Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Handelingen van de instellingen - Richtlijnen - Uitvoering door Lid-Staten - Ontoereikendheid van eenvoudige administratieve praktijken
(EEG-Verdrag, art. 189, derde alinea)
Samenvatting
Eenvoudige administratieve praktijken, die naar hun aard volgens goeddunken van de administratie kunnen worden gewijzigd en waaraan onvoldoende bekendheid is gegeven, zijn niet te beschouwen als een correcte uitvoering van de verplichting die ingevolge artikel 189 EEG-Verdrag rust op de Lid-Staten tot wie een richtlijn is gericht.
Partijen
In zaak C-384/92,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door C. Docksey, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij N. Annecchino, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Ierland, vertegenwoordigd door L. J. Dockery, Chief State Solicitor, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Ierse ambassade, Route d'Arlon 28,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen, dat Ierland de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen voor het volgen van richtlijn 88/661/EEG van de Raad van 19 december 1988 betreffende de zoötechnische normen die gelden voor fokvarkens (PB 1988, L 382, blz. 36), richtlijn 89/361/EEG van de Raad van 30 mei 1989 betreffende raszuivere fokschapen en -geiten (PB 1989, L 153, blz. 30), richtlijn 90/118/EEG van de Raad van 5 maart 1990 betreffende de toelating van raszuivere fokvarkens tot de voortplanting (PB 1990, L 71, blz. 34), en richtlijn 90/119/EEG van de Raad van 5 maart 1990 betreffende de toelating van hybride fokvarkens tot de voortplanting (PB 1990, L 71, blz. 36),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, G. F. Mancini, J. C. Moitinho de Almeida en D. A. O. Edward, kamerpresidenten, R. Joliet, F. A. Schockweiler, G. C. Rodríguez Iglesias, F. Grévisse en M. Zuleeg, rechters,
advocaat-generaal: C. Gulmann
griffier: J.-G. Giraud
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 27 oktober 1993,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 21 oktober 1991, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen, dat Ierland de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen voor het volgen van richtlijn 88/661/EEG van de Raad van 19 december 1988 betreffende de zoötechnische normen die gelden voor fokvarkens (PB 1988, L 382, blz. 36), richtlijn 89/361/EEG van de Raad van 30 mei 1989 betreffende raszuivere fokschapen en -geiten (PB 1989, L 153, blz. 30), richtlijn 90/118/EEG van de Raad van 5 maart 1990 betreffende de toelating van raszuivere fokvarkens tot de voortplanting (PB 1990, L 71, blz. 34), en richtlijn 90/119/EEG van de Raad van 5 maart 1990 betreffende de toelating van hybride fokvarkens tot de voortplanting (PB 1990, L 71, blz. 36).
2 Artikel 13, eerste alinea, van richtlijn 88/661, artikel 9 van richtlijn 89/361, artikel 5, eerste alinea, van richtlijn 90/118 en artikel 3, eerste alinea, van richtlijn 90/119 luiden: "De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 januari 1991 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis."
3 De Commissie betoogt, dat Ierland vanwege het verplichtend karakter van de richtlijnen gehouden was de nodige wettelijke bepalingen vast te stellen voor de omzetting van die vier richtlijnen in nationaal recht.
4 Ierland beperkt zich ertoe te verklaren, dat de nodige wettelijke bepalingen voor de tenuitvoerlegging van die richtlijnen worden voorbereid en dat in afwachting van de vaststelling daarvan de in de richtlijnen opgenomen regels in de praktijk worden nageleefd.
5 Aangaande de tenuitvoerlegging van richtlijnen is het 's Hofs vaste rechtspraak, dat eenvoudige administratieve praktijken, die naar hun aard volgens goeddunken van de administratie kunnen worden gewijzigd en waaraan onvoldoende bekendheid is gegeven, niet zijn te beschouwen als een geldige uitvoering van de verplichtingen die het Verdrag een Lid-Staat oplegt (zie in het bijzonder arresten van 15 februari 1983, zaak 145/82, Commissie/Italië, Jurispr. 1983, blz. 711, r.o. 10, en 17 november 1992, zaak C-236/91, Commissie/Ierland, Jurispr. 1992, blz. I-5933, r.o. 6).
6 Dientengevolge kan Ierland, dat niet betwist dat het de nodige wettelijke maatregelen voor de omzetting van de richtlijnen in nationaal recht moet vaststellen, zich ook niet tijdelijk aan die verplichting onttrekken door zich te beroepen op de toepassing van administratieve praktijken die beweerdelijk in overeenstemming met de in de richtlijnen gegeven regels zijn.
7 Hieruit volgt, dat de niet-nakoming bewezen moet worden geacht in de termen waarin zij in de conclusies van de Commissie is geformuleerd.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
8 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien Ierland in het ongelijk is gesteld, moet het in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen voor het volgen van richtlijn 88/661/EEG van de Raad van 19 december 1988 betreffende de zoötechnische normen die gelden voor fokvarkens, richtlijn 89/361/EEG van de Raad van 30 mei 1989 betreffende raszuivere fokschapen en -geiten, richtlijn 90/118/EEG van de Raad van 5 maart 1990 betreffende de toelating van raszuivere fokvarkens tot de voortplanting, en richtlijn 90/119/EEG van de Raad van 5 maart 1990 betreffende de toelating van hybride fokvarkens tot de voortplanting, is Ierland de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Ierland wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Full & Egal Universal Law Academy