Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
Kort geding - Voorwaarden voor ontvankelijkheid - Beroep in hoofdzaak niet-ontvankelijk verklaard
( EEG-Verdrag, artikelen 185 en 186; Reglement voor de procesvoering, artikel 83, paragraaf 1 )
Samenvatting
De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in de hoofdzaak waarmee een verzoek in kort geding samenhangt, heeft tot gevolg dat dit verzoek eveneens niet-ontvankelijk is .
Partijen
In zaak C-68/90 R,
Y . Blot en Front n ational, vertegenwoordigd door de advocatenmaatschap J.-P . Claudon en W . de Saint-Just te Parijs, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij de heer Preta, Kirchberg,
verzoekers,
tegen
Europees Parlement, vertegenwoordigd door J . Campinos, rechtsgeleerd adviseur, bijgestaan door R . Bieber, juridisch adviseur, en P . Kyst, lid van zijn juridische dienst, als gemachtigden,
verweerder,
betreffende een verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging van drie handelingen van het Europees Parlement, te weten de bijeenroeping van een vergadering op 16 januari 1990 van de interparlementaire delegatie van het Europees Parlement met Zwitserland, de organisatie van de aanwijzing van de voorzitter van die delegatie en de aanwijzing, op 16 januari 1990, van G . Topmann als voorzitter van de delegatie,
geeft
de president van het Hof van Justitie
van de Europese Gemeenschappen
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 16 maart 1990, hebben Y . Blot, lid van de Europese Rechtse Fractie van het Europees Parlement, en het Front National, vereniging zonder winstoogmerk beheerst door de Franse wet van 18 juli 1901, vertegenwoordigd door zijn voorzitter J.-M . Le Pen, krachtens artikel 173 EEG-Verdrag verzocht om nietigverklaring van drie handelingen van het Europees Parlement, te weten de bijeenroeping van een vergadering op 16 januari 1990 van de interparlementaire delegatie van het Europees Parlement met Zwitserland, de organisatie van de aanwijzing van de voorzitter van die delegatie en de aanwijzing, op 16 januari 1990, van G . Topmann als voorzitter van de delegatie .
2 Bij afzonderlijke, op dezelfde dag ter griffie van het Hof neergelegde akte hebben verzoekers krachtens de artikelen 185 EEG-Verdrag en 83 van het Reglement voor de procesvoering in kort geding verzocht om opschorting van de tenuitvoerlegging van de drie bestreden handelingen totdat het Hof uitspraak zal hebben gedaan in de hoofdzaak .
3 Op 20 april 1990 heeft verweerder zijn schriftelijke opmerkingen ingediend en op 14 mei 1990 zijn partijen in hun mondelinge toelichtingen gehoord .
4 Bij beschikking van 22 mei 1990 heeft het Hof evenwel krachtens artikel 92, paragraaf 1, van het Reglement voor de procesvoering het beroep in de hoofdzaak niet-ontvankelijk verklaard .
5 Het verzoek in kort geding is derhalve niet-ontvankelijk en moet worden afgewezen .
Dictum
De president
beschikt :
1 ) Het verzoek in kort geding wordt afgewezen .
2 ) De kosten komen ten laste van verzoekers .
Luxemburg, 23 mei 1990 .
Full & Egal Universal Law Academy