Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Hogere voorziening - Middelen - Verkeerde beoordeling van feiten - Beoordeling van ontwikkeling in beoordelingsrapporten van een ambtenaar - Kennelijke niet-ontvankelijkheid - Afwijzing
(' s Hofs Statuut-EEG, art . 51; Reglement voor de procesvoering, art . 119 )
Samenvatting
Kennelijk niet-ontvankelijk en bijgevolg af te wijzen krachtens artikel 119 van het Reglement voor de procesvoering is de hogere voorziening die gebaseerd is op een middel waarmee wordt opgekomen tegen de feitelijke beoordeling door het Gerecht van de positieve dan wel negatieve ontwikkeling in de beoordelingsrapporten van een ambtenaar . Die feitelijke beoordeling onttrekt zich immers aan een onderzoek door het Hof, daar ingevolge artikel 51 van 's Hofs Statuut de hogere voorziening alleen rechtsvragen kan betreffen .
Partijen
In zaak C-115/90 P,
M . Turner, vertegenwoordigd door M . Uyttendaele, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van A . Schmitt, advocaat aldaar, Avenue Guillaume 62,
requirante,
betreffende hogere voorziening tegen het op 22 februari 1990 door het Gerecht van eerste aanleg in zaak T-40/89 gewezen arrest ( summier gepubliceerd in Jurispr . 1990, blz . II-55 ),
andere procespartij :
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door S . Van Raepenbusch, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Berardis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, G . F . Mancini, T . F . O' Higgins, J . C . Moitinho de Almeida, G . C . Rodríguez Iglesias en M . Díez de Velasco, kamerpresidenten, Sir Gordon Slynn, C . N . Kakouris, R . Joliet, F . A . Schockweiler, F . Grévisse, M . Zuleeg en P . J . G . Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal : M . Darmon,
griffier : J.-G . Giraud,
gelet op artikel 119 van het Reglement voor de procesvoering,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur en gehoord de advocaat-generaal,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 24 april 1990, heeft requirante krachtens artikel 49 van 's Hofs Statuut-EEG en de overeenkomstige bepalingen van 's Hofs Statuten-EGKS en EGA hogere voorziening ingesteld tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 22 februari 1990 ( zaak T-40/89, summier gepubliceerd in Jurispr . 1990, blz . II-55 ), houdende verwerping van haar beroep tot nietigverklaring van het besluit van de directeur-generaal Personeelszaken en algemeen beheer van de Commissie, vervat in diens nota van 1 juli 1987, om haar beoordelingsrapport over de periode 1 juli 1983 tot 30 juni 1985 ongewijzigd te handhaven, met last aan de Commissie om haar toezeggingen aan requirante gestand te doen .
2 Bij arrest van 27 april 1989 heeft het Hof het beroep in zijn tweede onderdeel, ertoe strekkende dat de Commissie zal worden gelast haar toezeggingen gestand te doen, niet-ontvankelijk verklaard . Bij beschikking van het Hof van 15 november 1989 is de zaak krachtens het besluit van de Raad van 24 oktober 1988 tot instelling van een Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen, naar het Gerecht verwezen .
3 Bij voornoemd arrest van 22 februari 1990 heeft het Gerecht het beroep verworpen .
4 Met betrekking tot de antecedenten van het geschil tussen requirante en de Commissie heeft het Gerecht het volgende vastgesteld :
"Verzoekster is raadgevend arts bij het afwikkelingsbureau van de ziektekostenverzekering te Brussel ( directoraat-generaal IX van de Commissie ).
Op 7 oktober 1987 diende zij een klacht in als bedoeld in artikel 90, lid 2, eerste alinea, Ambtenarenstatuut tegen het besluit van 1 juli 1987 tot ongewijzigde handhaving van haar beoordelingsrapport over de periode 1 juli 1983 - 30 juni 1985 . Stellende dat de gespecificeerde beoordelingen in dat rapport minder gunstig waren dan in het beoordelingsrapport over de periode 1975-1977 - dat wegens het ontbreken van de beoordelingsrapporten over de tussenliggende periodes als referentie moet dienen - en derhalve gemotiveerd hadden moeten zijn, verlangde zij nietigverklaring ervan .
In dit verband moet eraan worden herinnerd, dat het beoordelingsrapport over de periode 1977-1979 bij 's Hofs arrest van 21 maart 1985 ( zaak 263/83 ) nietig is verklaard wegens schending van de verplichting tot raadpleging, terwijl het rapport over de periode 1981-1983 bij 's Hofs arrest van 16 december 1987 ( zaak 178/86 ) nietig is verklaard wegens schending van de motiveringsplicht . In overleg met verzoekster heeft de administratie geen beoordelingsrapport opgemaakt over de periode 1979-1981 .
Bij onderzoek van de gespecificeerde beoordelingen in de definitieve versie van het bestreden beoordelingsrapport blijkt, dat de 'bekwaamheid' wordt beoordeeld aan de hand van zes rubrieken en subrubrieken en dat verzoekster voor de beoordelingsperiode 1983-1985 drie keer 'zeer goed' en drie keer 'goed' heeft gekregen, namelijk :
- onder de rubriek '1 . Voor de functie vereiste kennis' : 'zeer goed' ;
- onder de rubriek '2 . Bekwaamheden' :
- 'zeer goed' voor elk van de subrubrieken 'schriftelijk uitdrukkingsvermogen' en 'mondeling uitdrukkingsvermogen' ;
- 'goed' voor elk van de drie subrubrieken 'begripsvermogen' , 'inzicht' en 'organisatievermogen' .
Aan deze vermeldingen is als commentaar onder meer toegevoegd, dat 'dokter Turner over een goede opleiding beschikt, een zeer goede medische ervaring heeft (...)' , en dat 'de beoordeling "zeer goed" overeenkomt met een uitzonderlijk hoog niveau' .
Voor de referentieperiode 1975-1977 had verzoekster voor het onderdeel 'bekwaamheid' één enkele waardering gekregen, namelijk 'hoger dan normaal' , met als commentaar 'zeer goede kennis van de preventieve geneeskunde' .
Voor 'prestaties' , die aan de hand van vier rubrieken werden beoordeeld, heeft verzoekster voor de beoordelingsperiode 1983-1985 drie keer 'zeer goed' en één keer 'goed' gekregen, te weten :
- 'zeer goed' voor elk van de drie rubrieken '1 . Kwaliteit van het werk' , '3 . Regelmaat' en '4 . Aanpassing aan de eisen van de dienst' ;
- 'goed' voor de rubriek '2 . Werktempo' .
Hieraan is als commentaar toegevoegd, dat 'dokter Turner (...) zich zeer goed aan de eisen van haar functie heeft aangepast' en dat de drie oordelen betreffende de kwaliteit van haar werk, de regelmaat van haar prestaties en de aanpassing aan de eisen van de dienst, 'die eveneens zeer hoog zijn, gerechtvaardigd zijn door de uitstekende manier waarop de betrokkene zich aan haar taak als raadgevend geneesheer heeft aangepast (...)' .
Voor de referentieperiode 1975-1977 had verzoekster voor het onderdeel 'prestaties' één enkele vermelding 'hoger dan normaal' , met als commentaar 'zeer gewetensvol in de uitoefening van haar functie' .
Op verzoeksters bovengenoemde klacht antwoordde de Commissie bij besluit van 23 maart 1988, dat verzoekster op 18 april 1988 ter kennis werd gebracht . Daarin verklaarde de Commissie, dat het haar niet mogelijk was de gespecificeerde beoordelingen in het beoordelingsrapport over de periode 1983-1985 te verbeteren, ofschoon er inderdaad termen aanwezig waren om enkele van die gespecificeerde beoordelingen specifiek te motiveren, en dat zij de beoordelaars zou aanbevelen voor deze motivering te zorgen .
Bij brief van 5 juli 1988 vroeg verzoeksters raadsman aan de beoordelaar in beroep, de aanbeveling van de Commissie te volgen en het beoordelingsrapport te wijzigen .
Het onderhavige beroep is ingesteld op 15 juli 1988 .
Bij brief van 20 juli 1988 deelde de directeur-generaal Personeelszaken en algemeen beheer van de Commissie verzoekster het herziene deel 11 van haar beoordelingsrapport over de periode 1983-1985 mee, waarin aanvullende opmerkingen betreffende de onderdelen 'bekwaamheid' en 'prestaties' waren toegevoegd . Ter terechtzitting van 25 januari 1990 heeft de gemachtigde van de Commissie verklaard, dat de bijlage bij de brief van 20 juli 1988 een materiële fout bevatte en dat men onder de rubriek 'Algemene beoordeling' moest lezen dat 'dokter Turner over een zeer goede opleiding beschikt (...)' ."
5 De door verzoekster aangevoerde middelen zijn door het Gerecht samengevat als volgt :
"(...) Onder verwijzing naar artikel 5, tweede alinea, van de door de Commissie op 27 juli 1979 vastgestelde gids voor de beoordeling verwijt verzoekster de Commissie, dat zij niet heeft gemotiveerd waarom de gespecificeerde beoordeling in het in geding zijnde beoordelingsrapport verschilde van die in het beoordelingsrapport over de periode 1 juli 1975 - 30 juni 1977 .
Verzoekster stelt, dat de drie vermeldingen 'zeer goed' en de drie vermeldingen 'goed' voor het onderdeel 'bekwaamheid' een achteruitgang in de gespecificeerde beoordeling betekent ten opzichte van de vermelding 'hoger dan normaal' in het eerdere rapport . Hetzelfde geldt voor de drie vermeldingen 'zeer goed' en de ene vermelding 'goed' voor het onderdeel 'prestaties' , dat in het eerdere rapport als 'hoger dan normaal' was beoordeeld .
Naar het oordeel van verzoekster had de beoordelaar ingevolge de bepalingen van de gids voor de beoordeling elke lagere gespecificeerde beoordeling dan 'zeer goed' moeten motiveren, wegens de symmetrie en de gelijkwaardigheid tussen de beoordeling 'normaal' en de beoordeling 'goed' ."
6 Voor zijn beslissing dat het beroep moet worden verworpen, wijst het Gerecht er eerst op, dat
"voor het in geding zijnde beoordelingsrapport en het rapport over de periode 1975-1977 verschillende beoordelingsmethodes zijn toegepast, aangezien de nieuwe bepalingen inzake de beoordelingsrapporten door de Commissie op 27 juli 1979 zijn vastgesteld ".
7 Het Gerecht vervolgt :
"Vastgesteld moet worden, dat de Commissie, door de op de drie algemene vermeldingen 'hoger dan normaal' , 'normaal' en 'minder dan normaal' berustende beoordelingsmethode te vervangen door een methode gebaseerd op zes rubrieken en sub-rubrieken voor 'bekwaamheid' , vier voor 'prestaties' en vier voor 'gedrag in de dienst' , naar meer differentiatie en nuancering in de gespecificeerde beoordeling van de ambtenaren heeft gestreefd . Een dergelijke wijziging in de methode impliceert noodzakelijkerwijs, dat de correlatie tussen de oude en de nieuwe beoordelingsmethode niet kan worden bereikt door een vaste verhoudingsnorm .
Er bestaat stellig een zekere symmetrie en gelijkwaardigheid tussen de vermeldingen 'normaal' en 'goed' . In casu is echter voor 'bekwaamheid' en 'prestaties' even vaak respectievelijk vaker de vermelding 'zeer goed' gegeven dan de vermelding 'goed' , en daaraan is onder 'Algemene beoordeling' toegevoegd, dat dokter Turner een zeer goede opleiding en zeer goede medische ervaring bezit en zich zeer goed aan de eisen van haar functie heeft aangepast .
In dezelfde lijn moet worden opgemerkt, dat de algemene vermelding 'hoger dan normaal' voor 'bekwaamheid' en 'prestaties' ook onder de oude beoordelingsmethode zeer wel het resultaat kan zijn van een combinatie van ongelijke gespecificeerde beoordelingen . De globale waardering van de beoordelaar behoeft immers niet noodzakelijkerwijs te betekenen, dat de betrokkene voor elk van de beoordelingselementen de duidelijk hogere kwaliteiten bezat die in het kader van de nieuwe methode voor de vermelding 'zeer goed' zijn vereist ."
8 Op grond van een en ander concludeert het Gerecht :
"Uit deze overwegingen volgt, dat de gespecificeerde beoordeling van de beoordelaar met betrekking tot verzoeksters bekwaamheid en prestaties gedurende de beoordelingsperiode 1983-1985 niet kan worden beschouwd als een voor verzoekster ongunstige en bijgevolg passend te motiveren wijziging ten opzichte van haar beoordeling over de periode 1975-1977 . Het middel ontleend aan schending van de bepalingen van artikel 5, tweede alinea, van de gids voor de beoordeling, is bijgevolg ongegrond ."
9 In hogere voorziening voert requirante één enkel middel aan, namelijk schending van artikel 5, tweede alinea, van de gids voor de beoordeling, volgens hetwelk de Commissie alle wijzigingen in de gespecificeerde beoordeling ten opzichte van het voorgaande beoordelingsrapport dient te motiveren . Requirante stelt, dat het Gerecht ten onrechte heeft geoordeeld, dat de gespecificeerde beoordeling in het beoordelingsrapport over de periode 1983-1985 niet lager was dan in het rapport over de periode 1975-1977 en dat de Commissie bijgevolg de gespecificeerde beoordeling in het beoordelingsrapport over de periode 1983-1985 niet behoefde te motiveren, ofschoon deze laatste een achteruitgang betekende ten opzichte van die in het voorgaande rapport en door de Commissie dus gemotiveerd hadden moeten worden .
10 In het kader van dit middel stelt requirante, dat blijkens de motivering van het bestreden arrest het Gerecht bij het afwegen van de vermeldingen "goed" en "zeer goed" geen onderscheid maakt tussen de verschillende beoordelingspunten . Daarmee ontkent het Gerecht het objectieve belang van de gedifferentieerde kolommen, hetgeen tot willekeur leidt . Waar het Gerecht verwijst naar het algemene commentaar van de beoordelaar om de gespecificeerde beoordeling te verduidelijken, gaat het bovendien voorbij aan de door de gids voor de beoordeling beoogde werkwijze, waarbij de gespecificeerde beoordeling bepalend dient te zijn voor het algemene commentaar .
11 De Commissie betoogt, dat de vermelding "goed" wordt gegeven wanneer de kwaliteiten van de betrokkene op het hoge niveau liggen dat de Commissie van een ambtenaar mag verwachten, en dus overeenkomt met de waardering "normaal ". De toekenning van drie keer "zeer goed" en drie keer "goed" in de zes kolommen van het beoordelingspunt "bekwaamheid" komt dan ook overeen met de vroegere algemene beoordeling "hoger dan normaal ". De stelling van requirante, dat deze vroegere beoordeling in het nieuwe stelsel moet worden vertaald door de zes vermeldingen uitsluitend te verdelen over de kolommen "zeer goed" en "uitstekend", gaat voorbij aan het doel van de nieuwe beoordelingsmethode, te weten een grotere nuancering dan in het verleden bij de gespecificeerde beoordeling van de ambtenaren . Bij het punt "prestaties" komen drie vermeldingen "zeer goed" te zamen met één vermelding "goed" overeen met de vroegere algemene beoordeling "hoger dan normaal ". Voor "gedrag in de dienst" heeft verzoekster bovendien een veel gunstiger beoordeling gekregen dan in het eerdere beoordelingsrapport .
12 In de eerste plaats moet worden opgemerkt, dat het Gerecht terecht heeft geoordeeld, dat enkel in het geval van een ongunstige wijziging van de beoordelingen ten opzichte van die in het voorgaande beoordelingsrapport een passende motivering is vereist in de zin van artikel 5, tweede alinea, van de gids voor de beoordeling van de Commissie van 27 juli 1979 .
13 In de tweede plaats moet erop worden gewezen, dat waar het Gerecht heeft geoordeeld, dat de in geding zijnde beoordelingen geen ongunstige wijziging inhouden van de beoordeling van requirante vergeleken met het beoordelingsrapport over de periode 1975-1977, dit een feitelijke beoordeling is waarop het Hof niet kan ingaan, daar ingevolge artikel 51 van 's Hofs Statuut-EEG de hogere voorziening alleen rechtsvragen kan betreffen .
14 De door requirante ingestelde hogere voorziening is kennelijk niet-ontvankelijk en moet mitsdien overeenkomstig artikel 119 van het Reglement voor de procesvoering worden verworpen .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
15 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Volgens artikel 70 van dit Reglement blijven de kosten door de instellingen ter zake van beroepen van personeelsleden van de Gemeenschappen gemaakt, te hunnen laste . Ingevolge artikel 122 van dit Reglement is artikel 70 evenwel niet van toepassing indien de hogere voorziening door een ambtenaar of ander personeelslid tegen een instelling is ingesteld . Daar requirante in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
beschikt :
1 ) De hogere voorziening wordt afgewezen .
2 ) Requirante wordt verwezen in de kosten van deze instantie .
Luxemburg, 20 maart 1991 .
Full & Egal Universal Law Academy