Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Beroep tot nietigverklaring ° Natuurlijke of rechtspersonen ° Handelingen die hen rechtstreeks of individueel raken ° Verordening tot wijziging van toepassingsbepalingen van steunmaatregelen voor dopvruchten en sint-jansbrood
(EEG-Verdrag, art. 173, tweede alinea; verordening nr. 1304/91 van de Commissie, art. 1)
Samenvatting
De omstandigheid dat het aantal of zelfs de identiteit van de rechtssubjecten op wie een maatregel van toepassing is, meer of minder nauwkeurig kan worden bepaald, betekent geenszins dat deze rechtssubjecten moeten worden geacht door die maatregel individueel te zijn geraakt in de zin van artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag, zolang vaststaat dat deze toepassing voortvloeit uit een objectieve feitelijke of rechtssituatie, die in de betrokken handeling wordt omschreven.
Door artikel 1 van verordening nr. 1304/91, dat ertoe strekt, in de toekomst voor alle telersverenigingen een wijziging aan te brengen in een aantal toepassingsbepalingen van de steun voor de tenuitvoerlegging van verbeteringsprogramma' s in de sector dopvruchten en sint-jansbrood, in die zin dat verzoeken van telersverenigingen om de programma' s tijdens de tenuitvoerlegging ervan te wijzigen, om jaarlijkse gedeelten van de steun te ontvangen en om voorschotten hierop te krijgen, aan strengere voorwaarden worden onderworpen, worden de telersverenigingen wier programma' s vóór de vaststelling van die verordening zijn goedgekeurd, dus niet individueel geraakt.
De verordening heeft immers niet specifiek het oog op die telersverenigingen, bevat geen enkel concreet element dat aanleiding geeft tot de conclusie, dat de ingevoerde maatregelen specifiek met het oog op hun programma' s zijn getroffen, en is op gelijke wijze van toepassing op alle telersverenigingen, ongeacht op welke datum hun programma' s zijn goedgekeurd. Zij richt zich derhalve in abstracte en algemene bewoordingen tot onbepaalde groepen personen en is van toepassing op objectief bepaalde situaties.
Partijen
In zaak C-213/91,
Abertal SAT Ltda, vennootschap naar Spaans recht, gevestigd te Reus, Tarragona (Spanje), en achttien andere Spaanse verenigingen van telers van dopvruchten en sint-jansbrood, gevestigd in Spanje, vertegenwoordigd door F. Pombo García, R. García Vicente en I. Igartua Arregui, advocaten te Madrid, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van C. Wassenich, advocaat aldaar, Rue Dicks 6,
verzoeksters,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseurs F. J. Santaolalla en E. de March als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij N. Annecchino, representant van de juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van artikel 1 van verordening (EEG) nr. 1304/91 van de Commissie van 17 mei 1991 tot tweede wijziging van verordening (EEG) nr. 2159/89 houdende bepalingen voor de toepassing van de in titel II bis van verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad vastgestelde specifieke maatregelen voor dopvruchten en sint-jansbrood (PB 1991, L 123, blz. 27),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, C. N. Kakouris, G. C. Rodríguez Iglesias, M. Zuleeg en J. L. Murray, kamerpresidenten, G. F. Mancini, R. Joliet, F. A. Schockweiler, J. C. Moitinho de Almeida, F. Grévisse en P. J. G. Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal: W. Van Gerven
griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 10 maart 1993,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 21 april 1993,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 10 augustus 1991, hebben Abertal SAT Limitada en achttien andere verenigingen van Spaanse telers van dopvruchten en sint-jansbrood (hierna: "verzoeksters") krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van artikel 1 van verordening (EEG) nr. 1304/91 van de Commissie van 17 mei 1991 tot tweede wijziging van verordening (EEG) nr. 2159/89 houdende bepalingen voor de toepassing van de in titel II bis van verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad vastgestelde specifieke maatregelen voor dopvruchten en sint-jansbrood (PB 1991, L 123, blz. 27).
2 Bij beschikking van 18 oktober 1991 heeft de president van het Hof het verzoek in kort geding van verzoeksters om de toepassing van artikel 1 van verordening nr. 1304/91 op te schorten totdat het Hof uitspraak heeft gedaan in de zaak ten gronde, afgewezen.
3 Bij verordening (EEG) nr. 789/89 van de Raad van 20 maart 1989 tot instelling van specifieke maatregelen voor dopvruchten en sint-jansbrood en tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1035/72 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (PB 1989, L 85, blz. 3), is aan verordening nr. 1035/72 van 18 mei 1972 (PB 1972, L 118, blz. 1) een titel II bis toegevoegd, die nadien is gewijzigd.
4 Titel II bis van verordening nr. 1035/72 voorziet in bepaalde steunmaatregelen in de sector dopvruchten en sint-jansbrood, waaronder in het bijzonder steun voor de tenuitvoerlegging van programma' s voor de verbetering van de kwaliteit en van de afzet, die zijn ingediend door de telersverenigingen en zijn goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten (artikel 14 quinquies van verordening nr. 1035/72).
5 De door deze maatregel beoogde programma' s zijn gericht op verbetering van de kwaliteit van de produktie door omschakeling op andere rassen en verbetering van de teelt op homogene en aaneengesloten aanplantingen, alsmede, in voorkomend geval, de verbetering van de afzet van de produkten.
6 Overeenkomstig artikel 14 quinquies van verordening nr. 1035/72 wordt voor de uitvoering van goedgekeurde programma' s een communautaire steun van 45 % verleend indien deze programma' s voor 45 % door de telersverenigingen en voor 10 % door de Lid-Staat worden gefinancierd. Voor de steun van de Gemeenschap en de bijdrage van de Lid-Staat wordt een maximum vastgesteld en hun uitkering vindt plaats over een periode van tien jaar. De maximumsteun is degressief.
7 De voorwaarden voor de goedkeuring van de programma' s en, onder meer, de bepalingen voor de uitkering van de steun ter uitvoering van de programma' s zijn vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 2159/89 van de Commissie van 18 juli 1989 houdende bepalingen voor de toepassing van de in titel II bis van verordening nr. 1035/72 vastgestelde specifieke maatregelen voor dopvruchten en sint-jansbrood (PB 1989, L 207, blz. 19).
8 Verordening nr. 1304/91 betreft een tweede wijziging van verordening nr. 2159/89.
9 Artikel 1 van verordening nr. 1304/91, waarop het onderhavige beroep betrekking heeft, beperkt de gevallen waarin de telersverenigingen in de sector dopvruchten en sint-jansbrood een verzoek tot wijziging van reeds goedgekeurde programma' s kunnen indienen, met het oog op uitbreiding van de oppervlakte waarop het programma betrekking heeft, alsmede de uitbetaling van voorschotten op het jaarlijkse gedeelte van de steun. Verder stelt dit artikel strengere regels voor de administratieve gegevens die deze verenigingen dienen te verstrekken om communautaire steun voor hun programma' s te ontvangen.
10 Overeenkomstig artikel 2 van verordening nr. 1304/91 zijn deze wijzigingen op 21 mei 1991 in werking getreden.
11 Bij afzonderlijke akte, op 23 oktober 1991 neergelegd ter griffie van het Hof, heeft de Commissie krachtens artikel 91, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering een exceptie van niet-ontvankelijkheid tegen het beroep opgeworpen. Overeenkomstig artikel 91, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering is het Hof overgegaan tot de mondelinge behandeling van deze exceptie.
12 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het geding, de toepasselijke bepalingen, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
13 Ter staving van haar exceptie van niet-ontvankelijkheid stelt de Commissie, dat verzoeksters noch rechtstreeks noch individueel door de bestreden verordening worden geraakt.
14 Daartegenover voeren verzoeksters in de eerste plaats aan, dat de bestreden verordening hen rechtstreeks raakt, daar de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat over geen enkele beoordelingsvrijheid met betrekking tot de toepassing van de litigieuze wijzigingen beschikken. In de tweede plaats worden zij, doordat hun programma' s zijn ingediend en goedgekeurd vóór de invoering van de bestreden verordening, geïndividualiseerd ten opzichte van iedere andere telersvereniging in de sector dopvruchten en sint-jansbrood. Zij vormen derhalve een gesloten groep ondernemers, wier identiteit bij de communautaire autoriteiten bekend was, doordat zij vóór een bepaalde datum een specifieke formaliteit hebben vervuld, namelijk het indienen van programma' s vóór de invoering van de bestreden wijzigingen. Bovendien was de situatie van verzoeksters het motief geweest voor de bij de bestreden verordening ingevoerde wijzigingen in het steunstelsel: de Commissie had daarmee de kosten van de operatie willen verminderen wegens het aantal opgerichte telersverenigingen en het bedrag van de aangevraagde steun.
15 Ter beoordeling van de gegrondheid van de door de Commissie opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid zij eraan herinnerd, dat artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag natuurlijke en rechtspersonen de mogelijkheid biedt op te komen tegen beschikkingen die tot hen zijn gericht, of die, hoewel genomen in de vorm van een verordening of van een tot een andere persoon gerichte beschikking, hen rechtstreeks en individueel raken.
16 Aangezien het onderhavige beroep de nietigverklaring van een bepaling van een verordening betreft, moet worden onderzocht of verzoeksters door de bestreden maatregel rechtstreeks en individueel zijn geraakt.
17 Wat de vraag betreft of verzoeksters individueel zijn geraakt, moet worden opgemerkt, dat volgens vaste rechtspraak de omstandigheid dat het aantal of zelfs de identiteit van de rechtssubjecten op wie een maatregel van toepassing is, meer of minder nauwkeurig kan worden bepaald, geenszins betekent dat deze rechtssubjecten moeten worden geacht door die maatregel individueel te zijn geraakt, zolang vaststaat dat deze toepassing voortvloeit uit een objectieve feitelijke of rechtssituatie, die in de betrokken handeling wordt omschreven (zie, bij voorbeeld, arresten van 16 maart 1978, zaak 123/77, UNICME, Jurispr. 1978, blz. 845, en 24 februari 1987, zaak 26/86, Deutz und Geldermann, Jurispr. 1987, blz. 941).
18 Aangaande dit punt moet worden opgemerkt, dat de bestreden bepaling van verordening nr. 1304/91 ertoe strekt, in de toekomst voor alle telersverenigingen een wijziging aan te brengen in een aantal toepassingsbepalingen van de steun voor de tenuitvoerlegging van programma' s in de sector dopvruchten en sint-jansbrood, in die zin dat verzoeken van telersverenigingen om de programma' s tijdens de tenuitvoerlegging ervan te wijzigen, om jaarlijkse gedeelten van de steun te ontvangen en om voorschotten hierop te krijgen, aan strengere voorwaarden worden onderworpen.
19 Deze bepaling raakt verzoeksters dus geenszins uit hoofde van bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van iedere andere telersvereniging zou karakteriseren, maar richt zich in abstracte en algemene bewoordingen tot onbepaalde groepen personen en is van toepassing op objectief bepaalde situaties.
20 De bestreden verordening heeft immers niet specifiek het oog op verzoeksters, maar betreft hen slechts in hun objectieve hoedanigheid van telersverenigingen in de betrokken sector, juist zoals zij iedere andere telersvereniging betreft, die zich nu of in de toekomst in een soortgelijke situatie zou bevinden.
21 De door verzoeksters aangevoerde omstandigheid, dat hun programma' s zijn goedgekeurd zonder dat de Commissie er bezwaren tegen heeft gemaakt, zoals zij had kunnen doen, betekent in het bijzonder niet, dat zij daardoor worden geïndividualiseerd ten aanzien van de bestreden bepaling van de litigieuze verordening, die verzoeksters niet anders raakt dan alle telersverenigingen in de betrokken sector.
22 Deze bepaling is immers op gelijke wijze van toepassing op alle telersverenigingen wier programma' s vóór de vaststelling van deze verordening zijn goedgekeurd of na deze datum zullen worden goedgekeurd.
23 Bovendien bevat de bestreden verordening geen enkel concreet element dat aanleiding geeft tot de conclusie, dat de betrokken maatregelen specifiek met het oog op de programma' s van verzoeksters zouden zijn genomen.
24 In deze omstandigheden raakt de bestreden bepaling verzoeksters niet individueel in de zin van artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag, zodat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
25 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien verzoeksters in het ongelijk zijn gesteld, dienen zij in de kosten te worden verwezen, daaronder begrepen die welke op het kort geding zijn gevallen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende:
1) Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
2) Verwijst verzoeksters in de kosten, daaronder begrepen die welke op het kort geding zijn gevallen.
Full & Egal Universal Law Academy