Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
1. Procedure ° Interventie ° Toezending van processtukken aan interveniënte ° Afwijking ° Vertrouwelijke behandeling ° Voorwaarden
(' s Hofs Statuut-EEG, art. 37, tweede alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 115 e.v.)
2. Kort geding ° Opschorting van tenuitvoerlegging ° Gerecht onvoldoende ingelicht ° Partijen verzocht gegevens te verstrekken ° Opschorting tot uitspraak van eindbeschikking in procedure in kort geding
(EEG-Verdrag, art. 185; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104)
Partijen
In de zaken T-24/92 R,
Langnese-Iglo GmbH, vennootschap naar Duits recht, te Hamburg (Bondsrepubliek Duitsland), vertegenwoordigd door M. Heidenhaihn, B. M. Maassen en H. Satzky, advocaten te Frankfurt am Main, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van J. Hoss, advocaat aldaar, Côte d' Eich 15,
en T-28/92 R,
Schoeller Lebensmittel GmbH & Co. KG, vennootschap naar Duits recht, te Nuernberg (Bondsrepubliek Duitsland), vertegenwoordigd door U. Scholz, advocaat te Nuernberg, en R. Bechtold, advocaat te Stuttgart, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van Loesch & Wolter, advocaten aldaar, Rue Zithe 8,
verzoeksters,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B. Langeheine en B. J. Drijber, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij R. Hayder, representant van de juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
ondersteund door
Mars GmbH, vennootschap naar Duits recht, te Viersen (Bondsrepubliek Duitsland), vertegenwoordigd door J. Sedemund, advocaat te Keulen, en J. Pheasant en S. Polito, Solicitors van het kantoor Lovell, White & Durrant te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van J. Loesch, advocaat aldaar, rue Zithe 8,
interveniënte,
betreffende een verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging van de beschikking van de Commissie van 25 maart 1992 inzake een procedure krachtens artikel 85 EEG-Verdrag (IV/34.072 - Mars/Langnese en Schoeller - voorlopige maatregelen),
geeft
DE PRESIDENT VAN HET GERECHT
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Gerecht op 6 april 1992, heeft Langnese-Iglo GmbH (hierna: "Langnese") krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag verzocht om nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 25 maart 1992 inzake een procedure krachtens artikel 85 EEG-Verdrag (IV/34.072 - Mars/Langnese en Schoeller - voorlopige maatregelen).
2 Bovendien heeft Langnese, bij op dezelfde dag ter griffie van het Gerecht neergelegde afzonderlijke akte, krachtens artikel 185 EEG-Verdrag en artikel 104 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, verzocht bij wege van voorlopige maatregel de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking op te schorten totdat het Gerecht over de zaak ten gronde uitspraak zal hebben gedaan.
3 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Gerecht op 13 april 1992 heeft Schoeller Lebensmittel GmbH & Co. KG (hierna: "Schoeller") krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag verzocht om nietigverklaring van voornoemde beschikking van de Commissie.
4 Bij op dezelfde dag ter griffie van het Gerecht neergelegde afzonderlijke akte heeft ook Schoeller krachtens artikel 185 EEG-Verdrag en artikel 104 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, verzocht bij wege van voorlopige maatregel de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking op te schorten totdat het Gerecht over de zaak ten gronde uitspraak zal hebben gedaan.
5 Bij verzoekschriften neergelegd ter griffie van het Gerecht op 16 en 21 april 1992, heeft Mars GmbH (hierna: "Mars") verzocht om toelating tot interventie in de zaken T-24/92 R en T-28/92 R aan de zijde van de Commissie.
6 De verzoeken tot interventie zijn overeenkomstig artikel 116, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht aan partijen in de hoofdgedingen betekend.
7 Bij memorie neergelegd op 23 april 1992 heeft Langnese verklaard zich niet tegen het verzoek tot interventie van Mars te verzetten. Wel heeft zij overeenkomstig artikel 116, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht verzocht, aan Mars slechts delen van haar verzoekschrift en van bijlage A 1 met de tekst van de bestreden beschikking te doen toekomen. Het verzoek om vertrouwelijke behandeling betreft met name de punten 103, 105, 107, 109, 210 en 221 van het verzoek in kort geding, alsmede de punten 29, 30, 37, 39, 46, 54, 56 tot 58, 60 tot 63, 67 en 116 van de beschikking. Vervolgens heeft Langnese aan het Gerecht niet-vertrouwelijke versies van het verzoek in kort geding en van bijlage A 1 doen toekomen, waarin passages die zakengeheimen bevatten, waren doorgestreept. In een op 28 april ingekomen brief heeft verzoekster eveneens verzocht om vertrouwelijke behandeling van de haars inziens onder het zakengeheim vallende gegevens op de bladzijden 3, punt 1, en 5, punt 3, van de opmerkingen van de Commissie, met betrekking tot haar marktaandeel en het percentage klanten in de traditionele speciaalzaken. Voor het geval dat Mars tot interventie in het kort geding van Schoeller tegen de Commissie zou worden toegelaten, heeft Langnese ten slotte ook daar om vertrouwelijke behandeling van de door haar als zakengeheim aangemerkte gegevens verzocht.
8 Bij op 29 april 1992 ter griffie van het Gerecht ingekomen faxbericht, verklaarde Schoeller dat zij zich niet tegen het verzoek tot interventie van Mars verzette. Wel verzocht zij daarin om vertrouwelijke behandeling van bepaalde gegevens in de bestreden beschikking alsmede in haar verzoekschrift en in de bijlage daarbij, die haars inziens onder het zakengeheim vielen. Bij faxbericht ingekomen ter griffie van het Gerecht op 30 april 1992, en bij brief ingekomen op 5 mei 1992, trok Schoeller haar verzoek om vertrouwelijke behandeling in kort geding echter in.
9 Bij brieven van 22 en 28 april 1992 verklaarde de Commissie dat zij geen bezwaar had tegen de verzoeken tot interventie van Mars. Wel maakte de Commissie bij brief van 5 mei 1992 bezwaar tegen het verzoek van Langnese om vertrouwelijke behandeling van de gegevens van de punten 29, 30, 46, 54, 56 tot 58 en 116 van de litigieuze beschikking.
10 Bij brief van 27 april 1992 deelde de griffier van het Gerecht partijen mede, dat de beslissing over de vertrouwelijke behandeling en de interventie werd aangehouden. Hij deelde Mars bovendien mede, dat zij ter terechtzitting in het kort geding mondeling opmerkingen kon maken, en hij zond haar later de door Langnese opgestelde, niet-vertrouwelijke versies van haar verzoek in kort geding en de bijlagen daarbij, alsmede van de opmerkingen van de Commissie. Aangezien verzoekster Schoeller haar verzoek om een vertrouwelijke behandeling in kort geding had ingetrokken, ontving Mars een afschrift van de volledige versie van Schoellers verzoek in kort geding en van de opmerkingen van de Commissie ter zake.
11 De Commissie heeft op 23 en 27 april 1992 schriftelijke opmerkingen ingediend over de verzoeken in kort geding van Langnese en Schoeller. Partijen zijn op 6 mei 1992 in hun mondelinge opmerkingen gehoord.
De verzoeken tot interventie
12 De verzoeken tot interventie zijn binnen de gestelde termijn ingediend.
13 De bestreden beschikking is genomen naar aanleiding van een klacht tegen Langnese en Schoeller, door Mars op 18 september 1993 te zamen met een verzoek om voorlopige maatregelen bij de Commissie ingediend, omdat zij in strijd met de mededingingsregels van het EEG-Verdrag de distributie van verzoeksters consumptie-ijs in Duitsland hadden belemmerd.
14 Bij beschikking van 25 maart 1992 stelde de Commissie vast, dat er op het eerste gezicht sprake was van een inbreuk op artikel 85 EEG-Verdrag, en dat er voor Mars ernstige en onherstelbare schade dreigde indien in afwachting van een definitieve uitspraak ten gronde geen voorlopige maatregelen werden genomen.
15 Gelet op een en ander, moet dus worden vastgesteld, dat Mars haar belang bij interventie in de onderhavige korte gedingen heeft aangetoond.
Het verzoek om vertrouwelijke behandeling
16 In de eerste plaats moet worden opgemerkt, dat Mars zelf de tekst van de litigieuze beschikking - waarvan Langnese een vertrouwelijke behandeling had gevraagd - in bijlage bij haar verzoek tot interventie aan het Gerecht heeft overgelegd. In die omstandigheden behoeft in dit stadium niet te worden beslist over het verzoek tot vertrouwelijke behandeling van de tekst van de beschikking.
17 Ten aanzien van de andere gegevens waarvan een vertrouwelijke behandeling is gevraagd, lijkt het gerechtvaardigd het verzoek van Langnese tijdens de procedure in kort geding toe te wijzen, nu deze gegevens op het eerste gezicht onder het zakengeheim kunnen vallen.
Het verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging
18 Aangezien uit de memories van partijen en uit hun mondelinge opmerkingen ter terechtzitting van 6 mei 1992 niet alle bijzonderheden kunnen worden afgeleid die nodig zijn voor een uitspraak over de vorderingen in kort geding, lijkt het aangewezen partijen om aanvullende informatie te vragen.
19 Langnese wordt verzocht het Gerecht voor 15 mei 1992 de volgende gegevens te verstrekken:
- het totale aantal verkooppunten van haar "eenpersoonsporties" in Duitsland (1991) en de verkochte hoeveelheden (in liter);
- het aantal verkooppunten van "eenpersoonsporties" in Duitsland (1991) - onderverdeeld naar soort (supermarkten, tankstations, kiosken, enz.) - waarmee exclusiviteitsovereenkomsten zijn gesloten, en de verkochte hoeveelheden (in liter).
20 Schoeller wordt verzocht het Gerecht vóór 15 mei 1992 de volgende gegevens te verstrekken:
- de cijfers in de tabel in bijlage XI bij haar verzoek, voor het jaar 1991;
- het aantal verkooppunten van "eenpersoonsporties" in Duitsland (1991) - onderverdeeld naar soort (supermarkten, tankstations, kiosken, enz.) - waarmee exclusiviteitsovereenkomsten zijn gesloten, en de verkochte hoeveelheden (in liter).
21 Interveniënte Mars wordt verzocht het Gerecht vóór 15 mei 1992 de volgende gegevens te verstrekken:
- het totale aantal verkooppunten van "eenpersoonsporties" in Duitsland vóór de beschikking van de Commissie (gegevens 1991), en de verkochte hoeveelheden (in liter);
- het aantal nieuwe verkooppunten sedert de litigieuze beschikking, en
- de onderverdeling van de verkooppunten naar soort (supermarkten, tankstations, kiosken, enz.).
22 Aangezien het Gerecht in de procedure in kort geding in de huidige fase niet over alle voor zijn beschikking noodzakelijke gegevens beschikt, dient mede in het belang van een goede rechtsbedeling, bij wijze van voorlopige maatregel, de opschorting van de litigieuze beschikking te worden gelast, in afwachting van de uitspraak van de beschikking in kort geding.
Dictum
DE PRESIDENT VAN HET GERECHT,
rechtdoende bij voorraad,
beschikt:
1) Mars wordt in de zaken T-24/92 R en T-28/92 R tot interventie toegelaten aan de zijde van verweerster.
2) In het stadium van de procedure in kort geding wordt het verzoek van Langnese om vertrouwelijke behandeling van bepaalde gegevens uit haar verzoek in kort geding (punten 103, 105, 107, 109, 210 en 221) alsmede van de opmerkingen van de Commissie ter zake (bladzijde 3, punt 1, en bladzijde 5, punt 3), toegewezen.
3) Langnese wordt verzocht het Gerecht vóór 15 mei 1992 de volgende gegevens te verstrekken:
- het totale aantal verkooppunten van haar "eenpersoonsporties" in Duitsland (1991) en de verkochte hoeveelheden (in liter);
- het aantal verkooppunten van "eenpersoonsporties" in Duitsland (1991) - onderverdeeld naar soort (supermarkten, tankstations, kiosken, enz.) - waarmee exclusiviteitsovereenkomsten zijn gesloten, en de verkochte hoeveelheden (in liter).
4) Schoeller wordt verzocht het Gerecht vóór 15 mei 1992 de volgende gegevens te verstrekken:
- de cijfers in de tabel in bijlage XI bij haar verzoek, voor het jaar 1991;
- het aantal verkooppunten van "eenpersoonsporties" in Duitsland (1991) - onderverdeeld naar soort (supermarkten, tankstations, kiosken, enz.) - waarmee exclusiviteitsovereenkomsten zijn gesloten, en de verkochte hoeveelheden (in liter).
5) Interveniënte Mars wordt verzocht het Gerecht vóór 15 mei 1992 de volgende gegevens te verstrekken:
- het totale aantal verkooppunten van haar "eenpersoonsporties" in Duitsland vóór de beschikking van de Commissie (gegevens 1991) en de verkochte hoeveelheden (in liter);
- het aantal nieuwe verkooppunten sedert de litigieuze beschikking, en
- de onderverdeling van de verkooppunten naar soort (supermarkten, tankstations, kiosken, enz.).
6) De tenuitvoerlegging van de beschikking van de Commissie van 25 maart 1992 inzake een procedure krachtens artikel 85 EEG-Verdrag (IV/34.072 - Mars/Langnese en Schoeller, voorlopige maatregelen) wordt opgeschort tot de uitspraak van de beschikking in kort geding.
7) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
Luxemburg, 8 mei 1992.
Full & Egal Universal Law Academy