Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Gemeenschappelijk douanetarief ° Tariefposten ° Meidoornextract, opgelost in alcohol ° Produkt voor therapeutisch en profylactisch gebruik ° Indeling onder post 3004 van de gecombineerde nomenclatuur
Samenvatting
Het gemeenschappelijk douanetarief moet aldus worden uitgelegd, dat een in alcohol opgelost meidoornextract, "meidoorndruppels" genaamd, onder post 3004 moet worden ingedeeld. Bij inneming ervan overeenkomstig de bij voorschrift van de arts vastgestelde dosering vertoont dit produkt immers therapeutische en vooral profylactische eigenschappen, met name ten aanzien van welbepaalde functies van het menselijk lichaam, te weten het hart, de bloedsomloop en het neurovegetatieve systeem. Het alcoholgehalte in het betrokken produkt, dat weliswaar hoog is, doch het karakter ervan niet wijzigt, werkt veeleer als hulpstof, als conserveermiddel en als drager van de werkzame bestanddelen van het produkt.
Partijen
In zaak C-177/91,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Bundesfinanzhof, in het aldaar aanhangig geding tussen
Bioforce GmbH
en
Oberfinanzdirektion Muenchen,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van posten 3004 en 2208 van de bijlage van verordening (EEG) nr. 2886/89 van de Commissie van 2 augustus 1989 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1989, L 282, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: C. N. Kakouris, kamerpresident, M. Diez de Velasco en P. J. G. Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal: C. Gulmann
griffier: D. Louterman-Hubeau, hoofdadministrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° Bioforce GmbH, vertegenwoordigd door B. Widemann, advocaat te Konstanz,
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B. Rodríguez-Galindo, lid van haar juridische dienst, en R. Hayder, bij de juridische dienst gedetacheerd nationaal ambtenaar, als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Bioforce GmbH, vertegenwoordigd door B. Widemann, advocaat, bijgestaan door Dr. V. Harth, voorzitter van de afdeling inwendige geneeskunde van de Europese Vereniging van specialisten, als deskundige, en van de Commissie ter terechtzitting van 25 juni 1992,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 15 september 1992,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 14 mei 1991, bij het Hof ingekomen op 8 juli daaraanvolgend, heeft het Bundesfinanzhof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van het gemeenschappelijk douanetarief in de versie van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2886/89 van de Commissie van 2 augustus 1989 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1989, L 282, blz. 1); de vragen betreffen de tariefindeling van "meidoorndruppels", een meidoornextract waaraan alcohol is toegevoegd en dat als versterkend middel voor het hart wordt ingenomen.
2 Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen Bioforce GmbH, verzoekster in het hoofdgeding, en de Oberfinanzdirektion Muenchen, verweerster in het hoofdgeding, over de tariefindeling van bedoeld produkt, op de verpakking waarvan de volgende vermelding is aangebracht:
"Bevordert de gezondheid en de doorbloeding van het hart (...), ondersteunt de activiteit van de hartspiercellen, en draagt aldus bij tot een beter functioneren van de kransslagaders."
3 De Oberfinanzdirektion Muenchen had zich in een bindende tariefinlichting op het standpunt geplaatst, dat het betrokken produkt niet als geneesmiddel kon worden ingedeeld. Bioforce GmbH heeft tegen die beslissing beroep ingesteld.
4 Van oordeel dat het geschil vragen over de uitlegging van het gemeenschappelijk douanetarief deed rijzen, heeft de verwijzende rechter de behandeling van de zaak geschorst en het Hof om een prejudiciële beslissing verzocht over de volgende vragen:
"1) Moet het gemeenschappelijk douanetarief ° gecombineerde nomenclatuur 1990 ° aldus worden uitgelegd, dat produkten als 'meidoorndruppels' (meidoornextract met 45,9 % alcohol, voor gebruik als harttonicum) onder post 3004 ° geneesmiddelen, bestaande uit (...) niet vermengde produkten voor therapeutisch of profylactisch gebruik, (...) opgemaakt voor de verkoop in het klein ° moeten worden ingedeeld?
2) Zo niet, moet het douanetarief dan aldus worden uitgelegd, dat produkten als bedoeld onder 1), als 'andere' dranken die gedistilleerde alcohol bevatten, onder postonderverdeling 2208 90 59 moeten worden ingedeeld?"
5 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven, voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
De eerste vraag
6 Onder post 3004 van het gemeenschappelijk douanetarief vallen:
"Geneesmiddelen (...), bestaande uit al dan niet vermengde produkten voor therapeutisch of profylactisch gebruik, in afgemeten hoeveelheden, dan wel opgemaakt voor de verkoop in het klein."
7 Bovendien volgt uit aantekening 1 a) bij hoofdstuk 30 van het gemeenschappelijk douanetarief, dat "voedingssupplementen" niet onder dit hoofdstuk vallen.
8 Vervolgens zij erop gewezen, dat volgens vaste rechtspraak (laatstelijk arrest van 31 maart 1992, zaak C-338/90, Hamlin Electronics, Jurispr. 1992, blz. I-2333, r.o. 8) om dwingende redenen van rechtszekerheid het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen als regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals omschreven in de tekst van de posten van het gemeenschappelijk douanetarief.
9 Nagegaan moet dus worden, of het produkt de in post 3004 van het gemeenschappelijk douanetarief omschreven kenmerken en eigenschappen bezit, waarbij deze in het licht van de ontwikkeling van de geneeskunde moeten worden uitgelegd.
10 Zoals bleek ter terechtzitting en uit de bij het dossier gevoegde wetenschappelijke publikaties waarvan de juistheid niet ter discussie is gesteld, kan dit produkt in het kader van een therapeutisch en een profylactisch gebruik bij een aangepaste, bij voorschrift van de arts vastgestelde dosering onder meer worden gebruikt bij hart- en vaataandoeningen (verzwakking van de hartprestatie; gevoel van druk of beklemming in de hartstreek; ouderdomsverschijnselen van het hart die nog niet met digitaline moeten worden behandeld; lichte vormen van bradycardie); stoornissen van het vegetatieve zenuwstelsel; slapeloosheid.
11 Uit het dossier blijkt voorts dat het alcoholgehalte van het betrokken produkt weliswaar hoog is, doch het karakter ervan niet wijzigt. De alcohol werkt veeleer als een hulpstof, een conserveermiddel en als drager van de werkzame bestanddelen van het produkt.
12 Uit een en ander volgt, dat het litigieuze produkt niet is aan te merken als een voedingssupplement in de zin van aantekening 1 a) bij hoofdstuk 30 van het gemeenschappelijk douanetarief, en evenmin als een drank die gedistilleerde alcohol bevat en bestemd is om het organisme gezond te houden, in de zin van toelichting 14 bij post 2208 in de Toelichtingen op het douanetarief van de Europese Gemeenschappen, doch wel als een produkt dat nauwkeurig omschreven therapeutische en vooral profylactische kenmerken heeft, waarvan de werking zich op welbepaalde functies van het menselijk organisme richt, namelijk de hartfunctie, de bloedsomloop en het vegetatieve zenuwstelsel.
13 Het antwoord aan de verwijzende rechter dient derhalve te luiden, dat het gemeenschappelijk douanetarief aldus moet worden uitgelegd, dat "meidoorndruppels" onder post 3004 moeten worden ingedeeld.
De tweede vraag
14 Gelet op het antwoord op de eerste vraag behoeft de tweede vraag niet te worden beantwoord.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
15 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening harer opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
uitspraak doende op de door het Bundesfinanzhof bij beschikking van 14 mei 1991 gestelde vragen, verklaart voor recht:
Het gemeenschappelijk douanetarief moet aldus worden uitgelegd, dat "meidoorndruppels" onder post 3004 vallen.
Full & Egal Universal Law Academy