1901, vertegenwoordigd door zijn voorzitter J.-M . Le Pen, krachtens artikel 173 EEG-Verdrag verzocht om nietigverklaring van drie handelingen van het Europees Parlement, te weten de bijeenroeping van een vergadering op 16 januari 1990 van de interparlementaire delegatie van het Europees Parlement met Zwitserland, de organisatie van de aanwijzing van de voorzitter van die delegatie en de aanwijzing, op 16 januari 1990, van G . Topmann als voorzitter van de delegatie .
2 Verzoekers stellen, dat blijkens een document van 9 oktober 1989, waarin de door de fracties overeenkomstig het besluit van 22 april 1982 ( PB 1982, C 125, blz . 113 ) meegedeelde namen van de voorzitters zijn vermeld, Y . Blot is aangewezen als voorzitter van de interparlementaire delegatie met Zwitserland, en dat de aanwijzing, tijdens een op 16 januari 1990 te Straatsburg gehouden vergadering, van G . Topmann, lid van de Socialistische Fractie, als hoofd van die delegatie ongeldig is .
3 Tot staving van zijn stelling, dat de aanwijzing van G . Topmann op onregelmatige wijze is gebeurd, voert Y . Blot vier middelen aan : schending van het intern reglement, schending van het gelijkheidsbeginsel, een frauduleuze handeling en schending van het verbod van terugwerkende kracht .
4 Volgens verweerder blijkt uit de processtukken, dat Y . Blot in feite nooit als voorzitter van de betrokken delegatie is aangewezen .
5 Het besluit van 22 april 1982 bepaalt, dat de namen van de voorzitters door de fracties en de niet-ingeschreven leden worden meegedeeld aan het Bureau in uitgebreide samenstelling, dat beslist over eventuele betwistingen . Blijkens de processtukken droeg het door verzoekers aangevoerde document van 9 oktober 1989 uitdrukkelijk de vermelding "voorlopig ".
6 Op 13 december 1989 heeft het Europees Parlement artikel 126 van zijn intern reglement gewijzigd . In de eerdere versie luidde artikel 126, leden 2 en 3, als volgt : "Bij het instellen van de delegaties wordt tevens beslist over een met de fractiesterkte in overeenstemming zijnde samenstelling ervan en over het aantal leden van de delegatie . De fracties benoemen de leden van de delegaties ." De overeenkomstige bepalingen van de op 13 december 1989 vastgestelde versie luiden : "De verkiezing van de leden van de delegaties vindt plaats nadat de fracties, de niet-ingeschrevenen of ten minste dertien leden hun voordrachten bij het Bureau hebben ingediend . Het Bureau legt het Parlement de nodige voorstellen voor, waarbij - voor zover mogelijk - rekening wordt gehouden met een rechtvaardige vertegenwoordiging van de Lid-Staten en van de politieke richtingen ."
7 Verder blijkt uit de stukken, dat het Bureau in uitgebreide samenstelling, in afwachting van een wijziging van het intern reglement waarbij de procedure voor de samenstelling van de bureaus van de delegaties wordt vastgesteld, op 10 oktober 1989 heeft besloten "de delegaties te verzoeken hun bureau samen te stellen, met dien verstande dat bij gebreke van overeenstemming de procedure van verkiezing onder voorzitterschap van het oudste lid moet worden toegepast ".
8 Uit de stukken valt ook nog op te maken, dat tijdens de vergadering die de interparlementaire delegatie voor de betrekkingen met Zwitserland op 12 oktober 1989 onder voorzitterschap van het oudste lid en in aanwezigheid van verzoeker heeft gehouden, de meerderheid van de leden de wens te kennen heeft gegeven dat de beslissing omtrent het voorzitterschap zou worden uitgesteld .
9 Allereerst zij eraan herinnerd, dat volgens het arrest van 23 april 1986 ( zaak 294/83, Les Verts, Jurispr . 1986, blz . 1339 ) beroep tot nietigverklaring slechts kan worden ingesteld tegen handelingen van het Europees Parlement die rechtsgevolgen jegens derden beogen teweeg te brengen .
10 Het onderhavige beroep betreft de regelmatigheid van de procedure die voor de aanwijzing van de voorzitter van een interparlementaire delegatie is gevolgd . Volgens genoemd besluit van het Europees Parlement van 22 april 1982, bevestigd door het besluit van 11 oktober 1984 ( PB 1984, C 300, blz . 50 ), "zijn de interparlementaire delegaties voor de betrekkingen met derde landen de organen voor de externe contacten en de interparlementaire samenwerking van het Parlement . Hun taak omvat : de interparlementaire dialoog, de wederzijdse voorlichting over actuele kwesties en studies van bijzonder belang, de parlementaire begeleiding van de externe beleidsvormen van de Gemeenschap ".
11 Bijgevolg zijn de interparlementaire delegaties slechts bevoegd ter zake van voorlichting en contacten en betreffen de aanwijzing van hun leden en de verkiezing van hun voorzitter slechts de interne organisatie van de werkzaamheden van het Europees Parlement .
12 Uit de beschikking van 4 juni 1986 ( zaak 78/85, Europese Rechtse Fractie, Jurispr . 1986, blz . 1753 ) blijkt evenwel, dat geen beroep tot nietigverklaring kan worden ingesteld tegen besluiten die slechts betrekking hebben op de interne organisatie van de werkzaamheden van het Europees Parlement .
13 Derhalve dient het beroep krachtens artikel 92, paragraaf 1, van het Reglement voor de procesvoering niet-ontvankelijk te worden verklaard .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
beschikt :
1 ) Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard .
2 ) De kosten komen ten laste van verzoekers .
Luxemburg, 22 mei 1990 .
Full & Egal Universal Law Academy