Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
Ambtenaren - Beroep - Arrest houdende nietigverklaring - Gevolgen - Nietigverklaring van correctie van examens van vergelijkend onderzoek en van verdere in loop van procedure genomen besluiten - Gevolg voor geldigheid van aanstellingen
( Ambtenarenstatuut, artikel 91 )
Samenvatting
Wanneer het Gerecht een jurybesluit betreffende de correctie van een schriftelijke proef alsmede de in het verdere verloop van de procedure genomen besluiten nietigverklaart wegens een onregelmatigheid waardoor inbreuk wordt gemaakt op het beginsel van gelijke behandeling van de kandidaten, brengt dat in het geval van een algemeen vergelijkend onderzoek met het oog op de vorming van een aanwervingsreserve niet automatisch mee, dat de aanstellingen die op basis van de door de jury vastgestelde lijst van geslaagde kandidaten hebben plaatsgevonden, ongeldig zijn .
Partijen
In zaak C-242/90 P R,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch hoofdadviseur H . Étienne en S . Van Raepenbusch, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Berardis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
requirante,
ondersteund door
J . Allen, B . Benz, L . Blasig, M . Dihm, A . Guillaud, C . Hebberecht, G . Kiely, D . Lange, M . Lemasson, F . Lorenzi, J . Loriz-Hoffmann, C . Rambaud en H . Spitz, ambtenaren van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J . E . Pheasant, solicitor te Brussel, bijgestaan door A . Mercadé-Choquet, advocaat, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij Loesch & Wolter, advocaten aldaar, 8, rue Zithe, en
P . Alberdi Anchia, A . Bordes, A . Longo, F . Lozano Gallego, F . Javier Maetzu, J . Munch, A . Van Der Meer, R . Van Der Stappen, R . Vanhoorde en J . Zorrilla Torras, ambtenaren van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G . Vandersanden en S . Dubois, advocaten te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij A . Schmitt, advocaat aldaar, 62, avenue Guillaume, en
G . M . André, J.-L . Chomel, D . Daly, M . Debois, B . Delpeuch, D . Diane, E . Divaris, M . Gowen, A . Haniotis, J . Hanna, J . Humières, G . Ledoux, J . Russel en G . Verhelst, ambtenaren van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J . E . Pheasant, solicitor te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij Loesch & Wolter, advocaten aldaar, 8, rue Zithe, en
Fédération de la fonction publique européenne, vertegenwoordigd door F . Jongen, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij A . Schmitt, advocaat aldaar, 62, avenue Guillaume,
betreffende een verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging van het arrest door het Gerecht van eerste aanleg op 12 juli 1990 in zaak T-35/90 gewezen tussen A . Albani, A . Caferri, C . Caruso en B . Buffaria, ondersteund door Syndicat des fonctionnaires internationaux et européens en Union syndicale, enerzijds en Commissie van de Europese Gemeenschappen anderzijds,
andere procespartijen :
A . Albani, A . Caferri, C . Caruso en B . Buffaria, vertegenwoordigd door G . Collin, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij SARL Fiduciaire Myson, 6-8, rue Origer,
Syndicat des fonctionnaires internationaux et européens,
Union syndicale, vertegenwoordigd door J.-N . Louis, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij SARL Fiduciaire Myson, 6-8, rue Origer,
geeft
DE PRESIDENT VAN HET HOF VAN JUSTITIE
VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 7 augustus 1990 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie krachtens artikel 49 van 's Hofs Statuut-EEG en de overeenkomstige bepalingen van de Statuten-EGKS en EGA hogere voorziening ingesteld tegen het op 12 juli 1990 gewezen arrest waarbij het Gerecht het besluit van de jury van vergelijkend onderzoek COM/A/482 betreffende de correctie van de tweede schriftelijke proef, alsmede de in het verdere verloop van het vergelijkend onderzoek genomen besluiten heeft nietigverklaard .
2 In haar verzoekschrift vordert de Commissie vernietiging van dat arrest, voor zover daarbij alle procedurehandelingen van vergelijkend onderzoek COM/A/482 vanaf de correctie van de tweede schriftelijke proef zijn nietigverklaard en de gevolgen van die nietigverklaring niet zijn beperkt tot herstel van de rechten van de verzoekende partijen in de procedure voor het Gerecht .
3 Bij afzonderlijke akte, neergelegd ter griffie van het Hof op 9 augustus 1990, heeft de Commissie overeenkomstig artikel 53 van het Statuut-EEG, de overeenkomstige bepalingen van de Statuten-EGKS EN EGA en artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering tevens een verzoek in kort geding ingediend, strekkende tot opschorting van de tenuitvoerlegging van het bestreden arrest, voor zover het de Commissie verplicht, als gevolg van de nietigverklaring van de tweede schriftelijke proef van vergelijkend onderzoek COM/A/482 de aanstelling van 38 ambtenaren in te trekken .
4 Schriftelijke opmerkingen zijn ingediend op 19 september 1990 door de verzoekers in de procedure voor het Gerecht en op 10 september 1990 door Union syndicale .
5 Bij beschikkingen van 10 oktober 1990 zijn J . Allen e.a ., P . Alberdi Anchia e.a . en G.-M . André e.a ., allen ambtenaren die op grond van de uitslag van vergelijkend onderzoek COM/A/482 zijn aangesteld, toegelaten tot interventie in het kort geding aan de zijde van de Commissie . Bij beschikking van dezelfde dag is ook Fédération de la fonction publique européenne tot interventie in deze procedure toegelaten . Deze interveniënten hebben op 18 oktober 1990 schriftelijke opmerkingen ingediend .
6 De Commissie, de verzoekers in de procedure voor het Gerecht en Union syndicale alsmede de interveniënten in de onderhavige procedure zijn op 22 oktober 1990 in hun mondelinge toelichtingen gehoord .
7 Om te beginnen zij herinnerd aan het voorwerp van de procedure voor het Gerecht en aan de - in het bestreden arrest beschreven - omstandigheden waarin het Gerecht aanleiding heeft gevonden bovenbedoeld jurybesluit betreffende de correctie van de tweede schriftelijke proef alsmede de in het verdere verloop van het vergelijkend onderzoek genomen besluiten nietig te verklaren .
8 Het vergelijkend onderzoek waarop het geding betrekking heeft - een algemeen vergelijkend onderzoek op de grondslag van schriftelijke bewijsstukken en een examen -, is door de Commissie in 1987 georganiseerd met het oog op de vorming van een aanwervingsreserve van administrateurs van de rangen 7 en 6 van categorie A op bepaalde specifieke terreinen van werkzaamheid . Tot dat vergelijkend onderzoek werden 877 kandidaten toegelaten .
9 Overeenkomstig de aankondiging van het vergelijkend onderzoek bestond de tweede schriftelijke proef uit een praktijkopgave aan de hand van een dossier, ter beoordeling van het analytisch vermogen van de kandidaten en van hun ervaring met het behandelen van dossiers .
10 Voor deze tweede schriftelijke proef verzocht de jury de kandidaten een nota te schrijven met een samenvatting van het betrokken dossier en hun persoonlijke opvatting over het daarin behandelde vraagstuk . De nota mocht niet langer zijn dan 800 woorden - anders zou zij niet worden nagezien -; de kandidaten moesten zelf het aantal woorden tellen en dit aantal op hun werkstuk vermelden .
11 Achteraf gaf de jury de correctoren evenwel instructie, enkel de werkstukken die evident te lang waren, dat wil zeggen die met meer dan 1 200 woorden, niet na te zien .
12 De verzoekers in de procedure voor het Gerecht slaagden niet voor de tweede schriftelijke proef en werden daarom door de jury niet tot het mondeling examen toegelaten .
13 Op 25 mei 1988 stelden zij beroep in tegen dat besluit . Zij waren van oordeel, dat de jury door haar instructies aan de correctoren de door haarzelf voor de tweede schriftelijke proef bepaalde voorwaarden had gewijzigd, waardoor kandidaten die zich niet aan die voorwaarden hadden gehouden, ten koste van anderen waren bevoordeeld . Daardoor zouden de beginselen van gelijke behandeling en objectiviteit alsmede het vertrouwensbeginsel zijn geschonden .
14 In hun verzoekschrift concludeerden de verzoekers in de procedure voor het Gerecht tot nietigverklaring van de correctieprocedure met betrekking tot alle schriftelijke proeven, althans van het besluit van de jury om hen niet tot het mondeling examen toe te laten .
15 In zijn arrest verklaart het Gerecht, dat het feit dat de jury zich niet aan het voor de tweede schriftelijke proef gestelde maximum van 800 woorden heeft gehouden, een wezenlijke onregelmatigheid is, die niet enkel het bestreden jurybesluit, doch de gehele verdere procedure ongeldig maakt .
16 Het Gerecht wijst er echter ook op, dat waar het ging om een verscheidene fasen omvattend algemeen vergelijkend onderzoek, de in één fase gebleken onregelmatigheid slechts grond kan opleveren voor nietigverklaring van het bestreden besluit, indien de uitslag van het vergelijkend onderzoek door dat gebrek is vervalst .
17 De Commissie betoogde voor het Gerecht, dat dat niet het geval was, daar slechts vijf van de 172 tot het mondeling examen toegelaten kandidaten het maximum van 800 woorden hadden overschreden en geen van hen op de op 26 mei 1988 vastgestelde lijst van geschikte kandidaten was geplaatst .
18 Uit het arrest van het Gerecht blijkt evenwel, dat de Commissie niet bij machte was haar verklaringen te bewijzen, daar de schriftelijke proeven van het vergelijkend onderzoek bij vergissing waren vernietigd . Ook de getuigen die door het Gerecht zijn gehoord, konden de door de Commissie gestelde feiten niet bevestigen .
19 In die omstandigheden was het Gerecht van oordeel, dat het niet in staat was te onderzoeken, of het beginsel van gelijke behandeling van de kandidaten bij de correctie van de tweede schriftelijke proef in acht was genomen, noch of de uitslag van het vergelijkend onderzoek door dat gebrek wellicht vervalst was .
20 Het Gerecht kwam tot de slotsom, dat de vordering van de verzoekers in de procedure voor het Gerecht moest worden toegewezen en dat "het besluit van de jury van vergelijkend onderzoek COM/A/482 betreffende de correctie van de tweede schriftelijke proef, alsmede de in het verdere verloop van het vergelijkend onderzoek genomen besluiten" moesten worden nietigverklaard .
21 Vastgesteld moet worden, dat de procedure voor het Gerecht geen betrekking had op de aanstellingen die op het in geding zijnde vergelijkend onderzoek zijn gevolgd, en dat ook het dictum van het arrest van het Gerecht daarop geen betrekking heeft .
22 De procedure van het vergelijkend onderzoek volgens bijlage III bij het Statuut eindigt immers met de vaststelling van de lijst van geschikte kandidaten en de toezending van deze lijst, te zamen met het met redenen omklede juryrapport, aan het tot aanstelling bevoegd gezag . Dat het Gerecht behalve het jurybesluit betreffende de correctie van de tweede schriftelijke proef ook de in het verdere verloop van het vergelijkend onderzoek genomen besluiten heeft nietigverklaard, kan dus hoogstens betekenen dat ook de lijst van geschikte kandidaten nietig is .
23 Uit 's Hofs rechtspraak blijkt trouwens ( zie arrest van 14 juli 1983, zaak 144/82, Detti, Jurispr . 1983, blz . 2421 ), dat wanneer het, zoals in casu, gaat om een algemeen vergelijkend onderzoek met het oog op de vorming van een aanwervingsreserve, zelfs een onregelmatigheid in het verloop van de procedure, waardoor inbreuk wordt gemaakt op het beginsel van gelijke behandeling van de kandidaten, niet automatisch meebrengt dat de latere aanstellingen ongeldig zijn .
24 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat de Commissie niet verplicht is om, in afwachting van 's Hofs uitspraak op de hogere voorziening, de aanstellingen in te trekken die vóór de datum van het arrest van het Gerecht hebben plaatsgevonden .
25 Het verzoek van de Commissie in kort geding strekt nu juist tot opschorting van de tenuitvoerlegging van het bestreden arrest voor zover het een dergelijke verplichting meebrengt . Daar deze verplichting niet bestaat, is het verzoek tot opschorting zonder voorwerp en dient het te worden afgewezen .
Dictum
DE PRESIDENT
beschikt :
1 ) Het verzoek in kort geding wordt afgewezen .
2 ) De beslissing over de kosten wordt aangehouden .
Luxemburg, 27 november 1990 .
Full & Egal Universal Law Academy