Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten ° Verplichtingen ° Uitvoering van richtlijnen ° Niet-betwiste niet-nakoming
(EEG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-270/91,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur E. de March als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij R. Hayder, vertegenwoordiger van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door L. Ferrari Bravo, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door P. G. Ferri, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door de Commissie niet in kennis te stellen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn voor het volgen van richtlijn 89/321/EEG van de Commissie van 27 april 1989 tot tweede wijziging van de bijlagen bij richtlijn 77/96/EEG van de Raad inzake het opsporen van trichinen (Trichinella spiralis) bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen (PB 1989, L 133, blz. 33) en van richtlijn 89/360/EEG van de Raad van 30 mei 1989 tot wijziging van richtlijn 64/432/EEG ten aanzien van de administratieve eenheden en de beëindiging van het serologisch onderzoek van bepaalde soorten varkens op brucellose (PB 1989, L 153, blz. 29), of door niet de maatregelen te treffen die nodig zijn om deze richtlijnen binnen de gestelde termijn uit te voeren,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, F. Grévisse en P. J. G. Kapteyn, kamerpresidenten, G. F. Mancini, C. N. Kakouris, J. C. Moitinho de Almeida, M. Diez de Velasco, M. Zuleeg en D. A. O. Edward, rechters,
advocaat-generaal: M. Darmon
griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 15 mei 1992,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van het Hof op 15 oktober 1991, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat de Italiaanse Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door de Commissie niet in kennis te stellen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn voor het volgen van richtlijn 89/321/EEG van de Commissie van 27 april 1989 tot tweede wijziging van de bijlagen bij richtlijn 77/96/EEG van de Raad inzake het opsporen van trichinen (Trichinella spiralis) bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen (PB 1989, L 133, blz. 33) en van richtlijn 89/360/EEG van de Raad van 30 mei 1989 tot wijziging van richtlijn 64/432/EEG ten aanzien van de administratieve eenheden en de beëindiging van het serologisch onderzoek van bepaalde soorten varkens op brucellose (PB 1989, L 153, blz. 29), of door niet de maatregelen te treffen om deze richtlijnen binnen de gestelde termijn uit te voeren.
2 Luidens de artikelen 2 van de richtlijnen 89/321 en 89/360 moeten de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 1 september 1989 respectievelijk 1 oktober 1989 aan deze richtlijnen te voldoen, en stellen zij de Commissie hiervan onverwijld in kennis.
3 Na te hebben vastgesteld dat de Italiaanse Republiek niet binnen de gestelde termijn was overgegaan tot de vereiste mededeling inzake de omzetting van de twee voornoemde richtlijnen in nationaal recht, leidde de Commissie de in artikel 169 EEG-Verdrag voorziene niet-nakomingsprocedure in. De aanmaningsbrief van 26 juni 1990 en het met redenen omkleed advies van 18 maart 1991, die de Commissie de Italiaanse Republiek deed toekomen, bleven onbeantwoord.
4 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, het procesverloop alsmede de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
5 De Commissie betoogt dat de Lid-Staten ingevolge het dwingende karakter van richtlijnen verplicht zijn, deze binnen de gestelde termijnen uit te voeren. Zij voegt hieraan toe dat een Lid-Staat eerst kan worden geacht alle krachtens een richtlijn op hem rustende verplichtingen te zijn nagekomen, nadat alle bepalingen daarvan uitdrukkelijk in zijn wetgeving zijn omgezet.
6 De Italiaanse regering erkent, dat de betrokken richtlijnen niet volledig in de interne rechtsorde zijn omgezet, zonder evenwel nadere preciseringen te verstrekken. Zij wijst erop, dat decreten die thans in voorbereiding zijn, de niet-nakoming zouden kunnen opheffen.
7 In deze omstandigheden moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor het volgen van richtlijn 89/321/EEG van de Commissie van 27 april 1989 tot tweede wijziging van de bijlagen bij richtlijn 77/96/EEG van de Raad inzake het opsporen van trichinen (Trichinella spiralis) bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen, en van richtlijn 89/360/EEG van de Raad van 30 mei 1989 tot wijziging van richtlijn 64/432/EEG ten aanzien van de administratieve eenheden en de beëindiging van het serologisch onderzoek van bepaalde soorten varkens op brucellose, de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
8 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor het volgen van richtlijn 89/321/EEG van de Commissie van 27 april 1989 tot tweede wijziging van de bijlagen bij richtlijn 77/96/EEG van de Raad inzake het opsporen van trichinen (Trichinella spiralis) bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen, en van richtlijn 89/360/EEG van de Raad van 30 mei 1989 tot wijziging van richtlijn 64/432/EEG ten aanzien van de administratieve eenheden en de beëindiging van het serologisch onderzoek van bepaalde soorten varkens op brucellose, is de Italiaanse Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Full & Egal Universal Law Academy