Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Beroep tot nietigverklaring ° Natuurlijke of rechtspersonen ° Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken ° Beschikking van Commissie waarbij Lid-Staat wordt gemachtigd vrijwaringsmaatregelen toe te passen ° Producenten en importeurs van betrokken produkt ° Niet-ontvankelijkheid
(EEG-Verdrag, art. 173, tweede alinea; Vierde ACS-EEG-overeenkomst van 15 december 1989, art. 177 en 178)
Samenvatting
Een ingevolge de artikelen 177 en 178 van de Vierde ACS-EEG-overeenkomst vastgestelde beschikking van de Commissie, waarbij de Lid-Staat tot welke zij is gericht, wordt gemachtigd de invoer op zijn grondgebied van verse bananen uit bepaalde, bij de overeenkomst aangesloten derde landen gedurende een bepaalde periode te beperken, vormt voor de ondernemers in de sector produktie en invoer van die produkten een maatregel van algemene strekking, die van toepassing is op objectief bepaalde situaties en voor algemeen en in abstracto omschreven categorieën personen tot rechtsgevolgen leidt. Zij betreft hen niet uit hoofde van zekere bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van ieder ander zou karakteriseren en hen derhalve op soortgelijke wijze als de adressaat zou individualiseren, en zij raakt hen dus niet individueel in de zin van artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag.
Partijen
In de gevoegde zaken C-429/92 en C-25/93,
Association bananière camerounaise "Assobacam" en Compagnie fruitière Import SA, vertegenwoordigd door D. Larcena, advocaat te Parijs, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij F. Entringer, Rue Philippe II 34A,
verzoeksters,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur E. Lasnet als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij N. Annecchino, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
ondersteund door
Franse Republiek, vertegenwoordigd door P. Pouzoulet, adjunct-directeur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en C. de Salins, adviseur buitenlandse zaken bij hetzelfde ministerie, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Franse ambassade, Boulevard du Prince Henri 9,
interveniënte,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 2 december 1992 waarbij de Franse Republiek wordt gemachtigd vrijwaringsmaatregelen toe te passen ten aanzien van de invoer van bananen van oorsprong uit de Republiek Kameroen en de Republiek Ivoorkust (PB 1992, L 355, blz. 37),
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, C. N. Kakouris, G. C. Rodríguez Iglesias, M. Zuleeg en J. L. Murray, kamerpresidenten, G. F. Mancini, R. Joliet, F. A. Schockweiler, J. C. Moitinho de Almeida, F. Grévisse, M. Diez de Velasco, P. J. G. Kapteyn en D. A. O. Edward, rechters,
advocaat-generaal: W. Van Gerven
griffier: J.-G. Giraud
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschriften, neergelegd ter griffie van het Hof op 23 december 1992 en 29 januari 1993, hebben de Association bananière camerounaise "Assobacam", te Douala (Kameroen), en de Compagnie fruitière Import, te Marseille (Frankrijk), krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van beschikking 92/554/EEG van de Commissie van 2 december 1992 waarbij de Franse Republiek wordt gemachtigd vrijwaringsmaatregelen toe te passen ten aanzien van de invoer van bananen van oorsprong uit de Republiek Kameroen en de Republiek Ivoorkust (PB 1992, L 355, blz. 37).
2 Overeenkomstig artikel 177, lid 1, en artikel 178, lid 3, van de op 15 december 1989 te Lomé ondertekende vierde ACS-EEG-overeenkomst (PB 1991, L 229, blz. 1) kan de Gemeenschap bepaalde vrijwaringsmaatregelen nemen of de Lid-Staten daartoe machtigen, die qua inhoud en vorm gebonden zijn aan bijzondere omstandigheden.
3 Op 29 november 1992 heeft de Franse regering de Commissie verzocht haar te machtigen vrijwaringsmaatregelen te nemen, zoals voorzien in genoemde artikelen, om de invoer van bananen van oorsprong uit Kameroen en Ivoorkust te beperken.
4 Bij beschikking van 2 december 1992 heeft de Commissie de Franse Republiek gemachtigd in december 1992 de invoer van verse bananen van GN-code ex-08030010, van oorsprong uit Kameroen en Ivoorkust, op haar grondgebied te beperken tot de hoeveelheden die in dezelfde maand van de afgelopen drie jaar uit die landen waren ingevoerd.
5 Van oordeel dat deze beschikking onwettig was, hebben de Association bananière camerounaise "Assobacam", de Kameroense bananentelersorganisatie, verzoekster in zaak C-429/92, en de Compagnie fruitière Import, verzoekster in zaak C-25/93, die is belast met het op de markt brengen in Frankrijk en Europa van de bananenproduktie van de drie Kameroense bananenproducenten (hierna: "verzoeksters"), deze beroepen ingesteld.
6 De Commissie heeft krachtens artikel 91, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering een exceptie van niet-ontvankelijkheid tegen het beroep opgeworpen.
7 Bij beschikking van 23 maart 1993 heeft de president van het Hof de zaken C-429/92 en C-25/93 voor de schriftelijke behandeling en het arrest gevoegd.
8 Bij beschikking van 25 maart 1993 heeft de president van het Hof de Franse Republiek toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie.
9 De Commissie acht de beroepen niet-ontvankelijk en voert daartoe onder meer aan, dat de bestreden beschikking die een maatregel van algemene en abstracte strekking is, verzoeksters niet individueel raakt in de zin van artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag. Verzoeksters worden evenmin rechtstreeks geraakt door deze beschikking, die geen enkele verplichting schept voor de Franse regering, maar haar enkel machtigt de invoer van bananen van oorsprong uit Kameroen en Ivoorkust te beperken, waarbij het haar vrijstaat al dan niet gebruik van deze machtiging te maken.
10 Verzoeksters betogen daarentegen, dat de litigieuze beschikking geen maatregel van algemene en abstracte strekking is. Zij treft enkel de bananenproducenten van Kameroen en Ivoorkust. Volgens verzoeksters zijn alle bananenproducenten van Kameroen en Ivoorkust, dat wil zeggen een bepaalde groep rechtsubjecten wier aantal en identiteit men nauwkeurig en gemakkelijk kan vaststellen, rechtstreeks en individueel geraakt door de bestreden beslissing, die kan worden omschreven als een bundel of een reeks individuele beschikkingen.
11 Krachtens artikel 91, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering geschiedt in geval van een verzoek dat is gedaan overeenkomstig lid 1 van dit artikel, de verdere behandeling van dit verzoek mondeling, tenzij het Hof anders beslist.
12 Daar het dossier alle elementen bevat die voor de beslissing noodzakelijk zijn, heeft het Hof besloten zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.
13 Ingevolge artikel 173, tweede alinea, van het Verdrag is de ontvankelijkheid van een beroep tot nietigverklaring van een beschikking, dat is ingesteld door een particulier die niet de adressaat van de beschikking is, afhankelijk van de voorwaarde dat hij rechtstreeks en individueel door de beschikking wordt geraakt.
14 Aangezien de verzoeksters niet de adressaten van de litigieuze beschikking zijn, moet worden onderzocht, of deze hen rechtstreeks en individueel raakt.
15 Volgens de rechtspraak van het Hof kunnen derden slechts individueel worden geraakt door een beschikking die tot een andere persoon is gericht, indien de beschikking hen betreft uit hoofde van zekere bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen derhalve individualiseert op soortgelijke wijze als de adressaat (zie, onder meer, arrest van 14 februari 1989, zaak 206/87, Lefebvre, Jurispr. 1989, blz. 275, en beschikking van 15 maart 1989, zaak 191/88, Co-Frutta, Jurispr. 1989, blz. 793).
16 Vaststaat dat de bestreden beschikking ertoe strekt, de Franse Republiek te machtigen gedurende een bepaalde periode de invoer van verse bananen van oorsprong uit Kameroen en Ivoorkust te beperken. Zij vormt ten opzichte van alle importeurs, producenten en houders van rijpingspakhuizen van bananen een maatregel van algemene strekking, die van toepassing is op objectief bepaalde situaties en voor algemeen en in abstracto omschreven categorieën personen tot rechtsgevolgen leidt.
17 Hieruit volgt, dat de bestreden beschikking de verzoeksters slechts raakt uit hoofde van hun objectieve hoedanigheid van ondernemers in de sector produktie en invoer van bananen uit Kameroen en Ivoorkust, op dezelfde wijze als iedere ondernemer die zich in een soortgelijke situatie bevindt.
18 Mitsdien moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
19 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien verzoeksters in het ongelijk zijn gesteld, dienen zij in de kosten te worden verwezen. Overeenkomstig artikel 69, lid 4, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering zal de Franse Republiek, interveniënte, haar eigen kosten dragen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
beschikt:
1) De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard.
2) Verzoeksters worden verwezen in de kosten.
3) De Franse Republiek, interveniënte, zal haar eigen kosten dragen.
Luxemburg, 12 juli 1993.
Full & Egal Universal Law Academy