Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Landbouw ° Gemeenschappelijke ordening der markten ° Suiker ° Invoerheffing ° Heffing over goederen van communautaire oorsprong die zijn gestolen tijdens periode waarin zij met oog op uitvoer naar derde landen in douane-entrepot waren opgeslagen ° Ontoelaatbaarheid
(Verordening nr. 3330/74 van de Raad, art. 15)
Samenvatting
Artikel 15 van verordening nr. 3330/74 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker, moet aldus worden uitgelegd, dat geen invoerheffing verschuldigd is over goederen van communautaire oorsprong die zijn gestolen tijdens de periode waarin zij met het oog op het verkrijgen van restitutie voor uitvoer naar derde landen onder de regeling voor T1-goederen (extern communautair douanevervoer) waren geplaatst, wanneer de eerder voor uitvoer betaalde restituties zijn terugbetaald.
Partijen
In zaak C-284/91,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), in het aldaar aanhangig geding tussen
Belgische Staat
en
NV Suiker Export,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 15 van verordening (EEG) nr. 3330/74 van de Raad van 19 december 1974 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: G. C. Rodríguez Iglesias, kamerpresident, R. Joliet en D. A. O. Edward, rechters,
advocaat-generaal: C. Gulmann
griffier: J.-G. Giraud
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° Suiker Export, vertegenwoordigd door J. Steenbergen en S. Peten, advocaten te Brussel,
° de Belgische Staat, vertegenwoordigd door E. Vervaeke, advocaat te Antwerpen,
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B. Rodríguez Galindo, lid van haar juridische dienst, en L. Tan, Nederlands ambtenaar ter beschikking gesteld van de juridische dienst in het kader van de uitwisseling met nationale ambtenaren, als gemachtigden,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 8 oktober 1992,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 25 oktober 1991, ten Hove ingekomen op 7 november daaraanvolgend, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België) het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag de navolgende prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van artikel 15 van verordening (EEG) nr. 3330/74 van de Raad van 19 december 1974 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB 1974, L 359, blz. 1):
"Moet artikel 15 van verordening (EEG) nr. 3330/74 van de Raad van 19 december 1974 zo worden geïnterpreteerd dat een invoerheffing verschuldigd is zelfs indien niet wordt betwist dat de desbetreffende goederen van inlandse oorsprong waren en gestolen werden terwijl zij voor uitvoer naar derde landen werden geplaatst onder het statuut van T1 goederen met het oog op bekomen van restituties, wanneer diegenen van wie invoerheffingen gevorderd worden de eerder voor uitvoer verkregen restituties reeds hebben teruggestort?"
2 Voor de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport van de rechter-rapporteur.
3 Om de in de conclusie van de advocaat-generaal van 8 oktober 1992 genoemde redenen moet op de vraag van de verwijzende rechter worden geantwoord, dat artikel 15 van verordening nr. 3330/74 van de Raad van 19 december 1974 aldus moet worden uitgelegd, dat geen invoerheffing verschuldigd is over goederen van binnenlandse oorsprong die zijn gestolen tijdens de periode waarin zij met het oog op het verkrijgen van restitutie voor uitvoer naar derde landen onder de regeling voor T1-goederen waren geplaatst, wanneer de eerder voor uitvoer verkregen restituties zijn terugbetaald.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
4 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
uitspraak doende op de door de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen bij beschikking van 25 oktober 1991 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Artikel 15 van verordening (EEG) nr. 3330/74 van de Raad van 19 december 1974 moet aldus worden uitgelegd, dat geen invoerheffing verschuldigd is over goederen van binnenlandse oorsprong die zijn gestolen tijdens de periode waarin zij met het oog op het verkrijgen van restitutie voor uitvoer naar derde landen onder de regeling voor T1-goederen waren geplaatst, wanneer de eerder voor uitvoer verkregen restituties zijn terugbetaald.
Full & Egal Universal Law Academy