CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
C. GULMANN
van 12 mei 1993 ( *1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1.
In 1988 heeft het Ufficio del Genio Civile van Bolzano, een dienst die onder het Italiaanse Ministerie van Openbare werken ressorteert, de Italiaanse onderneming Collini en Rabbiosi SpA de bouw van een lawinewering gegund in het zogenaamde „Alpe Galliną”-gebied, te Colle Isarco/Brennero, een voor het verkeer en het toerisme belangrijk gebied. Het contract is gesloten zonder voorafgaande publikatie van een aanbestedingsbericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De Commissie heeft het onderhavige beroep ingesteld en het Hof verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek hierdoor niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen krachtens richtlijn 71/305/EEG van de Raad van 26 juli 1971 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken. ( 1 )
2.
TitelIII van richtlijn 71/305 bevat de regels betreffende de bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken die de aanbestedende diensten van de Lid-Staten wensen te plaatsen. Deze bepalingen hebben als doel, de ondernemers uit de Gemeenschap in staat te stellen kennis te nemen van de voorgenomen werkzaamheden en eventueel aan de aanbestedingsprocedure deel te nemen. Artikel 12 bepaalt in het bijzonder, dat de aanbestedende diensten die een overheidsopdracht voor de uitvoering van werken door middel van een aanbesteding willen plaatsen, dit voornemen door middel van een aankondiging kenbaar moeten maken, welke aan het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen dient te worden toegezonden. Dit bureau publiceert de aankondiging vervolgens in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
3.
De Italiaanse regering, die niet ontkent dat de betrokken werkzaamheden binnen het toepassingsgebied van de richtlijn vallen, beroept zich ter zake van het ontbreken van de publikatie op artikel 9, sub d, van de richtlijn, dat de aanbestedende diensten toestaat hun opdrachten voor de uitvoering van werkzaamheden te plaatsen zonder toepassing van de bepalingen betreffende de bekendmaking „in strikt noodzakelijke gevallen waarin de bij de uitvoering van een werk te betrachten dringende spoed, voortvloeiende uit voor de aanbestedende diensten onvoorziene gebeurtenissen, onverenigbaar is met de inachtneming van de termijnen behorende bij andere procedures”.
4.
Uit de rechtspraak van het Hof, en dit wordt door de Italiaanse regering niet tegengesproken, vloeit voort dat
—
deze bepaling, als uitzondering op de regels van de richtlijn, strikt moet worden uitgelegd ( 2 ),
—
de partij die zich erop beroept, dient te bewijzen dat de buitengewone omstandigheden die de toepassing van de uitzondering rechtvaardigen daadwerkelijk hebben bestaan,
—
aan de in artikel 9, sub d, gestelde voorwaarden om af te wijken van de regels van de richtlijn, cumulatief moet zijn voldaan. ( 3 )
5.
De Italiaanse regering heeft aangevoerd, dat de werkzaamheden voor de aanleg van de lawinewcring in Alpe Gallina noodzakelijkerwijs in september 1988 moesten beginnen, en dat deze omstandigheid het onmogelijk maakte het in de richtlijn gestelde publikaticvereiste na te leven.
Volgens de Italiaanse regering moest uiterlijk in september met de werkzaamheden worden begonnen, opdat de aanleg van de lawinewcring voor het invallen van de winter voldoende ver was gevorderd om tijdens de winter van 1988/1989 „gegevens te kunnen verzamelen over de wind op een hoogte tussen 2030 en 2400 en over de sneeuwophoping na de volledige voltooiing van werkzaamheden”. Het verzamelen van deze gegevens was een voorafgaande voorwaarde voor de aanleg van het project, en de Italiaanse regering heeft benadrukt, dat indien men dit eerste gedeelte van de werkzaamheden had moeten uitstellen tot na de winter van 1988/1989, het hele project met een jaar was vertraagd. ( 4 ) In dit verband heeft de Italiaanse regering aangegeven, dat de werkzaamheden die tussen 21 september 1988, de aanvangsdatum ( 5 ), en 4 november 1988, het moment waarop men de werkzaamheden heeft moeten opschorten vanwege de invallende winter, zijn uitgevoerd 28 % van de kosten van het totale project vertegenwoordigden. ( 6 )
De Italiaanse regering heeft bovendien verklaard, dat men pas op het moment van het verschijnen van een rapport van de geologische dienst van het Italiaanse Ministerie van Milieu op 9 juni 1988 besefte hoe dringend de aanleg van een lawinewcring in Alpe Gallina was. Volgens de Italiaanse regering volgt uit het rapport, dat vanwege de geologische kenmerken van het betrokken gebied, die tot dan toe onbekend waren, het gevaar voor lawines zeer waarschijnlijk, concreet en dreigend was, en dat de geologische dienst „een dringend optreden” aanbeval. Tot 9 juni 1988 was men van mening geweest, dat er in Alpe Gallina slechts sprake was van een algemeen lawinegevaar. Vóór het verschijnen van deze resultaten van het eerste geologisch onderzoek in het gebied had men niet kunnen voorzien, dat het om een concreet en dreigend gevaar ging.
De Italiaanse regering heeft aangevoerd dat, in overeenstemming met de in dit verband in artikel 9, sub d, van de richtlijn vastgelegde voorwaarden, er derhalve zowel dringende spoed als voor de aanbestedende diensten onvoorziene gebeurtenissen bestonden en dat het in de periode tussen 10 juni 1988, de dag van de presentatie van het rapport, en september 1988, het moment waarop de werkzaamheden in ieder geval moesten beginnen, niet mogelijk was een publikatieprocedure te volgen conform de richtlijn.
6.
De Commissie bestrijdt dat de voorwaarden van artikel 9, sub d, zijn vervuld, en zij heeft een reeks argumenten in die zin aangevoerd die zijn weergegeven in het rapport ter terechtzitting. Ik volsta met hier te vermelden, dat de Commissie erop heeft gewezen dat er meer dan drie maanden zijn verstreken tussen 10 juni 1988, de dag waarop de geologische dienst zijn rapport heeft gepresenteerd, en het begin van de werkzaamheden op 21 september 1988, en dat haars inziens de Italiaanse regering zich in deze omstandigheden niet op dringende spoed kan beroepen om zich te onttrekken aan de in de richtlijn geregelde publikatieprocedure, aangezien deze geen buitensporige vertragingen met zich brengt. De Commissie heeft benadrukt, dat bij toepassing van de versnelde procedure van artikel 15 van de richtlijn, voor de nietopenbare procedure, de termijnen worden bekort tot in totaal 22 dagen, namelijk een termijn van twaalf dagen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming, te rekenen vanaf de dag van de verzending van de aankondiging aan het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen, en een termijn van tien dagen voor de ontvangst van de inschrijvingen, te rekenen vanaf de dag van de uitnodiging. ( 7 )
7.
Om in het onderhavige geval een standpunt te kunnen innemen moet er naar mijn mening van worden uitgegaan, dat het absoluut noodzakelijk was in september 1988 met de werkzaamheden te beginnen. In een situatie waarin enerzijds wetenschappelijke studies aantonen dat ereen ernstig lawinegevaar bestaat, en waarin anderzijds de autoriteiten van een Lid-Staat van mening zijn dat onmiddellijk een begin moet worden gemaakt met de werkzaamheden om lawines te voorkomen, zou het onaanvaardbaar zijn dat het publikatievereiste van de richtlijn tot gevolg zou kunnen hebben dat de werkzaamheden met een jaar worden uitgesteld met het daaruit voortvloeiende verhoogde risico voor schade aan mensen en goederen. Het bepaalde in artikel 9, sub d, is juist bedoeld een dergelijke situatie te voorkomen. In zoverre kan men derhalve stellen dat de noodzaak om in september 1988 met de werkzaamheden te beginnen dringende spoed oplevert.
Artikel 9, sub d, vereist echter niet alleen dat er sprake is van dringende spoed, maar ook dat deze dringende spoed „onverenigbaar is met de inachtneming van de termijnen behorende bij andere procedures” (cursivering van mij). De vraag is nu, of de Italiaanse regering het op haar rustende bewijs heeft geleverd dat de dringende spoed in kwestie onverenigbaar was met de naleving van de publikatieregels van de richtlijn. Ik meen van niet. Zelfs indien als vaststaand moet worden aangenomen dat het rapport van de geologische dienst inderdaad als een onvoorziene gebeurtenis moet worden beschouwd in de zin dat de gegevens die het bevatte nieuw waren, en dat de Italiaanse overheid op deze basis heeft besloten dat de werkzaamheden in 1988 moesten beginnen, denk ik niet dat de Italiaanse regering heeft aangetoond, dat het onmogelijk was om tussen 10 juni 1988 en 21 september 1988, dat wil zeggen gedurende een periode van drie maanden en elf dagen, een publikatieprocedure te volgen die in overeenstemming was met de versnelde procedure van artikel 15 van de richtlijn, waarvan de totale duur 22 dagen bedraagt.
8.
De Italiaanse regering heeft uiteengezet, dat de nationale administratieve procedure voor de aanbesteding van de opdracht drie maanden heeft geduurd, hetgeen veel körtei is dan normaal. De Italiaanse regering stelt dus, dat indien men de publikatieregcls van de richtlijn had nageleefd, het niet mogelijk zou zijn geweest voor de winter van 1988/1989 met de werkzaamheden te beginnen, of men nu had gekozen voor de versnelde procedure van artikel 15 of niet. In dupliek heeft de Italiaanse regering aangegeven, dat de nationale procedure in concreto omvatte „de voorbereiding van voorontwerpen en ontwerpen voor de uitvoering van de aan te besteden werkzaamheden, de keuze van de contractant, de bepalingen van het aanbestedingscontract en hun goedkeuring, evenals de vaststelling van het besluit ter goedkeuring van de uitgaven” — met andere woorden „de gehele procedure (...) vanaf het voorontwerp tot aan de vaststelling van het besluit ter goedkeuring van het contract en de uitgaven (...)”.
Ter terechtzitting heeft de Italiaanse regering gepreciseerd, dat het plan voor de werkzaamheden op 18 juni 1988 is opgesteld, dat het op 26 juni 1988 ( 8 ) door het technischadministraticf comité van de Inspectiedienst van openbare werken van Trente is goedgekeurd en dat de financiële middelen op 22 juli 1988 ter beschikking zijn gesteld van de bevoegde autoriteit.
9.
Ik zou in dit verband in de eerste plaats willen opmerken, dat het mogelijk moet zijn geweest uiterlijk 22 juli 1988, de dag waarop het plan voor de werkzaamheden was voltooid en de financiële middelen ter beschikking van de autoriteiten waren gesteld, een aanbestedingsprocedure te lanceren volgens de regels van de richtlijn. Zelfs indien de aanbestedingsprocedure — volgens de versnelde procedure van artikelio van de richtlijn — pas op die dag was ingeleid, had zij medio augustus beëindigd kunnen zijn, dat wil zeggen meer dan een maand voor de vastgestelde datum voor het begin van de werkzaamheden. Wat de andere aspecten van de nationale administratieve procedure, waarvan de Italiaanse regering slechts uitdrukkelijk „de bepalingen van het aanbestedingscontract en hun goedkeuring” heeft vermeld, heeft zij niet uitgelegd en nog minder aangetoond, waarom het niet mogelijk was deze verschillende fasen gelijktijdig met de aanbestedingsprocedure te effectueren, zodat het begin van de werkzaamheden er niet nog meer door zou worden vertraagd.
Ik zou in de tweede plaats willen opmerken dat de Italiaanse regering niet heeft verklaard, waarom het „besluit ter goedkeuring van de uitgaven”, waarbij de vereiste financiële middelen ter beschikking werden gesteld van de autoriteiten, pas op 22 juli 1988 kon worden vastgesteld. Uit het dossier blijkt, dat het bedrag van 10,5 miljard LIT voor de bouw van de lawinewering in Alpe Gallina reeds bij begrotingswet nr. 67 van 11 maart 1988 was goedgekeurd. Bovendien moet worden aangenomen, dat op de Italiaanse autoriteiten de juridische verplichting rustte alles in het werk te stellen om de gemeenschapsregels na te leven en derhalve, voor zover mogelijk, de nodige grondslagen te leggen voor een aanbestedingsprocedure die in overeenstemming met de richtlijn zou kunnen verlopen. Gelet op deze verplichting lijkt een termijn van meer dan een maand voor de vaststelling van een dergelijk besluit niet gerechtvaardigd.
Ik zou trouwens willen opmerken, dat ik mij heb afgevraagd of het wel nodig was de vaststelling van een „besluit ter goedkeuring van de uitgaven” af te wachten alvorens een aanbestedingsprocedure in gang te kunnen zetten. De Italiaanse regering heeft op dit punt geen afdoende redenen aangevoerd. Gezien het feit dat de begrotingswet was vastgesteld, en vooral gezien het feit dat het om een dringend project ging, kan ik moeilijk begrijpen waarom de aanbestedingsprocedure niet kon beginnen vanaf 18 juni 1988, de dag waarop het bouwplan was voltooid, met eventueel een uitdrukkelijke vermelding in de aankondiging van de aanbesteding, dat de uitvoering van de werkzaamheden afhankelijk was van de definitieve goedkeuring door de begrotingsautoriteiten.
10.
In deze omstandigheden ben ik van mening, dat aan de vordering van de Commissie gevolg kan worden gegeven om de eenvoudige reden dat de Italiaanse regering niet is geslaagd in het — op haar rustende — bewijs, dat de aangevoerde dringende spoed onverenigbaar was met de termijnen die gelden in het kader van de versnelde procedure van artikel 15 van de richtlijn. ( 9 )
11.
Indien het Hof zou oordelen, dat de Italiaanse regering hierin wel is geslaagd, dus zou hebben aangetoond dat het niet mogelijk was om tussen 10 juni 1988 en 21 september 1988 een aanbestedingsprocedure tot een goed einde te brengen, conform de bepalingen van de richtlijn, dient nog te worden nagegaan, in hoeverre het rapport van de geologische dienst als een onvoorziene gebeurtenis in de zin van artikel 9, sub d, van de richtlijn kan worden beschouwd.
12.
De Commissie lijkt te betwisten, dat een dergelijk wetenschappelijk rapport een onvoorziene gebeurtenis in de zin van de richtlijn kan zijn. Een dergelijke opvatting lijkt mij niet houdbaar. Naar mijn mening kan een wetenschappelijk rapport, dat nieuwe en onvoorziene conclusies bevat ten opzichte van de voordien bestaande kennis, een afwijking van de regels van de richtlijn noodzakelijk maken en rechtvaardigen.
13.
Dit is in het onderhavige geval echter niet van doorslaggevende betekenis. Het is namelijk op zichzelf twijfelachtig, of het rapport in kwestie werkelijk het belang heeft dat de Italiaanse regering eraan hecht.
In dit verband is het van belang in gedachten te houden dat artikel 9, sub d, het bestaan vereist van „dringende spoed, voortvloeiende uit voor de aanbestedende diensten onvoorziene gebeurtenissen” (cursivering van mij). Met andere woorden, volgens deze bepaling dient er een oorzakelijk verband te bestaan tussen de door de Italiaanse regering ingeroepen onvoorziene gebeurtenis en de dringende spoed in het onderhavige geval. Onafhankelijk van de vraag, of de aanbestedende diensten al dan niet de inhoud van het rapport van de geologische dienst konden voorzien, moet, wil aan de voorwaarden van artikel 9, sub d, zijn voldaan, de besluitvorming van de autoriteiten omtrent de noodzaak de werkzaamheden in 1988 te beginnen, voortvloeien uit de overlegging van het rapport. Naar mijn mening kan op grond van de beschikbare gegevens over de omstandigheden van de zaak als vaststaand worden aangenomen, dat de Italiaanse regering niet heeft bewezen dat het rapport de Italiaanse autoriteiten tot de overtuiging heeft gebracht dat het noodzakelijk was om in 1988 met de werkzaamheden te beginnen. Integendeel, deze informatie toont aan dat de noodzaak werd gevoeld om in 1988 met de werkzaamheden te beginnen, reeds vóór de presentatie van het rapport op 9 juni 1988 dat de bevoegde autoriteiten reeds voor die datum met de uitwerking van het ontwerp waren begonnen en dat zij derhalve over voldoende tijd beschikten om een publikatieprocedure in overeenstemming met de richtlijn tot een goed einde te brengen.
Ik baseer mij hiervoor op de volgende aanwijzingen:
—
het Ufficio del Genio Civile di Bolzano heeft op 4 maart 1986 een rapport uitgebracht waarin het concludeerde, dat er in Alpe Gallina „een objectief lawinegevaar bestaat dat, met een periodiciteit van 50 jaar, de verbindingswegen in het dal kan treffen” en dat „het Ufficio van mening is dat momenteel op z'n minst in Alpe Gallina de voorwaarde van dringende spoed is vervuld en, dat de uitvoering van de werkzaamheden voor de aanleg van lawineweringen geen uitstel duldt, wil de noodzakelijke veiligheid van de verbindingswegen met de landen aan de andere kant van de Alpen gewaarborgd zijn”. ( 10 )
—
Op 3 april 1987 vond op verzoek van de assessore regionale een vergadering plaats waaraan werd deelgenomen door de burgemeester van Brennero, de voorzitter van Auto-Brennero en het hoofd van de regio ANAS-Bolzano. Tijdens deze vergadering „zijn de dringendheid van de werkzaamheden en de onmogelijkheid van uitstel (...) erkend (...)”. ( 11 )
—
Op 22 januari 1988 schreef de burgemeester van Brennero in zijn brief nr. 186: „het gemeentebestuur van Brennero dat heeft vernomen dat in de tweede begrotingswet van 1988 (...) een bedrag van 10500000000 LIT is uitgetrokken voor de aanleg van lawineweringen in Alpe Gallina (...) gelet op het urgente karakter van deze werkzaamheden (...), verzoekt het gemeentebestuur van Brennero de bevoegde autoriteiten (...) in de vereiste technische en administratieve middelen te voorzien, zodat de werkzaamheden in dit seizoen onmiddellijk kunnen worden gestart en voortgezet, door het werk met de grootste spoed en zonder bij andere soorten aanbestedingen gebruikelijke vertraging op te dragen, waardoor aldus een vol jaar kan worden gewonnen en het ernstige lawinegevaar in dit gebied voor de toekomst kan worden bezworen. Deze snelheid kan naar onze mening slechts worden gerealiseerd indien gebruik wordt gemaakt (...) van het materieel waarmee reeds, tot algemene tevredenheid en sneller dan voorzien, soortgelijke ingrepen in naburige gebieden, maar binnen Brennero, zijn uitgevoerd” (cursivering van mij). ( 12 )
—
Zoals reeds vermeld, is op 11 maart 1988 bij de wet op de begroting 10,5 miljard-LIT uitgetrokken voor de bouw van een lawinewering in Alpe Gallina. Tijdens de terechtzitting heeft de Italiaanse regering uitgelegd dat dit bedrag was gespreid over drie jaren, namelijk 5 miljard in 1988, 3 miljard in 1989 en 2,5 miljard in 1990.
—
Op 10 mei 1988 is de geologische dienst verzocht het rapport in kwestie op te stellen met betrekking tot de geologische kenmerken van het gebied.
Met andere woorden, het rapport is opgesteld nadat de beslissing over de bouw van een lawinewering was genomen — en waarschijnlijk zelfs bij die gelegenheid. Alles wijst erop, dat het bouwplan juist op die grondslag moest worden uitgewerkt. Er bestaat overigens goede grond om te menen dat men, voordat het rapport op 9 juni 1988 werd uitgebracht, reeds beschikte over een belangrijk deel van de, voor de uitwerking van het bouwplan noodzakelijke technische en wetenschappelijke basis, aangezien het weinig waarschijnlijk voorkomt dat anders een plan had kunnen worden opgesteld in de korte tijdspanne tussen 10 juni 1988, de dag van de presentatie van het rapport, en 18 juni 1988, de dag waarop, volgens de gegevens die door de Italiaanse regering zelf zijn verstrekt, het plan gereed was.
De manier waarop dit alles zich heeft afgespeeld, toont naar mijn mening aan dat de autoriteiten reeds lang op de hoogte waren van het feit dat de bouw van een lawinewering in Alpe Gallina dringend was, en dat men het er, sinds de vaststelling van de begrotingswet in maart 1988, over eens was dat de werkzaamheden in 1988 moesten beginnen. Zo heeft de burgemeester van Brennero sinds januari 1988 gewezen op belang om „een jaar te winnen”. Hieraan kan worden toegevoegd, dat de Italiaanse regering in haar antwoord van 15 maart 1990 op de ingebrekestelling van de Commissie op geen enkele wijze de indruk heeft gewekt, dat het rapport van 9 juni 1988 doorslaggevend kon zijn geweest. Integendeel, de Italiaanse regering zet in die brief uiteen dat het rapport van 9 juni 1988 eenvoudigweg „de dringendheid en de onmogelijkheid van uitstel”, die sinds maart 1986 bekend waren, heeft bevestigd, en pas in haar verweerschrift stelt de Italiaanse regering, dat dit rapport van doorslaggevende betekenis is geweest voor de beslissing van de autoriteiten om met de werkzaamheden te beginnen in 1988.
14.
In die omstandigheden meen ik te kunnen concluderen dat, onafhankelijk van de vraag of het rapport van 9 juni 1988 aantoonde dat het lawinegevaar in Alpe Gallina ernstiger was dan tot dan toe aangenomen, dit rapport niet van beslissende betekenis is geweest voor de beoordeling door en de beslissing van de autoriteiten, in de zin dat de bouw van een lawinewering hoe dan ook in 1988 moest beginnen. Alles wijst erop, dat deze beslissing vroeg genoeg is genomen om zonder problemen een met de richtlijn conforme publikatieprocedure tot een goed einde te brengen, zonder de datum van het begin van de werkzaamheden, september 1988, in gevaar te brengen.
15.
Daarom geef ik het Hof subsidiair in overweging, de vordering van de Commissie toe te wijzen op grond van het feit dat de Italiaanse regering niet het op haar rustende bewijs van het vereiste oorzakelijke verband heeft geleverd tussen de door haar ingeroepen onvoorziene gebeurtenis en de in het onderhavige geval aanwezige dringende spoed.
Conclusie
Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
—
vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door over te gaan tot gunning van een opdracht voor de aanleg van een lawinewering in Colle Isarco/Brennero zonder een aankondiging van die opdracht aan het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen toe te zenden, niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen krachtens richtlijn 71/305/EEG van de Raad van 26 juli 1971 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken, en
—
de Italiaanse Republiek in de kosten te verwijzen.
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Deens.
( 1 ) PB 1971, L 185, biz. 5. De richtlijn is in Italic omgezet bij wet nr. 584 van 8 augustus 1977. De belangrijke wijziging die in de richtlijn is aangebracht door richtlijn 89/440/EEG van de Raad, heeft plaatsgevonden na de periode die voor de onderhavige zaak van oclang is.
( 2 ) Zie arrest Hofvan 10 maart 1987, zaak 199/85, Commissie/Italië, Jurispr. 1987, blz. 1039, r. o. 14.
( 3 ) Zie arrest Hof van 18 maart 1992, zaak C-24/91, Commissie/ Spanje, Jurispr. 1992, blz. I-1989, r. o. 13.
( 4 ) De Italiaanse regering heeft verklaart! dat de noodzakelijke informatie is verzameld lussen 1 december 1988 en 30 april 1989. Uit de informatie bleek, dat het oorspronkelijke ontwerp op een aantal punten moest worden gewijzigd. De werkzaamheden in verband met de aanleg van de lawinewcring hebben overigens ongeveer drie jaar in beslag genomen en zijn beëindigd in oktober 1991.
( 5 ) De Italiaanse regering heeft aangegeven dat het contract zelf pas op 10 november 1988 is getekend.
( 6 ) Het dossier bevat een beslissing van de gemeente Brennero van 28 september 1988 betreffende de onmiddellijke opschorting van de werkzaamheden. In de motivering van de beslissing wordt verwezen naar liet ontbreken van de vereiste bouwvergunning. Tijdens de terechtzitting heeft de Italiaanse regering verklaard dat de werkzaamheden, ondanks deze beslissing, zonder onderbreking zijn voortgezet tot 4 november 1988, de dag waarop de werkzaamheden, zoals vermeld, moesten worden onderbroken vanwege de winter. Overigens is de beslissing van de gemeente Brennero geschorst bij de beslissing van de Consiglio di Stato nr. 733 van 15 november 1988. Op 10 april 1989 heeft het Italiaanse Corte costituzionale dc wettigheid van de werkzaamheden bevestigd.
( 7 ) Zie arrest Hof van 18 maart 1992, reeds aangehaald, r. o. 15.
( 8 ) En niet op 26 april 1988, zoals vermeld in het antwoord van Italië op de ingebrekestelling van de Commissie: zie de telex van 15 maart 1990 van de Italiaanse permanente vertegenwoordiging aan de Commissie.
( 9 ) Zìe in dezelfde zin arrest Hof van 18 maart 1992, reeds aangehaald, r. o. 14.
( 10 ) Dit rapport is overgelegd in bijlage bij het antwoord van de Italiaanse regering op de vragen van het Hof,
( 11 ) Zie de telex van 15 maart 1990 van de Italiaanse permanente vertegenwoordiging aan de Commissie.
( 12 ) Deze brïcf is als bijlage 2 gevoegd bij het antwoord van de Italiaanse regering op de vragen van het Mof. In dít verband dient te worden opgemerkt dat uit het reeds aangehaalde rapport van 4 maart 1986 volgt dat op 24 januari 1980 een contract ís opgemaakt met de onderneming Collini e Rabbiosi voor werkzaamheden tegen lawines in de naburige gebieden. Het contract dat het voorwerp is van het huidige geschil, is eveneens gesloten met de/c onderneming.
Full & Egal Universal Law Academy