CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
M. DARMON
van 19 januari 1993 ( *1 )
Mijnheer de President,
mijne beren Rechters,
1.
Kan Cheddarkaas die uit Nieuw-Zeeland in een Lid-Staat van de Gemeenschap wordt ingevoerd en onmiddellijk weer naar andere Lid-Staten wordt uitgevoerd, het voorwerp zijn van positieve monetair compenserende bedragen, ook al zijn hierop bij de eerste invoer geen negatieve monetair compenserende bedragen noch een minimumprijsregeling toegepast? Zo luidt in wezen de vraag die door het Finanzgericht Hamburg aan het Hof wordt gesteld.
2.
De Duitse vennootschap General Milk Products GmbH (hierna: „General Milk”), een dochteronderneming van een Nieuwzeclandsc maatschappij, verhandelt in de Gemeenschap zuivelprodukten en met name door haar moedermaatschappij geproduceerde kaas. Terwijl alle goederen via de haven van Hamburg worden ingevoerd —waar zij alle worden aangegeven voor inklaring in Duitsland—, wordt een deel weer uitgevoerd naar andere Europese staten, met name Denemarken en Frankrijk.
3.
Met betrekking tot de toepasselijke monetair compenserende bedragen zijn achtereenvolgens twee regelingen van toepassing geweest.
4.
Ingevolge de regeling tussen Nieuw-Zeeland en de Gemeenschap inzake gecoördineerde gedragsregels voor kaas, goedgekeurd bij besluit 80/272/EEG van de Raad van 10 december 1979 ( 1 ), was aanvankelijk bij de invoer van Cheddar uit dat derde land een minimumprijsregeling van toepassing op grond van verordening (EEG) nr. 2915/79 van de Raad van 18 december 1979 ( 2 ), gewijzigd bij artikel 1 van verordening (EEG) nr. 1463/82 van de Raad van 27 mei 1982. ( 3 ) Het gewijzigde artikel 9 van verordening nr. 2915/79 stelt de invoer van Cheddar afhankelijk van de inachtneming van de waarde franco-grens en van betaling van een heffing. Ingevolge artikel 8 van verordening (EEG) nr. 1767/82 van de Commissie van 1 juli 1982 ( 4 ) en voetnoot 12 van bijlage I, deel 5, van verordening (EEG) nr. 900/84 van de Commissie van 31 maart 1984 ( 5 ) (hierna „voetnoot 12”) waren bij invoer geen monetair compenserende bedragen van toepassing. Krachtens artikel 1 van verordening (EEG) nr. 974/71 van de Raad van 12 mei 1971 ( 6 ) juncto artikel 1 van verordening nr. 900/84 kunnen weer naar andere Lid-Staten van de Gemeenschap uitgevoerde partijen in aanmerking komen voor positieve monetair compenserende bedragen.
5.
Daarna werd met ingang van 16 december 1984 de toepassing van de minimumprijsregeling geseborst bij verordening (EEG) nr. 3340/84 van de Raad van 28 november 1984 ( 7 ), waarbij ingevolge een nieuwe overeenkomst tussen de Gemeenschap en Nieuw-Zeeland ( 8 ) artikel 9, lid 1, en de letters e) en f) van bijlage II van verordening nr. 2915/79 wederom werden gewijzigd. Elke verwijzing naar een minimumwaarde francogrens werd geschrapt. Ook in dit nieuwe stelsel was bij invoer van Cheddar geen monetair compenserend bedrag ( 9 ) bij binnenkomst in de Gemeenschap van toepassing.
6.
Op 18 december 1984 liet General Milk een partij Cheddar door het Hauptzollamt Hamburg-Ericus inklaren voor vrij gebruik en voerde zij onmiddellijk weer een deel ervan naar Denemarken respectievelijk Frankrijk uit.
7.
Zich baserend op voetnoot 12, gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3522/84 van de Commissie ( 10 ), verzocht General Milk het Hauptzollamt om toepassing van compenserende bedragen voor de uit Duitsland uitgevoerde partijen, welk verzoek werd afgewezen.
8.
General Milk heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld bij het Finanzgericht Hamburg. Zij betoogt, dat geen enkele bepaling de toepassing van compenserende bedragen bij uitvoer beperkt tot goederen van oorsprong uit het uitvoerende land of tot goederen ingevoerd in de Lid-Staat van uitvoer met toepassing van compenserende bedragen of een minimumprijsregeling. Zij wijst erop, dat artikel 16, lid2, van verordening (EEG) nr. 1371/81 van de Commissie van 19 mei 1981 ( 11 ) alleen verlangt, dat de produkten het grondgebied van de Lid-Staat van uitvoer hebben verlaten.
9.
Met zijn prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen, of de bepalingen van verordening nr. 900/84 in samenhang met verordening nr. 1371/81 aldus moeten worden uitgelegd, dat wanneer uit Nieuw-Zeeland afkomstige Cheddarkaas in een Lid-Staat wordt ingevoerd en daarbij geen negatieve monetair compenserende bedragen of een minimumprijsregeling is toegepast, er geen positieve monetair compenserende bedragen bij de wederuitvoer van dat produkt naar een andere Lid-Staat van de Gemeenschap dienen te worden toegepast.
10.
Zoals bekend, beogen monetair compenserende bedragen het beginsel van de gewaarborgde institutionele prijzen te beschermen in een Gemeenschap die geen vaste wisselkoersen noch een monetaire unie kent, door middel van een stelsel waarvan de toepassing in de praktijk het koersrisico wegneemt. ( 12 ) Zij zijn een onderdeel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
11.
Dit heeft tot doel het stabiliseren van het inkomen van landbouwers, door voor een groot aantal landbouwprodukten te voorzien in gemeenschappelijke marktordeningen met gewaarborgde prijzen, vastgesteld in een gemeenschappelijke munteenheid, de rekeneenheid. De omrekening van deze prijzen in de nationale munt gebeurt met gebruikmaking van „groene” koersen. De gewaarborgde prijzen kunnen per definitie niet elke week afhankelijk van de valutafluctatie schommelen. De in elke nationale valuta vastgestelde prijzen evenwel kunnen tussen twee oogstjaren als gevolg van de devaluatie of de revaluatie van de valuta verschillen.
12.
De compenserende bedragen hebben nu juist tot doel compensatie te bieden voor de prijsschommelingen bij uitvoer en invoer, die het gevolg zijn van verschillen tussen de groene koers waarin de prijzen zijn vastgesteld, en de marktkoers van de betrokken valuta's. Zij neutraliseren de door de wissclkoersfluctuaties veroorzaakte verstoringen op de markt van landbouwprodukten en waarborgen aldus het stelsel van eenvormige prijzen. ( 13 )
13.
De compenserende bedragen zijn positief of negatief. Zij zijn positief, wanneer zij een nationaal prijsniveau compenseren dat hoger is dan het communautaire prijsniveau, en negatief in het tegenovergestelde geval. ( 14 ) Net als heffingen en restituties worden positieve bedragen geïnd bij invoer en toegekend bij uitvoer. Omgekeerd worden negatieve bedragen geheven bij uitvoer en toegekend bij invoer. ( 15 )
14.
Ook al bestaat er voor Cheddarkaas binnen de Gemeenschap geen interventieprijs, toch kunnen er monetair compenserende bedragen op van toepassing zijn omdat het een produkt is dat is afgeleid van een aan een interventieprijs onderworpen produkt (melk).
15.
Zoals wij zagen, gold voor dit produkt aanvankelijk een minimumprijsregeling, waardoor de invoerprijs ervan op gelijke hoogte of in de buurt kwam van de communautaire prijzen.
16.
Omdat de minimumprijs in ECU was uitgedrukt, was het niet nodig om bij de invoer van het produkt monetair compenserende bedragen toe te passen. ( 16 )
17.
Bij wederuitvoer naar een andere Lid-Staat daarentegen was in het geval van verschillen tussen de marktkoers en de groene koers van de betrokken valuta's toepassing van monetair compenserende bedragen wel noodzakelijk. Het was aldus gerechtvaardigd om bij wederuitvoer naar een gemeenschapsland met een zwakkere vahita, positieve bedragen bij uitvoer toe te kennen, teneinde het produkt verkoopbaar te maken in Lid-Staten waarvan de valuta in het betrokken tijdvak ten opzichte van die van de staat van oorsprong was gedevalueerd.
18.
Maar hoe zit het wanneer voor het in de Gemeenschap ingevoerde produkt niet meer een minimumprijs geldt?
19.
Ook in dat geval is het niet noodzakelijk een monetair compenserend bedrag toe te passen bij invoer uit een derde land. De vrij tot stand gekomen prijzen worden automatisch omgerekend in de valuta van het land van invoer tegen marktkoers, zonder dat er een koersrisico ontstaat door toepassing van de groene koers.
20.
En wanneer het produkt bij invoer in de Gemeenschap niet te maken heeft gehad met het monetaire aspect van de gemeenschappelijke marktordeningen, is dan een positief bedrag bij uitvoer niet een premie zonder tegenprestatie, kortom een cadeautje voor de exporteur, nu het produkt nimmer aan de voorwaarden van de gemeenschappelijke markt onderworpen is geweest?
21.
Een nadere beschouwing van de ratio legis is in dezen verhelderend: wanneer er noch een minimumprijs noch een monetair compenserend bedrag bij invoer in de Gemeenschap is geweest lijkt elk recht op toekenning van monetair compenserende bedragen bij wederuitvoer naar een andere Lid-Staat a priori uitgesloten te zijn.
22.
Zo wees advocaat-generaal Warner er in de zaak-Lesieur Cotelle ( 17 ) op, dat
„herhaaldelijk door Uw Hof is beslist dat compenserende bedragen alleen mogen worden toegepast indien zij noodzakelijk zijn om verstoringen in de werking van de gemeenschappelijke ordening van de markt van bepaalde produkten te voorkomen; dat de Commissie de bedragen moet intrekken wanneer zij ervan overtuigd is dat de marktomstandigheden deze overbodig maken voor dat doel; en dat de Commissie in dit verband een ruime beoordelingsvrijheid heeft”. ( 18 )
23.
Is de schorsing per 16 december 1984 van de minimumprijsregeling gepaard gegaan met schorsing van de compenserende bedragen bij uitvoer?
24.
In een even technische als ingewikkelde materie als die van de monetair compenserende bedragen eist het rechtszekerheidsbeginsel dat de tekst van de regelingen volstrekt duidelijk is en dat de rechten en verplichtingen van de ondernemers blijken uit de regeling waarop zij zich moeten kunnen baseren.
25.
Toepassing gevend aan dit beginsel verklaarde het Hof in zijn arrest van 22 februari 1989 (gevoegde zaken 92/87 en 93/87, Commissie/Frankrijk en Verenigd Koninkrijk, Jurispr. 1989, blz. 405), dat
„(...) volgens de rechtspraak van het Hof (ef. het arrest van 9 juli 1981, zaak 169/80, Gondrand, Jurispr. 1981, blz. 1931) het beginsel van rechtszekerheid eist, dat een regeling waarbij aan de belastingplichtige lasten worden opgelegd, duidelijk en nauwkeurig omschreven is, opdat de belastingplichtige ondubbelzinnig zijn rechten en verplichtingen kan kennen en dienovereenkomstig zijn beschikkingen kan treffen”. ( 19 )
26.
Hield de regeling inzake de monetair compenserende bedragen voor uit Nieuw-Zeeland ingevoerde Cheddarkaas ondubbelzinnig schorsing in van de toekenning van deze bedragen bij wedcruitvoer van dit produkt vanaf de dag waarop het niet langer was onderworpen aan de minimumprijsregeling, wanneer men weet dat de bedragen bij invoer al eerder niet van toepassing waren?
27.
De toekenning van compenserende bedragen bij wedcruitvoer van Cheddarkaas is gebaseerd op artikel 2, lid 1, van verordening nr. 1371/81, waarin wordt bepaald dat bedragen worden toegepast voor produkten die worden ingevoerd of uitgevoerd, voor zover andere bepalingen zich niet tegen een dergelijke toekenning verzetten.
28.
Ik merk meteen al op, dat geen enkele op het betrokken produkt toepasselijke bepaling in een dergelijke uitsluiting voorziet.
29.
Volgens de oorspronkelijke versie van voetnoot 12 weren geen monetair compenserende bedragen van toepassing op bepaalde ingevoerde kaassoorten, ongeacht of deze zijn onderworpen aan de minimu mprijsregeling ( 20 ) of ervan zijn uitgesloten. ( 21 )
30.
Ook de eerdere verordeningen vermelden de uitsluiting van monetair compenserende bedragen slechts voor ingevoerde ( 22 ) kaassoorten.
31.
Voetnoot 12 in de formulering van artikel 1 van verordening nr. 3522/84 bepaalt als volgt:
„Er zijn geen compenserende bedragen van toepassing op kaas die wordt ingevoerd onder de voorwaarden bedoeld in artikel 7, lid 1, artikel 9, lid 1, en de artikelen 10 en 11 van Verordening (EEG) nr. 2915/79 (gewijzigd) voor zover een geldende waarde franco-grens, wanneer deze voor de betrokken kaas is vastgesteld, wordt aangehouden, of wanneer de invoerprijzen niet lager zijn dan de bedragen bedoeld in artikel 11, lid 1, van genoemde verordening voor de betrokken kaassoort. Er zijn evenmin compenserende bedragen van toepassing voor de in artikel 9, lidi, en artikel 11, lid 2, van genoemde verordening bedoelde kaassoorten, voor zover het produkten betreft die in bijlage II, sub e), f) en r), van genoemde verordening zijn vermeld, indien vaststaat dat de produkten aan de daarin vermelde omschrijving beantwoorden.” ( 23 )
32.
De eerste zin betreft met name tegen een minimumwaarde franco-grens ingevoerde produkten. Deze sluit monetair compenserende bedragen voor ingevoerde kaassoorten uit. Enkel de tweede zin betreft Nieuwzcelandse Cheddar die is ingevoerd zonder onderworpen te zijn geweest aan de minimumprijsregeling. Deze zin preciseert niet, of de uitsluiting van monetair compenserende bedragen enkel op de invoer van kaassoorten betrekking heeft of eveneens wederuitvoer ervan naar een andere Lid-Staat betreft.
33.
Evenals de Commissie ben ik van oordeel, dat voetnoot 12 in deze formulering de toepassing van monetair compenserende bedragen voor uit een derde land ingevoerde produkten uitsluit, maar niet de toepassing van dergelijke bedragen bij de wederuitvoer van die produkten naar een andere Lid-Staat verbiedt.
34.
De eerste zin betreft namelijk aan een minimumprijsregeling onderworpen produkten en bepaalt, dat geen monetair compenserende bedragen van toepassing zijn, voor zover de waarde franco-grens wordt aangehouden. Van een dergelijke waarde is slechts sprake bij invoer uit derde landen.
35.
Gelet op de schorsing van de minimumprijs, verwijst de tweede zin, welke met name op Cheddar betrekking heeft, niet naaide waarde franco-grens. Hij verwijst naar de in bijlage II, sub e en f, opgenomen omschrijving van Cheddar, waarin een jaarlijks tariefcontingent wordt vermeld dat enkel invoer uit derde landen kan betreffen.
36.
Bovendien kan het begrip monetair compenserende bedragen niet in de eerste en de tweede zin van hetzelfde artikel op verschillende wijze worden uitgelegd.
37.
Ten slotte blijkt uit de tweede overweging van de considerans van verordening nr. 3522/84, dat voetnoot 12 is gewijzigd om rekening te houden met de nieuwe situatie die door de schorsing van de minimumprijzen voor Cheddar uit Australië en Nieuw-Zeeland is ontstaan. Dit verklaart, waarom de verwijzing naar artikel 9, lid 1, van verordening nr. 2915/79, voor zover het Cheddar betreft, is verplaatst van het eerste naar het tweede deel van de voetnoot, namelijk om rekening te houden met de schorsing van de minimumprijsregeling, zonder evenwel het systeem van monetair compenserende bedragen met name in het geval van wederuitvoer te wijzigen.
38.
Door de schorsing van de minimumprijs bij invoer is derhalve geen ander stelsel van monetair compenserende bedragen ontstaan; met name is het daardoor niet onmogelijk geworden compenserende bedragen bij wederuitvoer toe te kennen. De regeling stelt de toekenning van compenserende bedragen bij uitvoer niet afhankelijk van het bestaan van een minimumprijsregeling of van monetair compenserende bedragen bij invoer.
39.
Voorts bepaalt artikel 8 van verordening nr. 1767/82 uitdrukkelijk als volgt: „Geen enkel monetair compenserend bedrag wordt toegepast wanneer de produkten bedoeld in bijlage I a), b), d), e), f), g), i), k), 1), m) in het vrije verkeer worden gebracht.” ( 24 )
40.
De uitdrukking „in het vrije verkeer worden gebracht” dient in dezen te worden uitgelegd als enkel en alleen betrekking hebbend op invoer uit derde landen, indien men rekening houdt met artikel 10, lid 1, van het Verdrag en artikel 1, lid 2, sub b, van verordening nr. 1371/81.
41.
Opgemerkt zij, dat het zojuist aangehaalde artikel 8 is gewijzigd bij artikel 1 van verordening (EEG) nr. 611/88 ( 25 ), waarin wordt bepaald, dat geen monetair compenserend bedrag wordt toegepast wanneer bepaalde produkten, na in het vrije verkeer te zijn gebracht in de importerende Lid-Staat, naar een andere Lid-Staat worden verzonden of opnieuw worden uitgevoerd. Nieuwzeelandse Cheddar behoort niet tot de bedoelde produkten.
42.
Hieruit volgt, dat geen enkele bepaling het mogelijk maakt de toekenning uit te sluiten van monetair compenserende bedragen bij wederuitvocr naar een Lid-Staat van uit Nieuw-Zeeland in de Gemeenschap ingevoerde Cheddarkaas. Er bestaat derhalve geen uitdrukkelijke bepaling op grond waarvan handelaars van mening konden zijn, dat monetair compenserende bedragen in het geval van wederuitvocr niet meer opeisbaar waren.
43.
Deze zijn derhalve krachtens artikel 2, lid 1, van verordening nr. 1371/81 van toepassing, zodra aan de hierin genoemde voorwaarden is voldaan. Indien wordt bewezen, dat het produkt het grondgebied van de Lid-Staat van uitvoer heeft verlaten, kan het monetair compenserend bedrag worden opgeëist. ( 26 )
44.
Een laatste opmerking. Is de uitkomst gelijk, wanneer het goed enkel in de eerste Lid-Staat is ingevoerd om onmiddellijk weer naar een andere Lid-Staat te worden uitgevoerd, zonder metterdaad in de eerste staat in de handel te zijn gebracht?
45.
In de zaak Töpfer ( 27 ) ging het om graan dat was geladen in Denemarken voor levering in de Bondsrepubliek Duitsland. De exporteur had geregeld, dat er gedurende het vervoer werd aangelegd in Groot-Brittannië, uitsluitend om het monetair compenserend bedrag toetreding op te strijken, aangezien er in die nieuwe Lid-Staat lagere prijzen golden. Het Hof verklaarde, dat
„(...) een exporteur die landbouwprodukten verzendt naar een nieuwe Lid-Staat vanuit een Lid-Staat die hogere prijzen toepast, geen aanspraak kan maken op compenserende bedragen toetreding, indien de produkten na het vervullen van de douaneformaliteiten in de Lid-Staat die aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van uitvoer als staat van bestemming is opgegeven, niet metterdaad op de markt van die staat in de bandel worden gebracht”. ( 28 )
46.
Op het eerste gezicht — maar dit staat ter beoordeling van de verwijzende rechter — bevat het dossier niets waaruit zou kunnen blijken, dat het in het vrije verkeer brengen in Duitsland zuiver fictief is geweest, uitsluitend om in aanmerking te kunnen komen voor de positieve monetair compenserende bedragen bij uitvoer.
47.
Zoals de verwijzende rechter opmerkt, kan de toepassing van positieve monetair compenserende bedragen bij uitvoer slechts worden uitgesloten wanneer kan worden bewezen, dat de exporteur het voornemen had misbruik te maken van het stelsel van monetair compenserende bedragen, hetgeen op geen enkele wijze is aangetoond.
48.
Ik geef derhalve in overweging te verklaren voor recht:
„De bepalingen van verordening (EEG) nr. 1371/81 in samenhang met verordening (EEG) nr. 900/84, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3522/84, moeten aldus worden uitgelegd, dat bij de wederuitvoer naar een Lid-Staat van Cheddarkaas die uit Nieuw-Zeeland in een andere Lid-Staat is ingevoerd, positieve monetair compenserende bedragen kunnen worden toegepast, ook al zijn bij de invoer in laatstbedoelde staat geen negatieve compenserende bedragen noch een minimumprijsregeling toegepast, tenzij kan worden aangetoond dat het in het vrije verkeer brengen van het produkt in die staat fictief is gebeurd, uitsluitend met het oog op een oneigenlijk gebruik van bedoelde regeling.”
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Frans.
( 1 ) Besluit betreffende tic sluiting van de bilaterale overeenkomsten waarover tijdens de handelsbesprekingen 1973-1979 overeenstemming is bereikt (PD 1980, L 71, biz. 129). Zie in liet bijzonder bijlage 3 van het memorandum van overeenstemming, blz. I-19.
( 2 ) Verordening houdende vaststelling van de produklengroepen en debijzondere voorschriften betreffende de berekening van de heffingen in de sector melk en zuivelprodukten en tot wijziging van verordening (EEG) nr. 950/68 betreffende liet gemeenschappelijk douanetarief (PB 1979, L 329, blz. 1).
( 3 ) Verordening tot wijziging van verordening (EEG) nr. 2915/79 niet betrekking tot de indeling van sommige kaassoorten onder bepaalde tariefposten en van verordening (EEG) nr. 950/68 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1982, L 159, blz. 1).
( 4 ) Verordening tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de specifieke invoerheffingen voor bepaalde zuivelprodukten (PB 1982, L 196, blz. 1).
( 5 ) Verordening tot vaststelling van de monetaire compenserende bedragen en van sommige coëfficiënten en koersen voor de toepassing ervan (PIS 1984, L 92, blz. 2).
( 6 ) Verordening betreffende bepaalde conjtinctuurpolitickc maatregelen welke naar aanleiding van de tijdelijke verruiming van de fluctuatiemarges van de valuta's van sommige Lid-Staten dienen te worden genomen in de landbouwsector (PB 1971, L 106, blz. 1).
( 7 ) Verordening tot wijziging van verordening (EEG) nr. 2915/79 voor wat betreft de tenuitvoerlegging van een nieuwe regeling voor de invoer van bepaalde kaassoorten uit Australië en Nieuw-Zeeland (PB 1984, L 312, biz. 5).
( 8 ) Zie besluit 84/561/EEG van de Raad van 22 november 1984 betreffende de slutting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van Nieuw-Zeeland betreffende de regeling tussen Nieuw-Zeeland en de Europese Gemeenschappen inzake gecoördineerde gedragsregels voor kaas (PB 1984, L 308, p. 59), en de tweede overweging van de considerans van verordening nr. 3340/84, reeds aangehaald.
( 9 ) Krachtens voetnoot 12, gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3522/84 van de Commissie van 14 december 1984 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 900/84 met betrekking tot de niet-tocpassing van de monetaire compenserende bedragen op bepaalde uit Australië en Nieuw-Zeeland ingevoerde kaassoorten (PB 1984, L 328, blz. 18).
( 10 ) Zie voetnoot 9.
( 11 ) Verordening houdende uitvoeringsbepalingen inzake de monetaire compenserende bedragen (PB 1981, L 138, blz. 8).
( 12 ) Zie arrest van 14 mci 1975 (zaak 74/74, CNTA, Jurispr. 1975, blz 533, r. o. 41).
( 13 ) Zie bü voorbeeld arrest van 15 oktober 1980 (zaak 4/79, Provitlence Agricole dc la Champagne, Jurispr. 1980, biz. 2823, r. o. 22).
( 14 ) Zie artikel 2 van verordening (EEG) nr. 1677/85 van de Raad van 11 juni 1985 inzake tle monetaire compenserende bedragen in tle landbouwsector (PIS 1985, L. 164, blz. 6). Zie ook liartllclemy en Heine: „Les montants compensatoires monétaires et leur démantèlement”, Cahiers de droit européen, blz. 397-434.
( 15 ) Artikel I van verordening (EEG) nr. 1371/81, reeds aangehaald.
( 16 ) Zie de tweede overweging van de considerans van verordening (EEG) nr. 3014/79 van de Commissie van 27 december 1979 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 2140/79 ten aanzien van bepaalde monetaire compenserende bedragen in de sector melk en zuivelproduktcn (PB 1979, L.337, blz. 73).
( 17 ) Arrest van 17 maart 1976 (zaak 67/75-S5/75, Jurispr. 1976, blz. 391, 412).
( 18 ) Ibid., blz. 418.
( 19 ) R. o. 22.
( 20 ) Eerste zin van de voetnoot.
( 21 ) Zie puntr) van bijlage II van verordening (EUG) nr. 2915/79, toegevoegd bij verordening (EEG) nr. 3012/82 van de Raad van 15 november 1982 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 2915/79 ten aanzien van de toepassing van een verlaagde heffing voor bepaalde kaassoorten (PB 1982, L 322, blz. 1).
( 22 ) Zie met name voetnoot 13 van verordening (EEG) nr. 2140/79 van de Commissie van 28 september 1979 (PB 1979, L 217, blz. 1) ín de formulering van verordening (EEG) nr. 3014/79, reeds aangehaald, en net antwoord van de Commissie op de tweede vraag van het Hof.
( 23 ) De punten e) en f) van bijlage II hebben betrekking op Cheddar.
( 24 ) Uit Australie en Nieuw-Zeeland afkomstige Cheddar wordt in deze bijlage sub e en f vermeld.
( 25 ) Verordening vm de Commissie van 4 maart 1988 tot wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 1767/82 en (EEG) nr. 3938/87 ten aanzien van de niet-toepassing van de monetaire compenserende bedragen voor bepaalde onder bijzondere voorwaarden geïmporteerde kaassoorten (Pi! 1988, L 60, biz. 19).
( 26 ) Artikel 16, lid 1, van verordening (EEG) nr. 1371/81.
( 27 ) Arrest van 27 oktober 1981 (zaak 250/80, Jurispr. 1981, blz. 2165).
( 28 ) K. o. 18; cursivering van mij.
Full & Egal Universal Law Academy