Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1 Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Rundvlees - Speciale premie voor producenten van rundvlees - Overgangsregeling voor bijna afgemeste dieren - Voorwaarden voor toekenning van premie - Niet-naleving - Toepassing van algemene sanctieregeling - Niet-naleving van voorwaarde waaronder dieren in aanmerking komen voor premie - Uitsluiting van premie
(Verordening nr. 714/89 van de Commissie, art. 9 en 11, lid 2)
2 Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Rundvlees - Speciale premie voor producenten van rundvlees - Toekenningsvoorwaarden - Controle door bevoegde autoriteiten - Begrip - Verificatie van door aanvrager overgelegde stukken - Daaronder begrepen
(Verordening nr. 714/89 van de Commissie, art. 8 en 9, lid 1)
3 Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Rundvlees - Speciale premie voor producenten van rundvlees - Overgangsregeling voor bijna afgemeste dieren - Voorwaarden voor toekenning van premie - Niet-naleving van voorwaarde betreffende slachttermijn - Verbeurte van gehele premie - Evenredigheidsbeginsel - Schending - Geen
(Verordening nr. 714/89 van de Commissie, art. 9)
Samenvatting
4 Artikel 9 van verordening nr. 714/89 houdende uitvoeringsbepalingen van het stelsel van de speciale premie voor producenten van rundvlees, voert een sanctieregeling in die van toepassing is in alle gevallen van niet-naleving van de voorwaarden voor toekenning van de premie, in het bijzonder wanneer de voorwaarden waaronder een dier subsidiabel is, niet worden nageleefd, ongeacht de regeling waaronder de gevraagde premie valt. Daaruit volgt, dat lid 1 van dit artikel van toepassing is op de aanvragen voor speciale premies die worden ingediend krachtens artikel 11, lid 2, van deze verordening, waarin een overgangsregeling wordt ingevoerd voor bijna afgemeste dieren. Ingevolge artikel 9, lid 1, van de verordening is de toekenning van een speciale premie uit hoofde van deze overgangsregeling dus uitgesloten, wanneer de betrokkene het voorziene aantal mestrunderen niet binnen de in artikel 11, lid 2, gestelde termijn slacht of laat slachten, en het verschil tussen het opgegeven aantal dieren en het werkelijke aantal subsidiabele dieren meer dan 5 % bedraagt en dit verschil niet is toe te schrijven aan het natuurlijk verloop van de veestapel of aan overmacht in de zin van artikel 9, leden 2 en 3.
5 Het begrip "controle" in de zin van artikel 9, lid 1, van verordening nr. 714/89, betreffende de administratieve controle die de nationale autoriteiten krachtens artikel 8 van deze verordening kunnen verrichten, omvat ook de verificatie van de stukken die de aanvrager van de speciale premie voor producenten van rundvlees aan de bevoegde autoriteiten heeft overgelegd ten bewijze dat hij aan de gestelde voorwaarden voldoet.
6 Het integrale verlies van de speciale premie voor producenten van rundvlees in andere gevallen dan die van artikel 9, leden 2, 3 en 4, van verordening nr. 714/89, welke slechts een vermindering van de premie meebrengen, is weliswaar een zware sanctie, maar deze sanctie is passend en noodzakelijk ter bereiking van het met de betrokken regeling beoogde doel, namelijk het voorkomen van onregelmatigheden en bedrag. Artikel 9, lid 1, van de verordening is dus niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel, voor zover het bepaalt dat geen premie kan worden toegekend in geval van - zij het ook slechts gedeeltelijke - overschrijding van de in artikel 11, lid 2, van de verordening gestelde termijn.
Partijen
In zaak C-365/92,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Verwaltungsgericht Hannover (Bondsrepubliek Duitsland), in het aldaar aanhangig geding tussen
H. Schumacher
en
Bezirksregierung Hannover,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging en de geldigheid van een aantal bepalingen van verordening (EEG) nr. 714/89 van de Commissie van 20 maart 1989 houdende uitvoeringsbepalingen van het stelsel van de speciale premie voor producenten van rundvlees (PB 1989, L 78, blz. 37),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vierde kamer),
samengesteld als volgt: M. Diez de Velasco, kamerpresident, C. N. Kakouris en P. J. G. Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal: M. Darmon
griffier: L. Hewlett, administrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door U. Wölker, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 29 september 1993,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 29 november 1991, ingekomen bij het Hof op 18 september 1992, heeft het Verwaltungsgericht Hannover krachtens artikel 177 EEG-Verdrag vier prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging en de geldigheid van een aantal bepalingen van verordening (EEG) nr. 714/89 van de Commissie van 20 maart 1989 houdende uitvoeringsbepalingen van het stelsel van de speciale premie voor producenten van rundvlees (PB 1989, L 78, blz. 38).
2 De vragen zijn gerezen in een geding tussen H. Schumacher, eigenaar van een landbouwbedrijf, en de Bezirksregierung Hannover (hierna: "BZR") na de weigering van laatstgenoemde om hem de speciale premie voor producenten van rundvlees toe te kennen.
3 Bij verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (PB 1968, L 148, blz. 24), zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 467/87 van de Raad van 10 februari 1987 (PB 1987, L 48, blz. 1), is een stelsel ingevoerd van speciale premies die aan producenten van rundvlees worden toegekend voor onder andere bijna afgemeste dieren. Volgens artikel 11, lid 2, tweede alinea, van verordening nr. 714/89 moet de producent in zijn aanvraag voor een dergelijke premie verklaren, dat de betrokken dieren op de datum van indiening van de aanvraag minstens twaalf maanden oud zijn, dat hij ze minstens één maand op zijn bedrijf houdt en dat de dieren vóór 2 september 1989 worden geslacht of naar een derde land worden uitgevoerd.
4 Artikel 8, lid 1, van verordening nr. 714/89 bepaalt: "de door iedere Lid-Staat aangewezen bevoegde instanties gaan door administratieve controles en door controles ter plaatse na of de voorschriften van de speciale premieregeling worden nagekomen".
5 Voor het geval dat de voorwaarden voor de premieverlening niet worden nagekomen, bevat artikel 9 van de verordening een sanctieregeling. De leden 1 tot en met 4 van dit artikel luiden:
"1. Indien uit de controle blijkt dat het aantal subsidiabele dieren kleiner is dan het aantal dieren waarvoor de premie is aangevraagd, wordt, onverminderd de leden 2, 3 en 4, geen enkele premie toegekend.
2. Indien het betrokken aantal dieren lager is ten gevolge van het natuurlijke verloop van de veestapel, wordt de premie uitgekeerd voor het werkelijke aantal subsidiabele dieren (...).
3. Het recht op de premie blijft voor het werkelijke aantal subsidiabele dieren bestaan wanneer de producent de in artikel 2 bedoelde verbintenis wegens overmacht niet heeft kunnen nakomen (...)
4. In andere dan de in de leden 2 en 3 bedoelde gevallen wordt, wanneer het werkelijke aantal subsidiabele dieren minder dan 5 % van het opgegeven aantal verschilt, of bij een verschil van hoogstens één dier, wanneer het aantal opgegeven dieren niet meer dan 20 stuks bedraagt, voor het aantal subsidiabele dieren de premie verminderd met 20 % uitgekeerd, op voorwaarde dat de bevoegde instantie overtuigd is dat het geen doelbewuste vervalsing of grove nalatigheid betreft."
6 Bij brief van 25 april 1989 vroeg Schumacher bij de BZR de speciale premie aan voor in totaal 32 mannelijke mestrunderen van minstens twaalf maanden oud, die vóór 3 september 1989 zouden worden geslacht.
7 Blijkens het dossier zijn 27 dieren tussen 20 juni en 17 augustus 1989 geslacht en vijf andere op 25 september 1989, dus 22 dagen na de in artikel 11, lid 2, van verordening nr. 714/89 gestelde datum. De BZR wees de aanvraag integraal af op grond van artikel 9, lid 1, van de verordening.
8 Tegen deze beschikking kwam Schumacher daarop in beroep bij het Verwaltungsgericht Hannover, stellende dat hij minstens voor de 27 dieren die vóór de gestelde datum waren geslacht, recht had op de speciale premie.
9 De verwijzende rechter bevond dat het verschil tussen het aantal subsidiabele dieren (27) en het aantal dieren waarvoor de premie was aangevraagd (32), noch aan een natuurlijk verloop noch aan overmacht was toe te schrijven en dat de leden 2 en 3 van artikel 9 van de verordening derhalve niet van toepassing waren. Lid 4 van artikel 9 achtte hij evenmin van toepassing, daar genoemd verschil meer dan 5 % bedraagt. Bij vijf dieren op 32 bedraagt dit verschil immers ongeveer 15 %.
10 Volgens de nationale rechter stuit de aanvraag van een speciale premie voor 27 runderen enkel af op artikel 9, lid 1, van de verordening. Hij verkeert echter in twijfel over de verenigbaarheid van deze bepaling met het evenredigheidsbeginsel.
11 Vanwege deze twijfel heeft de nationale rechter besloten, de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende prejudiciële vragen te stellen:
"1) Is artikel 9, lid 1, van verordening (EEG) nr. 714/89 van 20 maart 1989 (PB 1989, L 78, blz. 38) van toepassing op krachtens artikel 11, lid 2, van deze verordening ingediende aanvragen voor speciale premies?
2) Omvat het begrip $controle' in artikel 9, lid 1, van verordening (EEG) nr. 714/89 ook de verificatie van de stukken die de aanvrager aan de bevoegde instantie heeft overgelegd ten bewijze dat hij aan de vereiste voorwaarden voldoet?
3) Sluit artikel 9, lid 1, van verordening (EEG) nr. 714/89 de toekenning van een speciale premie voor producenten van rundvlees ook dan volledig uit, wanneer de producent sommige mestrunderen niet binnen de in artikel 11, lid 2, van de verordening gestelde termijn slacht of laat slachten en artikel 9, lid 4, van de verordening geen toepassing vindt, daar het werkelijke aantal subsidiabele dieren meer dan één dier, respectievelijk meer dan 5 % van het opgegeven aantal verschilt?
4) Indien de derde vraag bevestigend wordt beantwoord, is artikel 9, lid 1, van verordening (EEG) nr. 714/89 dan in zoverre in strijd met het evenredigheidsbeginsel?"
12 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
De eerste vraag
13 Opgemerkt zij dat verordening nr. 714/89 de voorwaarden voor de toekenning van de speciale premie voor producenten van rundvlees vaststelt. Deze voorwaarden zijn verschillend naar gelang het om de algemene premieregeling gaat (artikel 2, tweede streepje, en artikel 8, lid 2) of om de overgangsregeling die geldt voor de Lid-Staten waar de speciale premie voor het eerst wordt toegekend, of voor bijna afgemeste dieren (artikel 11).
14 Ongeacht echter de regeling waaronder de aangevraagde premie valt, geldt bij niet-nakoming van de voorwaarden voor premietoekenning en in het bijzonder bij niet-nakoming van de voor subsidiabele dieren gestelde voorwaarden hetzelfde in artikel 9 der verordening opgenomen stelsel van sancties. Deze bepaling is derhalve ook van toepassing, indien een dier niet subsidiabel is als gevolg van de overschrijding van de in artikel 11, lis 2, derde streepje, van de verordening vermelde slachttermijn.
15 Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat artikel 9, lid 1, van verordening nr. 714/89 van toepassing is op krachtens artikel 11, lid 2, van deze verordening ingediende aanvragen voor speciale premies.
De tweede vraag
16 Volgens artikel 8, lid 1, van verordening nr. 714/89 kunnen de nationale instanties die zijn belast met het toezicht op de nakoming van de bepalingen van de speciale premieregeling, administratieve controles en controles ter plaatse verrichten.
17 De administratieve controle omvat de verificatie van de door de aanvrager van de premie overgelegde stukken ten bewijze dat hij aan de gestelde voorwaarden voldoet.
18 Hieruit volgt dat de door de bevoegde instanties verrichte controle ter verificatie van de door de aanvrager overgelegde slachtbewijzen een controle is in de zin van artikel 8 en bijgevolg een controle in de zin van artikel 9, lid 1, van verordening nr. 714/89.
19 Mitsdien moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat het begrip "controle" in de zin van artikel 9, lid 1, van verordening nr. 714/89 ook de verificatie omvat van de stukken die de aanvrager aan de bevoegde instanties heeft overgelegd ten bewijze dat hij aan de gestelde voorwaarden voldoet.
De derde vraag
20 Artikel 9, lid 4, van verordening nr. 714/89 is van toepassing, wanneer het werkelijke aantal subsidiabele dieren minder dan 5 % van het opgegeven aantal verschilt, of bij een verschil van hoogstens één dier, indien het aantal opgegeven dieren niet meer dan 20 stuks bedraagt en dit verschil is toe te schrijven aan andere redenen dan die genoemd in de leden 2 en 3 van dit artikel.
21 Zoals uit de verwijzingsbeschikking blijkt, is het in het hoofdgeding vastgestelde verschil noch aan een natuurlijk verloop noch aan overmacht toe te schrijven en zijn de leden 2 en 3 van artikel 9 van verordening nr. 714/89 derhalve niet van toepassing.
22 Ten slotte moet worden vastgesteld dat in het hoofdgeding het werkelijke aantal subsidiabele dieren slechts 27 van de opgegeven 32 dieren bedraagt, zodat het verschil tussen het aantal subsidiabele dieren en het in de aanvraag opgegeven aantal meer dan 5 % bedraagt. Bijgevolg vindt ook artikel 9, lid 4, geen toepassing.
23 Derhalve is in de casuspositie van het hoofdgeding ongetwijfeld artikel 9, lid 1, van toepassing. Immers, alleen wanneer de leden 2, 3 en 4 van artikel 9 van de verordening niet van toepassing zijn, dient de in lid 1 van dit artikel genoemde sanctie te worden toegepast.
24 Mitsdien moet op de derde vraag worden geantwoord, dat artikel 9, lid 1, van verordening nr. 714/89 de toekenning van een speciale premie aan producenten van rundvlees uitsluit, wanneer de betrokkene het voorziene aantal mestrunderen niet binnen de in artikel 11, lid 2, van de verordening gestelde termijn slacht of laat slachten, en het verschil tussen het opgegeven aantal dieren en het werkelijke aantal subsidiabele dieren meer dan 5 % bedraagt en dit verschil niet is toe te schrijven aan de in artikel 9, leden 2 en 3, genoemde redenen.
De vierde vraag
25 De vierde vraag van de nationale rechter komt in wezen erop neer, of artikel 9, lid 1, van verordening nr. 714/89 verenigbaar is met het evenredigheidsbeginsel, voor zover het bepaalt dat geen enkele premie kan worden toegekend bij - zij het ook slechts gedeeltelijke - niet-nakoming van de in artikel 11, lid 2, van de verordening gestelde termijn.
26 Om na te gaan of de betrokken bepaling in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel, moet worden onderzocht, of de in die bepaling vervatte maatregelen verder gaan dan wat passend en noodzakelijk is ter bereiking van het met de betrokken regeling beoogde doel. In het bijzonder moet worden nagegaan, of de maatregelen waarmee de bepaling het gestelde doel beoogt te bereiken, in verhouding staan tot het belang van dat doel, en of zij noodzakelijk zijn om het te bereiken (zie met name arrest van 21 januari 1992, zaak C-319/90, Pressler, Jurispr. 1992, blz. I-203, r.o. 12).
27 In de vierde overweging van verordening nr. 714/89 wordt gewezen op de noodzaak de voorschriften ter voorkoming en bestraffing van onregelmatigheden en bedrog te verscherpen.
28 Blijkens artikel 9 van de verordening is de weigering van de integrale premie niet louter het gevolg van de overschrijding van de slachttermijn. Daarenboven dient deze termijnoverschrijding tot een aanmerkelijke verlaging van het werkelijke aantal subsidiabele dieren te leiden, zonder dat dit aan het natuurlijke verloop van de veestapel (artikel 9, lid 2) of aan overmacht (artikel 9, lid 3) is te wijten.
29 Bij inbreuken van minder belang, namelijk wanneer het verschil tussen het werkelijke aantal subsidiabele dieren en het opgegeven aantal minder dan 5 % of, wanneer niet meer dan 20 dieren zijn opgegeven, hoogstens één dier bedraagt, wordt de premie dan ook slechts verminderd, althans voor zover het verschil niet voorkomt uit een doelbewuste vervalsing of grove nalatigheid.
30 Gelet op het voorgaande moet worden vastgesteld dat het integrale verlies van de speciale premie in andere gevallen dan die van artikel 9, leden 2, 3 en 4, weliswaar een zware sanctie is, maar dat deze sanctie passend en noodzakelijk is ter bereiking van het met de betrokken regeling beoogde doel, namelijk het voorkomen van onregelmatigheden en bedrog.
31 Mitsdien moet op de vierde vraag worden geantwoord dat artikel 9, lid 1, van verordening nr. 714/89 niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, voor zover het bepaalt dat geen premie kan worden toegekend in geval van - zij het ook slechts gedeeltelijke - overschrijding van de in artikel 11, lid 2, van deze verordening gestelde termijn.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
32 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
uitspraak doende op de door het Verwaltungsgericht Hannover bij beschikking van 29 november 1991 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Artikel 9, lid 1, van verordening (EEG) nr. 714/89 van de Commissie van 20 maart 1989 houdende uitvoeringsbepalingen van het stelsel van de speciale premie voor producenten van rundvlees, is van toepassing op krachtens artikel 11, lid 2, van deze verordening ingediende aanvragen voor speciale premies.
2) Het begrip "controle" in de zin van artikel 9, van verordening nr. 714/89 omvat ook de verificatie van de stukken die de aanvrager aan de bevoegde autoriteiten heeft overgelegd ten bewijze dat hij aan de gestelde voorwaarden voldoet.
3) Artikel 9, lid 1, van verordening nr. 714/89 sluit de toekenning van een speciale premie aan producenten van rundvlees uit, wanneer de betrokkene het voorziene aantal mestrunderen niet binnen de in artikel 11, lid 2, van de verordening gestelde termijn slacht of laat slachten, en het verschil tussen het opgegeven aantal dieren en het werkelijke aantal subsidiabele dieren meer dan 5 % bedraagt en dit verschil niet is toe te schrijven aan de in artikel 9, leden 2 en 3, genoemde redenen.
4) Artikel 9, lid 1, van verordening nr. 714/89 is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel, voor zover het bepaalt dat geen premie kan worden toegekend in geval van - zij het ook slechts gedeeltelijke - overschrijding van de in artikel 11, lid 2, van deze verordening gestelde termijn.
Full & Egal Universal Law Academy