CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
C. GULMANN
van 12 mei 1993 ( *1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1.
Uit hoofde van het Belgische koninklijk besluit van 6 juni 1960 betreffende de fabricage, de bereiding en distributie in het groot en de terhandstelling van geneesmiddelen ( 1 ), dient vooraf een vergunning te worden afgegeven voor de invoer in België van aan dit besluit onderworpen steriele medische accessoires uit andere Lid-Staten. Deze voorwaarde wordt opgelegd in het belang van de volksgezondheid.
Bovendien worden de genoemde ingevoerde produkten onderworpen aan analyses en proeven die in België moeten worden uitgevoerd. Deze voorwaarde is zelfs van toepassing indien identieke controles en analyses zijn uitgevoerd in een andere Lid-Staat en de resultaten daarvan ter beschikking kunnen worden gesteld van de Belgische autoriteiten in het kader van de procedure voor het verlenen van voorafgaande toelating. De Commissie is van mening dat in dat geval door de toepassing van deze tweede voorwaarde de uit hoofde van de artikelen 30 en 36 EEG-Verdrag op België rustende verplichtingen worden geschonden. Derhalve heeft de Commissie het onderhavige beroep wegens niet-nakoming ingesteld.
De Commissie concludeert dat het den Hove behage, vast te stellen „dat het Koninkrijk België, door de artikelen 15, punt 2, en 53 van het koninklijk besluit van 6 juni 1960 uit te vaardigen, volgens welke bij uit andere Lid-Staten ingevoerde steriele medische accessoires, die onder het toepassingsgebied van dat besluit vallen, door laboratoria uitgevoerde proeven of analyses moeten worden herhaald, ofschoon dezelfde analyses en proeven zijn uitgevoerd in een andere Lid-Staat, waarvan de resultaten ter beschikking kunnen worden gesteld, in het bijzonder in het kader van de procedure voor het verlenen van voorafgaande toelating, de krachtens de artikelen 30 en 36 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen”.
2.
Het Koninkrijk België heeft de niet-nakoming niet bestreden en heeft kennis gegeven van zijn voornemen hieraan een einde te maken.
Conclusie
3.
Bijgevolg geef ik het Hof in overweging, het beroep van de Commissie gegrond te verklaren en België in de kosten te verwijzen.
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Frans.
( 1 ) Belgisch Staatsblad van 22 juni 1960, blz. 4684.
Full & Egal Universal Law Academy