CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
C. GULMANN
van 16 februari 1993 ( *1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1.
In de onderhavige zaak verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet de nodige maatregelen te treffen om zich te voegen naar het arrest van het Hof van 17 juni 1987 (zaak 1/86, Commissie/België) ( 1 ), de krachtens artikel 171 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen. In dat arrest heeft het Hof vastgesteld, dat België niet binnen de voorgeschreven termijn had voldaan aan richtlijn 80/68/EEG van de Raad van 17 december 1979 betreffende de bescherming van grondwater tegen de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen. ( 2 )
2.
Tot staving van haar conclusies heeft de Commissie verschillende grieven in haar verzoekschrift naar voren gebracht. België heeft slechts één van deze grieven bestreden. De Commissie heeft die grief vervolgens ingetrokken. ( 3 )
3.
Ten aanzien van de overige grieven heeft België in haar verweerschrift uiteengezet, dat de noodzakelijke bepalingen om richtlijn 80/68 naar behoren uit te voeren, ofwel reeds in werking waren getreden ofwel in de vorm van een ontwerp waren gepresenteerd. In haar conclusie van dupliek heeft België laten weten, dat een aantal van die ontwerpen inmiddels waren vastgesteld. In die omstandigheden heeft de Commissie, in antwoord op een vraag van het Hof, verschillende van de geformuleerde grieven ingetrokken. ( 4 )
4.
Ter terechtzitting heeft de Commissie te kennen gegeven dat zij, na aanvullende aanwijzingen zijdens de Belgische regering te hebben verkregen, alsnog van bepaalde onderdelen van haar laatste grief wenste af te zien. ( 5 ) De Commissie heeft derhalve slechts één grief gehandhaafd, inhoudende dat het Belgische decreet van 30 april 1990 de richtlijn niet naar behoren uitvoert, in zoverre dit decreet zich niet uitstrekt tot de in lijst II van de richtlijn opgesomde stoffen, terwijl uit artikel 5 van de richtlijn voortvloeit, dat de lozing van deze stoffen voorwerp dient te vormen van actieve maatregelen zijdens de Lid-Staten. ( 6 ) Tevens heeft de Commissie haar conclusie inzake de kosten in stand gelaten.
5.
De Belgische regering heeft ter terechtzitting verklaard, dat België noch deze grief noch de conclusie van de Commissie met betrekking tot de kosten betwist.
Conclusie
6.
Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging, het beroep van de Commissie toe te wijzen en het Koninkrijk België in de kosten te veroordelen.
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Deens.
( 1 ) Jurispr. 1987, blz. 2797.
( 2 ) PB 1980, L 20, blz. 43.
( 3 ) Zie punten 6 en 7 van het antwoord van de Commissie op de vraag van het Hof.
( 4 ) Zie punten 3-5, 8 en 9 van het antwoord van de Commissie op de vraag van het Hof.
( 5 ) Zie onderdeel B van het antwoord van de Commissie op de vraag van het Hof.
( 6 ) Punt 24 van het verzoekschrift.
Full & Egal Universal Law Academy