Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1. Vrij verkeer van personen ° Vrijheid van vestiging ° Vrij verrichten van diensten ° Nationale regeling die uitoefening van bepaalde, tot de sector handel in onroerende goederen behorende werkzaamheden voorbehoudt aan personen die het gereglementeerde beroep van makelaar in onroerende goederen uitoefenen ° Toelaatbaarheid
(Richtlijn 67/43 van de Raad)
2. Vrij verkeer van personen ° Vrijheid van vestiging ° Verdragsbepalingen ° Personele werkingssfeer
(EEG-Verdrag, art. 52)
Samenvatting
1. Richtlijn 67/43 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de niet in loondienst verrichte werkzaamheden behorende tot: 1. de sector "handel in onroerende goederen (uitgezonderd 6401)" (groep ex 640 ISIC); 2. de sector bepaalde "diensten aan ondernemingen, niet elders ingedeeld" (groep 839 ISIC), verzet zich niet tegen een nationale wettelijke regeling die bepaalde, tot de sector handel in onroerende goederen behorende werkzaamheden voorbehoudt aan personen die het gereglementeerde beroep van makelaar in onroerende goederen uitoefenen.
2. De verdragsbepalingen inzake de vrijheid van vestiging zijn slechts van toepassing op een onderdaan van een Lid-Staat van de Gemeenschap.
Partijen
In zaak C-147/91,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Juzgado de lo Penal nº 4 de Alicante (Spanje), in de aldaar dienende strafzaak tegen
M. Ferrer Laderer,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van richtlijn 67/43/EEG van de Raad van 12 januari 1967 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de niet in loondienst verrichte werkzaamheden behorende tot: 1) de sector "handel in onroerende goederen (uitgezonderd 6401)" (groep ex 640 ISIC); 2) de sector bepaalde "diensten aan ondernemingen, niet elders ingedeeld" (groep 839 ISIC) (PB 1967, blz. 140),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
samengesteld als volgt: F. A. Schockweiler, kamerpresident, G. F. Mancini en J. L. Murray, rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs
griffier: H. A. Ruehl, hoofdadministrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° het Colegio Oficial de Agentes de la Propriedad Inmobiliaria de Alicante, vertegenwoordigd door J. Jordana de Pozas Fuentes, advocaat te Madrid,
° het Ministerio Fiscal, vertegenwoordigd door R. Cabedo, Fiscal Jefe de Alicante, als gemachtigde,
° M. Ferrer Laderer, vertegenwoordigd door J. M. Gómez Robles, advocaat te Málaga,
° de regering van de Franse republiek, vertegenwoordigd door Ph. Pouzoulet, onderdirecteur bij de directie Juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, en H. Duchène, secretaris van Buitenlandse zaken bij hetzelfde ministerie, als plaatsvervangend gemachtigde,
° de regering van het Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door A. J. Navarro González, directeur-generaal Cooerdinatie juridische en institutionele aangelegenheden van de EG, en G. Calvo Díaz, abogado del Estado voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, als gemachtigden,
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur E. Lasnet en door D. Calleja, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van het Colegio Oficial de Agentes de la Propiedad Inmobiliaria, M. Ferrer Laderer, de Spaanse regering en de Commissie ter terechtzitting van 7 mei 1992,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 4 juni 1992,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij vonnis van 16 mei 1991, ingekomen bij het Hof op 31 mei daaraanvolgend, heeft de Juzgado de lo Penal nº 4 de Alicante krachtens artikel 177 EEG-Verdrag drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van richtlijn 67/43/EEG van de Raad van 12 januari 1967 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de niet in loondienst verrichte werkzaamheden behorende tot: 1) de sector "handel in onroerende goederen (uitgezonderd 6401)" (groep ex 640 ISIC); 2) de sector bepaalde "diensten aan ondernemingen, niet elders ingedeeld" (groep 839 ISIC) (PB 1967, blz. 140).
2 Die vragen zijn gerezen in een geding tussen het Ministerio Fiscal en de in Spanje woonachtige M. Ferrer Laderer, die zich in Alicante als makelaar in onroerende goederen heeft gevestigd zonder de vereiste beroepskwalificaties en vergunningen te bezitten.
3 Het Ministerio Fiscal heeft tegen M. Ferrer Laderer een strafvervolging ingesteld wegens beunhazerij, in de zin van artikel 321 van het Spaanse Wetboek van strafrecht, bij de Jugzado de lo Penal nº 4 de Alicante, die de behandeling van de zaak heeft geschorst en het Hof heeft verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vragen:
"1) Zijn artikel 1 van het decreet van 4 december 1969 en koninklijk decreet nr. 1464/88, waarin wordt bepaald dat het tegen courtage bemiddelen bij de aan- en verkoop of ruil van landelijke of stedelijke onroerende goederen, bij hypothecaire leningen, bij huur of verpachting ervan, bij afstand en overdracht, en het geven van adviezen over de waarde van dergelijke goederen bij verkoop, overdracht of afstand zijn voorbehouden aan makelaars in onroerende goederen, geldig in het licht van de artikelen 2, 3 en 5 van richtlijn 67/43 van de Raad, en mag een Lid-Staat na de inwerkingtreding van deze richtlijn de uitoefening van die werkzaamheden ter zake van onroerende goederen bij uitsluiting aan een bepaalde beroepsgroep voorbehouden?
2) Mag een Lid-Staat genoemde richtlijn op enigerlei wijze beperken of buiten toepassing laten?
3) Mag de Spaanse Staat volgens genoemde richtlijn van onderdanen van andere Lid-Staten verlangen, dat zij beschikken over diploma' s of bewijsstukken als die welke in Spanje vereist zijn om lid te kunnen worden van het Colegio de Agentes de la Propiedad Inmobiliaria en aldus het beroep van makelaar in onroerende goederen te kunnen uitoefenen, wanneer zij de betrokken werkzaamheden in hun land van oorsprong kunnen verrichten zonder in het bezit te zijn van dergelijke diploma' s of bewijsstukken?"
4 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
5 Met betrekking tot de eerste twee vragen zij eraan herinnerd, dat het Hof in zijn arrest van 28 januari 1992 (gevoegde zaken C-330/90 en C-331/90, López Brea en Hidalgo Palacios, Jurispr. 1992, blz. I-323), na door dezelfde Spaanse rechterlijke instantie identieke vragen voorgelegd te hebben gekregen, reeds voor recht heeft verklaard, dat richtlijn 67/43 zich niet verzet tegen een nationale wettelijke regeling die bepaalde, tot de sector handel in onroerende goederen behorende werkzaamheden voorbehoudt aan personen die het gereglementeerde beroep van makelaar in onroerende goederen uitoefenen.
6 Ter beantwoording van de derde vraag zij eraan herinnerd, dat het in het kader van de bij artikel 177 EEG-Verdrag ingestelde procedure van samenwerking tussen de nationale rechter en het Hof van Justitie aan het Hof staat, de nationale rechter middels uitlegging van de eventueel toepasselijke bepalingen van gemeenschapsrecht een antwoord te geven aan de hand waarvan deze het bij hem aanhangig geding kan oplossen.
7 De verdragsbepalingen inzake de vrijheid van vestiging en de bepalingen van het afgeleide recht, zoals die van richtlijn 67/43, kunnen uitsluitend worden ingeroepen door een onderdaan van een Lid-Staat van de Gemeenschap, die zich op het grondgebied van een andere Lid-Staat wil vestigen, dan wel door een onderdaan van die staat die zich in een situatie bevindt die enig aanknopingspunt heeft met een van de in het gemeenschapsrecht bedoelde situaties.
8 Uit de bij de schriftelijke opmerkingen van het Ministerio Fiscal gevoegde stukken en uit de door de advocaat van verdachte in het hoofdgeding ter terechtzitting afgelegde verklaringen blijkt, dat M. Ferrer Laderer de Zwitserse nationaliteit heeft.
9 Mitsdien moet op de derde vraag worden geantwoord, dat de verdragsbepalingen inzake de vrijheid van vestiging slechts van toepassing zijn op een onderdaan van een Lid-Staat van de Gemeenschap.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
10 De kosten door de Franse en de Spaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
uitspraak doende op de door de Juzgado de lo Penal nº 4 de Alicante gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Richtlijn 67/43/EEG van de Raad van 12 januari 1967 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de niet in loondienst verrichte werkzaamheden behorende tot: 1) de sector "handel in onroerende goederen (uitgezonderd 6401)" (groep ex 640 ISIC); 2) de sector bepaalde "diensten aan ondernemingen, niet elders ingedeeld" (groep 839 ISIC), verzet zich niet tegen een nationale wettelijke regeling die bepaalde, tot de sector handel in onroerende goederen behorende werkzaamheden voorbehoudt aan personen die het gereglementeerde beroep van makelaar in onroerende goederen uitoefenen.
2) De verdragsbepalingen inzake de vrijheid van vestiging zijn slechts van toepassing op een onderdaan van een Lid-Staat van de Gemeenschap.
Full & Egal Universal Law Academy