Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Beroep tot nietigverklaring - Natuurlijke of rechtspersonen - Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken - Verordening inzake verkoop bij inschrijving voor uitvoer van verpakte tabak in bezit van interventiebureaus, en daarop volgend bericht van inschrijving
(EEG-Verdrag, art. 173, tweede alinea; verordening nr. 2436/91 van de Commissie)
Samenvatting
Verordening nr. 2436/91 inzake de verkoop bij inschrijving voor verkoop van verpakte tabak die in het bezit is van de interventiebureaus, en een bericht van inschrijving dat ter uitvoering van die verordening is gepubliceerd, waarin het beginsel en de modaliteiten van die openbare verkoop zijn vastgelegd, raken de gegadigden enkel in hun objectieve hoedanigheid van marktdeelnemers in de sector tabakshandel, op dezelfde voet als iedere andere marktdeelnemer die zich in een zelfde situatie bevindt. Ongeacht de mogelijkheid het aantal of zelfs de identiteit van degenen voor wie genoemde handelingen van belang kunnen zijn, meer of minder nauwkeurig te bepalen, worden zij er niet individueel door geraakt in de zin van artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag.
Partijen
In de gevoegde zaken C-232/91 en C-233/91,
Odette Nikou Petridi Anonymos Kapnemporiki Etairia AE, naamloze vennootschap naar Grieks recht, te Kavala (Griekenland), (zaak C-232/91) en
Syllogos Kapnemporon Makedonias kai Thrakis, te Kavala (zaak C-233/91),
vertegenwoordigd door E. Liratzaki, advocaat te Athene, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij M. Dupuis, advocaat aldaar, Rue Plaetis 9,
verzoeksters,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door X. A. Yataganas, lid van haar juridische dienst, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij R. Hayder, representant van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van verordening (EEG) nr. 2436/91 van de Commissie van 7 augustus 1991 inzake de verkoop bij inschrijving voor uitvoer van verpakte tabak die in het bezit is van het Duitse, het Griekse en het Italiaanse interventiebureau (PB 1991, L 222, blz. 23), en van het krachtens voormelde verordening nr. 2436/91 door de Commissie gepubliceerde bericht van openbare inschrijving nr. 91/C/213/04 van 15 augustus 1991 (PB 1991, C 213, blz. 5),
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, Sir Gordon Slynn, R. Joliet, F. A. Schockweiler, F. Grévisse en P. J. G. Kapteyn, kamerpresidenten, G. F. Mancini, C. N. Kakouris, J. C. Moitinho de Almeida, G. C. Rodríguez Iglesias, M. Díez de Velasco, M. Zuleeg en J. L. Murray, rechters,
advocaat-generaal: W. Van Gerven
griffier: J.-G. Giraud
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 17 september 1991 ter griffie van het Hof neergelegde verzoekschriften hebben Odette Nikou Petridi Anonymos Kapnemporiki Etairia AE (zaak C-232/91) en Syllogos Kapnemporon Makedonias kai Thrakis (zaak C-233/91) krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag verzocht om nietigverklaring van verordening (EEG) nr. 2436/91 van de Commissie van 7 augustus 1991 inzake de verkoop bij inschrijving voor uitvoer van verpakte tabak die in het bezit is van het Duitse, het Griekse en het Italiaanse interventiebureau (PB 1991, L 222, blz. 23), en van het krachtens voormelde verordening nr. 2436/91 door de Commissie gepubliceerde bericht van openbare inschrijving van 15 augustus 1991 (PB 1991, C 213, blz. 5).
2 Bij beschikking van 5 november 1991 heeft de president van het Hof krachtens artikel 43 van het Reglement van de procesvoering de zaken C-232/91 en C-233/91 gevoegd voor de schriftelijke en mondelinge behandeling en voor het arrest.
3 Verordening nr. 2436/91 voornoemd voorziet in artikel 1 in de verkoop voor uitvoer van elf partijen verpakte ruwe tabak, met een totaalgewicht van 105 486 276 kg, van de oogsten 1986, 1987, 1988 en 1989, die in het bezit is van het Duitse, het Griekse en het Italiaanse interventiebureau. In de bijlage bij de verordening worden de partijen en hoeveelheden bepaald die bij vier achtereenvolgende verkopen zullen worden verkocht.
4 In bericht nr. 91/C/213/04 voornoemd bepaalde de Commissie de procedures en voorwaarden van de eerste verkoop, betreffende vier partijen verpakte tabak met een totaalgewicht van 54 557 558 kg. In het bericht wordt gepreciseerd, dat aanbiedingen slechts betrekking kunnen hebben op een gehele partij en vergezeld moeten gaan van het bewijs dat een waarborg is gesteld gelijk aan 0,339 ECU per kg tabak.
5 Wat de ontvankelijkheid van het beroep betreft, stellen verzoeksters, dat de bestreden handelingen, ofschoon vastgesteld in de vorm van een verordening en van een handeling van algemene strekking, hen rechtstreeks en individueel raken in de zin van artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag. Zij raken hen individueel, omdat de Commissie zowel de identiteit van de aan openbare inschrijvingen deelnemende ondernemingen kent als de omvang van de partijen waarop die ondernemingen in staat zijn een bod te doen. De bestreden handelingen raken hen rechtstreeks, doordat zij hun rechtspositie beïnvloeden.
6 Wat de grond van de zaak betreft, stellen verzoeksters, dat de omvang van de ten verkoop aangeboden partijen en de hoogte van de verlangde waarborg tot gevolg hebben, dat enkel grote internationale ondernemingen aan de openbare verkoop kunnen deelnemen en potentiële gegadigden van geringere omvang, zoals verzoeksters, buiten de boot vallen. Door aldus te werk te gaan, heeft de Commissie artikel 7, lid 2, tweede alinea, van verordening (EEG) nr. 727/70 van de Raad van 21 april 1970 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak (PB 1970, L 94, blz. 1) geschonden, welke bepaling verlangt, dat de afzet van de door de interventiebureaus aangekochte tabak zodanig geschiedt, dat iedere verstoring van de markt wordt voorkomen en gelijke toegang tot de markt en gelijke behandeling van de kopers wordt gewaarborgd. Voorts heeft de Commissie inbreuk gemaakt op het algemene beginsel van vrijheid van het handelsverkeer en van de mededinging, en op de bepalingen van artikel 3, sub f, juncto artikel 86 EEG-Verdrag, en misbruik gemaakt van haar bevoegdheid.
7 Krachtens artikel 92, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering kan het Hof, wanneer het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, de advocaat-generaal gehoord, zonder de behandeling voort te zetten, beslissen bij met redenen omklede beschikking.
8 Wat de ontvankelijkheid van een beroep op grond van artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag betreft, zij eraan herinnerd, dat particulieren ingevolge deze bepaling beroep kunnen instellen tegen tot hen gerichte beschikkingen, alsmede tegen beschikkingen die, hoewel genomen in de vorm van een verordening of van een beschikking gericht tot een andere persoon, hen rechtstreeks en individueel raken.
9 Volgens de rechtspraak behoeft niet te worden onderzocht of de bestreden maatregel als een verordening kan worden beschouwd, maar kan worden volstaan met na te gaan of de verzoekers er rechtstreeks en individueel door worden geraakt (arrest van 16 maart 1978, zaak 123/77, UNICME, Jurispr. 1978, blz. 845).
10 Zoals het Hof echter reeds heeft gepreciseerd, betekent het feit dat het aantal of zelfs de identiteit van de rechtssubjecten waarop een maatregel van toepassing is, min of meer nauwkeurig kan worden bepaald, geenszins dat die subjecten moeten worden geacht daardoor individueel te worden geraakt (arrest van 16 maart 1978, UNICME, reeds aangehaald).
11 De in geding zijnde verordening en het bericht van openbare verkoop, waarin het beginsel en de modaliteiten van de openbare verkoop van de tabak zijn vastgelegd, raken verzoekers slechts in hun objectieve hoedanigheid van marktdeelnemers in de sector tabakshandel, op dezelfde voet als iedere andere marktdeelnemer die zich in een zelfde situatie bevindt.
12 In deze omstandigheden dienen de beroepen met toepassing van artikel 92, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien verzoeksters in het ongelijk zijn gesteld, dienen zij in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
beschikt:
1) De beroepen in de zaken C-232/91 en C-233/91 worden niet-ontvankelijk verklaard.
2) Verzoeksters worden verwezen in de kosten.
Luxemburg, 14 november 1991.
Full & Egal Universal Law Academy