CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
G. TESAURO
van 12 januari 1993 ( *1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1.
Met het onderhavige beroep verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen, dat de Franse Republiek, door buiten het kader van artikel 7, lid 3, van richtlijn 76/768/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake kosmetische produkten ( 1 ), het aanleggen, indienen en bijwerken van een dossier te eisen, de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2.
Onder verwijzing naar het rapport ter terechtzitting voor de bijzonderheden herinner ik er hier slechts aan, dat de bestreden Franse regeling ( 2 ) het aanleggen van een dossier voorschrijft dat, naast de informatie die een Lid-Staat uit hoofde van artikel 7, lid 3, van de richtlijn betreffende kosmetische produkten mag vragen „met het oog op een snelle en afdoende behandeling in geval van stoornissen van de gezondheid”, een aantal andere gegevens moet bevatten, waarvan enkele reeds krachtens de richtlijn (artikel 6, lid 1) op de verpakking, de recipiënt of het etiket van het produkt moeten zijn aangebracht, en andere in het geheel niet door genoemde richtlijn zijn voorgeschreven.
Hoewel de Franse regering het standpunt van de Commissie, dat slechts het vermelden van de samenstelling van het produkt behoort tot de in artikel 7, lid 3, van de richtlijn bedoelde informatie, geenszins betwist, rechtvaardigt zij de eis dat het dossier ook andere gegevens dient te bevatten, met een beroep op de bescherming van de volksgezondheid en beklemtoont zij, dat op dit moment bij de Raad een voorstel tot wijziging van de in geding zijnde richtlijn aanhangig is, dat ertoe strekt, op communautair vlak een zelfde dossier verplicht te stellen als waarin de omstreden Franse regeling voorziet.
3.
Wat de opportuniteit van het onderhavige beroep betreft, gezien het thans bij de Raad aanhangige wijzigingsvoorstel, is het voldoende er hier aan te herinneren, zonder dat onderzocht behoeft te worden of een dergelijk voorstel aan de niet-nakoming een einde zou kunnen maken, dat het Hof reeds heeft vastgesteld, dat „het enkele feit dat aan de Raad reeds een voorstel voor een wetgevende handeling is voorgelegd, waarvan de vaststelling en de omzetting in nationaal recht een einde zou kunnen maken aan de door de Commissie gestelde inbreuk, de Commissie niet belet, een beroep wegens niet-nakoming in te stellen”. ( 3 )
Dit vooropgesteld, merk ik op, dat het Hof in het arrest Provide ( 4 ) heeft vastgesteld, dat de richtlijn betreffende kosmetische produkten „een volledige harmonisatie van de nationale bepalingen inzake verpakking en etikettering van kosmetische produkten tot stand heeft gebracht”, zodat het een Lid-Staat niet is toegestaan het op de markt brengen van kosmetische produkten te onderwerpen aan andere eisen dan die van de richtlijn. In een recenter arrest van 18 maart 1992 ( 5 ) heeft het Hof bovendien een Griekse regeling onverenigbaar met die richtlijn verklaard, die het aanleggen van een dossier voorschreef met aan die van de bestreden Franse regeling analoge, maar door bedoelde richtlijn niet vereiste gegevens.
4.
Juist onder verwijzing naar laatstgenoemd arrest heeft de Franse regering bij brief van 30 december 1992 meegedeeld, dat zij kennis had genomen van de door het Hof gegeven uitlegging van de richtlijn betreffende kosmetische produkten, en verzekerd hieruit de voor haar interne wetgeving nodige conclusies te zullen trekken. De Franse regering heeft de inbreuk die haar wordt verweten, dus in wezen erkend.
5.
Ik geef het Hof derhalve in overweging het beroep gegrond te verklaren en verweerster te verwijzen in de kosten.
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Italiaans.
( 1 ) PB 1976, L 262, blz. 169.
( 2 ) Zie artikel L.658-3 van de Code de la santé publique.
( 3 ) Arrest van 4 december 1986, zaak 205/84, Commissie/Duitsland, Jurispr. 1986, blz. 3755.
( 4 ) Arrest van 23 november 1989, zaak C-150/88, Jurispr. 1989, bk. 3891.
( 5 ) Arrest van 18 maart 1992, zaak C-29/90, Commissie/Griekenland, Jurispr. 1992, blz. I-1981.
Full & Egal Universal Law Academy