CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
G. TESAURO
van 16 december 1992 ( *1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1.
In de onderhavige zaak legt het Bundesfinanzhof het Hof vier prejudiciële vragen voor, die in wezen erop zijn gericht te vernemen, hoe een zetmeelhoudend produkt (met een zetmeelgehalte van 99 gewichtspercenten en een acetylgehalte van 0,65 gewichtspercent, vastgesteld volgens de methode van Ewers), bestaande uit natuurlijk aardappelzetmeel vermengd met een geneutraliseerd en van acetaldehyde ontdaan aardappelzetmeelester, in de gecombineerde nomenclatuur moet worden ingedeeld.
Dit produkt is bestemd voor gebruik in de papier- en textielindustrie en is naar zijn aard ook geschikt voor menselijke consumptie, ofschoon de nationale levensmiddelenwetgeving dit niet toestaat.
2.
Om te beginnen zij opgemerkt, dat zetmeel in beginsel onder hoofdstuk 11 van de gecombineerde nomenclatuur (produkten van de meelindustrie; mout; zetmeel; inuline; tarwegluten) valt en dat meer in het bijzonder postonderverdeling 11081300 aardappelzetmeel als zodanig noemt.
Volgens aantekening 1 b) bij hoofdstuk 11 zijn evenwel meel, gries, griesmeel en zetmeel, bereid als bedoeld bij post 1901, van dit hoofdstuk uitgezonderd. Derhalve moet eerst worden nagegaan, of het in geding zijnde produkt niet onder laatstgenoemde post valt.
Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van de toelichtingen op het geharmoniseerd systeem ( 1 ), volgens welke post 1901, die in het bijzonder betrekking heeft op bereidingen van griesmeel of zetmeel voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen, een groep voedingsmiddelen omvat op basis van meel, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, die hun wezenlijk karakter aan deze bestanddelen ontlenen. In de toelichtingen heet het verder, dat deze preparaten in de regel worden gebruikt voor het vlug bereiden van dranken, pap, brij, kindervoeding of dieetspijzen, en dat zij ook kunnen voorkomen als halffabrikaten bestemd voor de levensmiddelenindustrie.
Hoewel de fysische eigenschappen van het in geding zijnde produkt niet in de weg staan aan indeling onder post 1901, dient erop te worden gewezen, dat deze post specifiek betrekking lijkt te hebben op voor de levensmiddelenindustrie bestemde produkten, terwijl het zetmeelhoudende mengsel waarover het thans gaat, weliswaar in beginsel geschikt is voor menselijke consumptie, maar in feite niet daarvoor bestemd lijkt te zijn. De nationale wettelijke regeling lijkt het verhandelen ervan als levensmiddel zelfs te verbieden.
3.
Alvorens te concluderen, dat het in geding zijnde produkt, bestaande uit een mengsel van aardappelzetmeel en aardappelzetmeelester, kan worden ingedeeld onder postonderverdeling 11081300, die met name enkel betrekking heeft op aardappelzetmeel, moet evenwel worden nagegaan, of niet andere posten van de nomenclatuur meer in aanmerking komen.
Verzoekster in het hoofdgeding is met name van oordeel, dat een zetmeelhoudend mengsel als het onderhavige beter onder postonderverdeling 35051050, betreffende door ethervorming of door verestering gewijzigd zetmeel, kan worden ingedeeld.
Volgens de toelichtingen op het geharmoniseerd systeem met betrekking tot post 3505 gaat het bij de door deze post omvatte dextrine en ander gewijzigd zetmeel om produkten die zijn verkregen door omzetting van zetmeel onder inwerking van warmte, van chemicaliën (zuren, alkaliën, enz.) of van diastasen (enzymen), alsmede zetmeel dat bij voorbeeld door oxydatie, verestering of ethervorming is gewijzigd. Als voorbeelden van veresterd zetmeel worden in de toelichtingen genoemd zetmeelacetaten, die in de textiel- of papierindustrie worden gebruikt, en zetmeelnitraten, die worden gebruikt bij de vervaardiging van springstoffen.
Van post 3505 — aldus nog steeds de toelichtingen — zijn uitgezonderd nietomgezet zetmeel (post 1108) en appreteermiddelen op basis van zetmeel of dextrine van de soort gebruikt in de textiel-, de papierindustrie of dergelijke industrieën (post 3809).
4.
Derhalve moet worden nagegaan, of het in geding zijnde produkt voor de tariefindeling kan worden aangemerkt als gewijzigd zetmeel en meer in het bijzonder als door verestering gewijzigd zetmeel.
In dit verband zij er om te beginnen aan herinnerd dat, voor zover uit de verwijzingsbeschikking valt op te maken, het in casu toegepaste procédé niet tot werkelijke verestering van het zetmeel heeft geleid, omdat de aardappelzetmeelester vóór de vermenging met het natuurlijk zetmeel van acetaldehyde ontdaan en geneutraliseerd was.
Bovendien moet met betrekking tot het door verzoekster in het hoofdgeding geformuleerde bezwaar, dat het betrokken produkt zich uiterlijk niet onderscheidt van een aardappelzetmeelester met een lage substitutiegraad, worden opgemerkt, dat volgens de rechtspraak van het Hof ( 2 ) de omstandigheid dat twee produkten geen zodanige kenmerken en objectieve eigenschappen bezitten dat zij op grond daarvan van elkaar kunnen worden onderscheiden, niet meebrengt dat zij op de grondslag van andere objectieve factoren die kunnen worden bewezen, niet verschillend kunnen worden behandeld.
5.
Volgens algemene regel 3 b) voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur worden mengsels en werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan zij' hun wezenlijk karakter ontlenen. Zoals de Commissie evenwel terecht heeft opgemerkt, moet er, gezien de verhouding tussen de zetmeelester en het natuurlijk zetmeel, van worden uitgegaan, dat veeleer het natuurlijk zetmeel het bestanddeel is dat het karakter van het in geding zijnde produkt bepaalt. Bovendien bevat de verwijzingsbeschikking geen aanwijzing dat de in het mengsel aanwezige aardappelzetmeelester het wezenlijke karakter van het mengsel bepaalt, terwijl blijkens een door de verwijzende rechter aangehaald advies van de Bundesforschungsanstalt für Getreide- und Kartoffelverarbeitung het karakter van het natuurlijk zetmeel niet wordt gewijzigd door vermenging in droge toestand met aardappelzetmeelester.
Gezien het voorafgaande kan mijns inziens ook postonderverdeling 35051090, betreffende ander gewijzigd zetmeel, niet in aanmerking komen, aangezien ook deze postonderverdeling in elk geval een substantiële wijziging van het oorspronkelijke produkt vooronderstelt. In de toelichtingen op het geharmoniseerd systeem worden immers bij wijze van voorbeeld dialdehydzetmeel en zetmeel behandeld met formaldehyde of epichloorhydrine genoemd.
6.
De verwijzende rechter vraagt vervolgens uitdrukkelijk, of het in geding zijnde produkt waarvan, zoals hij preciseert, de bestemming niet valt af te leiden uit de samenstelling en de presentatie, als ander preparaat op basis van zetmeel, van de soort gebruikt in de textiel- en papierindustrie, elders genoemd noch elders onder begrepen, onder post 3809 moet worden ingedeeld.
Dienaangaande zij opgemerkt, dat deze indeling reeds op grond van de tekst van aantekening 1 b) bij hoofdstuk 38 uitgesloten lijkt te zijn, aangezien daarin wordt gezegd, dat mengsels met voedingsstoffen of met andere stoffen die voedingswaarde bezitten, van de soort gebruikt bij de bereiding van produkten voor menselijke consumptie, niet onder dit hoofdstuk vallen.
Deze mogelijkheid dient mijns inziens vooral te worden uitgesloten op grond van de toelichtingen op het geharmoniseerd systeem, volgens welke post 3809 een groot aantal produkten en preparaten omvat die in de regel worden gebruikt bij de vervaardiging of de afwerking van textielgarens, weefsels, vilt, papier, karton, leder of dergelijke stoffen.
In deze toelichtingen heet het verder, dat deze produkten op grond van hun samenstelling en presentatie, die hun een bijzonder gebruik toekennen in de in de tekst van deze post genoemde industrieën (textiel-, papieren lederindustrie) of in soortgelijke industrieën, onder post 3809 vallen.
Bij het in geding zijnde produkt ontbreekt evenwel deze kenmerking door de bestemming van het produkt, die overigens juist wegens de veelvuldige gebruiksmogelijkheden van zetmeelhoudende produkten noodzakelijk lijkt voor de indeling onder deze specifieke tariefpost. Zoals de verwijzende rechter zelf beklemtoont, lijkt dit produkt integendeel naar zijn aard en presentatie niet in het bijzonder bestemd voor gebruik in de zojuist genoemde chemische industrieën,
7.
Indien de posten 1901, 3505 en 3809 moeten worden uitgesloten, blijft er dus niets anders over dan terug te keren naar het uitgangspunt, dat wil zeggen post 1108 en meer in het bijzonder postonderverdeling 11081300, betreffende aardappelzetmeel, zulks overeenkomstig genoemde algemene regel 3 b), volgens welke mengsels worden ingedeeld naar de stof waaraan zij hun wezenlijk karakter ontlenen.
Verzoekster in het hoofdgeding is evenwel van oordeel, dat indelingsverordening (EEG) nr. 28/90 van de Commissie van 4 januari 1990 ( 3 ) aan deze indeling in de weg staat.
Volgens artikel 1 van deze verordening en punt 3 van de bijlage erbij dienen produkten in de vorm van een fijn, wit poeder, bestaande uit een mengsel van natuurlijk aardappelzetmeel en kleine hoeveelheden geacetylecrd aardappelzetmeel of zeer licht geacetyleerd aardappelzetmeel, en met een zetmeelgehalte van 95 gewichtspercenten of meer en een acetylgehaltc van minder dan 0,5 gewichtspercent, onder postonderverdeling 11081300 te worden ingedeeld. In de in de bijlage vermelde motivering heet het, dat deze produkten op grond van hun kenmerken (met name het lage acetylgehaltc) moeten worden beschouwd als zetmeel van GN-code 11081300 en niet als veresterd zetmeel van GN-code 35051050.
Volgens verzoekster bevestigen deze bepalingen, dat het onderhavige zetmeelhoudende produkt, dat een acetylgehalte van 0,65 gewichtspercent heeft, eerder onder postonderverdeling 35031050 moet worden ingedeeld.
8.
Dienaangaande zij in de eerste plaats opgemerkt dat, zoals de Commissie terecht heeft gesteld, niets erop wijst dat genoemde verordening ertoe strekt op basis van het acetylgehalte een onderscheid aan te brengen tussen natuurlijk zetmeel van postonderverdeling 11081300 en veresterd zetmeel van postonderverdeling 35051050. De verordening preciseert enkel, dat een zetmeelhoudend produkt met de in de bijlage omschreven kenmerken in elk geval onder postonderverdeling 11081300 moet worden ingedeeld, zonder evenwel precies aan te geven, hoe een zetmeelhoudend produkt met een iets hoger acetylgehalte dan 0,5 gewichtspercent moet worden ingedeeld.
In de tweede plaats zij eraan herinnerd, dat een indelingsverordening van de Commissie de tekst of de draagwijdte van de gecombineerde nomenclatuur in geen geval kan wijzigen en dat volgens vaste rechtspraak het beslissend criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de posten van het gemeenschappelijk douanetarief en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken daarvan zijn vastgelegd.
Hoewel het acetylgehalte van het zetmeel een indicator is voor de substitutiegraad ervan, dat wil zeggen aangeeft in hoeverre het zetmeel is gewijzigd, vormt een iets hoger acetylgehalte dan het in punt 3 van de bijlage bij verordening nr. 28/90 genoemde op zich geen voldoende grond om het in geding zijnde produkt als veresterd zetmeel in te delen.
9.
Gelet op een en ander geef ik het Hof derhalve in overweging, de vragen van het Bundesfinanzhof te beantwoorden als volgt:
„De gecombineerde nomenclatuur moet aldus worden uitgelegd, dat een zetmeelhoudend produkt (met een zetmeelgehalte van 99 gewichtspercenten en een acetylgehalte van 0,65 gewichtspercent, vastgesteld volgens de methode van Ewers), bestaande uit natuurlijk aardappelzetmeel vermengd met een geneutraliseerd en van acetaldehyde ontdaan aardappelzetmeelester, dat is bestemd voor gebruik in de papier- en textielindustrie, doch naar zijn aard ook geschikt is voor menselijke consumptie, ofschoon de nationale levensmiddelenwetgeving dit niet toestaat, onder postonderverdeling 11081300 moet worden ingedeeld.”
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Italiaans.
( 1 ) Volgens de rechtspraak van het Hof kunnen de toelichtingen de tekst van het douanetarief weliswaar niet wijzigen, doch zijn zij een belangrijk hulpmiddel bij de uitlegging ervan, aan de hand waarvan de inhoud van de diverse tariefposten en postonderverdelingen kan worden gepreciseerd en toegelicht.
( 2 ) Zie arrest van 12 december 1973, zaak 149/73, Witt, Jiirispr. 1973, blz. 1587.
( 3 ) PB 1990, L 3, blz. 9.
Full & Egal Universal Law Academy