Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
EGA - Veiligheidscontrole - Op ondernemingen toepasselijke sancties - Onderbeheerstelling - Schorsende werking van beroep op Hof - Onderzoek door Hof van verzoek tot onmiddellijke tenuitvoerlegging
( EGA-Verdrag, artikel 83, lid 2, tweede alinea )
Partijen
In zaak C-308/90,
Advanced Nuclear Fuels GmbH, vennootschap naar Duits recht, te Lingen ( Bondsrepubliek Duitsland ), vertegenwoordigd door D . Sellner, advocaat te Bonn, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij E . Arendt, advocaat aldaar, 4, avenue Marie-Thérèse,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J . Grunwald, lid van haar juridische dienst, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Berardis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een verzoek van de Commissie krachtens artikel 83, lid 2, Euratom-Verdrag om de onmiddellijke tenuitvoerlegging te gelasten van beschikking 90/413/Euratom van de Commissie van 1 augustus 1990 betreffende een procedure houdende toepassing van artikel 83 van het Euratom-Verdrag ( PB 1990, L 209, blz . 27 ), en van beschikking 90/465/Euratom van de Commissie van 20 augustus 1990 inzake de aanwijzing van de groep van personen belast met de tenuitvoerlegging van beschikking 90/413/Euratom betreffende een procedure houdende toepassing van artikel 83 van het Euratom-Verdrag ( PB 1990, L 241, blz . 14 ),
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, G . F . Mancini, T . F . O' Higgins, J . C . Moitinho de Almeida, G . C . Rodríguez Iglesias, M . Díez de Velasco, kamerpresidenten, Sir Gordon Slynn, C . N . Kakouris, R . Joliet, F . A . Schockweiler, F . Grévisse, M . Zuleeg en P . J . G . Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal : F . G . Jacobs
griffier : J.-G . Giraud
gehoord de advocaat-generaal,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 6 oktober 1990 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft Advanced Nuclear Fuels GmbH, te Lingen ( Bondsrepubliek Duitsland ), ( hierna : "ANF-Lingen ") krachtens artikel 146 Euratom-Verdrag nietigverklaring gevorderd van beschikking 90/413/Euratom van de Commissie van 1 augustus 1990 betreffende een procedure houdende toepassing van artikel 83 van het Euratom-Verdrag ( PB 1990, L 209, blz . 27 ), en van beschikking 90/465/Euratom van de Commissie van 20 augustus 1990 inzake de aanwijzing van de groep van personen belast met de tenuitvoerlegging van beschikking 90/413/Euratom betreffende een procedure houdende toepassing van artikel 83 van het Euratom-Verdrag ( PB 1990, L 241, blz . 14 ).
2 Artikel 83, leden 1 en 2, Euratom-Verdrag luidt als volgt :
"1 . Ingeval personen of ondernemingen inbreuk maken op de verplichtingen welke hun door dit hoofdstuk worden opgelegd, kan de Commissie sancties tegen hen uitspreken .
Deze sancties zijn, naar hun gewicht gerangschikt, de volgende :
a ) de waarschuwing,
b ) het intrekken van bijzondere voordelen, zoals financiële bijstand of technische hulp,
c ) het stellen van de onderneming, voor een tijdsduur van ten hoogste vier maanden, onder het beheer van een persoon of groep van personen, daartoe aangewezen in onderlinge overeenstemming tussen de Commissie en de staat waaronder de onderneming ressorteert,
d ) het geheel of gedeeltelijk intrekken van grondstoffen of van bijzondere splijtstoffen .
2 . De beschikkingen van de Commissie houdende verplichting tot levering welke zijn vastgesteld ter uitvoering van het voorgaande lid, vormen een executoriale titel . Zij kunnen op het grondgebied van de Lid-Staten ten uitvoer worden gelegd, onder de in artikel 164 vastgestelde voorwaarden .
In afwijking van de bepalingen van artikel 157 heeft het beroep bij het Hof van Justitie tegen de beschikkingen van de Commissie waarbij sancties worden opgelegd als bepaald in het voorgaande lid, schorsende werking . Het Hof van Justitie kan echter, op verzoek van de Commissie of van elke betrokken Lid-Staat, de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beschikking bevelen .
De bescherming der geschade belangen moet door een passende rechtsprocedure worden gewaarborgd ."
3 In haar verweerschrift alsmede bij afzonderlijke akte, neergelegd ter griffie van het Hof op 7 respectievelijk 15 november 1990, heeft de Commissie krachtens artikel 83, lid 2, tweede alinea, tweede zin, Euratom-Verdrag het Hof verzocht, de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beschikkingen 90/413 en 90/465 te bevelen .
4 Bij haar beschikking 90/413 heeft de Commissie krachtens artikel 83, lid 1, sub c, Euratom-Verdrag ANF-Lingen voor de duur van vier maanden onder beheer geplaatst, en wel uitsluitend wat de onder hoofdstuk VII van de tweede titel van het Euratom-Verdrag vallende aspecten van de veiligheidscontrole betreft . Bij haar beschikking 90/465 heeft de Commissie de groep van personen aangewezen die van 21 augustus tot en met 21 december 1990 met dat beheer zijn belast .
5 De beschikkingen 90/413 en 90/465 zijn gegeven nadat de Commissie op 16 mei 1990 er door ANF-Lingen van in kennis was gesteld, dat zij in mei 1990 kerntechnisch materiaal uit de Bondsrepubliek Duitsland had uitgevoerd naar haar moedermaatschappij Advanced Nuclear Fuels, te Richland ( Verenigde Staten ) ( hierna : "ANF-Richland "), zonder van die uitvoer mededeling te doen .
6 Die uitvoer was mogelijk geworden door een samenloop van - niet betwiste - omstandigheden die in de motivering van beschikking 90/413 zijn beschreven als volgt :
"Op 8 mei 1990 werd een laadbord met twee containers die elk twee koffers bevatten, van de opslagzone naar de materiaalinvoersluis van de fabriek vervoerd om er een koffer met tot 3,30 % verrijkte uraniumtabletten uit te halen .
Daarna werd het laadbord met de twee containers per vergissing in de open lucht in de nabijheid van de opslagzone voor lege containers neergezet en daar vergeten . De twee containers van dit laadbord bevatten dus nog slechts drie koffers : één met 49,84 kg tot 2,70 % verrijkt uraniumoxyde ( UO2 ) en twee andere met respectievelijk 49,86 kg en 47,29 kg tot 3,95 % verrijkt uranium .
Op 11 mei 1990 's ochtends, tijdens de voorbereiding van een zending van 72 lege containers met als bestemming ANF-Richland, werd het laadbord in kwestie door een andere werknemer bij vergissing geladen op een vrachtwagen van een onderneming die normale goederen transporteert .
De hiermee belaste werknemer stelde vast dat de containers op het voornoemde laadbord voorzien waren van het door de nationale wetgeving voorgeschreven etiket dat de aanwezigheid van radioactief materiaal aangeeft . In de veronderstelling dat deze containers, gezien hun aanwezigheid in deze zone, leeg en voor verzending bestemd waren, verwijderde hij dit etiket en verving het door etiketten die aangaven dat de containers leeg waren . Diezelfde dag om 19.00 uur werd de vrachtwagen op de luchthaven van Luxemburg-Findel gelost en werd de lading klaargemaakt voor het luchttransport .
Op 12 mei 1990 werden de containers per vrachtvliegtuig naar Seattle ( Verenigde Staten ) getransporteerd, waar zij om 21.10 uur plaatselijke tijd zijn aangekomen .
Op 14 mei 1990 werden de containers over de weg naar ANF-Richland vervoerd, waar zij op 15 mei 1990 zijn aangekomen .
ANF-Lingen werd diezelfde dag gewaarschuwd door ANF-Richland, die bij een dosimetrische routinecontrole de aanwezigheid van kernmateriaal in de twee leeg gewaande containers had geconstateerd . Bij het onmiddellijk uitgevoerde onderzoek van de zegels bleek dat men uit de drie koffers in kwestie onmogelijk materiaal heeft kunnen wegnemen .
Op 16 mei 1990 bracht ANF-Lingen het directoraat Veiligheidscontrole van de Commissie op de hoogte van de feiten .
Op 17 mei 1990 stelde ANF-Lingen ook het Voorzieningsagentschap van Euratom in kennis van het gebeurde ."
7 Opgemerkt zij nog, dat er volgens partijen op geen enkel moment stralingsgevaar heeft bestaan voor het bedrijfspersoneel of voor het milieu, ook niet tijdens het transport .
8 Krachtens artikel 83 van het Verdrag heeft de Commissie tegen de onderneming de sanctie van onderbeheerstelling uitgesproken . In artikel 1 van beschikking 90/413 constateert zij daartoe, dat ANF-Lingen "inbreuk heeft gemaakt op artikel 79 van het Euratom-Verdrag, als nader omschreven in de artikelen 10, 11 en 24 van verordening ( Euratom ) nr . 3227/76" van de Commissie van 19 oktober 1976 houdende toepassing van de bepalingen inzake de veiligheidscontrole van Euratom ( PB 1976, L 363, blz . 1 ), "en in code 3.1.2 van de beschikking van de Commissie van 5 juni 1985 inzake de bijzondere controlebepalingen, door : a ) na te laten van de uitvoer voorafgaand kennis te geven; b ) de voorschriften inzake het registreren van de inventariswijzigingen niet na te leven; c ) de voorschriften niet na te leven inzake de opstelling van werkstaten met betrekking tot veranderingen in de hoeveelheden en veranderingen in de samenstelling van kerntechnisch materiaal ."
9 Tot staving van haar verzoek tot onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beschikkingen 90/413 en 90/465 betoogt de Commissie, dat voorkomen dient te worden dat het opnieuw tot een niet aangemelde uitvoer van kerntechnisch materiaal komt, vooral omdat ANF-Lingen zo vaak containers laat vervoeren en dat ook in de toekomst van plan is te blijven doen . De onderbeheerstelling van ANF-Lingen gedurende de periode van 21 augustus tot 21 december 1990 zou noodzakelijk zijn om in samenwerking met de met het beheer belaste personen een geautomatiseerd controlestelsel te kunnen opzetten, waarvan de goede werking bepalend zal zijn voor het beoordelingsrapport dat de beheerders ingevolge artikel 3, lid 3, van beschikking 90/413 uiterlijk acht dagen na beëindiging van hun taak aan de Commissie zullen voorleggen .
10 ANF-Lingen verklaart, dat zij behalve de Commissie en het Voorzieningsagentschap van Euratom ook het Ministerie van Milieu van Niedersachsen in kennis heeft gesteld van het gebeurde rond de niet aangemelde uitvoer van kerntechnisch materiaal . Na een bezoek aan het bedrijf te Lingen hadden de vertegenwoordigers van het ministerie opdracht gegeven de voor de exploitatie van het bedrijf te Lingen geldende veiligheidsvoorschriften te completeren . Niet slechts was zij deze opdracht onverwijld nagekomen, maar ook had zij eigener beweging verdere maatregelen genomen om te verhinderen dat het nogmaals tot een uitvoer zou komen als waarop de beschikkingen 90/413 en 90/465 betrekking hebben . Zo had zij besloten dat lege koffers, alvorens in de containers te worden geplaatst, als leeg moeten worden gekenmerkt en dat de straling bij iedere verlading van lege containers moet worden gemeten . ANF-Lingen wijst er voorts op, dat de ontwikkeling en toepassing van een geautomatiseerd controlesysteem in samenwerking met de Commissie niet de betekenis heeft die de Commissie eraan hecht; dat systeem is al sinds oktober 1990 operationeel en in bedrijf . Daarom had de Commissie bij voorbeeld overeenkomstig artikel 81 Euratom-Verdrag inspecteurs met een controleopdracht naar de Lid-Staten kunnen sturen in plaats van de sanctie van onderbeheerstelling toe te passen .
11 Ten slotte verklaart ANF-Lingen zich niet te verzetten tegen verdere tenuitvoerlegging van de haar opgelegde sanctie tot het einde van de periode van vier maanden . Zij meent daarom, dat het niet noodzakelijk is dat het Hof uitdrukkelijk beslist tot onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beschikkingen 90/413 en 90/465 .
12 In de eerste plaats moet worden beklemtoond, dat de realiteit van de feiten, zoals gerelateerd in de motivering van beschikking 90/413, tussen partijen in wezen niet in geding is .
13 Voorts blijkt uit het dossier, dat ANF-Lingen, die sinds 1979 actief is, ongeveer 200 werknemers heeft en sinds genoemd jaar meer dan 350 uraniumtransporten afkomstig van ANF-Richland heeft geregistreerd en elke keer de containers leeg aan die onderneming heeft teruggezonden . Bij al die transporten is nooit een fout gemaakt zoals die waarop beschikking 90/413 betrekking heeft .
14 Niettemin moet worden vastgesteld, dat de niet aangemelde uitvoer door derden onder de aandacht van ANF-Lingen is gebracht en dat deze in tussentijd niet had bemerkt dat er bij haar kerntechnisch materiaal was verdwenen, dat ten onrechte als "leeg" geëtiketteerde containers radio-actief materiaal bevatten, en dat deze containers waren verzonden in strijd met de veiligheidsvoorschriften welke voor het vervoer van radio-actieve stoffen van de Bondsrepubliek Duitsland naar de Verenigde Staten gelden .
15 Gelet hierop moet worden erkend, dat de maatregelen inzake de veiligheidscontrole van het bedrijf te Lingen op passende wijze moeten worden gecompleteerd - wat ANF-Lingen ook niet bestrijdt -, ten einde een herhaling van niet-aangemelde exporten, in het bijzonder naar ANF-Richland, te voorkomen .
16 Waar ANF-Lingen deze noodzaak heeft erkend door zelf tot aanvullende controlemaatregelen te besluiten, en waar zij zich er niet tegen verzet, dat de onderneming gedurende vier maanden onder beheer blijft, zijn er termen aanwezig om de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beschikkingen 90/413 en 90/465 tot het einde van de periode van vier maanden te gelasten .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
beschikt :
1 ) Beschikking 90/413/Euratom van de Commissie van 1 augustus 1990 betreffende een procedure houdende toepassing van artikel 83 van het Euratom-Verdrag, en beschikking 90/465/Euratom van de Commissie van 20 augustus 1990 inzake de aanwijzing van de groep van personen belast met de tenuitvoerlegging van beschikking 90/413/Euratom van de Commissie van 1 augustus 1990 betreffende een procedure houdende toepassing van artikel 83 van het Euratom-Verdrag, worden onmiddellijk ten uitvoer gelegd .
2 ) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden .
Luxemburg, 7 december 1990 .
Full & Egal Universal Law Academy