Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
Kort geding ° Voorlopige maatregelen ° Wijziging ° Voorwaarde ° Wijziging in omstandigheden
(Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 87)
Samenvatting
Volgens artikel 87 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof kan een beschikking houdende een voorlopige maatregel, op verzoek van een van de partijen te allen tijde op grond van een wijziging in de omstandigheden worden ingetrokken of gewijzigd.
Als een wijziging in de omstandigheden, die de wijziging of intrekking van de voorlopige maatregel rechtvaardigt, kan niet worden beschouwd de totstandkoming van de nationale wettelijke regeling die dezelfde gevolgen heeft als de administratieve handelingen waarvan bij de voorlopige maatregel opschorting van de tenuitvoerlegging is gelast. De onregelmatigheid ten aanzien van het gemeenschapsrecht die die administratieve handelingen aankleeft, kan door die wettelijke regeling immers niet met terugwerkende kracht ongedaan worden gemaakt. Om het nuttig effect van het te wijzen arrest te waarborgen, dient de voorlopige maatregel derhalve in stand te blijven.
Partijen
In zaak C-272/91 R,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door A. Aresu en R. Pellicer, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij R. Hayder, representant van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door L. Ferrari Bravo, hoofd van de dienst Diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door I. M. Braguglia, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek om de Italiaanse Republiek bij wege van voorlopige maatregel te gelasten, de nodige maatregelen te treffen om de gunning van de concessie voor het geautomatiseerde lottosysteem op te schorten,
geeft
DE PRESIDENT VAN HET HOF
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij brief van 23 maart 1992 heeft de Italiaanse regering de president van het Hof krachtens artikel 87 van het Reglement voor de procesvoering verzocht, de beschikking van 31 januari 1992 in heroverweging te nemen, waarbij de Italiaanse Republiek wordt gelast de nodige maatregelen te nemen om de rechtsgevolgen van het besluit van de minister van Financiën van 14 juni 1991 waarbij de concessie voor het geautomatiseerde lottosysteem is verleend, en de uitvoering van het daartoe met het consortium Lottomatica gesloten contract op te schorten.
2 Die beschikking is gegeven op een verzoek in kort geding van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in het kader van een op 18 oktober 1991 ingesteld beroep krachtens artikel 169 EEG-Verdrag, strekkende tot vaststelling dat de Italiaanse Republiek de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 30, 52 en 59 EEG-Verdrag en de artikelen 9 en 17 tot en met 25 van richtlijn 77/62/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen (PB 1977, L 13, blz. 1), zoals gewijzigd bij richtlijn 88/295/EEG van de Raad van 22 maart 1988 (PB 1988, L 127, blz. 1), door eerst in het begin van 1990 geen mededeling te doen, met het oog op bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, van een indicatieve lijst van alle opdrachten die het Italiaanse Ministerie van Financiën in de loop van dat jaar voornemens was te plaatsen, en door vervolgens in november 1990 geen mededeling te doen van een bericht van inschrijving betreffende de concessie voor het geautomatiseerde lottosysteem en door de deelneming aan deze inschrijving voor te behouden aan lichamen, vennootschappen, consortiums of groepen waarin de overheid een meerderheidsbelang heeft.
3 In zijn beschikking van 31 januari 1992 heeft de president van het Hof overeenkomstig artikel 83, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering het bestaan vastgesteld van middelen, zowel feitelijk als rechtens, op grond waarvan de door de Commissie gevraagde voorlopige maatregel aanvankelijk gerechtvaardigd voorkwam, alsmede het bestaan van omstandigheden waaruit van de spoedeisendheid van die maatregel bleek. Daarbij heeft hij erop gewezen, dat enerzijds het beroep van de Commissie, gelet op het arrest van 5 december 1989 (zaak C-3/88, Commissie/Italië, Jurispr. 1989, blz. 4035) in dat stadium van de procedure niet ongegrond voorkwam, en dat anderzijds, zo de Commissie in de hoofdzaak in het gelijk zou worden gesteld, het arrest zonder voorlopige maatregelen geen enkel nuttig effect kon hebben.
4 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, de opmerkingen van partijen en de redengeving van de beschikking van de president van het Hof wordt verwezen naar de beschikking van 31 januari 1992.
5 Tot staving van haar verzoek om heroverweging van genoemde beschikking beroept de Italiaanse regering zich op een nieuw feit, te weten de vaststelling van besluitwet nr. 47 van 1 februari 1992. Artikel 7a daarvan machtigt de minister van Financiën zijn bevoegdheden terzake van het geautomatiseerde lottospel over te dragen aan vennootschappen waarin de overheid een meerderheidsbelang heeft, zulks met de precisering, dat bij de eerste toepassing van deze bepaling de overdracht van bedoelde bevoegdheden geschiedt aan Lottomatica, de vennootschap die na de aanbesteding waarop het beroep wegens niet-nakoming betrekking heeft, als concessiehouder is gekozen.
6 Er zij aan herinnerd, dat volgens artikel 87 van het Reglement voor de procesvoering de beschikking houdende een voorlopige maatregel op verzoek van een van de partijen te allen tijde op grond van een wijziging in de omstandigheden kan worden ingetrokken of gewijzigd.
7 In casu kan de wijziging van de Italiaanse wetgeving niet worden beschouwd als een wijziging in de omstandigheden, die de wijziging of intrekking van de voorlopige maatregel rechtvaardigt. Want ook al voorziet die nieuwe regeling in een overdracht van overheidsbevoegdheden op de concessiehouder, zij kan de onregelmatigheid ten aanzien van het gemeenschapsrecht, die de aanbesteding en, bijgevolg, de gunning van de concessie aan het consortium Lottomatica en de met dit consortium gesloten overeenkomst aankleeft, niet met terugwerkende kracht ongedaan maken.
8 Om het nuttig effect van het te wijzen arrest te waarborgen, dient derhalve de voorlopige maatregel waarbij de Italiaanse Republiek wordt gelast de nodige maatregelen te nemen om de rechtsgevolgen van het besluit van de minister van Financiën van 14 juni 1991 waarbij de concessie voor het geautomatiseerde lottosysteem is verleend, en de uitvoering van het daartoe met het consortium Lottomatica gesloten contract op te schorten, in stand te blijven.
Dictum
DE PRESIDENT VAN HET HOF
beschikt:
1) Het verzoek van de Italiaanse regering wordt afgewezen.
2) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
Luxemburg, 12 juni 1992.
Full & Egal Universal Law Academy