Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Beroep tot nietigverklaring ° Natuurlijke of rechtspersonen ° Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken ° Verordening houdende instelling van anti-dumpingrechten ° Vennootschap die is opgetreden als doorgeefluik van documenten tussen producent van derde land en gemeenschapsinstellingen ° Niet-ontvankelijkheid
(EEG-Verdrag, art. 173, tweede alinea)
Samenvatting
Een vennootschap van een derde land waaraan de Gemeenschap geen anti-dumpingrechten heeft opgelegd, die niet betrokken was bij het vooronderzoek van de anti-dumpingprocedure, daar het vooronderzoek niet tegen haar was gericht en zij alleen optrad als doorgeefluik van documenten tussen de Commissie en een onderneming van een ander derde land waarbij dumpingpraktijken werden vastgesteld, wordt door een verordening tot instelling van anti-dumpingrechten niet individueel geraakt in de zin van artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag.
Partijen
In zaak C-75/92,
Gao Yao (Hongkong) Hua Fa Industrial Co. Ltd, gevestigd te Hongkong, vertegenwoordigd door P. Lippens de Cerf, advocaat te Brussel, en Ch.-E. Gudin, advocaat te Parijs en te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van R. Faltz en P. Weinacht, advocaten aldaar, Rue Heine 6,
verzoekster,
tegen
Raad van de Europese Unie, vertegenwoordigd door R. Torrent, juridisch adviseur, en J. Monteiro, lid van zijn juridische dienst, als gemachtigden, bijgestaan door B. Spinoit en A. Wese, advocaten te Charleroi, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij B. Eynard, directeur juridische zaken van de Europese Investeringsbank, Boulevard Konrad Adenauer 100,
verweerder,
ondersteund door
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door E. White, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, bijgestaan door Cl.-M. Happe, een bij de juridische dienst van de Commissie gedetacheerd nationaal ambtenaar, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
en
Europese Federatie van aanstekerfabrikanten VZW, gevestigd te Brussel, vertegenwoordigd door V. Effinier, advocaat te Namen, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van Ch. Kaufhold, advocaat aldaar, Côte d' Eich 7,
interveniënten,
betreffende een verzoek om nietigverklaring van de artikelen 1, 2 en 3 van verordening (EEG) nr. 3433/91 van de Raad van 25 november 1991 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje, van oorsprong uit, respectievelijk, Japan, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Thailand, en tot definitieve inning van het voorlopige recht (PB 1991, L 326, blz. 1), in zoverre zij verzoekster betreffen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: G. F. Mancini, kamerpresident, M. Diez de Velasco (rapporteur), C. N. Kakouris, F. A. Schockweiler en P. J. G. Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal: C. O. Lenz
griffier: H. A. Ruehl, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 20 januari 1994,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 16 maart 1994,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 11 maart 1992, heeft Gao Yao (Hongkong) Hua Fa Industrial Co. Ltd, gevestigd te Hongkong (hierna: "Gao Yao Hongkong"), krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag verzocht om nietigverklaring van de artikelen 1, 2 en 3 van verordening (EEG) nr. 3433/91 van de Raad van 25 november 1991 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje, van oorsprong uit, respectievelijk, Japan, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Thailand, en tot definitieve inning van het voorlopige recht (PB 1991, L 326, blz. 1), in zoverre zij deze vennootschap betreffen.
2 Gao Yao Hongkong is een op 22 april 1987 opgerichte vennootschap naar het recht van Hongkong. Blijkens een uittreksel uit het vennootschapsregister van Hongkong, "The Companies Ordinance", is zij ingeschreven onder nummer 189024. Aan dit uittreksel is een verslag van de vergadering van de raad van bestuur van 9 december 1988 gehecht.
3 In november 1989 heeft de Europese Federatie van aanstekerfabrikanten een klacht ingediend. Zij vroeg om inleiding van een anti-dumpingprocedure tegen de invoer in de Gemeenschap van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Thailand. In de klacht werd als producent onder meer de in de Volksrepubliek China gevestigde onderneming Gao Yao genoemd (hierna: "Gao Yao China").
4 Op 7 april 1990 maakte de Commissie de inleiding bekend van een procedure krachtens verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (PB 1988, L 209, blz. 1). In dit bericht (PB 1990, C 89, blz. 3) nodigde de Commissie de belanghebbende partijen uit om hun standpunt kenbaar te maken, met name door beantwoording van de anti-dumpingvragenlijst. Een van die vragenlijsten werd gezonden naar de onderneming Gao Yao Hua Fa Industrial, Guangdong, Volksrepubliek China.
5 Op 25 mei 1990 ontving de Commissie antwoord van deze onderneming op de vragenlijst, waarbij zij nadere inlichtingen verstrekte over haar structuur en activiteiten. Zij gaf ook haar adres op (Guangdong Province, Zhaoging City, Gao Yao County, Jing Dao, People' s Republic of China) en preciseerde, dat zij over een "Sales Office" beschikte te Hillwood Road, Tsim Sha Tsui, Kowloon, Hongkong. Tevens vroeg zij om de correspondentie gemakshalve te richten aan het Representative Office in Hongkong ter attentie van M. C. K. Chu, Gao Yao (HK) Hua Fa Industrial Co. Ltd.
6 Op 19 februari 1991 deelde de Commissie de vertegenwoordigers van de ondernemingen die inlichtingen hadden verstrekt, het resultaat mee van haar onderzoek. Wat Gao Yao China betreft, preciseerde zij, dat alleen rekening was gehouden met de verkoop van deze Chinese vennootschap naar de Gemeenschap en niet met de verkoop op de binnenlandse markt van Hongkong. De Commissie stelde voor China een dumpingmarge van 18,0 % vast.
7 Op 26 maart 1991 diende verzoekster bij de Commissie een nota in, vergezeld van stukken, waarin zij een wijziging van de berekeningsmethode van de normale waarde van het betrokken produkt bepleitte, resulterend in een dumpingmarge in de orde van 0,6 % bepleitte.
8 Bij verordening (EEG) nr. 1386/91 van 23 mei 1991 stelde de Commissie een voorlopig anti-dumpingrecht in op de invoer van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje, van oorsprong uit, respectievelijk, Japan, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Thailand (PB 1991, L 133, blz. 20); het anti-dumpingrecht voor produkten van oorsprong uit China bedroeg 17,8 %.
9 Op een hoorzitting voor de Commissie op 19 juni 1991 betoogde verzoekster, dat Gao Yao China niet als exporteur kon worden beschouwd, gelet op het bepaalde in artikel 2, lid 6, van verordening nr. 2423/88, aangezien alle in China vervaardigde en door Gao Yao Hongkong verkochte aanstekers werden uitgevoerd vanuit Hongkong, een land met een markteconomie. Als normale waarde diende volgens haar de voor een soortgelijk produkt op de binnenlandse markt van het uitvoerland, dat wil zeggen Hongkong, werkelijk betaalde vergelijkbare prijs te worden genomen.
10 Op 2 augustus 1991 deelde de Commissie verzoekster de gegevens mee op basis waarvan zij een definitief standpunt zou bepalen en een anti-dumpingrecht van 16,9 % zou aanbevelen.
11 Op 28 oktober 1991 zond de Commissie de Raad een ontwerpverordening tot instelling van een anti-dumpingrecht van 16,9 % op de produkten van oorsprong uit de Volksrepubliek China. In voormelde verordening nr. 3433/91 is dit percentage overgenomen.
12 Gao Yao Hongkong stelde tegen die verordening het onderhavige beroep in.
13 De Raad acht het beroep niet-ontvankelijk. Verzoekster presenteert zich immers enerzijds als een Chinese onderneming, dat wil zeggen als een verkoopbureau van de Chinese producent, en anderzijds als een vennootschap uit Hongkong, teneinde te kunnen doorgaan voor een formeel van de producent onafhankelijke exporteur.
14 De Raad wijst erop, dat de produktiemaatschappij als "joint venture" in China is opgericht om van de produktievoorwaarden te profiteren van een land dat nog steeds geen markteconomie heeft. Deze "joint venture" drijft handel met de Gemeenschap vanuit Hongkong, een land met een markteconomie die volledig geïntegreerd is in het mundiale handelsbestel.
15 De Raad concludeert daaruit, dat het land van waaruit wordt verkocht (Hongkong), in casu niet door het onderzoek of de bestreden verordening wordt bestreken en dat het betrokken produkt niet aldaar wordt vervaardigd.
16 Verzoekster stelt, dat zij geen zelfstandige exporteur is, maar een onderdeel van de fabrikant. Zowel uit de kapitaalstructuur als uit de alleenverkoopovereenkomst die haar het recht geeft de volledige produktie van de Chinese onderneming te verkopen, blijkt de onderlinge afhankelijkheid tussen haar en de Chinese producent.
17 Zij heeft de gemeenschapsinstanties medegedeeld, dat de naar Chinees recht opgerichte maatschappij de aanstekers in China vervaardigt voor de Hongkongse vennootschap, die zich belast met de verkoop van deze aanstekers zowel op de binnenlandse markt van Hongkong als voor uitvoer naar de Gemeenschap. De produktiemaatschappij naar Chinees recht heeft geen enkele verkoopactiviteit en exporteert niet naar de Gemeenschap. Haar verkoop loopt volledig via een vennootschap naar het recht van Hongkong; er is geen verkoop via onafhankelijke derden.
18 Verzoekster betoogt, dat zij betrokken is geweest bij de administratieve procedure voor de Commissie, dat haar identiteit uit de definitieve verordening blijkt en dat het vooronderzoek haar heeft betroffen. Bovendien, gesteld dat zij enkel tussenhandelaar zou zijn en de verordening alleen Gao Yao China raakte, dan had deze laatste geen antwoord op de vragenlijst kunnen geven, behalve dan dat haar volledige produktie naar Hongkong werd verzonden.
19 De Commissie, die bij beschikking van 7 september 1992 als interveniënte in het geding is toegelaten, wijst erop, dat verzoekster een vennootschap naar het recht van Hongkong is, die om nietigverklaring verzoekt van een verordening betreffende produkten van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
20 Wat het optreden van Gao Yao Hongkong in de administratieve procedure betreft beklemtoont de Commissie, dat haar taak is in een anti-dumpingonderzoek alle voor de instructie van de zaak nodige inlichtingen te verzamelen en dat iedereen haar die kan verstrekken. De identiteit van de informant is van weinig belang, zolang de informatie maar betrouwbaar en ter zake is. De Commissie controleert dus gewoonlijk niet de juridische identiteit van de informant. Wanneer zij alleen maar inlichtingen inwint in het kader van een anti-dumpingonderzoek, hoeft zij er zich niet van te vergewissen, dat is voldaan aan de vormvereisten voor de ontvankelijkheid van een beroep bij het Hof.
21 Het antwoord op de vragenlijst en de andere informatie over de litigieuze aanstekers is ingediend door of voor rekening van een Chinese producent/exporteur, aldus de Commissie. Ook al heeft verzoekster als informant deelgenomen aan het administratieve onderzoek, haar beroep voldoet niet aan de in de rechtspraak van het Hof gestelde ontvankelijkheidsvereisten.
22 Volgens de Commissie dient verzoekster aan te tonen, dat zij rechtstreeks en individueel wordt geraakt anders dan door haar deelname aan het administratieve onderzoek, of althans dat zij een speciale behandeling had moeten krijgen en dat haar een individueel anti-dumpingrecht had moeten worden opgelegd.
23 De Commissie beklemtoont, dat een anti-dumpingprocedure in het geval van een land zonder markteconomie, anders dan bij andere landen, gewoonlijk leidt tot één enkel anti-dumpingrecht voor het hele land. Dit hangt samen met het feit, dat de normale waarde voor een dergelijk land volgens een speciale methode wordt berekend om voor het gehele land te kunnen gelden, en met het feit dat wegens het centrale toezicht op de export de uitvoerprijzen worden vermoed gecooerdineerd te zijn. De vaststelling van één enkel anti-dumpingrecht voor een dergelijk land heeft tot gevolg, dat alleen de staat of het met de export van het betrokken produkt belaste overheidsinstelling rechtstreeks en individueel wordt geraakt door de anti-dumpingmaatregelen. Een speciale behandeling van de individuele exporteurs, dat wil zeggen vaststelling van specifieke anti-dumpingrechten voor elke marktdeelnemer in een dergelijk land, is slechts mogelijk wanneer vaststaat dat de exporteurs zelfstandig optreden.
24 De Europese federatie van aanstekerfabrikanten, die bij beschikking van 19 februari 1993 als interveniënte in het geding is toegelaten, is van mening dat een vennootschap uit Hongkong geen beroep tot nietigverklaring kan instellen tegen verordening nr. 3433/91, die betrekking heeft op produkten van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
25 Aangezien de Raad, de Commissie en de Europese Federatie van aanstekerfabrikanten de ontvankelijkheid van het beroep betwisten, dient eerst dit punt te worden onderzocht.
26 Ofschoon de verordeningen tot instelling van anti-dumpingrechten, gelet op de criteria van artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag, naar aard en strekking in feite normatieve handelingen zijn, aangezien zij voor alle betrokken ondernemers gelden, is het niet uitgesloten dat hun bepalingen sommige ondernemers rechtstreeks en individueel kunnen raken (arresten van 21 februari 1984, gevoegde zaken 239/82 en 275/82, Allied Corporation, Jurispr. 1984, blz. 1005, r.o. 11, en van 23 mei 1985, zaak 53/83, Allied Corporation, Jurispr. 1985, blz. 1621, r.o. 4).
27 Het Hof heeft erkend, dat dat in het algemeen het geval is bij produktie- en exportondernemingen die kunnen aantonen, dat hun identiteit uit de handelingen van de Commissie of de Raad blijkt dan wel dat het vooronderzoek hen heeft betroffen, alsmede bij importeurs wier wederverkoopprijzen van de betrokken produkten voor de berekening van de uitvoerprijs zijn gebruikt.
28 Het vooronderzoek heeft verzoekster niet betroffen, daar zij een in Hongkong gevestigde vennootschap is waaraan de Gemeenschap geen anti-dumpingrechten heeft opgelegd en waartegen het onderzoek niet was gericht (zie voormeld bericht van inleiding van de procedure).
29 Voorts fungeerde verzoekster naar eigen zeggen louter als in Hongkong gevestigd intermediair om de correspondentie tussen de diensten van de Commissie en Gao Yao China te vergemakkelijken. Zo heeft zij de vragenlijst van de Commissie beantwoord als vertegenwoordigster van deze onderneming.
30 Deze opvatting strookt overigens met de beginselen van het anti-dumpingonderzoek: volgens de bepalingen van verordening nr. 2423/88 dient de Commissie alle voor het onderzoek nodige inlichtingen te verzamelen, ongeacht uit welke bron ze afkomstig zijn. De verzending van stukken bestemd voor Gao Yao China naar een adres in Hongkong betekent dus niet, dat Gao Yao Hongkong, als kantoor belast met de doorzending van stukken, door de Commissie is aanvaard als gesprekspartner voor de grond van het onderzoek.
31 Aangezien verzoekster slechts is opgetreden ten behoeve van de doorzending van stukken, heeft het vooronderzoek haar derhalve niet betroffen in de zin van voormelde rechtspraak.
32 Mitsdien moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
33 Daar verzoekster in het ongelijk is gesteld, dient zij krachtens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering te worden verwezen in de kosten, met inbegrip van die van interveniënte, de Europese Federatie van aanstekerfabrikanten. Ingevolge artikel 69, paragraaf 4, dient de Commissie haar eigen kosten te dragen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende:
1) Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
2) Verwijst verzoekster in de kosten, daaronder begrepen die van de Europese Federatie van aanstekerfabrikanten. De Commissie van de Europese Gemeenschappen zal haar eigen kosten dragen.
Full & Egal Universal Law Academy