Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
Procedure - Kosten - Afstand van instantie gerechtvaardigd door houding van wederpartij
(Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 69, lid 5)
Partijen
In zaak C-249/91,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P. Hetsch, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Franse Republiek, aanvankelijk vertegenwoordigd door J.-P. Puissochet, directeur juridische zaken bij het Ministerie van Buitenlandse zaken, en G. de Bergues, adjunct-hoofdsecretaris buitenlandse zaken bij de directie juridische zaken van dit ministerie, en later door P. Pouzoulet en C. de Salins, respectievelijk adjunct-directeur en adviseur buitenlandse zaken bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Franse ambassade, Boulevard Prince Henri 9,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Franse Republiek, door de prijzen van natuurlijke zoete wijnen op de Franse markt vast te stellen en door regels vast te stellen die de verhandeling en de uitvoer ervan beperken, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens het gemeenschapsrecht, inzonderheid de bepalingen van verordeningen (EEG) van de Raad nrs. 822/87 (PB 1987, L 84, blz. 1) en 823/87 (PB 1987, L 84, blz. 59) betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (v.q.p.r.d.),
geeft
DE PRESIDENT VAN HET HOF
advocaat-generaal C. O. Lenz gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij brief, neergelegd ter griffie van het Hof op 10 februari 1994, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 78 van het Reglement voor de procesvoering, het Hof meegedeeld dat zij afstand doet van instantie, en verzocht overeenkomstig artikel 69, lid 5, van het Reglement voor de procesvoering de Franse Republiek in de proceskosten te veroordelen.
2 Bij brief, neergelegd ter griffie van het Hof op 2 maart 1994, heeft verweerster akte genomen van de afstand van instantie, en zich er niet tegen verzet dat de kosten te haren laste zouden komen.
3 Naar luid van artikel 69, lid 5, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering wordt de partij die afstand doet van instantie, voor zover dit door de wederpartij is gevorderd, in de proceskosten veroordeeld. Op vordering van eerstbedoelde partij wordt evenwel de wederpartij in de kosten veroordeeld, indien dit op grond van de houding van deze partij gerechtvaardigd lijkt.
4 In de onderhavige zaak waren het beroep en de daarop volgende afstand van instantie van de Commissie het gevolg van de houding van de Franse Republiek, die eerst na het beroep van de Commissie de voor de nakoming van haar verplichtingen noodzakelijke maatregelen heeft vastgesteld.
5 Mitsdien moet de Franse Republiek worden veroordeeld in de kosten.
Dictum
DE PRESIDENT VAN HET HOF
beschikt:
1. Zaak C-249/91 wordt doorgehaald in het register van het Hof.
2. De Franse Republiek wordt in de proceskosten veroordeeld.
Luxemburg, 4 maart 1994.
Full & Egal Universal Law Academy