Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten ° Verplichtingen ° Uitvoering van richtlijnen ° Niet-betwiste niet-nakoming
(EEG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-316/92,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door I. Pernice, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbend te Luxemburg bij N. Annecchino, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door E. Roeder, Ministerialrat bij het Bondsministerie van Economische zaken, en C.-D. Quassowski, Regierungsdirektor bij dat ministerie, als gemachtigden,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te hebben genomen om te voldoen aan richtlijn 87/540/EEG van de Raad van 9 november 1987 betreffende de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de binnenwateren en inzake de onderlinge erkenning van dit beroep betreffende diploma' s, certificaten en andere titels (PB 1987, L 322, blz. 20), de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: C. N. Kakouris, president van de Vierde en de Zesde kamer, waarnemend voor de president, M. Zuleeg en J. L. Murray, kamerpresidenten, G. F. Mancini, F. A. Schockweiler, J. C. Moitinho de Almeida, F. Grévisse, M. Diez de Velasco en P. J. G. Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal: G. Tesauro
griffier: J.-G. Giraud
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 26 mei 1993,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 20 juli 1992, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te hebben genomen om te voldoen aan richtlijn 87/540/EEG van de Raad van 9 november 1987 betreffende de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de binnenwateren en inzake de onderlinge erkenning van dit beroep betreffende diploma' s, certificaten en andere titels (PB 1987, L 322, blz. 20), de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 11 van de richtlijn bepaalt: "De Lid-Staten doen de nodige maatregelen in werking treden om uiterlijk op 30 juni 1988 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis."
3 De Commissie betoogt dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet de nodige maatregelen te hebben genomen voor de omzetting van de richtlijn in haar nationale recht, de op haar rustende verplichtingen krachtens artikel 11 van de richtlijn juncto de artikelen 189, derde alinea, en 5 EEG-Verdrag niet is nagekomen.
4 De Duitse regering betwist niet, dat zij deze richtlijn bij het verstrijken van de daarin gestelde termijn nog niet in nationaal recht had omgezet. Zij wijst er evenwel op, dat de wetgevingsprocedure vrijwel afgesloten is.
5 Aangezien de omzetting niet binnen de voorgeschreven termijn heeft plaatsgevonden, moet de niet-nakoming bewezen worden geacht in de termen waarin zij in de conclusies van de Commissie is geformuleerd.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
6 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien de Bondsrepubliek Duitsland in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende, verklaart:
1) Door niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te hebben genomen om te voldoen aan richtlijn 87/540/EEG van de Raad van 9 november 1987 betreffende de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de binnenwateren en inzake de onderlinge erkenning van dit beroep betreffende diploma' s, certificaten en andere titels, is de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy