CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
C. O. LENZ
van 10 november 1992 ( *1 )
Mijnheer de President,
mijne beren Rechters,
A — Inleiding
1.
In het beroep wegens niec-nakoming waar het in deze conclusie om gaat, verwijt de Commissie het Koninkrijk België, artikel 11 van richtlijn 85/203/EEG inzake luchtkwaliteitsnormen voor stikstofdioxyde ( 1 ) niet in intern recht te hebben omgezet en hierdoor de krachtens het gemeenschapsrecht op hem rustende verplichtingen niet te zijn nagekomen.
2.
De Lid-Staten kunnen waarden vaststellen die strenger zijn dan die vermeld in de richtlijn (artikelen 4 en 5 van de richtlijn).
3.
Richtlijn 85/203 is in Belgisch recht omgezet bij koninklijk besluit van 1 juli 1986. ( 2 ) Artikel 11 van richtlijn 85/203, dat noch letterlijk, noch in de vorm van overeenkomstige bepalingen in het koninklijk besluit is overgenomen, voorziet in overleg met andere Lid-Staten met de mogelijkheid van deelname van de Commissie, wanneer volgens lid 1 een Lid-Staat voornemens is in een gebied in de nabijheid van een grens strengere waarden vast te stellen, en wanneer volgens lid 2 de waarden dreigen te worden overschreden ten gevolge van een verontreiniging die een andere Lid-Staat als oorsprong heeft of kan hebben.
4.
De Belgische regering brengt daartegen in, dat het hierbij om zuiver instrumentele bepalingen gaat die geen letterlijke omzetting vereisen. Afgezien daarvan zou de Belgische Staat niet voornemens zijn, gebruik te maken van de in de artikelen 4 en 5 van richtlijn 85/203 bedoelde mogelijkheid om strengere waarden vast te stellen, en zelfs in het geval dat voor grensgebieden wel strengere waarden zouden gelden, zou voorafgaand overleg met het buurland uit de aard der zaak voortvloeien, aangezien eenzijdige verbetering van de luchtkwaliteit onmogelijk is.
5.
Voor een nadere uiteenzetting van de feiten en de toepasselijke bepalingen en voor de middelen en argumenten van partijen verwijs ik naar het rapport ter terechtzitting.
B — Juridische beoordeling
6.
Vaststaat dat artikel 11 van richtlijn 85/203 niet in de door de Lid-Staat vastgestelde omzettingshandeling is overgenomen. Van belang is enkel nog de vraag, of die aan een Lid-Staat opgelegde verplichting tot overleg omzetting vereist, aangezien er geen twijfel bestaat over het verbindend karakter van een aan een Lid-Staat in de vorm van een richtlijn opgelegde verplichting (artikel 189, derde alinea, EEG-Verdrag).
7.
Voor de beantwoording van deze vraag moet worden vastgesteld, welk orgaan ingevolge de verdeling van nationale bevoegdheden bevoegd is om grens- of richtwaarden vast te stellen die strenger zijn dan die vermeld in de richtlijn. Indien deze taak uitsluitend aan de regering van de Lid-Staat was opgedragen, zou omzetting in voorkomend geval niet nodig zijn geweest, aangezien artikel 11 van de richtlijn reeds voorziet in een voor de Lid-Staat rechtstreeks bindende verplichting.
8.
In het verzoekschrift wordt evenwel gesuggereerd, dat volgens de bevoegdheidsverdeling in België de vaststelling van strengere waarden een taak van de regionale overheden kan zijn. Deze suggestie werd versterkt ter terechtzitting, waar werd verklaard dat juist op milieugebied bepaalde bevoegdheden aan de regio's zijn overgedragen.
9.
De verplichting tot overleg rust echter op de regeringen van de Lid-Staten, tot wie de richtlijn is gericht (artikel 16), en niet op de regio's. Ter verzekering van de nakoming van de verplichting tot overleg dient deze te worden opgelegd aan de houders van de wetgevende macht. Aangezien de Belgische Staat niet heeft voldaan aan de vereisten voor wat de omzetting van richtlijn 85/203 betreft, geef ik het Hof in overweging het beroep van de Commissie toe te wijzen.
C — Conclusie
10.
Ik geef het Hof in overweging om te verklaren als volgt:
„1)
Door niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen voor het omzetten in intern recht van de verplichtingen bedoeld in artikel 11 van richtlijn 85/203/EEG van de Raad van 7 maart 1985 inzake luchtkwaliteitsnormen voor stikstofdioxyde, is het Koninkrijk België de krachtens die richtlijn alsmede artikel 189 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten van de procedure.”
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Duits.
( 1 ) Richtlijn 85/203/EEG van de Raad van 7 maart 1985 inzake luclitkwaliteilsnornien voor stikstofdioxyde (PB 1985, L 87, blz. 1), gewijzigd bij richtlijn 85/580/EEG van de Rad van 20 december 1985 (PB 1985, L 372, blz. 36).
( 2 ) Belgisch Staatsblad van 23.9.1986, blz. 12867.
Full & Egal Universal Law Academy