Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Beroep wegens nalaten ° Opheffing van nalaten na instelling van beroep ° Beroep zonder voorwerp geraakt ° Afdoening zonder beslissing
(EEG-Verdrag, art. 175)
Samenvatting
Wanneer in het kader van een beroep wegens nalaten de handeling ten aanzien waarvan een nalaten in geding is, is vastgesteld na de instelling van het beroep doch voor de uitspraak van het arrest, is het beroep zonder voorwerp geraakt, zodat op dit beroep niet meer behoeft te worden beslist.
Partijen
In zaak C-41/92,
The Liberal Democrats, een politieke partij in het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door I. S. Forrester, QC, van de balie van Schotland, A. Sutton, A. P. Lester, QC, en D. Bethlehem, van de balie van Engeland en Wales, en M. J. S. Renouf, Solicitor, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van M. Loesch, advocaat aldaar, Rue Zithe 8,
verzoekster,
tegen
Europees Parlement, vertegenwoordigd door J. Campinos, juridisch adviseur, en door J. Schoo en F. Vainker, leden van zijn juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij het secretariaat-generaal van het Europees Parlement, Kirchberg,
verweerder,
betreffende een verzoek tot vaststelling dat het Europees Parlement, door geen ontwerpen op te stellen voor het houden van rechtstreekse algemene verkiezingen volgens een in alle Lid-Staten eenvormige procedure, artikel 138, lid 3, EEG-Verdrag, artikel 21, lid 3, EGKS-Verdrag, artikel 108, lid 3, EGA-Verdrag en artikel 7, lid 1, van de Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in de Vergadering door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, in bijlage bij besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom van de Raad van 20 september 1976 (PB 1976, L 278, blz. 1), heeft geschonden,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, C. N. Kakouris, G. C. Rodríguez Iglesias en J. L. Murray, kamerpresidenten, G. F. Mancini, F. A. Schockweiler, M. Diez de Velasco, P. J. G. Kapteyn en D. A. O. Edward, rechters,
advocaat-generaal: M. Darmon
griffier: L. Hewlett, administrateur
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 14 februari 1992, hebben The Liberal Democrats, een politieke partij in het Verenigd Koninkrijk, krachtens artikel 175, derde alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat het Europees Parlement, door geen ontwerpen op te stellen voor het houden van rechtstreekse algemene verkiezingen volgens een in alle Lid-Staten eenvormige procedure, artikel 138, lid 3, EEG-Verdrag, artikel 21, lid 3, EGKS-Verdrag, artikel 108, lid 3, EGA-Verdrag en artikel 7, lid 1, van de Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in de Vergadering door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, in bijlage bij besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom van de Raad van 20 september 1976 (PB 1976, L 278, blz. 1), heeft geschonden.
2 Op 10 maart 1993 heeft het Europees Parlement krachtens artikel 138, lid 3, EEG-Verdrag resolutie A3-0381/92 betreffende een ontwerp voor een eenvormige verkiezingsprocedure voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement aangenomen.
3 Op verzoek van het Hof om haar standpunt uiteen te zetten betreffende het voorwerp van het beroep na de vaststelling van deze resolutie, heeft verzoekster erkend dat het Europees Parlement heeft gehandeld op de wijze zoals vereist in artikel 138, lid 3, EEG-Verdrag.
4 In die omstandigheden dient, zonder dat het nodig is de ontvankelijkheid van het tegen het Europees Parlement ingestelde beroep wegens nalaten te onderzoeken of na te gaan of die instelling inderdaad nalatig was op het moment waarop het beroep is ingesteld, in ieder geval te worden vastgesteld dat op dit beroep niet meer behoeft te worden beslist.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
5 Volgens artikel 69, lid 6, van het Reglement voor de procesvoering beslist het Hof vrijelijk over de kosten wanneer het geding zonder voorwerp is geraakt. Het Hof is van mening dat, zonder dat behoeft te worden nagegaan in hoeverre de door partijen aangevoerde middelen gegrond zijn, gelet op de omstandigheden van de zaak en het verloop van de procedure, er voldoende redenen zijn om te gelasten dat partijen hun eigen kosten zullen dragen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
beschikt:
1) Er zijn geen termen aanwezig om in deze zaak te beslissen.
2) Elk der partijen zal de eigen kosten dragen.
Luxemburg, 10 juni 1993.
Full & Egal Universal Law Academy