Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Handelingen van de instellingen ° Toepassing ratione temporis ° Verbod van terugwerkende kracht ° Uitzonderingen ° Voorwaarden ° Bijzondere motivering ° Ontbreken ° Onwettigheid
(EEG-Verdrag, art. 190; verordening nr. 744/87 van de Commissie, art. 3, tweede alinea)
Samenvatting
Ofschoon het rechtszekerheidsbeginsel zich in het algemeen ertegen verzet, dat een gemeenschapshandeling reeds voor de datum van haar bekendmaking van kracht is, kan hiervan bij wijze van uitzondering worden afgeweken indien dit voor het te bereiken doel noodzakelijk is en het gewettigd vertrouwen van de belanghebbenden naar behoren in acht wordt genomen. In de motivering van de betrokken handeling moet dan echter duidelijk worden aangegeven, waarom de beoogde terugwerkende kracht gerechtvaardigd is.
Verordening nr. 744/87 houdende wijziging van verordening nr. 805/86 tot instelling van een heffing op gedenatureerd magere-melkpoeder van herkomst uit Spanje en houdende afwijking van verordening nr. 1378/86 met betrekking tot de in het handelsverkeer met Spanje toe te passen compenserende bedragen "toetreding", vermeldt echter niet, waarom de nieuwe toepassingsmodaliteiten van bedoelde heffing van toepassing moeten zijn op ondernemers die in de maand voorafgaande aan de vaststelling van de verordening volle melk hebben uitgevoerd. Verordening nr. 744/87 voldoet mitsdien niet aan het motiveringsvereiste van artikel 190 van het Verdrag en de laatste alinea van artikel 3 is bijgevolg ongeldig voor zover zij deze verordening met ingang van 12 februari 1987 van toepassing verklaart.
Partijen
In de gevoegde zaken C-260/91 en C-261/91,
betreffende verzoeken aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Tribunal Económico Administrativo Central te Madrid, in de aldaar aanhangige gedingen tussen
Diversinte SA
Iberlacta SA
en
Administración Principal de Aduanas de la Junquera,
om een prejudiciële beslissing over de geldigheid van de terugwerkende kracht van de laatste alinea van artikel 3 van verordening (EEG) nr. 744/87 van de Commissie van 16 maart 1987 houdende wijziging van verordening (EEG) nr. 805/86 tot instelling van een heffing op gedenatureerd magere-melkpoeder van herkomst uit Spanje en houdende afwijking van verordening (EEG) nr. 1378/86 met betrekking tot de in het handelsverkeer met Spanje toe te passen compenserende bedragen "toetreding" (PB 1987, L 75, blz. 14),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: G. C. Rodríguez Iglesias, kamerpresident, R. Joliet, J. C. Moitinho de Almeida, F. Grévisse en D. A. O. Edward, rechters,
advocaat-generaal: C. Gulmann
griffier: L. Hewlett, administrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° Diversinte SA en Iberlacta SA, vertegenwoordigd door E. H. Pijnacker Hordijk, advocaat te Amsterdam, en H. J. Bronkhorst, advocaat bij de Hoge Raad der Nederlanden,
° de Griekse regering, vertegenwoordigd door V. Kontolaimos, adjunct-juridisch adviseur bij de Raad van State, en I. Chalkias, procesgemachtigde bij de Raad van State, als gemachtigden,
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur, J. L. Iglesias Buhigues als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Diversinte SA en Iberlacta SA, van de Griekse regering en van de Commissie ter terechtzitting van 11 november 1992,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 3 december 1992,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikkingen van 2 oktober 1991, ingekomen bij het Hof op 14 oktober daaraanvolgend, heeft het Tribunal Económico Administrativo Central te Madrid krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de geldigheid van de terugwerkende kracht van de laatste alinea van artikel 3 van verordening (EEG) nr. 744/87 van de Commissie van 16 maart 1987 houdende wijziging van verordening (EEG) nr. 805/86 tot instelling van een heffing op gedenatureerd magere-melkpoeder van herkomst uit Spanje en houdende afwijking van verordening (EEG) nr. 1378/86 met betrekking tot de in het handelsverkeer met Spanje toe te passen compenserende bedragen "toetreding" (PB 1987, L 75, blz. 14; hierna: "verordening nr. 744/87").
2 Die vragen zijn gerezen in gedingen tussen twee vennootschappen naar Spaans recht, Diversinte en Iberlacta, en de Administración Principal de Aduanas de la Junquera (hierna: "douane").
3 Tussen 28 februari en 2 maart 1987 voerde Iberlacta naar de Bondsrepubliek Duitsland 207 ton melkpoeder uit, met een vetgehalte van 12 % en gedenatureerd met het oog op het gebruik ervan als veevoeder. Tussen 3 en 5 maart 1987 voerde Diversinte met dezelfde bestemming 120 ton van een gelijksoortig produkt met een vetgehalte van 18 % uit.
4 Op 17 maart 1987 verscheen de verordening nr. 744/87 in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Bij deze verordening werd een heffing die krachtens verordening (EEG) nr. 805/86 van de Commissie van 19 maart 1986 tot instelling van een heffing op gedenatureerd magere-melkpoeder van herkomst uit Spanje (PB 1986, L 75, blz. 15), zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3956/86 van de Commissie van 23 december 1986 (PB 1986, L 365, blz. 57), tot op dat moment van toepassing was op de uitvoer uit Spanje van in deze Lid-Staat ingevoerde en vóór 1 maart 1986 volgens de voorschriften van dat land gedenatureerde magere melk, uitgebreid tot alle melkpoeder, ongeacht het vetgehalte ervan en gedenatureerd volgens dezelfde voorschriften en uitgevoerd uit Spanje na daar te zijn ingevoerd. Ingevolge de laatste alinea van artikel 3 was verordening nr. 744/87 van toepassing met ingang van 12 februari 1987.
5 Ter uitvoering van verordening nr. 744/87 nodigde de douane Diversinte en Iberlacta uit de heffing te voldoen, hetgeen zij onder principieel protest deden. De vennootschappen achtten de verordening ongeldig omdat zij terugwerkende kracht had zonder te voldoen aan de voorwaarden waaronder het Hof terugwerkende kracht toestaat.
6 De twee vennootschappen wendden zich in eerste aanleg tot het Tribunal Económico Administrativo Provincial de Gerona (Spanje) en in hoger beroep tot het Tribunal Económico Administrativo Central te Madrid.
7 Deze laatste rechterlijke instantie heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing "over de geldigheid van de terugwerkende kracht van de laatste alinea van artikel 3 van verordening (EEG) nr. 744/87 van de Commissie van 16 maart 1987".
8 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
De geldigheid van de terugwerkende kracht van verordening nr. 744/87
9 Zoals de verwijzende rechter terecht memoreert, blijkt uit de vaste rechtspraak van het Hof, dat ofschoon het rechtszekerheidsbeginsel zich in het algemeen ertegen verzet, dat een gemeenschapshandeling reeds vóór haar bekendmaking van kracht is, hiervan bij wijze van uitzondering kan worden afgeweken, indien dit voor het te bereiken doel noodzakelijk is en het gewettigd vertrouwen van de belanghebbenden naar behoren in acht wordt genomen (zie laatstelijk arrest van 11 juli 1991, zaak C-368/89, Crispoltoni, Jurispr. 1991, blz. I-3695, r.o. 17).
10 Er zij echter aan herinnerd, dat hoewel volgens deze rechtspraak terugwerkende kracht van gemeenschapshandelingen niet per se is uitgesloten, in de considerans van die handelingen wel moet worden aangeduid, waarom de beoogde terugwerkende kracht gerechtvaardigd is (zie beschikking van 1 februari 1984, zaak 1/84 R, Ilford, Jurispr. 1984, blz. 423, r.o. 19).
11 Zoals het Hof immers reeds verklaarde in zijn arrest van 14 februari 1990 (zaak C-350/88, Delacre e.a., Jurispr. 1990, blz. I-395, r.o. 15), heeft de door artikel 190 EEG-Verdrag vereiste motivering tot doel, dat de belanghebbenden de rechtvaardigingsgronden van de genomen maatregel kunnen kennen teneinde hun rechten te kunnen verdedigen, en dat het Hof zijn toezicht kan uitoefenen. In die motivering moet derhalve duidelijk en ondubbelzinnig de redenering uitkomen van de gemeenschapsinstelling die het gewraakte besluit heeft genomen.
12 Vastgesteld moet worden, dat verordening nr. 744/87, die de datum van 16 maart 1987 draagt, nergens verklaart, waarom zij terugwerkende kracht heeft tot 12 februari 1987. In de vierde overweging van de considerans wordt enkel gezegd, dat "om speculatie met het in deze verordening bedoelde produkt te voorkomen, de bepalingen ervan zo spoedig mogelijk van toepassing moeten zijn". Hieruit valt hooguit te begrijpen, waarom de verordening onmiddellijk van toepassing is, maar niet, waarom de heffing moet worden opgeëist van ondernemers die in de maand voorafgaande aan de vaststelling van de verordening volle melk hebben uitgevoerd.
13 Door deze onduidelijkheid kan het Hof niet nagaan, in hoeverre de terugwerkende kracht door het doel van de verordening werd gerechtvaardigd en of het gewettigd vertrouwen van de betrokken ondernemers in acht is genomen.
14 In deze omstandigheid moet worden vastgesteld, dat verordening nr. 744/87 niet voldoet aan het motiveringsvereiste van artikel 190 EEG-Verdrag.
15 Mitsdien moet aan de nationale rechterlijke instantie worden geantwoord, dat de laatste alinea van artikel 3 van verordening (EEG) nr. 744/87 van de Commissie van 16 maart 1987 houdende wijziging van verordening (EEG) nr. 805/86 tot instelling van een heffing op gedenatureerd magere-melkpoeder van herkomst uit Spanje en houdende afwijking van verordening (EEG) nr. 1378/86 met betrekking tot de in het handelsverkeer met Spanje toe te passen compenserende bedragen "toetreding", ongeldig is voor zover zij deze verordening met ingang van 12 februari 1987 van toepassing verklaart.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
16 De kosten door de Griekse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
uitspraak doende op de door het Tribunal Económico Administrativo Central te Madrid bij beschikkingen van 2 oktober 1991 gestelde vraag, verklaart voor recht:
De laatste alinea van artikel 3 van verordening (EEG) nr. 744/87 van de Commissie van 16 maart 1987 houdende wijziging van verordening (EEG) nr. 805/86 tot instelling van een heffing op gedenatureerd magere-melkpoeder van herkomst uit Spanje en houdende afwijking van verordening (EEG) nr. 1378/86 met betrekking tot de in het handelsverkeer met Spanje toe te passen compenserende bedragen "toetreding", is ongeldig voor zover zij deze verordening met ingang van 12 februari 1987 van toepassing verklaart.
Full & Egal Universal Law Academy