Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Landbouw ° Gemeenschappelijke ordening der markten ° Wijn ° Vqprd ° Produktievoorschriften ° Door Lid-Staten vastgestelde toegelaten opbrengst per hectare ° Overschrijding ° Afzet van overproduktie als vqprd ° Uitsluiting
(Verordening nr. 823/87 van de Raad, art. 11)
Samenvatting
Artikel 11 van verordening nr. 823/87 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen, moet, gelet op de bewoordingen van lid 2 ervan, aldus worden uitgelegd, dat hoeveelheden wijn die boven de door de Lid-Staat vastgestelde opbrengst per hectare zijn geproduceerd, in geen geval als in een bepaald gebied voortgebrachte kwaliteitswijn in de handel kunnen worden gebracht.
Partijen
In zaak C-289/91,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Verwaltungsgericht Neustadt an der Weinstrasse (Bondsrepubliek Duitsland), in het aldaar aanhangig geding tussen
K. Kuhn
en
Landwirtschaftskammer Rheinland-Pfalz,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 11 van verordening (EEG) nr. 823/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (PB 1987, L 84, blz. 59),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, G. C. Rodríguez Iglesias en M. Zuleeg, kamerpresidenten, G. F. Mancini, R. Joliet, F. A. Schockweiler, J. C. Moitinho de Almeida, F. Grévisse, M. Diez de Velasco, P. J. G. Kapteyn en D. A. O. Edward, rechters,
advocaat-generaal: C. Gulmann
griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door E. Roeder, Ministerialrat bij het Bondsministerie van Economische zaken, en J. Karl, Regierungsdirektor bij dit Bondsministerie, als gemachtigden,
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door U. Woelker, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van verzoeker in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door C. Schulz-Knappe, advocaat te Neustadt, van de Bondsrepubliek Duitsland en van de Commissie ter terechtzitting van 16 december 1992,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 16 februari 1993,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 31 oktober 1991, ingekomen ten Hove op 18 november 1991, heeft het Verwaltungsgericht Neustadt an der Weinstrasse krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van artikel 11 van verordening (EEG) nr. 823/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (PB 1987, L 84, blz. 59; hierna: "verordening").
2 Deze vraag is gerezen in het kader van een geschil tussen Kuhn en de Landwirtschaftskammer Rheinland-Pfalz. Het geschil betreft de door Kuhn verlangde toekenning van een officieel controlenummer ("amtliche Pruefungsnummer") voor een door hem geproduceerde hoeveelheid wijn, hetgeen hem het recht zou verlenen, deze wijn onder de aanduiding kwaliteitswijn als Heuchelheimer Herrenpfad Kerner Auslese 1989 op de markt te brengen.
3 Artikel 11, lid 1, van de verordening bepaalt, dat de Lid-Staten voor elke in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn (hierna: "vqprd"), eventueel per deelgebied, gemeente of deel van gemeente, of per wijnstokras, een maximumopbrengst per hectare vaststellen, die in hoeveelheden druiven, druivemost of wijn wordt uitgedrukt. Volgens artikel 11, lid 2, heeft overschrijding van deze opbrengst ten gevolge, dat voor de gehele oogst het gebruik van de benaming waarop aanspraak wordt gemaakt, wordt verboden, behoudens algemene uitzonderingen of uitzonderingen voor bijzondere gevallen, waarin door de Lid-Staten wordt voorzien.
4 Aan artikel 11 van de verordening is in Duitsland uitvoering gegeven bij § 2a van het Weingesetz. Lid 1 hiervan schrijft voor, dat de regeringen van de Laender de toegelaten opbrengst per hectare voor vqprd vaststellen, en omschrijft de opbrengst per hectare als de maximumhoeveelheid wijn en druivemost die jaarlijks mag worden afgezet aan anderen, gebruikt of verwerkt. Lid 2 bepaalt dat, indien in een wijnbouwbedrijf de geoogste hoeveelheid groter is dan de toegelaten hoeveelheid, de overproduktie alleen als basis voor wijnazijn of als druivesap mag worden afgezet, gebruikt of verwerkt. Ten slotte is het krachtens lid 3 toegestaan, de overproduktie ook na het oogstjaar op te slaan ter compensatie van een latere kleinere oogst, en deze hoeveelheid af te zetten, te gebruiken of te verwerken in plaats van de in een bepaald wijnjaar toegelaten hoeveelheid.
5 In het kader van deze bepalingen verzocht Kuhn om toekenning van een officieel controlenummer voor 1 500 liter Heuchelheimer Herrenpfad Kerner Auslese 1989. Aangezien de Landwirtschaftskammer van mening was, dat van deze 1 500 liter 1 425 liter was geproduceerd boven de toegelaten opbrengst, kende zij Kuhn het controlenummer slechts voor 75 liter toe. Daarop heeft Kuhn beroep ingesteld bij het Verwaltungsgericht teneinde een controlenummer voor zijn gehele produktie te verkrijgen.
6 Kuhn voert aan, dat § 2a van het Weingesetz onverenigbaar is met artikel 11 van de verordening, aangezien de Duitse wet een afzetbeperking invoert, terwijl artikel 11 daarentegen een produktiebeperking beoogt. Waar immers volgens het gemeenschapsrecht de wijnbouwer die de toegelaten opbrengst heeft overschreden, het recht op het gebruik van de aanduiding vqprd voor zijn gehele produktie verliest, heeft het verlies van dit recht naar Duits recht enkel betrekking op de overproduktie. Een dergelijke bepaling gaat in tegen het doel van de gemeenschapsregel, namelijk het beperken van de produktie van wijn teneinde de kwaliteit ervan te verbeteren. Aangezien de Duitse wet onverenigbaar is met het gemeenschapsrecht, kan zij niet op hem worden toegepast. Daar artikel 11 van de verordening geen rechtstreekse werking heeft, is er sprake van een juridisch vacuuem; er is bijgevolg geen juridisch voorschrift dat tegen het verzoek om gebruik van de aanduiding vqprd kan worden ingebracht.
7 Het Verwaltungsgericht ° dat de bezwaren van Kuhn deelt ° heeft de procedure geschorst totdat het Hof zich heeft uitgesproken over de volgende prejudiciële vraag:
"Moet artikel 11 van verordening (EEG) nr. 823/87 aldus worden uitgelegd, dat daarmee in overeenstemming is de regeling van § 2a, leden 1 tot en met 3, van het Weingesetz, ingevoerd bij het zesde Gesetz zur AEnderung des Weingesetzes van 11 juli 1989 (BGBl. I, blz. 1424), zoals gewijzigd bij het Gesetz zur AEnderung des Weingesetzes und des Weinwirtschaftsgesetzes van 30 augustus 1990 (BGBl. I, blz. 1863)?"
8 In zijn verwijzingsbeschikking is het Verwaltungsgericht van mening, dat de weigering Kuhn een controlenummer toe te kennen, slechts gegrond is indien de vaststelling van een opbrengst per hectare als voorwaarde voor het bestaan van overproduktie in de zin van § 2a van het Weingesetz in samenhang met de desbetreffende wetgeving van het Land Rheinland-Pfalz, verenigbaar is met het gemeenschapsrecht dat van hogere rang is. Indien dit niet het geval is, dan moet de vordering van Kuhn worden toegewezen; aangezien nationale wettelijke regelingen die niet in overeenstemming zijn met het gemeenschapsrecht van hogere rang, geen toepassing kunnen vinden, kan § 2a van het Weingesetz juncto de toepasselijke Landesverordnung hem niet worden tegengeworpen.
9 Vanuit dit oogpunt heeft het Verwaltungsgericht het Hof de vraag gesteld naar de wettigheid van § 2a van het Weingesetz.
10 Er zij evenwel op gewezen, dat het Hof zich in een krachtens artikel 177 EEG-Verdrag aanhangig gemaakte procedure niet kan uitspreken over de verenigbaarheid van een nationale wettelijke regeling met de bepalingen van het gemeenschapsrecht. Het is daarentegen wel bevoegd de nationale rechter alle gegevens voor de uitlegging van het gemeenschapsrecht te verschaffen, om deze in staat te stellen het hoofdgeding te beslechten.
11 In het onderhavige geval betreft de vordering van Kuhn enkel de weigering van de autoriteiten hem een controlenummer toe te kennen, waardoor het voor hem mogelijk zou zijn, het gedeelte van zijn produktie dat de in de nationale regeling ° overeenkomstig artikel 11, lid 1, van de verordening ° vastgestelde opbrengst per hectare overschrijdt, onder de aanduiding vqprd op de markt te brengen.
12 Uit de bewoordingen van artikel 11, lid 2, van de verordening volgt echter, dat deze bepaling het op zijn minst verbiedt, de produktie die de in de nationale voorschriften vastgestelde opbrengst per hectare overschrijdt, als vqprd op de markt te brengen.
13 Mitsdien volstaat het de prejudiciële vraag aldus te beantwoorden, dat artikel 11 van de verordening aldus moet worden uitgelegd, dat hoeveelheden wijn die boven de door de Lid-Staat vastgestelde opbrengst per hectare zijn geproduceerd, in geen geval als vqprd in de handel kunnen worden gebracht.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
14 De kosten door de Duitse regering en door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechtelijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
uitspraak doende op de door het Verwaltungsgericht Neustadt an der Weinstrasse bij beschikking van 31 oktober 1991 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Artikel 11 van verordening (EEG) nr. 823/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen, moet aldus worden uitgelegd, dat hoeveelheden wijn die boven de door de Lid-Staat vastgestelde opbrengst per hectare zijn geproduceerd, in geen geval als in een bepaald gebied voortgebrachte kwaliteitswijn (vqprd) in de handel kunnen worden gebracht.
Full & Egal Universal Law Academy