Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Landbouw ° Gemeenschappelijke ordening der markten ° Wijn ° Omschrijving en aanbiedingsvorm van wijnen ° V.q.p.r.d. ° Gebruik van term "château" door wijnbouwers die gronden bebouwen die tot domein van château hebben behoord en in gebouwen van hun cooeperatie druiven verwerken tot wijn ° Toelaatbaarheid ° Deelneming in cooeperatie van wijnbouwers die gronden bebouwen welke niet tot genoemd domein hebben behoord ° Geen invloed in geval van betrouwbare procedures ter voorkoming van vermenging van druiven
(Verordeningen van de Commissie nr. 997/81, art. 5, lid 1, en nr. 3201/90, art. 6)
Samenvatting
Artikel 5, lid 1, van verordening nr. 997/81 houdende uitvoeringsbepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost, dat het gebruik van de term "château" ter aanduiding van de naam van het wijnbouwbedrijf waar de betrokken wijn is verkregen, afhankelijk stelt van de dubbele voorwaarde, dat de wijn uitsluitend afkomstig is van in het betrokken bedrijf geoogste druiven en dat de druiven in dat wijnbouwbedrijf tot wijn zijn verwerkt, verzet zich evenmin als artikel 6 van verordening nr. 3201/90, dat eerstgenoemd artikel heeft vervangen en in soortgelijke bewoordingen is gesteld, tegen het gebruik van deze term door wijnbouwers die druiven produceren op gronden van het voormalige domein van een château en die zijn verenigd in een cooeperatie, in de gebouwen waarvan zij de druiven tot wijn verwerken.
Het feit dat een cooeperatieve vereniging onder haar leden wijnbouwers telt wier gronden afkomstig zijn van de verdeling van het voormalige domein van een château, en wijnbouwers die druiven oogsten buiten dit domein, kan aan de toepassing van artikel 5, lid 1, van verordening nr. 997/81 of van artikel 6 van verordening nr. 3201/90 niet in de weg staan wanneer betrouwbare procedures zijn ingevoerd om te voorkomen dat de door eerstgenoemden geoogste druiven worden vermengd met die van laatstgenoemden.
Partijen
In zaak C-403/92,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Franse Cour de cassation, in het aldaar aanhangig geding tussen
C. Lafforgue, geboren Baux
F. Baux
en
Château de Calce SCI
Société Coopérative de Calce,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 5, lid 1, van verordening (EEG) nr. 997/81 van de Commissie van 26 maart 1981 houdende uitvoeringsbepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost (PB 1981, L 106, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: J. C. Moitinho de Almeida, kamerpresident, R. Joliet (rapporteur), G. C. Rodríguez Iglesias, F. Grévisse en M. Zuleeg, rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs
griffier: D. Louterman-Hubeau, hoofdadministrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° C. Lafforgue en F. Baux, vertegenwoordigd door J. Boré en O. Monroux, advocaten te Libourne, en L. Funck-Brentano, advocaat te Parijs,
° Société civile immobilière Château de Calce en Société coopérative de Calce, vertegenwoordigd door L. Parmentier, advocaat te Parijs,
° de Franse regering, vertegenwoordigd door P. Pouzoulet, onderdirecteur bij de directie Juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en J. L. Falconi, secretaris Buitenlandse zaken bij dezelfde directie, als gemachtigden,
° de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door L. Ferrari Bravo, hoofd van de dienst Diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door I. Braguglia, avvocato dello Stato,
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur G. Rozet, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van C. Lafforgue en F. Baux, Société civile immobilière Château de Calce en Société coopérative de Calce, de Franse regering en de Commissie, ter terechtzitting van 2 december 1993,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 10 februari 1994,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij arrest van 17 december 1991, ingekomen bij het Hof op 2 december 1992, heeft de Franse Cour de cassation krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van artikel 5, lid 1, van verordening (EEG) nr. 997/81 van de Commissie van 26 maart 1981 houdende uitvoeringsbepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost (PB 1981, L 106, blz. 1; hierna: de "uitvoeringsverordening"), in samenhang met elke andere gemeenschapsrechtelijke tekst, met het oog op de beslechting van een geschil over het gebruik van de aanduiding "château".
2 Dit geding tussen C. Baux, echtgenote Lafforgue, en haar broer F. Baux (hierna: "Baux-Lafforgue"), wijnbouwers wonende te Calce-par-Rivesaltes (Pyrénées-Orientales, Frankrijk), enerzijds, en een aantal andere wijnbouwers, verenigd in de Société coopérative de Calce en de Société civile immobilière Château de Calce, anderzijds, betreft het gebruik door laatstgenoemden van de aanduiding "Château de Calce".
3 Uit de stukken blijkt, dat de eigenaars van een domein te Calce-par-Rivesaltes, bestaande uit een aantal gebouwen die te zamen een château vormen, en uit landerijen, hun gronden bij notariële akte van 14 augustus 1863 hebben verkaveld en aan een aantal families uit het dorp hebben verkocht. Het château zelf is later eveneens verdeeld.
4 C. Baux is thans eigenares van het belangrijkste deel van de overblijfselen van dit château. In de onmiddellijke omgeving van dit château bezitten zij en haar broer drie hectaren wijngaarden, waarvan zij de druiven in binnen het château gelegen wijnkelders tot wijn bereiden. Hun wijn geniet de appellation d' origine contrôlée "Côtes du Roussillon". Voor de verkoop van die wijn zijn Baux-Lafforgue ertoe gebracht, de naam "Château Lafforgue" te kiezen, die zij op 28 juli 1986 als merknaam hebben laten inschrijven bij het Institut national de la propriété industrielle (hierna: "INPI").
5 De andere wijnbouwers uit het dorp, een vijftigtal, die de afstammelingen zijn van degenen die de rest van het domein hadden verworven, zijn eigenaar van 150 hectaren wijngaarden in dit oude domein. Te zamen met andere wijnbouwers hebben zij zich verenigd in de Société coopérative de Calce, in de gebouwen waarvan zij de oogst van hun eigen wijngaarden tot wijn verwerken. Hun wijn valt ook onder de appellation d' origine contrôlée "Côtes du Roussillon". Op 4 oktober 1986 hebben die wijnbouwers de Société civile immobilière Château de Calce opgericht, die onder meer een bijgebouw van het château heeft aangekocht alsmede een gebouw dat een gedeelte van de oude omwalling en een raam naast het gebouw van Lafforgue omvat. Op 5 december 1986 liet de Société coopérative de Calce bij het INPI de merknaam "Château de Calce" inschrijven voor de verkoop van haar wijn.
6 Op 13 februari 1987 dagvaardden Baux-Lafforgue de Société immobilière Château de Calce en de Société coopérative de Calce voor het Tribunal de grande instance de Perpignan (Frankrijk) ten einde te doen erkennen, dat Lafforgue, als eigenares van het château de Calce, als enige die naam mocht gebruiken, en dat derhalve de Société civile immobilière de woorden "Château de Calce" niet meer in haar handelsnaam en de Société coopérative diezelfde woorden niet meer als merknaam mocht gebruiken. Bij vonnis van 22 september 1988 wees dit Tribunal de vordering van Baux-Lafforgue toe. Het Tribunal was van oordeel, dat de woorden "Château de Calce" verbonden waren met het eigendom van Lafforgue, en dat het gebruik ervan door de twee vennootschappen bij de consument verwarring kon doen ontstaan, te meer daar Baux-Lafforgue zelf wijn produceren. Bij arrest van 12 juli 1989 werd dit vonnis echter vernietigd door de Cour d' appel de Montpellier (Frankrijk). Volgens deze rechterlijke instantie behouden allen die een deel van de landerijen hebben verworven, alsmede hun afstammelingen, door de verdeling het recht op de benaming "Château de Calce", ook al bezitten zij geen gebouwen die deel uitmaken van het château.
7 Van dit arrest kwamen Baux-Lafforgue in cassatie. Zij stelden met name, dat de Cour d' appel de Montpellier inbreuk heeft gemaakt op artikel 5 van de uitvoeringsverordening, dat het gebruik door een wijnbouwbedrijf van de aanduiding "château" afhankelijk stelt van de dubbele voorwaarde, dat de wijn uitsluitend afkomstig is van druiven geoogst in wijngaarden die deel uitmaken van dat wijnbouwbedrijf, en dat de druiven in dat wijnbouwbedrijf tot wijn zijn verwerkt. De Société cooperative de Calce zou niet voldoen aan die twee voorwaarden. Baux-Lafforgue betoogden namelijk, dat die bepaling eist, dat een wijn die "château" wordt genoemd, uitsluitend afkomstig is van druiven geoogst in één enkel wijnbouwbedrijf dat de naam château draagt, zodat de echtheid van de herkomst van die wijn en de kwaliteit van de uniforme bereiding ervan verzekerd zijn. Een landbouwcooeperatie van verschillende wijnbouwers die verschillende druivesoorten verbouwen, zou evenwel niet kunnen instaan voor een specifieke en eenvormige produktie, die het kenmerk van een wijn is. Baux-Lafforgue hebben voorts gesteld, dat de benaming "Château de Calce" slechts als aanduiding van een wijn mag worden gebruikt, indien de druiven, geoogst in wijngaarden die deel uitmaken van een wijnbouwbedrijf dat de naam "château" draagt, in de wijnkelders van dat bedrijf tot wijn worden verwerkt. De leden van de cooeperatie zijn echter geen eigenaar van het château de Calce en zouden derhalve niet het recht hebben om hun wijn "Château de Calce" te noemen, aangezien daarvoor is vereist, dat de wijn in de wijnkelders van het château wordt bereid.
8 Aangezien de uitlegging van artikel 5, lid 1, en de toepassing ervan in de onderhavige zaak in geding waren, besloot de Franse Cour de cassation het Hof de twee navolgende prejudiciële vragen te stellen:
"1) Kan die bepaling worden toegepast wanneer wijnbouwers op gronden van het domein van een château dat is verdeeld, wijn met een appellation d' origine contrôlée produceren, en zich hebben verenigd in een cooeperatie, in de gebouwen waarvan de druivenoogst tot wijn wordt verwerkt?
2) Is het antwoord verschillend wanneer de cooeperatie onder haar leden wijnbouwers telt wier gronden niet tot het voormalige domein van het château behoren?"
De eerste vraag
9 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of artikel 5, lid 1, van de uitvoeringsverordening zich verzet tegen het gebruik van de term "château" door wijnbouwers die druiven telen op gronden van het voormalige domein van een château en zijn verenigd in een cooeperatieve vereniging, in de gebouwen waarvan zij de druiven tot wijn verwerken.
10 Dienaangaande moet in de eerste plaats worden opgemerkt, dat de Franse wijnen met appellation d' origine contrôlée, zoals de wijnen van Baux-Lafforgue en van de Société coopérative de Calce, als in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (hierna: "v.q.p.r.d.") worden aangemerkt [zie artikel 16, lid 2, van verordening (EEG) nr. 338/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (PB 1979, L 54, blz. 48), en artikel 15, lid 2, van verordening (EEG) nr. 823/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (PB 1979, L 85, blz. 59)].
11 Voor de v.q.p.r.d. geeft artikel 12, lid 1, van verordening (EEG) nr. 355/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost (PB 1979, L 54, blz. 99; hierna: "verordening inzake de omschrijving van wijn"), allereerst een opsomming van de vermeldingen die op de etikettering moeten voorkomen. Artikel 12, lid 2, voegt daar vervolgens aan toe:
"Voor v.q.p.r.d. kan de omschrijving op de etikettering worden aangevuld met de vermelding:
(...)
(...)"
12 Ter uitvoering van laatstgenoemde bepaling schrijft het door Baux-Lafforgue aangevoerde artikel 5 van de uitvoeringsverordening voor:
"1. Voor de aanduiding van de naam van het wijnbouwbedrijf waar de betrokken wijn werd verkregen overeenkomstig (...) artikel 12, lid 2, sub m, van verordening (EEG) nr. 355/79, mogen de termen
° 'château' , 'domaine' ,
(...)
alleen worden vermeld indien de betrokken wijn uitsluitend afkomstig is van druiven geoogst in wijngaarden die deel uitmaken van dat wijnbouwbedrijf en indien de druiven in dat wijnbouwbedrijf tot wijn zijn verwerkt.
2. De producerende Lid-Staten kunnen:
a) aanvullende criteria vaststellen voor het gebruik van de in lid 1 genoemde termen voor wijn verkregen uit op hun grondgebied geoogste druiven;
b) het gebruik van een of meer van deze termen beperken tot bepaalde categorieën op hun grondgebied verkregen wijn;
(...)"
13 Artikel 5, lid 1, preciseert dus slechts de voorwaarden voor het gebruik van een aantal termen, waaronder die van "château", om de naam van een wijnbouwbedrijf aan te duiden. Het gaat om twee voorwaarden, te weten, in de eerste plaats, dat de wijn uitsluitend afkomstig is van in het betrokken bedrijf geoogste druiven en, in de tweede plaats, dat de druiven in datzelfde wijnbouwbedrijf tot wijn zijn verwerkt.
14 Die dubbele voorwaarde dient ertoe, de consument te beschermen en hem juiste informatie te verstrekken. Artikel 43 van de verordening inzake de omschrijving van wijn bepaalt immers, zakelijk weergegeven, dat de omschrijving van wijn geen aanleiding mag kunnen geven tot verwarring over de oorsprong van het produkt. Dienaangaande preciseert het, dat die omschrijving geen aanleiding mag geven tot misverstand over de identiteit of de hoedanigheid van de natuurlijke of rechtspersonen die deelnemen of deelgenomen hebben aan de produktie of het in de handel brengen van het betrokken produkt.
15 De gemeenschapsregeling waar het in deze zaak om gaat, heeft de consumenten die wijn met een prestigieuze aanduiding, zoals "château", kopen, willen garanderen, dat de belangrijkste produktiestadia van die wijn, te weten die vanaf het oogsten van de druiven tot het bereiden van de wijn, hebben plaatsgevonden onder daadwerkelijke leiding, nauw en permanent toezicht en uitsluitende verantwoordelijkheid van een ondernemer aan wie de kwaliteit van het produkt kan worden toegeschreven.
16 Artikel 5, lid 1, van de uitvoeringsverordening geeft geen omschrijving van het begrip wijnbouwbedrijf. Het geeft echter uitvoering aan artikel 12, lid 2, sub m, van de verordening inzake de omschrijving van wijn, dat het individuele bedrijf en de vereniging van bedrijven op gelijke voet plaatst, voor zover de vermelding van de naam van het bedrijf is geregeld in de uitvoeringsbepalingen. Derhalve moet artikel 5, dat één van die uitvoeringsbepalingen is, waar het spreekt van de naam van het wijnbouwbedrijf, aldus worden opgevat, dat het zowel op individuele bedrijven als op verenigingen van bedrijven doelt.
17 Artikel 5, lid 2, staat de Lid-Staten evenwel toe, het gebruik van de term "château" afhankelijk te stellen van aanvullende voorwaarden en dit gebruik te beperken tot bepaalde categorieën wijn.
18 Ofschoon de gemeenschapsregeling de nationale autoriteiten dus het recht geeft, beperkende bepalingen vast te stellen, verlangt zij zelf niet, dat er op de gronden waar de druiven zijn geoogst, een château staat.
19 Diezelfde gemeenschapsregeling verlangt evenmin, dat de druiven tot wijn worden verwerkt in installaties die zich bevinden op een domein waartoe een château behoort. Zij vereist ook niet, dat de wijnbouwers zelf eigenaar zijn van de voor de wijnbereiding gebruikte installaties. De omstandigheid dat die wijnbereiding geschiedt in installaties die eigendom zijn van een cooeperatie van een aantal wijnbouwers, is naar gemeenschapsrecht derhalve eveneens irrelevant, mits alle druiven zijn geoogst in wijngaarden die deel uitmaken van dat wijnbouwbedrijf, en betrouwbare procedures zijn ingevoerd om te garanderen, dat de druiven die zijn geoogst op gronden die tot het voormalige domein van het château behoren, afzonderlijk tot wijn worden verwerkt.
20 Hieruit moet derhalve worden geconcludeerd, dat de in deze zaak bedoelde gemeenschapsregeling zich niet verzet tegen het gebruik van de term "château" door wijnbouwers die zich in een cooeperatie hebben verenigd en gronden bezitten die tot het voormalige domein van een château behoren.
21 Aangezien de nationale rechter zijn vraag niet alleen heeft gesteld met betrekking tot de verordening ter uitvoering van de verordening inzake de omschrijving van wijn, maar eveneens met betrekking tot elke andere toepasselijke tekst van gemeenschapsrecht, moet worden gepreciseerd, dat de verordening inzake de omschrijving van wijn per 4 september 1989 is ingetrokken door verordening (EEG) nr. 2392/89 van de Raad van 24 juli 1989 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost (PB 1989, L 232, blz. 13). Artikel 11, lid 2, sub m, van laatstgenoemde verordening is echter identiek met artikel 12, lid 2, sub m, van de verordening inzake de omschrijving van wijn. Evenzo is de uitvoeringsverordening per 1 januari 1991 ingetrokken door verordening (EEG) nr. 3201/90 van de Commissie van 16 oktober 1990 houdende uitvoeringsbepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost (PB 1990, L 309, blz. 1; hierna: "verordening nr. 3201/90"). Artikel 6 van laatstgenoemde verordening is echter in soortgelijke bewoordingen geformuleerd als artikel 5 van de uitvoeringsverordening. Hieruit volgt, dat de hier gegeven uitlegging eveneens geldt in het kader van de thans van toepassing zijnde verordeningen.
22 Mitsdien moet aan de nationale rechter worden geantwoord, dat artikel 5, lid 1, van verordening nr. 997/81, evenals artikel 6 van verordening nr. 3201/90, zich niet verzet tegen het gebruik van de term "château" door wijnbouwers die druiven produceren op gronden van het voormalige domein van een château en zijn verenigd in een cooeperatie, in gebouwen waarvan zij de druiven tot wijn verwerken.
De tweede vraag
23 Met de tweede vraag wenst de Franse Cour de cassation te vernemen, of artikel 5, lid 1, van de uitvoeringsverordening zich ertegen verzet, dat de term "château" wordt gebruikt om op het etiket van een v.q.p.r.d. de naam van een wijnbouwbedrijf aan te duiden, wanneer de wijnbereiding heeft plaatsgevonden in de gebouwen van een cooeperatie die onder haar leden wijnbouwers telt wier gronden niet het voormalige domein van het château behoren.
24 Dienaangaande moet worden opgemerkt, dat de omstandigheid dat sommige leden van de cooeperatieve gronden bebouwen die niet tot het voormalige domein van het château behoren en dus niet noodzakelijk druiven voortbrengen waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met die van de druiven welke op de gronden van het voormalige domein zijn geoogst, irrelevant is wanneer betrouwbare procedures zijn ingevoerd om te voorkomen dat de druiven die buiten het voormalige domein van het château zijn geoogst, worden vermengd met die welke op dit voormalige domein zijn geoogst.
25 Mitsdien moet aan de nationale rechter worden geantwoord, dat het feit dat een cooeperatie onder haar leden wijnbouwers telt wier gronden afkomstig zijn van de verdeling van het voormalige domein van een château, en wijnbouwers die druiven oogsten buiten dit domein, toepassing van de betrokken bepalingen niet in de weg kan staan wanneer betrouwbare procedures zijn ingevoerd om te voorkomen dat de door eerstgenoemden geoogste druiven worden vermengd met die van laatstgenoemden.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
26 De kosten door de Franse en Italiaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechter over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
uitspraak doende op de door de Franse Cour de cassation bij arrest van 17 december 1991 gestelde prejudiciële vragen, verklaart voor recht:
1) Artikel 5, lid 1, van verordening (EEG) nr. 997/81 van de Commissie van 26 maart 1981 houdende uitvoeringsbepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost, evenals artikel 6 van verordening (EEG) nr. 3201/90 van de Commissie van 16 oktober 1990 houdende uitvoeringsbepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost, verzet zich niet tegen het gebruik van de term "château" door wijnbouwers die druiven produceren op gronden van het voormalige domein van een château en zijn verenigd in een cooeperatie, in de gebouwen waarvan zij de druiven tot wijn verwerken.
2) Het feit dat een cooeperatie onder haar leden wijnbouwers telt wier gronden afkomstig zijn van de verdeling van het voormalige domein van een château, en wijnbouwers die druiven oogsten buiten dit domein, kan toepassing van de betrokken bepalingen niet in de weg staan wanneer betrouwbare procedures zijn ingevoerd om te voorkomen dat de door eerstgenoemden geoogste druiven worden vermengd met die van laatstgenoemden.
Full & Egal Universal Law Academy