Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet betwiste niet-nakoming
(EEG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-77/91,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door A. Aresu en M. B. Rodriguez Galindo, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij R. Hayder, representant van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door L. Ferrari Bravo, hoofd van de dienst Diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door P. G. Ferri, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn alle bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 81/851/EEG van de Raad van 28 september 1981 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB 1981, L 317, blz. 1), en aan richtlijn 81/852/EEG van de Raad van 28 september 1981 inzake de analytische, toxicologisch-farmacologische en klinische normen en voorschriften betreffende proeven op geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB 1981, L 317, blz. 16),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, R. Joliet, F. A. Schockweiler en F. Grévisse, kamerpresidenten, G. F. Mancini, J. C. Moitinho de Almeida, G. C. Rodríguez Iglesias, M. Zuleeg en J. L. Murray, rechters,
advocaat-generaal: C. Gulmann
griffier: J.-G. Giraud
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 16 januari 1992,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 26 februari 1991, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn alle bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 81/851/EEG van de Raad van 28 september 1981 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB 1981, L 317, blz. 1), en aan richtlijn 81/852/EEG van de Raad van 28 september 1981 inzake de analytische, toxicologisch-farmacologische en klinische normen en voorschriften betreffende proeven op geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB 1981, L 317, blz. 16).
2 Volgens artikel 51 van richtlijn 81/851 en artikel 3 van richtlijn 81/852 treffen de Lid-Staten de maatregelen die nodig zijn om binnen vierentwintig maanden na kennisgeving ervan aan deze richtlijnen te voldoen, en stellen zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
3 Van oordeel, dat de Italiaanse Republiek niet de nodige maatregelen had getroffen om genoemde richtlijnen binnen de gestelde termijn om te zetten, heeft de Commissie tegen deze Lid-Staat de niet-nakomingsprocedure van artikel 169 EEG-Verdrag ingesteld.
4 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport van de rechter -rapporteur. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
5 De Commissie stelt, dat de Lid-Staten als gevolg van het verbindend karakter van de richtlijnen gehouden zijn, binnen de gestelde termijn eraan te voldoen en de nodige maatregelen te treffen om ze in nationaal recht om te zetten.
6 De Italiaanse Republiek erkent, dat de wettelijke bepalingen die nodig zijn om de richtlijnen 81/851 en 81/852 uit te voeren, nog niet zijn vastgesteld, en verklaart enkel, dat dit verzuim binnenkort zal worden hersteld.
7 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor de uitvoering van de richtlijnen 81/851 en 81/852, de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
8 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende, verstaat:
1 Door niet binnen de gestelde termijn alle bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor de uitvoering van richtlijn 81/851/EEG van de Raad van 28 september 1981 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik en richtlijn 81/852/EEG van de Raad van 28 september 1981 inzake de analytische, toxicologisch-farmacologische en klinische normen en voorschriften betreffende proeven op geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, is de Italiaanse Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2 De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Full & Egal Universal Law Academy