Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1 Mededinging - Openbare bedrijven - Begrip - Eenheden, die in openbaar bestuur zijn geïntegreerd - Daaronder begrepen
(Richtlijn 88/301 van de Commissie, art. 1, tweede streepje)
2 Mededinging - Openbare bedrijven en ondernemingen waaraan Lid-Staten bijzondere of uitsluitende rechten verlenen - Markt van telecommunicatie-eindapparatuur - Onafhankelijkheid van eenheid belast met formele vastlegging van technische specificaties, controle op toepassing ervan en goedkeuring - Integratie in administratie, die eveneens is belast met exploitatie van openbaar net en uitvoering van commercieel beleid - Ontoelaatbaarheid
(Richtlijn 88/301 van de Commissie, art. 6)
3 Mededinging - Openbare bedrijven en ondernemingen waaraan Lid-Staten bijzondere of uitsluitende rechten verlenen - Nationale regeling houdende verbod van verhandeling van niet-goedgekeurde telecommunicatie-eindapparatuur - Formele vastlegging van technische specificaties en verlening van goedkeuring door lichaam dat niet voldoet aan vereiste van onafhankelijkheid van elke deelnemer op telecommunicatiemarkt - Ontoelaatbaarheid
(Richtlijn 88/301 van de Commissie, art. 6)
Samenvatting
4 Het feit, dat de exploitatie van het openbare net en de verkoop van eindapparatuur zijn toevertrouwd aan in het openbaar bestuur geïntegreerde eenheden, staat niet eraan in de weg, deze laatsten als openbare onderneming aan te merken in de zin van het gemeenschapsrecht en in het bijzonder van artikel 1, tweede streepje, van richtlijn 88/301. Immers, een orgaan dat economische activiteiten van industriële of commerciële aard verricht, behoeft niet noodzakelijk een van de staat onderscheiden rechtspersoonlijkheid te hebben om als openbare onderneming te kunnen worden beschouwd. Zou dit anders zijn, dan zou de doeltreffendheid van de bepalingen van de betrokken richtlijn en hun eenvormige toepassing in alle Lid-Staten in het gedrang komen.
5 Verschillende directies die tot dezelfde administratie behoren, welk is belast met zowel de exploitatie van het openbare net, de uitvoering van het commerciële beleid op het gebied van telecommunicatie, de formele vastlegging van de technische specificaties, als de controle op de toepassing hiervan en de goedkeuring van de eindapparatuur, kunnen bezwaarlijk als onderling onafhankelijk in de zin van artikel 6 van de richtlijn worden aangemerkt, dat bepaalt dat de formele vastlegging van de technische specificaties, de controle op de toepassing daarvan en de goedkeuring dienen te geschieden door een eenheid die onafhankelijk is van de particuliere en overheidsondernemingen die goederen en/of diensten op telecommunicatiegebied aanbieden.
6 Artikel 6 van richtlijn 88/301 verzet zich tegen een nationale regeling die marktdeelnemers onder strafbedreiging verbiedt, eindapparatuur te vervaardigen, in te voeren, ten verkoop in bezit te hebben, te verkopen of te distribueren, waarvan niet door overlegging van een goedkeuring of een ander als gelijkwaardig beschouwd document wordt aangetoond, dat die apparatuur voldoet aan een aantal essentiële vereisten met name verband houdende met de veiligheid van de gebruikers en de goede werking van het net, wanneer niet is gewaarborgd, dat de instantie die de goedkeuring verleent of een ander gelijkwaardig document afgeeft en de technische specificaties voor die apparatuur formeel vastlegt, onafhankelijk is van alle marktdeelnemers die goederen en/of diensten op het gebied van telecommunicatie aanbieden.
Partijen
In zaak C-92/91,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Tribunal de police de Vichy (Frankrijk), in de aldaar dienende strafzaak tegen
A. Taillandier, echtgenote Neny,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van richtlijn 88/301/EEG van de Commissie van 16 mei 1988 betreffende de mededinging op de markten van telecommunicatie-eindapparatuur (PB 1988, L 131, blz. 73),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, G. F. Mancini en J. C. Moitinho de Almeida, kamerpresidenten, R. Joliet, F. A. Schockweiler, G. C. Rodríguez Iglesias, F. Grévisse, M. Zuleeg en J. L. Murray, rechters,
advocaat-generaal: G. Tesauro
griffier: J.-G. Giraud
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- de regering van de Franse Republiek, vertegenwoordigd door P. Pouzoulet, adjunct-directeur bij het directoraat juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, en G. de Bergues, eerste adjunct-secretaris bij dit ministerie, als waarnemend gemachtigde,
- de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door R. Caudwell, Treasury Solicitor's Department, bijgestaan door E. Sharpston, Barrister, als gemachtigden,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R. Wainwright, juridisch adviseur, als gemachtigde, bijgestaan door H. Lehman, advocaat te Parijs,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van de Franse regering, de regering van het Verenigd Koninkrijk en de Commissie ter terechtzitting van 22 januari 1992,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 3 juni 1992,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij vonnis van 5 maart 1991, ingekomen bij het Hof op 13 maart daaropvolgend, heeft het Tribunal de police de Vichy (Frankrijk) krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van richtlijn 88/301/EEG van de Commissie van 16 mei 1988 betreffende de mededinging op de markten van telecommunicatie-eindapparatuur (PB 1988, L 131, blz. 73), teneinde de verenigbaarheid hiermee te kunnen beoordelen van de regeling ingevoerd bij het Franse decreet nr. 85-712 van 11 juli 1985 houdende uitvoeringsbepalingen van de wet van 1 augustus 1905 en betreffende apparatuur die op het telecommunicatienet van de staat kan worden aangesloten.
2 Deze vraag is gerezen in het kader van een strafzaak tegen A. Taillandier die ervan wordt verdacht, op 5 april 1990 telecommunicatie-eindapparatuur (telefoontoestellen) te hebben verkocht die niet was voorzien van de goedkeuring als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 7 van bovengenoemd decreet. Taillandier heeft evenwel de onwettigheid van dit decreet ten opzichte van richtlijn 88/301 ingeroepen.
3 Blijkens het dossier is het ingevolge bovengenoemd decreet verboden, apparatuur die op het openbare net kan worden aangesloten, te vervaardigen voor de nationale markt, in te voeren met het doel ze in het verkeer te brengen, ten verkoop in bezit te hebben, al dan niet tegen betaling te verkopen of te distribueren, tenzij die apparatuur in overeenstemming is met de bepalingen van dit decreet en voldoet aan een aantal vereisten ter bescherming van de goede werking van het net en van de veiligheid van de gebruikers (artikelen 3 en 4). Ten bewijze van de conformiteit van de apparatuur met deze vereisten, moeten de betrokken marktdeelnemers een van de volgende documenten overleggen: een rapport van een door het Ministerie van Industrie erkend orgaan, een krachtens de Code des Postes et Télécommunications afgegeven goedkeuring, een krachtens de wet betreffende de bescherming en voorlichting van de consumenten afgegeven kwalificatiecertificaat of een ander bij decreet van de minister van Industrie als gelijkwaardig aangemerkt bewijsstuk (artikel 6). Artikel 7 van het decreet bepaalt de sanctie op overtreding van de voorschriften betreffende het bewijs van conformiteit van de betrokken apparatuur.
4 Voor de toepassing van decreet nr. 85-712 heeft de minister van Industriële herstructurering en Buitenlandse handel op 1 november 1985 een bericht doen uitgaan met betrekking tot op het telecommunicatienet van de staat aansluitbare eindapparatuur. Dit bericht preciseert onder meer, op welke wijze de betrokkenen de conformiteit van de eindapparatuur kunnen aantonen. In dit verband is het volgende van belang: het Centre national d'études des télécommunications (CNET) wordt door de minister van Industrie aangewezen als bevoegd orgaan voor de afgifte van het rapport bedoeld in artikel 6 van bovengenoemd decreet, en de goedkeuring wordt krachtens de Code des Postes et Télécommunications afgegeven door de Direction générale des télécommunications voor apparatuur die in overeenstemming is met de specificaties opgenomen in de bij het bericht gevoegde lijst; de overige in artikel 6 bedoelde bewijsmethoden zullen op een later tijdstip worden uitgewerkt. Tijdens de behandeling voor het Hof is niet komen vast te staan, of na het bericht van november 1985 is voorzien in een regeling voor de afgifte van de andere documenten dan de goedkeuring en het rapport van het CNET.
5 Van oordeel dat het geschil een vraag over de uitlegging van de betrokken communautaire regeling opwierp, heeft het Tribunal de police de Vichy het Hof de volgende prejudiciële vraag voorgelegd:
"Verbiedt de richtlijn van de Commissie van 16 mei 1988 betreffende de mededinging op de markten van telecommunicatie-eindapparatuur een regeling als voorzien bij decreet nr. 85-712 van 11 juli 1985, volgens welke telefoontoestellen die aan de consumenten te koop worden aangeboden, door de nationale telecommunicatieonderneming moeten zijn goedgekeurd, en het ontbreken van een vermelding van deze goedkeuring op de toestellen wordt gestraft met een geldboete van 1 300 tot 2 500 FF?"
6 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, de toepasselijke wetgeving, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven, voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
7 Met zijn vraag wenst de nationale rechter in wezen te vernemen, of artikel 6 van richtlijn 88/301 zich verzet tegen een nationale regeling als die welke in casu in het hoofdgeding ter discussie staat, die marktdeelnemers onder strafbedreiging verbiedt, eindapparatuur te vervaardigen, in te voeren, ten verkoop in bezit te hebben, te verkopen of te distribueren, waarvan niet door overlegging van een goedkeuring of een ander als gelijkwaardig beschouwd document wordt aangetoond, dat die apparatuur voldoet aan een aantal essentiële vereisten met name verband houdende met de veiligheid van de gebruikers en de goede werking van het net, wanneer niet is gewaarborgd, dat de instantie die de goedkeuring verleent of een ander gelijkwaardig document afgeeft en de technische specificaties voor die apparatuur formeel vastlegt, onafhankelijk is van alle marktdeelnemers die goederen en/of diensten op het gebied van telecommunicatie aanbieden.
8 Artikel 6 van richtlijn 88/301 bepaalt: "De Lid-Staten dragen ervoor zorg dat met ingang van 1 juli 1989 de formele vastlegging (...) van de specificaties (...) alsmede de controle op de toepassing daarvan, worden uitgevoerd door een eenheid die onafhankelijk is van de particuliere en overheidsondernemingen die goederen en/of diensten op telecommunicatiegebied aanbieden."
9 Blijkens het dossier was de Direction générale des télécommunications van het Ministerie voor Posterijen en Telecommunicatie krachtens decreet nr. 86-129 van 28 januari 1986 (artikelen 13-15) belast met de exploitatie van het openbare net, de uitvoering van het commerciële beleid op het gebied van telecommunicatie, de formele vaststelling van de technische specificaties, de controle op de toepassing hiervan en de goedkeuring van de eindapparatuur. Voor het Hof heeft de Franse regering uitgelegd, dat het Centre national d'études des télécommunications (CNET), waarvan het rapport als gelijkwaardig met de goedkeuring wordt aangemerkt, als onderzoekscentrum deel uitmaakte van de Direction générale des télécommunications.
10 Bij decreet nr. 89-327 van 19 mei 1989 tot wijziging van decreet nr. 86-129 is de formele vastlegging van de technische specificaties, de controle op de toepassing hiervan en de goedkeuring van de eindapparatuur overgedragen aan de nieuwe Direction de la réglementation générale van hetzelfde ministerie.
11 Uit de betrokken regeling blijkt bijgevolg, dat gedurende de in geding zijnde periode verschillende directies van het Franse Ministerie en Telecommunicatie belast waren zowel met de exploitatie van het openbare net, de uitvoering van het commerciële beleid op het gebied van telecommunicatie, de formele vastlegging van de technische specificaties, als met de controle op de toepassing hiervan en de goedkeuring van de eindapparatuur.
12 Onder die omstandigheden moet in het licht van artikel 6 van de richtlijn worden nagegaan, enerzijds, of de Franse administratie van posterijen en telecommunicatie kan worden aangemerkt als openbare onderneming in de zin van het gemeenschapsrecht, en anderzijds, of het criterium van onafhankelijkheid van de met de formele vastlegging van de specificaties, de controle en de goedkeuring belaste eenheid in acht is genomen.
13 Onder het begrip ondernemingen wordt volgens artikel 1, lid 2, van de richtlijn verstaan, "de openbare of particuliere lichamen of eenheden aan welke de Staat bijzondere of uitsluitende rechten verleent van invoer, afzet, aansluiting, opstarten en/of onderhoud van telecommunicatie-apparatuur".
14 In dit verband zij opgemerkt dat het feit dat, zoals in casu in het hoofdgeding, de exploitatie van het openbare net en de verkoop van eindapparatuur zijn toevertrouwd aan in het openbaar bestuur geïntegreerde eenheden, niet eraan in de weg staat deze laatsten als openbare onderneming aan te merken. Immers, zoals het Hof heeft uitgemaakt in verband met richtlijn 80/723/EEG van de Commissie van 25 juni 1980 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen Lid-Staten en openbare bedrijven (PB 1980, L 195, blz. 35), behoeft een orgaan dat economische activiteiten van industriële of commerciële aard verricht, niet noodzakelijk een van de staat onderscheiden rechtspersoonlijkheid te hebben om als openbare onderneming te kunnen worden beschouwd. Zou dit anders zijn, dan zou de doeltreffendheid van de bepalingen van de betrokken richtlijn en hun eenvormige toepassing in alle Lid-Staten in het gedrang komen (arrest van 16 juni 1987, zaak 118/85, Commissie/Italië, Jurispr. 1987, blz. 2599, r.o. 13).
15 Wat betreft het vereiste van onafhankelijkheid van de eenheid belast met de formele vaststelling van de specificaties, de controle op de toepassing hiervan en de goedkeuring kan worden volstaan met de vaststelling, dat verschillende directies die tot dezelfde administratie behoren, bezwaarlijk als onderling onafhankelijk in de zin van artikel 6 van de richtlijn kunnen worden aangemerkt.
16 Mitsdien moet de nationale rechter worden geantwoord, dat artikel 6 van richtlijn 88/301 zich verzet tegen een nationale regeling die marktdeelnemers onder strafbedreiging verbiedt, eindapparatuur te vervaardigen, in te voeren, ten verkoop in bezit te hebben, te verkopen of te distribueren, waarvan niet door overlegging van een goedkeuring of een ander als gelijkwaardig beschouwd document wordt aangetoond, dat die apparatuur voldoet aan een aantal essentiële vereisten met name verband houdende met de veiligheid van de gebruikers en de goede werking van het net, wanneer niet is gewaarborgd, dat de instantie die de goedkeuring verleent of een ander gelijkwaardig document afgeeft en de technische specificaties voor die apparatuur formeel vastlegt, onafhankelijk is van alle marktdeelnemers die goederen en/of diensten op het gebied van telecommunicatie aanbieden.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
17 De kosten door de Franse regering, de regering van het Verenigd Koninkrijk en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
uitspraak doende op de door het Tribunal de police de Vichy bij vonnis van 5 maart 1991 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Artikel 6 van richtlijn 88/301/EEG van de Commissie van 16 mei 1988 betreffende de mededinging op de markten van telecommunicatie-eindapparatuur verzet zich tegen een nationale regeling die marktdeelnemers onder strafbedreiging verbiedt, eindapparatuur te vervaardigen, in te voeren, ten verkoop in bezit te hebben, te verkopen of te distribueren, waarvan niet door overlegging van een goedkeuring of een ander als gelijkwaardig beschouwd document wordt aangetoond, dat die apparatuur voldoet aan een aantal essentiële vereisten met name verband houdende met de veiligheid van de gebruikers en de goede werking van het net, wanneer niet is gewaarborgd, dat de instantie die de goedkeuring verleent of een ander gelijkwaardig document afgeeft en de technische specificaties voor die apparatuur formeel vastlegt, onafhankelijk is van alle marktdeelnemers die goederen en/of diensten op het gebied van telecommunicatie aanbieden.
Full & Egal Universal Law Academy