Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1. Landbouw ° Gemeenschappelijke ordening der markten ° Rundvlees ° Restituties bij uitvoer ° Uitgesloten produkten ° "Vang", inclusief, in Duitsland, "Knochenduennung" ° Discriminatie tussen producenten of consumenten ° Afwezigheid
(Verordening nr. 805/68 van de Raad, art. 18; verordeningen van de Commissie nr. 2773/82, art. 1, en bijlage, nr. 1315/84, art. 1, en bijlage, en nr. 2891/84)
2. Handelingen van de instellingen ° Toepassing ratione temporis ° Terugwerkende kracht van materiële rechtsregel ° Voorwaarden
Samenvatting
1. Artikel 1 van de verordeningen nrs. 2773/82 en 1315/84 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector rundvlees, gelezen in samenhang met de in de bijlagen bij die bepalingen genoemde postonderverdeling "ex 02.01 A II a) 4 ex bb)" van het gemeenschappelijk douanetarief ("delen, zonder been, met uitzondering van de vang en de schenkel [' Fleisch- und Knochenduennung' ], elk deelstuk individueel verpakt"), moet aldus worden uitgelegd, dat in de periode vóór de inwerkingtreding van verordening nr. 2891/84, die geen enkele terugwerkende kracht heeft, de "Knochenduennung" in Duitsland niet behoorde tot de voor restitutie bij uitvoer in aanmerking komende delen van het rund.
Hoewel die bepalingen, aldus uitgelegd, tot gevolg hebben dat in Duitsland niet precies dezelfde stukken vlees als in de andere Lid-Staten van de restitutie waren uitgesloten, zijn zij niet onverenigbaar met het beginsel van gelijke behandeling, waaraan in de sector rundvlees toepassing wordt gegeven door artikel 18 van verordening nr. 805/68, aangezien door het ontbreken van geharmoniseerde of geueniformiseerde uitsnij- en uitbeenmethoden in de Lid -Staten de gebruikte termen onvermijdelijk niet overal dezelfde inhoud hebben, welke verschillen echter slechts beperkte gevolgen hebben.
2. Ter verzekering van de eerbiediging van de beginselen van rechtszekerheid en gewettigd vertrouwen moeten materiële communautaire rechtsregels aldus worden uitgelegd, dat zij alleen gelden ten aanzien van vóór hun inwerkingtreding verworven rechtsposities voor zover er blijkens hun bewoordingen, doelstelling of opzet zulke gevolgen aan dienen te worden toegekend.
Partijen
In zaak C-34/92,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Finanzgericht Hamburg (Duitsland), in het aldaar aanhangig geding tussen
GruSa Fleisch GmbH & Co. KG, Import-Export
en
Hauptzollamt Hamburg-Jonas,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging en geldigheid van verordening (EEG) nr. 2773/82 van de Commissie van 13 oktober 1982 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector rundvlees (PB 1982, L 292, blz. 20), vervangen door verordening (EEG) nr. 1315/84 van de Commissie van 11 mei 1984 (PB 1984, L 125, blz. 38), en over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 2891/84 van de Commissie van 15 oktober 1984 (PB 1984, L 273, blz. 5), die in de plaats van verordening nr. 1315/84 is gekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
samengesteld als volgt: M. Zuleeg, kamerpresident, J. C. Moitinho de Almeida en F. Grévisse, rechters,
advocaat-generaal: W. Van Gerven
griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° verzoekster in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door D. Ehle, advocaat te Keulen,
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door U. Woelker, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van verzoekster in het hoofdgeding en van de Commissie ter terechtzitting van 21 januari 1993,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 2 maart 1993,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 10 december 1991, ingekomen ten Hove op 10 februari 1992, heeft het Finanzgericht Hamburg (Duitsland) krachtens artikel 177 EEG-Verdrag drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging en geldigheid van verordening (EEG) nr. 2773/82 van de Commissie van 13 oktober 1982 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector rundvlees (PB 1982, L 292, blz. 20), vervangen door verordening (EEG) nr. 1315/84 van de Commissie van 11 mei 1984 (PB 1984, L 125, blz. 38), en over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 2891/84 van de Commissie van 15 oktober 1984 (PB 1984, L 273, blz. 5) die in de plaats van verordening nr. 1315/84 is gekomen.
2 Deze vragen zijn gerezen in een geschil tussen GruSa Fleisch GmbH & Co. KG, Import-Export (hierna: "GruSa") en het Hauptzollamt Hamburg-Jonas (hierna: "Hauptzollamt") over de terugvordering van de aan GruSa toegekende uitvoerrestituties.
3 Naar uit de verwijzingsbeschikking blijkt, had GruSa in mei en juni 1984 het Hauptzollamt verzocht zeven partijen rundvlees als douanegoed in een restitutie-entrepot op te slaan met het oog op uitvoer naar derde landen.
4 Nadat het Hauptzollamt aan GruSa de uitvoerrestitutie voor de partijen vlees had toegekend, eiste het terugbetaling van de restituties, omdat naderhand aan het licht was gekomen, dat de betrokken partijen schenkel ("Knochenduennung") bevatten, die krachtens de toepasselijke gemeenschapsregeling niet in aanmerking komt voor restitutie.
5 Te dezen zij opgemerkt, dat de bijlagen bij de toendertijd geldende verordeningen nrs. 2773/82 en 1315/84 lijsten bevatten van de produkten bij de uitvoer waarvan de restitutie bedoeld in artikel 18 van verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (PB 1968, L 148, blz. 24), wordt toegekend. In die lijsten wordt onder post "ex 02.01 A II" van het gemeenschappelijk douanetarief vermeld: "Vlees van runderen: a) vers of gekoeld: (...) 4. andere: (...) ex bb) Delen, zonder been, elk deelstuk individueel verpakt (...) met uitzondering van de vang en de schenkel [' Fleisch- und Knochenduennung' ] (7)."
6 Voetnoot 7 bij deze bijlagen luidt: "De delen, zonder been, waaraan de hele of een gedeelte van de vang en/of de schenkel [' Fleisch- und Knochenduennung' ] vastzit, komen niet in aanmerking voor de restitutie."
7 Blijkens het dossier is de "Knochenduennung" (schenkel) volgens de uitsnijmethode die in Duitsland tijdens de in de prejudiciële vragen bedoelde periode gebruikelijk was en die in de handleiding van de Deutsche Landwirtschaftsgesellschaft voor het uitsnijden van runderkarkassen wordt beschreven, een deel dat tussen de achtste en de negende rib naar het achterdeel toe wordt uitgesneden en het vlees rond de volgende vijf ribben omvat, terwijl onder "Fleischduennung" (vang) de weke delen van de buik worden verstaan, die worden begrensd door de stomp, de "Knochenduennung" en bovenaan de rosbief.
8 In deze context heeft het Finanzgericht Hamburg, waarbij GruSa tegen de terugvordering in beroep is gegaan, de volgende prejudiciële vragen gesteld:
1) Moet artikel 1 van de verordeningen (EEG) nr. 2773/82 en nr. 1315/84, gelezen in samenhang met de in de bijlagen bij die bepaling opgenomen posten ex 02.01 A II 4 ex bb van het gemeenschappelijk douanetarief "Delen, zonder been, met uitzondering van de vang en de schenkel [' Fleisch- und Knochenduennung' ], elk deelstuk individueel verpakt", aldus worden uitgelegd, dat in de Bondsrepubliek Duitsland de "Knochenduennung" (schenkel) tot de voor de restitutie in aanmerking komende delen van het rund behoort?
2) Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord:
Heeft verordening (EEG) nr. 2891/84 terugwerkende kracht?
3) Indien de eerste en de tweede vraag ontkennend worden beantwoord:
Zijn de verordeningen (EEG) nr. 2773/82 en nr. 1315/84 ongeldig, voor zover zij niet toelaten restitutie toe te kennen voor de "Knochenduennung"?
9 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, de toepasselijke bepalingen, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
De eerste en de derde vraag
10 Allereerst zij erop gewezen, dat in de Duitse tekst van de litigieuze bepalingen van de verordeningen nrs. 2773/82 en 1315/84 het als "Knochenduennung" aangeduide stuk rundvlees in de betrokken periode uitdrukkelijk werd uitgesloten van de restitutie bij uitvoer.
11 De verwijzende rechterlijke instantie vraagt zich echter af, of de uitsluiting van dit stuk vlees van de restitutie bij uitvoer in Duitsland verenigbaar is met de vereisten van eenvormige uitlegging van het gemeenschapsrecht en met het beginsel van gelijke behandeling. In de eerste plaats volgt immers uit een vergelijking met andere taalversies van de betrokken bepalingen, in het bijzonder de Franse ("flanchet"), de Nederlandse ("vang") en de Italiaanse versie ("pancia"), dat het niet voor de restitutie in aanmerking komende stuk vlees in de andere Lid-Staten voornamelijk overeenstemt met de "Fleischduennung". In de tweede plaats beoogt de litigieuze regeling vlees van geringe waarde uit te sluiten van de restitutie, terwijl vaststaat, dat de "Knochenduennung" een stuk rundvlees is van gelijke waarde als het stuk tussen de eerste en de achtste rib, waarvoor de restitutie wel wordt toegekend.
12 Ingeval de door GruSa verdedigde uitlegging onjuist mocht blijken te zijn, wenst de verwijzende rechterlijke instantie te vernemen, of de litigieuze regeling ongeldig is, wegens strijd met het discriminatieverbod van artikel 40, lid 3, tweede alinea, EEG-Verdrag, juncto artikel 18 van verordening nr. 805/68, volgens welke de restitutie gelijk is voor de gehele Gemeenschap.
13 Naar aanleiding van de vraag wat de juiste anatomische begrenzing was van het stuk vlees dat als "vang" werd aangeduid in post "ex 02.01 A II a) 4 ex bb)" van de lijst die als bijlage was gehecht aan verordening (EEG) nr. 2787/81 van de Commissie van 25 september 1981 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector rundvlees (PB 1981, L 271, blz. 44), later vervangen door verordening nr. 2773/82, heeft het Hof in zijn arrest van 18 januari 1984 (zaak 327/82, Ekro, Jurispr. 1984, blz. 107, r.o. 13 en 14) geoordeeld, dat ondanks het beginsel van eenvormige uitlegging van de bepalingen van gemeenschapsrecht, het niet de taak van het Hof was een eenvormige communautaire definitie van die termen te geven, aangezien de communautaire wetgever zich ervan bewust was, dat de gebruikte termen niet overal precies dezelfde betekenis hadden, maar dat deze verschillen slechts van gering belang waren en geen wijziging van de gebruiken en methodes ter zake vergden.
14 Wegens het ontbreken van geharmoniseerde of geueniformiseerde uitsnij- en uitbeenmethodes in de verschillende Lid-Staten, kan dus de inhoud van de termen in de verschillende taalversies van de betrokken regeling in elke Lid-Staat anders zijn, wanneer, zoals in het onderhavige geval, deze verschillen slechts van gering belang zijn.
15 Immers, zoals de Commissie onweersproken heeft opgemerkt, kan het stuk vlees dat overeenkomt met de "Knochenduennung", maximaal vier procent van de rundvleesproduktie in de Gemeenschap uitmaken.
16 Bovendien, zoals GruSa toegeeft, kwam een deel van het litigieuze stuk vlees tijdens de betrokken periode in de andere Lid-Staten ook niet in aanmerking voor de restitutie. Dienaangaande heeft de Commissie er ter terechtzitting op gewezen, dat, bij voorbeeld in Frankrijk, het als schenkel niet voor de uitvoerrestitutie in aanmerking komende stuk vlees voor de grote rundvleesproducenten reeds begon vanaf de tiende rib.
17 Met betrekking tot het doel van het restitutiestelsel en meer in het bijzonder de bedoeling om vlees van geringe waarde uit te sluiten van de restitutie, zij opgemerkt, dat zoals de advocaat-generaal in punt 16 van zijn conclusie heeft uiteengezet, de prijs op de wereldmarkt het enige criterium is om de waarde van het stuk vlees dat geheel of gedeeltelijk overeenkomt met de "Knochenduennung", te kunnen vaststellen. Deze prijs nu is in het algemeen vele malen lager dan de wereldmarktprijs van het voor restitutie in aanmerking komende stuk vlees tussen de eerste en de achtste rib. Uit een vergelijking van de waarde van beide stukken vlees valt derhalve niet af te leiden, dat "Knochenduennung" voor de restitutie in aanmerking moet komen.
18 Mitsdien moet de litigieuze regeling aldus worden uitgelegd, dat deze tijdens de betrokken periode "Knochenduennung" uitsloot van de restitutie bij uitvoer.
19 In antwoord op de derde vraag valt op te merken, dat deze uitlegging niet in strijd is met het beginsel van gelijke behandeling, dat in artikel 18 van verordening nr. 805/68 tot uitdrukking wordt gebracht, aangezien, zoals hierboven is uiteengezet, de gebruikte termen wegens het ontbreken van geharmoniseerde of geueniformiseerde uitsnij- en uitbeenmethodes in de Lid-Staten onvermijdelijk niet overal dezelfde inhoud hebben, welke verschillen echter beperkte gevolgen hebben.
20 Mitsdien moet aan de nationale rechter worden geantwoord, dat artikel 1 van de verordeningen (EEG) nrs. 2773/82 en 1315/84, gelezen in samenhang met de in de bijlagen bij die bepalingen genoemde postonderverdeling "ex 02.01 A II a) 4 ex bb)" ("delen, zonder been, met uitzondering van de vang en de schenkel [' Fleisch- und Knochenduennung' ], elk deelstuk individueel verpakt"), aldus moet worden uitgelegd, dat in Duitsland de "Knochenduennung" in de in geding zijnde periode niet behoorde tot de voor restitutie bij invoer in aanmerking komende delen van het rund, en dat bij onderzoek van de derde vraag niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van genoemde bepaling kunnen aantasten.
De tweede vraag
21 Met zijn tweede vraag wenst de nationale rechterlijke instantie te vernemen, of uit verordening (EEG) nr. 2891/84 van de Commissie van 15 oktober 1984 (PB 1984, L 273, blz. 5), op grond waarvan de "Knochenduennung" in aanmerking komt voor de restitutie bij uitvoer, moet worden opgemaakt dat zij terugwerkende kracht heeft.
22 Volgens vaste rechtspraak van het Hof (zie met name arrest van 10 februari 1982, zaak 21/81, Bout, Jurispr. 1982, blz. 381, r.o. 13) moeten materiële communautaire rechtsregels ter verzekering van de eerbiediging van de beginselen van rechtszekerheid en gerechtvaardigd vertrouwen aldus worden uitgelegd, dat zij alleen gelden ten aanzien van vóór hun inwerkingtreding verworven rechtsposities voor zover er blijkens hun bewoordingen, doelstelling of opzet zulke gevolgen aan dienen te worden toegekend.
23 Gelijk de advocaat-generaal heeft aangetoond in punt 21 en 23 van zijn conclusie, kan uit verordening nr. 2891/94 nergens worden afgeleid, dat zij rechtsposities van vóór 16 oktober 1984, de datum van inwerkingtreding der verordening, beoogt te regelen.
24 Mitsdien moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat verordening nr. 2891/84 geen terugwerkende kracht heeft.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
25 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
uitspraak doende op de door het Finanzgericht Hamburg bij beschikking van 10 december 1991 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Artikel 1 van de verordeningen (EEG) nr. 2773/82 en nr. 1315/84 van de Commissie van respectievelijk 13 oktober 1982 en 11 mei 1984 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector rundvlees, gelezen in samenhang met de in de bijlagen bij die bepalingen genoemde postonderverdeling "ex 02.01 A II a) 4 ex bb)"("delen, zonder been, met uitzondering van de vang en de schenkel [' Fleisch- und Knochenduennung' ], elk deelstuk individueel verpakt"), moet aldus worden uitgelegd, dat in Duitsland de "Knochenduennung" in de in geding zijnde periode niet behoorde tot de voor restitutie bij uitvoer in aanmerking komende delen van het rund. Bij onderzoek van de derde vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van genoemde bepaling kunnen aantasten.
2) Verordening (EEG) nr. 2891/84 van de Commissie van 15 oktober 1984 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector rundvlees, heeft geen terugwerkende kracht.
Full & Egal Universal Law Academy