Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Beroep tot nietigverklaring ° Natuurlijke of rechtspersonen ° Handelingen die hen rechtstreeks of individueel raken ° Verordening tot wijziging van maximumbedrag van steun voor kwaliteitsverbetering en afzet van dopvruchten en sint-jansbrood
(EEG-Verdrag, art. 173, tweede alinea; verordening nr. 2145/91 van de Raad, art. 1)
Samenvatting
De omstandigheid dat het aantal of zelfs de identiteit van de rechtssubjecten op wie een maatregel van toepassing is, meer of minder nauwkeurig kan worden bepaald, betekent geenszins dat deze rechtssubjecten moeten worden geacht door die maatregel individueel te zijn geraakt in de zin van artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag, zolang vaststaat dat deze toepassing voortvloeit uit een objectieve feitelijke of rechtssituatie, die in de betrokken handeling wordt omschreven.
Door artikel 1 van verordening nr. 2145/91, dat ertoe strekt, in de toekomst voor alle telersverenigingen een wijziging aan te brengen in het maximumbedrag van de steun voor de tenuitvoerlegging van verbeteringsprogramma' s in de sector dopvruchten en sint-jansbrood, worden de telersverenigingen wier programma' s vóór de vaststelling van die verordening zijn goedgekeurd, dus niet individueel geraakt.
De verordening heeft immers niet specifiek het oog op die telersverenigingen, bevat geen enkel concreet element dat aanleiding geeft tot de conclusie, dat de ingevoerde maatregelen specifiek met het oog op hun programma' s zijn getroffen, en maakt enkel onderscheid tussen reeds goedgekeurde en in de toekomst nog goed te keuren programma' s in zoverre zij voor de eerste groep overgangsbepalingen bevat. Zij richt zich derhalve in abstract en algemene bewoordingen tot onbepaalde groepen personen en is van toepassing op objectief bepaalde situaties.
Partijen
In zaak C-264/91,
Abertal SAT Ltda, vennootschap naar Spaans recht, gevestigd te Reus, Tarragona (Spanje), en achttien andere Spaanse verenigingen van telers van dopvruchten en sint-jansbrood, gevestigd in Spanje, vertegenwoordigd door F. Pombo García, R. García Vicente en I. Igartua Arregui, advocaten te Madrid, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van C. Wassenich, advocaat aldaar, Rue Dicks 6,
verzoeksters,
tegen
Raad van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door zijn juridisch adviseurs B. Schloh en R. Torrent als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van X. Herlin, directeur van de directie Juridische zaken van de Europese Investeringsbank, Boulevard Konrad Adenauer 100,
verweerder,
ondersteund door
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseurs F. J. Santaolalla en E. de March als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij R. Hayder, representant van de juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
interveniënte,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van artikel 1 van verordening (EEG) nr. 2145/91 van de Raad van 15 juli 1991 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 790/89 wat betreft het maximumbedrag van de steun voor verbetering van de kwaliteit en van de afzet in de sector dopvruchten en sint-jansbrood (PB 1991, L 200, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, C. N. Kakouris, G. C. Rodríguez Iglesias, M. Zuleeg en J. L. Murray, kamerpresidenten, G. F. Mancini, R. Joliet, F. A. Schockweiler, J. C. Moitinho de Almeida, F. Grévisse en P. J. G. Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal: W. Van Gerven
griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 10 maart 1993,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 21 april 1993,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 15 oktober 1991, hebben Abertal SAT Limitada en achttien andere verenigingen van Spaanse telers van dopvruchten en sint-jansbrood (hierna: "verzoeksters") krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van artikel 1 van verordening (EEG) nr. 2145/91 van de Raad van 15 juli 1991 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 790/89 wat betreft het maximumbedrag van de steun voor verbetering van de kwaliteit en van de afzet in de sector dopvruchten en sint-jansbrood (PB 1991, L 200, blz. 1).
2 Bij verordening (EEG) nr. 789/89 van de Raad van 20 maart 1989 tot instelling van specifieke maatregelen voor dopvruchten en sint-jansbrood en tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1035/72 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (PB 1989, L 85, blz. 3), is aan verordening nr. 1035/72 van 18 mei 1972 (PB 1972 , L 118, blz. 1) een titel II bis toegevoegd, die nadien is gewijzigd.
3 Titel II bis van verordening nr. 1035/72 voorziet in bepaalde steunmaatregelen in de sector dopvruchten en sint-jansbrood, waaronder in het bijzonder steun voor de tenuitvoerlegging van programma' s voor de verbetering van de kwaliteit en van de afzet, die zijn ingediend door telersverenigingen en zijn goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten (artikel 14 quinquies van verordening nr. 1035/72).
4 De door deze maatregel beoogde programma' s zijn gericht op verbetering van de kwaliteit van de produktie door omschakeling op andere rassen en verbetering van de teelt op homogene en aaneengesloten aanplantingen alsmede, in voorkomend geval, de verbetering van de afzet van de produkten.
5 Overeenkomstig artikel 14 quinquies van verordening nr. 1035/72 wordt voor de uitvoering van goedgekeurde programma' s een communautaire steun van 45 % verleend, indien deze programma' s voor 45 % door de telersverenigingen en voor 10 % door de Lid-Staat worden gefinancierd. Voor de steun van de Gemeenschap en de bijdrage van de Lid-Staat wordt een maximum vastgesteld en hun uitkering vindt plaats over een periode van tien jaar. De maximumsteun is degressief.
6 Het maximumbedrag per hectare van de steun voor de verbetering, dat bij artikel 2 van verordening (EEG) nr. 790/89 van de Raad van 20 maart (PB 1989, L 85, blz. 6) was vastgesteld op 300 ECU voor de eerste vijf jaar en op 210 ECU voor de daaropvolgende vijf jaar, is bij artikel 1 van verordening nr. 2145/91 gewijzigd.
7 Overeenkomstig deze laatste bepaling, waarop het onderhavige beroep betrekking heeft, wordt het maximumbedrag per hectare van de steun uitgesplitst naar gelang van de aard van de werkzaamheden die in het kader van het programma zijn uitgevoerd, en vastgesteld op:
° 475 ECU per jaar gedurende vijf jaar voor het rooien van bomen, gevolgd door het aanplanten van nieuwe bomen en/of het omschakelen op andere rassen, met dien verstande dat deze werkzaamheden zich slechts kunnen uitstrekken over ten hoogste 40 % van de totale oppervlakte van de boomgaard waarop het programma betrekking heeft (waarvan ten hoogste 20 % gedurende de eerste twee jaar en ten hoogste 20 % gedurende de volgende drie jaar);
° 200 ECU per jaar gedurende de overige jaren voor de uitvoering van het programma, voor boomgaarden waarin nieuwe bomen worden aangeplant of waar op andere rassen wordt overgeschakeld;
° 200 ECU per jaar voor de werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de overige maatregelen in het resterende deel van de boomgaard.
8 Overeenkomstig artikel 3 van verordening nr. 2145/91 is deze verordening op 23 juli 1991 in werking getreden. Krachtens de tweede en derde alinea van dit artikel zijn de nieuw steunmaxima onmiddellijk van toepassing op de programma' s die na de inwerkingtreding van verordening nr. 2145/91 zijn goedgekeurd. Voor de programma' s die vóór deze inwerkingtreding zijn goedgekeurd, zijn de maxima daarentegen slechts van toepassing met ingang van 1 september 1993. Zij gelden echter niet voor de uitgaven waarvoor de telersverenigingen vóór de datum van inwerkingtreding betalingsverplichtingen zijn aangegaan in het kader van de uitvoering van vóór deze datum goedgekeurde programma' s.
9 Bij afzonderlijke akte, op 23 december 1991 neergelegd ter griffie van het Hof, heeft de Raad krachtens artikel 91, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering een exceptie van niet-ontvankelijkheid tegen het beroep opgeworpen. Overeenkomstig artikel 91, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering is het Hof overgegaan tot de mondelinge behandeling van deze exceptie.
10 Bij beschikking van 9 maart 1992 heeft de president van het Hof de Commissie toegestaan te interveniëren ter ondersteuning van de conclusies van de Raad.
11 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het geding, de toepasselijke bepalingen, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
12 Ter staving van zijn exceptie van niet-ontvankelijkheid stelt de Raad, ondersteund door de Commissie, dat verzoeksters noch rechtstreeks noch individueel door de bestreden verordening worden geraakt.
13 Daartegenover voeren verzoeksters in de eerste plaats aan, dat de bestreden verordening hen rechtstreeks raakt, daar de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat over geen enkele beoordelingsvrijheid met betrekking tot de toepassing van de litigieuze wijzigingen beschikken. In de tweede plaats, zelfs indien de bestreden verordening een algemeen en abstract karakter had ten aanzien van telersverenigingen wier programma' s na haar inwerkingtreding zijn goedgekeurd, worden verzoeksters er individueel door geraakt, doordat zij vóór een bepaalde datum een specifieke formaliteit hebben vervuld, namelijk het indienen van programma' s die zijn goedgekeurd, en doordat de wijziging van de maximumbedragen van de steun voor reeds vóór de vaststelling van de bestreden verordening goedgekeurde programma' s is ingevoerd wegens de omvang van de door verzoeksters aangevraagde steun, die de ramingen van de gemeenschapsbegroting te boven ging.
14 Ter beoordeling van de gegrondheid van de door de Raad opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid moet worden opgemerkt, dat artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag natuurlijke en rechtspersonen de mogelijkheid biedt op te komen tegen beschikkingen die tot hen zijn gericht, of die, hoewel genomen in de vorm van een verordening of van een tot een andere persoon gerichte beschikking, hen rechtstreeks en individueel raken.
15 Aangezien het onderhavige beroep de nietigverklaring van een bepaling van een verordening betreft, moet worden onderzocht of verzoeksters door de bestreden maatregel rechtstreeks en individueel zijn geraakt.
16 Wat de vraag betreft of verzoeksters individueel zijn geraakt, moet worden opgemerkt, dat volgens vaste rechtspraak de omstandigheid dat het aantal of zelfs de identiteit van de rechtssubjecten op wie een maatregel van toepassing is, meer of minder nauwkeurig kan worden bepaald, geenszins betekent dat deze rechtssubjecten moeten worden geacht door die maatregel individueel te zijn geraakt, zolang vaststaat dat deze toepassing voortvloeit uit een objectieve feitelijke of rechtssituatie, die in de betrokken handeling wordt omschreven (zie, bij voorbeeld, arresten van 16 maart 1978, zaak 123/77, UNICME, Jurispr. 1978, blz. 845, en 24 februari 1987, zaak 26/86, Deutz und Geldermann, Jurispr. 1987, blz. 941).
17 Aangaande dit punt moet worden opgemerkt, dat de bestreden bepaling van verordening nr. 2145/91 ertoe strekt, in de toekomst voor alle telersverenigingen het maximumbedrag te wijzigen van de steun voor de tenuitvoerlegging van programma' s in de sector dopvruchten en sint-jansbrood, door het bedrag voor het rooien van bomen, gevolgd door het aanplanten van nieuwe bomen en/of het omschakelen op nieuwe rassen, aanzienlijk te verhogen en het maximumbedrag te verlagen van de steun voor andere werkzaamheden die, in de bewoordingen van artikel 7 van verordening (EEG) nr. 2159/89 van de Commissie van 18 juli 1989 houdende bepalingen voor de toepassing van de in titel II bis van verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad vastgestelde specifieke maatregelen voor dopvruchten en sint-jansbrood (PB 1989, L 207, blz. 19), in een programma kunnen worden opgenomen.
18 Zoals blijkt uit de eerste overweging van de considerans van de bestreden verordening, beoogt het betrokken steunstelsel vooral het rooien van bomen, gevolgd door het aanplanten van nieuwe bomen en/of omschakeling op andere rassen, te bevorderen, aangezien deze werkzaamheden het meest bijdragen tot de verbetering van de kwaliteit van de betrokken produkten. In deze omstandigheden dient het belangrijkste deel van de steun ter financiering van deze werkzaamheden, vooral daar deze niet enkel hoge kosten met zich meebrengen, maar ook een tijdelijke inkomstenderving voor de betrokken telers, terwijl een lager bedrag moet worden uitgetrokken voor de financiering van andere werkzaamheden op het resterende gedeelte van de boomgaard.
19 De litigieuze bepaling raakt verzoeksters dus geenszins uit hoofde van bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van iedere andere telersvereniging karakteriseert, maar richt zich in abstracte en algemene bewoordingen tot onbepaalde groepen personen en is van toepassing op objectief bepaalde situaties.
20 De bestreden verordening heeft immers overeenkomstig haar doelstelling niet specifiek het oog op verzoeksters, maar betreft hen slechts in hun objectieve hoedanigheid van telersverenigingen in de betrokken sector, juist zoals zij iedere andere telersvereniging betreft, die zich nu of in de toekomst in een soortgelijke situatie zou bevinden.
21 Zoals de advocaat-generaal heeft opgemerkt in punt 32 van zijn conclusie, is het enige verschil dat de betrokken verordening tussen reeds goedgekeurde en na haar inwerkingtreding goedgekeurde programma' s maakt, gelegen in het feit dat zij overgangsbepalingen bevat ten gunste van telersverenigingen wier programma' s reeds zijn goedgekeurd.
22 Overeenkomstig artikel 3 van verordening nr. 2145/91 zijn immers de nieuwe steunbedragen enerzijds enkel vanaf 1 september 1993 van toepassing op reeds goedgekeurde programma' s, dat is meer dan twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening. Anderzijds gelden zij echter niet voor de uitgaven waarvoor vóór de datum van inwerkingtreding door de telersverenigingen betalingsverplichtingen zijn aangegaan.
23 Voorts is in verordening (EEG) nr. 3746/91 van de Commissie van 18 december 1991 tot vierde wijziging van verordening (EEG) nr. 2159/89 houdende bepalingen voor de toepassing van de in titel II bis van verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad vastgestelde specifieke maatregelen voor dopvruchten en sint-jansbrood (PB 1991, L 352, blz. 53), bepaald dat de telersverenigingen tot 31 december 1992 voor de reeds goedgekeurde programma' s aanvragen tot wijziging kunnen indienen, teneinde hierin ook het rooien van bomen, gevolgd door het aanplanten van nieuwe bomen en/of het omschakelen op andere rassen, op te nemen en aldus in aanmerking te komen voor de hogere steun voor deze werkzaamheden.
24 Deze verschillen lijken echter uit objectief oogpunt gerechtvaardigd wegens de noodzaak de doelstelling van de betrokken regelingen te verwezenlijken afhankelijk van de feitelijk bestaande situaties, en leveren bijgevolg geen grond op om verzoeksters individueel geraakt te achten door artikel 1 van verordening nr. 2145/91, het enige artikel waarop dit beroep tot nietigverklaring betrekking heeft.
25 Bovendien bevat de bestreden verordening geen enkel concreet element dat aanleiding geeft tot de conclusie, dat de betrokken maatregelen specifiek met het oog op de programma' s van verzoeksters zouden zijn genomen.
26 In deze omstandigheden raakt de bestreden bepaling verzoeksters niet individueel in de zin van artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag, zodat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
27 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien verzoeksters in het ongelijk zijn gesteld, dienen zij in de kosten te worden verwezen, daaronder begrepen die welke op het kort geding zijn gevallen. Overeenkomstig artikel 69, lid 4, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering zal de Commissie, interveniënte, haar eigen kosten dragen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende:
1) Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
2) Verwijst verzoeksters in de kosten.
3) Verstaat dat de Commissie, interveniënte, haar eigen kosten zal dragen.
Full & Egal Universal Law Academy