Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Beroep tot nietigverklaring - Voor beroep vatbare handelingen - Begrip - Handelingen die rechtsgevolgen in het leven roepen - Mededeling van Commissie aan nationale instanties belast met afgifte van invoervergunningen in kader van communautair tariefcontingent
( EEG-Verdrag, art . 173 )
2 . Beroep tot schadevergoeding - Beroep tegen Commissie wegens haar optreden in kader van haar samenwerking met nationale instanties, belast met toepassing van gemeenschapsregeling - Niet-ontvankelijkheid
( EEG-Verdrag, art . 178 en 215, tweede alinea )
Samenvatting
1 . Als handelingen of besluiten die vatbaar zijn voor een beroep tot nietigverklaring, zijn enkel te beschouwen maatregelen die bindende rechtsgevolgen in het leven roepen, welke de belangen van de verzoeker kunnen aantasten . Dat is niet het geval met een van het hoofd van een dienst van de Commissie uitgaande mededeling aan de instanties van bepaalde Lid-Staten, die enkel de voor een correct beheer van een communautair tariefcontingent te volgen procedure aangeeft en kennis geeft van het voornemen van de Commissie om bepaalde maatregelen te treffen .
2 . Niet-ontvankelijk is een beroep tot schadevergoeding krachtens de artikelen 178 en 215, tweede alinea, EEG-Verdrag, dat is gebaseerd op het optreden van de Commissie in het kader van de interne samenwerking tussen de Commissie en de nationale instanties, belast met de toepassing van de gemeenschapsregeling, welke samenwerking in het algemeen niet kan leiden tot aansprakelijkheid van de Gemeenschap jegens particulieren .
Partijen
In de zaken C-66/91 en C-66/91 R,
Emerald Meats Limited, vennootschap naar Iers recht, te Dublin, vertegenwoordigd door J . Ratliff, barrister van de Middle Temple, en E . Wright, barrister van de Inn of Court of Northern Ireland, leden van het kantoor Stanbrook and Hooper, te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij Stanbrook and Hooper, rue Thomas Edison 3,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P . Oliver en Th . Van Rijn, beiden lid van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Berardis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende,
in zaak C-66/91, een beroep tot
- nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 6 februari 1991, voor zover daarin wordt te kennen gegeven dat de Commissie heeft besloten
- het betrokken Gatt-contingent voor 1991 toe te kennen, zonder te verzekeren dat Emerald Meats haar aandeel voor de jaren 1990 en 1991 ontvangt,
- de afgifte van de betrokken invoervergunningen op te schorten hangende procedures voor de nationale rechterlijke instanties,
- de afgifte van invoervergunningen te verbieden tot de definitieve uitspraak in deze procedures, tenzij een waarborg, gelijk aan de heffing plus 20 %, wordt gesteld;
- veroordeling van de Europese Gemeenschap tot vergoeding van de schade die Emerald Meats heeft geleden en zal lijden ten gevolge van het feit dat de Commissie de verdeling van het bedoelde communautaire tariefcontingent in 1991 niet in overeenstemming met het gemeenschapsrecht heeft beheerd,
- veroordeling tot betaling van rente over deze schadevergoeding,
- verwijzing van de Commissie in de kosten van het geding;
en, in zaak C-66/91 R, een verzoek om voorlopige maatregelen bestaande in :
- opschorting van de tenuitvoerlegging van de beschikking van de Commissie van 6 februari 1991,
- een verbod aan de Commissie om die beschikking uit te voeren door middel van een nieuwe beschikking en/of door op die beschikking gebaseerde gedragingen,
- met veroordeling van de Commissie in de kosten,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, G . F . Mancini, T . F . O' Higgins, J . C . Moitinho de Almeida, G . C . Rodríguez Iglesias en M . Díez de Velasco, kamerpresidenten, Sir Gordon Slynn, C . N . Kakouris, R . Joliet, F . A . Schockweiler, F . Grévisse, M . Zuleeg en P . J . G . Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal : J . Mischo,
griffier : J.-G . Giraud,
gehoord de advocaat-generaal,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 15 februari 1991, heeft Emerald Meats Limited ( hierna : Emerald Meats ) krachtens artikel 173, tweede alinea, en de artikelen 178 en 215 EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van een beschikking van de Commissie van 6 februari 1991 en tot veroordeling van de Commissie tot vergoeding van de schade die deze beschikking haar heeft toegebracht .
2 Bij afzonderlijke akte, neergelegd ter griffie van het Hof op dezelfde dag, heeft Emerald Meats krachtens artikel 186 EEG-Verdrag het Hof in kort geding verzocht, de tenuitvoerlegging van de beschikking van de Commissie van 6 februari 1991 op te schorten en de Commissie te verbieden om aan die beschikking uitvoering te geven .
3 Artikel 1 van verordening ( EEG ) nr . 3838/90 van de Raad van 20 december 1990 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor bevroren rundvlees van GN-code 0202 en voor de produkten van GN-code 0206 29 91 ( 1991 ) ( PB 1990, L 367, blz . 3 ) opent voor 1991 een communautair tariefcontingent voor een totale hoeveelheid van 53 000 ton .
4 Volgens artikel 2 van de verordening wordt dit contingent in twee delen gesplitst : het eerste, gelijk aan 85 %, wordt verdeeld over de importeurs die kunnen aantonen, in de laatste drie jaar bevroren rundvlees van de relevante GN-codes te hebben ingevoerd; het tweede, gelijk aan 15 %, wordt verdeeld onder de handelaren die kunnen aantonen dat zij in het kader van de handel met derde landen in rundvlees dat niet onder deze invoerregeling of onder de regelingen actieve of passieve veredeling valt, een activiteit uitoefenen die gedurende een nog te bepalen periode betrekking heeft op een nog nader vast te stellen minimumhoeveelheid .
5 In artikel 1, leden 1 en 2, van verordening ( EEG ) nr . 3885/90 van de Commissie van 27 december 1990 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van de bij verordening ( EEG ) nr . 3838/90 van de Raad ingestelde invoerregeling voor bevroren rundvlees van GN-code 0202 en de produkten van GN-code 0206 29 91 ( PB 1990, L 367, blz . 136 ) worden de criteria voor de verdeling van de twee delen van het tariefcontingent herhaald . Artikel 1, lid 3, bepaalt dat het bewijs, dat in de laatste drie jaar bevroren vlees van de betrokken GN-codes is ingevoerd, wordt geleverd aan de hand van het douanedocument waarmee de goederen in het vrije verkeer worden gebracht of aan de hand van het uitvoerdocument . Voor de referentiejaren 1988 en 1989 kunnen de Lid-Staten voorschrijven, dat het bewijs van invoer moet worden geleverd door degene die in vak 4 van het invoercertificaat is vermeld .
6 Artikel 4, lid 1, van verordening nr . 3885/90 bepaalt, dat de importeurs uiterlijk op 25 januari 1991 bij de bevoegde instanties de aanvraag tot invoer, vergezeld van het in artikel 1, lid 3, bedoelde bewijs, moeten indienen en dat de Lid-Staten uiterlijk op 7 februari 1991 aan de Commissie de lijst van de importeurs doen toekomen .
7 Artikel 6, lid 1, verklaart de Commissie bevoegd te beslissen, in hoeverre aan de aanvragen kan worden voldaan .
8 Emerald Meats is een in Ierland gevestigde onderneming die vleesprodukten in de Gemeenschap invoert .
9 Voor 1990 had Emerald Meats bij de Ierse autoriteiten een aanvraag tot invoer ingediend, vergezeld van bepaalde documenten ten bewijze van de invoer in 1987, 1988 en 1989 .
10 Het Ierse Ministerie van Landbouw weigerde sommige van die documenten als bewijs te aanvaarden . Op de lijst van importeurs die het ministerie de Commissie voor 1990 conform de voor dat jaar geldende regeling toezond, kwam Emerald Meats dan ook niet voor met de hoeveelheid die zij beweerde te hebben ingevoerd .
11 Op 8 februari 1990 aanvaardde de Commissie verordening ( EEG ) nr . 337/90 tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de op grond van verordening ( EEG ) nr . 4024/89 ingediende aanvragen om afgifte van invoercertificaten in de rundvleessector ( PB 1990, L 37, blz . 11 ).
12 Emerald Meats stelde bij het Hof beroep in tot nietigverklaring van verordening nr . 337/90 en tot schadevergoeding ( zaak C-106/90, nog aanhangig ). Een verzoek om voorlopige maatregelen, waarbij Emerald Meats verzocht om opschorting van de tenuitvoerlegging van verordening nr . 337/90, is afgewezen bij beschikking van de president van het Hof van 14 augustus 1990 ( zaak C-106/90 R, Jurispr . 1990, blz . I-3377 ).
13 Alvorens zich tot het Hof te wenden, had Emerald Meats bij de Ierse rechterlijke instanties beroep ingesteld tegen het besluit van het Ierse Ministerie van Landbouw om haar niet als importeur te beschouwen van alle voor 1987, 1988 en 1989 aangegeven hoeveelheden .
14 Voor 1991 diende Emerald Meats bij de Britse autoriteiten een aanvraag tot invoer in, vergezeld van de documenten met betrekking tot de hoeveelheden die zij in 1988 en 1989 in Ierland zou hebben ingevoerd, alsmede van cijfers over het invoervolume waarop zij voor 1990 meende recht te hebben gehad .
15 Op 6 februari 1991 stuurde de directeur-generaal Landbouw van de Commissie de bevoegde Ierse en Britse instanties een telexbericht betreffende de afgifte van invoercertificaten in het kader van het Gatt-tariefcontingent voor 1991 .
16 In dat telexbericht werden Ierland en het Verenigd Koninkrijk verzocht om de Commissie uiterlijk op 7 februari 1991 de lijst van de aanvragers, met in het bijzonder de verlangde hoeveelheden, toe te zenden . De Commissie stelde, dat zij op grond van die gegevens zou beslissen in hoeverre aan de aanvragen kon worden voldaan . Voorts herinnerde de Commissie eraan, dat bepaalde gerechtelijke acties die Emerald Meats in Ierland had ingesteld om haar recht op de afgifte van invoervergunningen erkend te zien, nog niet tot een uitspraak hadden geleid en dat Emerald Meats voor 1991 reeds een vergunningaanvraag had ingediend in het Verenigd Koninkrijk . Op grond van een en ander was de Commissie van mening, dat aanvragen krachtens verordening nr . 3885/90 die zowel in Ierland als in het Verenigd Koninkrijk waren ingediend, zodanig moesten worden behandeld dat dezelfde referentiehoeveelheid niet twee keer in aanmerking werd genomen . Bijgevolg werden de Ierse en Britse instanties verzocht om alle aanvragen te identificeren waarop de vermelde gerechtelijke procedures betrekking hadden, en om vóór 7 februari 1991 de Commissie kopieën van die aanvragen alsmede van alle bijgevoegde bewijsmateriaal te doen toekomen . De Commissie stelde voorts, dat zij voornemens was om in de verordening tot vaststelling van de mate waarin aan de aanvragen kon worden voldaan, een bepaling op te nemen, dat vergunningen gebaseerd op de betrokken aanvragen enkel mochten worden afgegeven tegen het stellen van een waarborg . Die waarborg zou enkel worden vrijgegeven voor de vergunningen die na afsluiting van de gerechtelijke procedures in Ierland als echte Gatt-vergunningen konden worden beschouwd .
17 Tegen dat telexbericht, dat zij als een beschikking aanmerkt, is het beroep tot nietigverklaring en het verzoek in kort geding van Emerald Meats gericht, en wegens het haars inziens onwettige optreden van de Commissie dat uit dit document blijkt, heeft zij een beroep tot schadevergoeding ingesteld .
18 Op 21 februari 1991 stuurde de Commissie de instanties van alle Lid-Staten een telexbericht, dat zij vanaf 25 februari 1991 invoervergunningen mochten afgeven overeenkomstig de verordeningen nrs . 3838/90 en 3885/90 en de ontwerp-verordening betreffende de contingenten voor "traditionele" en "nieuwe" importeurs . In dat bericht stelde de Commissie, dat indien de invoer plaatsvond vóór de formele goedkeuring van die ontwerp-verordening door de Commissie, een waarborg ten bedrage van de normale heffing moest worden verlangd .
19 Bij afzonderlijke akte, neergelegd ter griffie van het Hof op 22 februari 1991, heeft Emerald Meats het Hof formeel verzocht, de Commissie te bevelen om dat telexbericht in te trekken, tenminste totdat het Hof uitspraak zou hebben gedaan over het verzoek in kort geding .
20 Bij twee akten, neergelegd ter griffie van het Hof op 25 februari 1991, heeft de Commissie krachtens artikel 91 van het Reglement voor de procesvoering een exceptie van niet-ontvankelijkheid opgeworpen tegen het beroep tot nietigverklaring en het beroep tot schadevergoeding ( zaak C-66/91 ) evenals tegen het verzoek in kort geding ( zaak C-66/91 R ).
21 Aangaande het beroep tot nietigverklaring ( zaak C-66/91 ) stelt de Commissie hoofdzakelijk, dat het door de directeur-generaal Landbouw ondertekende telexbericht van 6 februari 1991 niet als een beschikking kan worden beschouwd . Het is geenszins een bindende rechtshandeling, doch louter een intentieverklaring . Het telexbericht heeft geen rechtsgevolgen voor verzoekster, maar moet worden gezien in het licht van de samenwerking tussen de diensten van de Commissie en de instanties van de Lid-Staten . De Commissie voegt eraan toe, dat de positie van verzoekster enkel beïnvloed zou kunnen worden indien die intentie in een verordening was geconcretiseerd .
22 De Commissie stelt, dat het beroep tot schadevergoeding ( zaak C-66/91 ) eveneens niet-ontvankelijk is, daar het in haar telexbericht ingenomen standpunt geen handeling of verzuim vormt die kan leiden tot aansprakelijkheid van de Gemeenschap tegenover verzoekster .
23 Zij meent derhalve, dat het verzoek in kort geding evenmin ontvankelijk is voor zover het is gebaseerd op het beroep tot nietigverklaring .
24 Bij een andere afzonderlijke akte, eveneens neergelegd ter griffie van het Hof op 25 februari 1991, betoogt de Commissie, dat zij wegens het probleem van de dubbele aanvraag in Ierland en het Verenigd Koninkrijk de verordening niet had kunnen vaststellen op basis van artikel 6 van verordening nr . 3885/90 en dat zij de ontwerp-verordening aan het beheerscomité moest voorleggen . Daar de instanties van enkele Lid-Staten zich bezorgd hadden getoond over de daaruit voortvloeiende vertraging, had de Commissie een voorlopige oplossing gevonden die geenszins afbreuk doet aan de rechten van de betrokken handelaars .
25 Verzoekster is om een standpunt gevraagd over de door de Commissie opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid . Bij een op 28 februari 1991 ter griffie van het Hof neergelegde akte hield zij staande, dat het telexbericht van 6 februari 1991 wel degelijk een beschikking vormt . Zij meent, dat in de context van de latere gebeurtenissen en van bepaalde aanwijzingen over het beleid van de Commissie het telexbericht niet kan worden beschouwd als een handeling ter voorbereiding van een latere beschikking en dat het reeds de beslissing van de Commissie bevatte, dat er voor de toewijzing van de tariefcontingenten voor 1991 dubbele aanvragen zijn . Die beslissing raakt verzoekster derhalve rechtstreeks en individueel . Tevens ontkent zij, dat haar actie voorbarig is . Verzoekster meent, dat er - ten minste op het eerste gezicht - bewijs voorhanden is, dat het telexbericht wel degelijk een beschikking vormt en dat zij er onmiskenbaar belang bij heeft zich ervan te vergewissen, dat de verordening van de Commissie betreffende de verdeling van dit tariefcontingent rechtsgeldig is .
26 In verband met de beslissing, of de door de Commissie opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid gegrond is, moet eraan worden herinnerd dat volgens vaste rechtspraak van het Hof als handelingen of besluiten die vatbaar zijn voor een beroep tot nietigverklaring in de zin van artikel 173, enkel zijn te beschouwen maatregelen die bindende rechtsgevolgen in het leven roepen, welke de belangen van de verzoeker kunnen aantasten ( zie arrest van 11 november 1981, zaak 60/81, IBM/Commissie, Jurispr . 1981, blz . 2639; beschikking van 17 oktober 1984, zaak 135/84, F . B./Commissie, Jurispr . 1984, blz . 3577; arrest van 27 maart 1980, zaak 133/79, Sucrimex/Commissie, Jurispr . 1980, blz . 1299 ).
27 Vastgesteld moet worden, dat het telexbericht van 6 februari 1991 niet meer inhoudt dan een verzoek aan de Lid-Staten om bepaalde gegevens mede te delen die het de Commissie mogelijk moeten maken om het communautaire Gatt-contingent correct te beheren en meer bepaald om te vermijden, dat referentiehoeveelheden twee keer in aanmerking worden genomen . Voor het overige wijst de Commissie er enkel op, dat zij later een beslissing zal moeten nemen betreffende de verdeling van het tariefcontingent en dat zij voornemens is de afgifte van invoervergunningen afhankelijk te stellen van een waarborg .
28 Een dergelijke, van het hoofd van een dienst van de Commissie uitgaande mededeling, die enkel de te volgen procedure voor een correct beheer van het stelsel aangeeft en die voor het overige kennis geeft van het voornemen van de Commissie om bepaalde maatregelen te treffen, kan niet worden beschouwd als een beschikking die voor verzoekster rechtsgevolgen teweeg kan brengen .
29 Daaruit volgt, dat het telexbericht van 6 februari 1991 niet de kenmerken bezit van een handeling van de Commissie die vatbaar is voor een beroep tot nietigverklaring en dat het krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag ingestelde beroep derhalve niet-ontvankelijk moet worden verklaard .
30 Wat het beroep tot schadevergoeding betreft, moet worden opgemerkt dat het telexbericht en het daarin geuite voornemen van de Commissie niet kunnen worden beschouwd als een handeling of een gedraging die schade kan toebrengen aan een derde . Dit telexbericht, evenals overigens het gehele optreden van de Commissie waarover wordt geklaagd, past in het kader van de interne samenwerking tussen de Commissie en de nationale instanties belast met de toepassing van de gemeenschapsregeling op dit gebied, welke samenwerking in het algemeen niet kan leiden tot aansprakelijkheid van de Gemeenschap jegens particulieren ( zie het arrest van 27 maart 1980, Sucrimex, reeds geciteerd ).
31 Mitsdien moet het beroep eveneens niet-ontvankelijk worden verklaard voor zover het is gebaseerd op de artikelen 178 en 215, tweede alinea, EEG-Verdrag .
32 Het verzoek in kort geding moet voor zover het is gebaseerd op het beroep tot nietigverklaring, bijgevolg eveneens niet-ontvankelijk worden verklaard .
33 Het aanvullende verzoek om de Commissie bij wijze van voorlopige maatregel te gelasten, de tenuitvoerlegging van het telexbericht van 21 februari 1991 op te schorten totdat het Hof heeft beslist over het verzoek in kort geding in zaak C-66/91 R, moet eveneens niet-ontvankelijk worden verklaard voor zover dit aanvullend verzoek samenhangt met het verzoek in kort geding . Voor zover dat verzoek om een voorlopige maatregel echter is gebaseerd op de beweerde onwettigheid van het telexbericht van 21 februari 1991, volstaat de vaststelling, dat deze handeling niet het voorwerp van een beroep tot nietigverklaring is geweest .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
34 Volgens artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Aangezien verzoekster in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
beschikt :
1 ) Het beroep in zaak C-66/91 wordt niet-ontvankelijk verklaard .
2 ) Het verzoek in zaak C-66/91 R, daaronder begrepen het verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging van het telexbericht van 21 februari 1991, wordt niet-ontvankelijk verklaard .
3 ) Verzoekster wordt in de kosten verwezen .
Luxemburg, 8 maart 1991 .
Full & Egal Universal Law Academy