Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Beroep tot nietigverklaring - Natuurlijke of rechtspersonen - Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken - Beschikking van Commissie houdende verbod van staatssteun voor vervoer per spoor van delfstoffen - Beroep van ondernemingen die delfstoffen winnen en/of verwerken - Niet-ontvankelijkheid
(EEG-Verdrag, art. 173, tweede alinea)
Samenvatting
Zij die niet zijn de adressaten van een beschikking, kunnen slechts stellen dat zij individueel worden geraakt, indien de beschikking hen betreft uit hoofde van zekere bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie, welke hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen derhalve individualiseert op soortgelijke wijze als de adressaat.
Ondernemingen die delfstoffen winnen en/of verwerken worden niet individueel geraakt door een beschikking van de Commissie houdende verbod van een staatssteun voor vervoer per spoor van delfstoffen. Ook andere marktdeelnemers, met name de vervoerondernemingen en de afnemers, worden immers door een dergelijke beschikking geraakt. Men kan derhalve niet stellen dat de beschikking marktdeelnemers treft wier aantal of identiteit op het moment waarop zij werd gegeven, vaststond of kon worden vastgesteld.
Partijen
In zaak C-6/92,
Federazione sindacale italiana dell'Industria estrattiva (Federmineraria), vereniging naar Italiaans recht, gevestigd te Rome,
Società italiana Sali alcalini SpA (Italkali), vennootschap naar Italiaans recht, gevestigd te Palermo (Italië),
Thalassia SpA, vennootschap naar Italiaans recht, gevestigd te Palermo (Italië),
Laviosa chimica mineraria SpA, vennootschap naar Italiaans recht, gevestigd te Livorno (Italië),
Società sarda di Bentonite SpA, vennootschap naar Italiaans recht, gevestigd te Villaspeciosa (Italië),
alle vertegenwoordigd door A. Pappalardo, advocaat te Trapani, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van A. Lorang, Rue Albert I 51,
verzoeksters,
ondersteund door
Regione Sardegna, vertegenwoordigd door S. Panunzio en A. Guarino, advocaten te Rome, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van A. Lorang, Rue Albert I 51,
en
Regione Sicilia, vertegenwoordigd door P. G. Ferri, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adelaïde 5-7,
interveniënten,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur L. Gussetti als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij N. Annecchino, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van beschikking 91/523/EEG van de Commissie van 18 september 1991 inzake de afschaffing van steuntarieven voor de Italiaanse spoorwegen ten behoeve van het vervoer van bulkdelfstoffen en op de eilanden Sicilië en Sardinië geproduceerde en verwerkte stoffen (PB 1991, L 283, blz. 20),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: J. C. Moitinho de Almeida, kamerpresident, R. Joliet en G. C. Rodríguez Iglesias, rechters,
advocaat-generaal: M. Darmon
griffier: L. Hewlett, administrateur,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 11 februari 1993,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 14 juli 1993,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 6 januari 1992, hebben de Federazione sindacale italiana dell'Industria estrattiva (hierna: "Federatie") alsmede de Società italiana Sali alcalini SpA, Thalassia SpA, Laviosa chemica mineraria SpA en de Società sarda di Bentonite SpA (hierna: "de vier vennootschappen") krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van beschikking 91/523/EEG van de Commissie van 18 september 1991 inzake de afschaffing van steuntarieven voor de Italiaanse spoorwegen ten behoeve van het vervoer van bulkdelfstoffen en op de eilanden Sicilië en Sardinië geproduceerde en verwerkte stoffen (PB 1991, L 283, blz. 20; hierna: "beschikking"). Deze beschikking is enkel tot de Italiaanse Republiek gericht.
2 Ingevolge artikel 1 van deze beschikking is de Italiaanse Republiek gehouden, "het bij artikel 19, laatste streepje, van wet nr. 887 van 22 december 1984 ingestelde stelsel van steuntarieven voor het spoorwegvervoer van bepaalde categorieën goederen afkomstig uit Sicilië en Sardinië" af te schaffen. Deze wet is gepubliceerd in het supplement van de Gazzetta ufficiale nr. 356 van 29 december 1984.
3 Artikel 19, laatste streepje, van de Italiaanse wet luidt als volgt: "Het vervoer van bulkdelfstoffen op de eilanden geproduceerd en van daaruit verzonden, geniet een korting van 30 % op de nationale spoorwegtarieven. Deze korting wordt verhoogd tot 60 % voor op de eilanden geproduceerde en verwerkte stoffen. Het bedrag van de kortingen komt ten laste van de schatkist, die de nationale spoorwegen de krachtens de communautaire wetgeving verschuldigde bedragen vergoedt."
4 In haar beschikking stelde de Commissie vast, dat de vergoeding van dergelijke kortingen door de Italiaanse staat verboden is krachtens artikel 80, lid 1, van het Verdrag, dat bepaalt, dat het de Lid-Staten, behoudens machtiging van de Commissie, verboden is voor het vervoer binnen de Gemeenschap de toepassing van "prijzen en voorwaarden op te leggen welke enig element van steun of bescherming in het belang van een of meer ondernemingen of bepaalde industrieën inhouden". Voorts sloot zij uit, dat de gewraakte maatregel uit hoofde van artikel 80, lid 2, in aanmerking zou kunnen komen voor een afwijking van dat verbod.
5 In hun beroep tot nietigverklaring hebben de vier vennootschappen en de Federatie die hun beroepsvereniging is, aangevoerd dat zij behoren tot de kleine groep van ondernemingen waaraan de in geding zijnde steuntarieven tot dusver ten goede kwamen. Zij betogen, dat de beschikking hen niet enkel individueel raakt, omdat zij behoren tot de beperkte categorie van bedrijven die op Sicilië en Sardinië delfstoffen winnen en verwerken, maar ook rechtstreeks, omdat de beschikking Italië geen enkele beoordelingsvrijheid laat.
6 De Commissie heeft een exceptie van niet-ontvankelijkheid opgeworpen uit hoofde van artikel 91, lid 1, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering en het Hof verzocht uitspraak te doen over deze exceptie zonder op de zaak ten gronde in te gaan.
7 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven, voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
De ontvankelijkheid
De ontvankelijkheid van het door de vier vennootschappen ingestelde beroep
8 Om te beginnen dient de ontvankelijkheid van het door de vier vennootschappen ingestelde beroep te worden onderzocht.
9 Tot staving van haar exceptie van niet-ontvankelijkheid stelt de Commissie, dat haar beschikking deze vennootschappen niet rechtstreeks en individueel raakt in de zin van artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag.
10 Artikel 173, tweede alinea, luidt als volgt: "Iedere natuurlijke of rechtspersoon kan (...) beroep instellen tegen (...) beschikkingen (...) die, hoewel genomen in de vorm van een (...) beschikking gericht tot een ander persoon, hem rechtstreeks en individueel raken."
11 Uit het arrest van 15 juli 1963 (zaak 25/62, Plaumann, Jurispr. 1963, blz. 205) blijkt echter, dat zij die niet zijn de adressaten van een beschikking, slechts kunnen stellen dat zij individueel worden geraakt, indien de beschikking hen betreft uit hoofde van zekere bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie, welke hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen derhalve individualiseert op soortgelijke wijze als de adressaat.
12 Dienaangaande voeren de vennootschappen aan, dat zij deel uitmaken van een beperkte, wel bepaalde groep van door de beschikking geraakte rechtssubjecten, te weten de ondernemingen die op de twee eilanden bulkdelfstoffen winnen, en dat deze groep op het moment van de vaststelling van de beschikking door de Commissie was geïdentificeerd of kon worden geïdentificeerd.
13 Dit argument faalt.
14 De bestreden beschikking treft immers niet enkel de belangen van verzoeksters, maar ook die van de spoorwegen, waarvan de concurrentiepositie ten opzichte van andere wijzen van vervoer door het bestaan van het gereduceerde tarief wordt begunstigd. De beschikking is ook van belang voor de vervoerondernemingen waaraan verzoeksters het vervoer van hun goederen kunnen toevertrouwen en die ook zelf van de diensten van het treinvervoer gebruik kunnen maken. En tenslotte raakt de beschikking hun afnemers, die, afhankelijk van de clausules van de verkoopcontracten, alle transportkosten of een gedeelte ervan voor hun rekening moeten nemen.
15 In die omstandigheden kan niet worden gesteld, dat de bestreden beschikking marktdeelnemers treft wier aantal of identiteit vaststond of kon worden vastgesteld op het moment waarop de beschikking werd gegeven.
16 Zonder dat behoeft te worden onderzocht, of verzoeksters rechtstreeks zijn geraakt, moet mitsdien worden vastgesteld dat, nu zij niet individueel zijn geraakt, het beroep tot nietigverklaring niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De ontvankelijkheid van het door de Federatie ingestelde beroep
17 Met betrekking tot het door de Federatie ingestelde beroep moet worden opgemerkt, dat de Federatie noch in haar verzoekschrift, noch ter terechtzitting eigen middelen heeft aangevoerd die afweken van die van haar leden.
18 Gelet op de niet-ontvankelijkheid van het beroep van de vier vennootschappen moet worden geoordeeld, dat het door de Federatie ingestelde beroep evenmin ontvankelijk is.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
19 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien verzoeksters en interveniënten in het ongelijk zijn gesteld, maar de Commissie slechts heeft geconcludeerd tot verwijzing van verzoeksters in hun kosten, dienen verzoeksters te worden verwezen in de eigen kosten en in die welke de Commissie door hun beroep zijn opgekomen, en dienen interveniënten en de Commissie ieder de eigen kosten te dragen voor zover het de interventie betreft.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende:
1) Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
2) Verwijst verzoeksters in hun eigen kosten en in de kosten die door hun beroep voor de Commissie zijn ontstaan.
3) Verwijst interveniënten en de Commissie in hun eigen kosten voor zover het de interventie betreft.
Full & Egal Universal Law Academy