Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lid-Staten ° Verplichtingen ° Uitvoering van richtlijnen ° Niet-betwiste niet-nakoming
(EEG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-139/92,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door A. Aresu, lid van haar juridische dienst, en V. Melgar, nationaal ambtenaar gedetacheerd bij haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij N. Annecchino, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door L. Ferrari Bravo, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, bijgestaan door P. G. Ferri, avvocato dello Stato, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door het ministerieel decreet nr. 514 van 5 november 1987 niet in het ontwerpstadium mee te delen, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 8 en 9 van richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, G. C. Rodríguez Iglesias, M. Zuleeg en J. L. Murray, kamerpresidenten, G. F. Mancini, R. Joliet, F. A. Schockweiler, J. C. Moitinho de Almeida en F. Grévisse, rechters,
advocaat-generaal: C. Gulmann
griffier: J.-G. Giraud
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 13 juli 1993,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 14 juli 1993,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 30 april 1992, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door ministerieel decreet nr. 514 van 5 november 1987 niet in het ontwerpstadium mee te delen, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 8 en 9 van richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PB 1983, L 109, blz. 8). Deze bepalingen zijn gewijzigd en aangevuld bij richtlijn 88/182/EEG van de Raad van 22 maart 1988 (PB 1988, L 81, blz. 75).
2 Het bestreden ministerieel decreet bevat "Voorschriften inzake de bepaling en de controle van het maximale vermogen, de bouw en de montage aan boord, van motoren voor pleziervaartuigen."
3 Artikel 8, lid 1, van de genoemde richtlijn verplicht de Lid-Staten onmiddellijk ieder ontwerp voor een technisch voorschrift mee te delen aan de Commissie, tenzij het een volledige omzetting van een internationale of Europese norm betreft; voorts moeten zij mededeling doen van de redenen die de vaststelling van een dergelijk technisch voorschrift noodzakelijk maken. De Commissie stelt de overige Lid-Staten onverwijld in kennis van het ontwerp.
4 Volgens artikel 8, lid 2, kunnen de Commissie en de Lid-Staten opmerkingen indienen bij de Lid-Staat die een ontwerp voor een technisch voorschrift ter kennis heeft gebracht, waarmee deze Lid-Staat bij de verdere uitwerking van het technische voorschrift zoveel mogelijk rekening dient te houden.
5 Ingevolge artikel 9 van de richtlijn moeten de Lid-Staten de vaststelling van het betrokken technische voorschrift zes maanden uitstellen, te rekenen vanaf de datum van de in artikel 8, lid 1, bedoelde mededeling, indien de Commissie of een andere Lid-Staat binnen een termijn van drie maanden na die datum de uitvoerig gemotiveerde mening te kennen geeft dat de beoogde maatregel moet worden gewijzigd teneinde eventuele belemmeringen voor het vrije verkeer van goederen die uit die maatregel kunnen voortvloeien, op te heffen of te beperken.
6 Na te hebben vastgesteld dat de bepalingen van het Italiaanse ministerieel decreet nr. 514 technische voorschriften bevatten die niet voor de goedkeuring ervan waren meegedeeld in de zin van richtlijn 83/189, heeft de Commissie de procedure van artikel 169 EEG-Verdrag ingeleid tegen de Italiaanse Republiek.
7 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van de zaak, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
8 De Italiaanse regering betwist niet, het betrokken ministerieel decreet niet in het ontwerpstadium aan de Commissie te hebben meegedeeld.
9 Aangezien de inbreuk op de artikelen 8 en 9 van de richtlijn vaststaat, dient de niet-nakoming te worden vastgesteld conform de conclusie van de Commissie.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Daar de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende:
1) Door ministerieel decreet nr. 514 van 5 november 1987 niet in het ontwerpstadium mee te delen, is de Italiaanse Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 8 en 9 van richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Full & Egal Universal Law Academy