Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lid-Staten - Verplichtingen - Niet-nakoming - Niet-nakoming van specifieke verplichtingen voortvloeiende uit richtlijn en niet-nakoming van algemene verplichting voortvloeiend uit artikel 5 van Verdrag
(EEG-Verdrag, art. 5 en 169)
Samenvatting
Wanneer een Lid-Staat zijn uit een richtlijn voortvloeiende specifieke verplichtingen niet is nagekomen, behoeft niet te worden nagegaan, of hij daardoor ook de uit artikel 5 EEG-Verdrag voortvloeiende verplichtingen niet is nagekomen.
Partijen
In zaak C-378/92,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur J. L. Iglesias Buhigues als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij N. Annecchino, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door A. Navarro Gonzáles, directeur-generaal communautaire juridische en institutionele coördinatie, en A. H. Hernández-Mora, abogado del Estado, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Spaanse ambassade, Boulevard Emmanuel Servais 4-6,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje de krachtens de artikelen 5 en 189 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en in werking te doen treden die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 88/658/EEG van de Raad van 14 december 1988 tot wijziging van richtlijn 77/99/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesprodukten (PB 1988, L 382, blz. 15),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, G. F. Mancini, J. C. Moitinho de Almeida, M. Diez de Velasco, kamerpresidenten, C. N. Kakouris, F. A. Schockweiler, F. Grévisse, M. Zuleeg en P. J. G. Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal: M. Darmon
griffier: J.-G. Giraud
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 21 september 1993,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 12 oktober 1992, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en in werking te doen treden die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 88/658/EEG van de Raad van 14 december 1988 tot wijziging van richtlijn 77/99/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesprodukten (PB 1988, L 382, blz. 15), de krachtens de artikelen 5 en 189 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Ingevolge artikel 3 van de richtlijn moesten de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 1 juli 1990 aan de richtlijn te voldoen, en moesten zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Omdat zij van de Spaanse regering geen mededeling betreffende de omzetting van de richtlijn in nationaal recht had ontvangen en zij over geen andere gegevens beschikte waaruit zij kon concluderen, dat het Koninkrijk Spanje de nodige omzettingsmaatregelen had genomen, leidde de Commissie tegen deze staat de procedure van artikel 169 EEG-Verdrag in.
4 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het geding, het procesverloop en de middelen en argumenten van de partijen wordt verwezen naar het rapport van de rechter-rapporteur. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
5 De Spaanse regering erkent, dat de richtlijn niet binnen de gestelde termijn is omgezet. Zij verklaart enkel, dat de vertraging te wijten is aan bepaalde moeilijkheden die samenhangen enerzijds met het feit dat verschillende ministeries bevoegd zijn, en anderzijds met de vaststelling van richtlijn 92/5/EEG van de Raad van 10 februari 1992 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 77/99/EEG alsmede tot wijziging van richtlijn 64/43/EEG (PB 1992, L 57, blz. 1). Deze richtlijn heeft de inhoud gewijzigd van de wijzigingen die de litigieuze richtlijn had aangebracht in richtlijn 77/99/EEG. De procedure ter goedkeuring van de nodige omzettingsmaatregelen is evenwel aan de gang.
6 Aangezien het Koninkrijk Spanje zijn uit de richtlijn voortvloeiende specifieke verplichtingen niet is nagekomen, behoeft niet te worden nagegaan, of het daardoor eveneens de uit artikel 5 EEG-Verdrag voortvloeiende verplichtingen niet is nagekomen (zie arrest van 19 februari 1991, zaak C-374/89, Commissie/België, Jurispr. 1991, blz. I-367, r.o. 13).
7 Bijgevolg moet de niet-nakoming worden vastgesteld.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
8 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien het Koninkrijk Spanje in het ongelijk is gesteld, moet het in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en in werking te doen treden, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 88/658/EEG van de Raad van 14 december 1988 tot wijziging van richtlijn 77/99/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesprodukten, is het Koninkrijk Spanje de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Full & Egal Universal Law Academy