Samenvatting
Trefwoorden
1 Procedure - Interventie - Belanghebbende personen - Geding betreffende geldigheid van beschikking tot toepassing van mededingingsregels - Beroep tot nietigverklaring van beschikking waarbij ontheffing wordt verleend voor selectief distributiesysteem voor luxe kosmetische produkten - Onderneming die concurreert met onderneming tot welke beschikking is gericht, en zelf ontheffing geniet - Indirect belang bij beslissing van geding - Niet-ontvankelijkheid
(EEG-Verdrag, art. 85, lid 3; 's Hofs Statuut-EEG, art. 37, tweede alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 115)
2 Procedure - Interventie - Belanghebbende personen - Geding betreffende geldigheid van beschikking tot toepassing van mededingingsregels - Vereniging van ondernemingen die niet aan voorafgaande administratieve procedure heeft deelgenomen - Ontvankelijkheid - Voorwaarden - Niet-transponeerbaar op individuele marktdeelnemers
('s Hofs Statuut-EEG, art. 37, tweede alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 115)
Samenvatting
3 In het kader van een beroep tot nietigverklaring van een ter toepassing van de mededingingsregels gegeven beschikking waarbij krachtens artikel 85, lid 3, van het Verdrag vrijstelling is verleend voor een stelsel van selectieve distributie van luxe cosmetica, is niet-ontvankelijk het verzoek tot tussenkomst van een onderneming die concurreert met de onderneming tot welke de beschikking is gericht en welks belang bestaat in het verdedigen van haar eigen positie in het kader van een andere vrijstellingsbeschikking, die tot haar is gericht en die, ofschoon vergelijkbaar met die welke in de onderhavige zaak in het geding is, er toch van verschilt.
In die context moet het begrip belang bij de beslissing van het geding, in de zin van artikel 37, tweede alinea, van 's Hofs Statuut, immers worden begrepen als belang bij het lot van de specifieke conclusies betreffende een welbepaalde handeling waarvan nietigverklaring wordt gevraagd, en niet als indirect belang wegens gelijkenis tussen de situaties.
4 De bij het Hof en het Gerecht gangbare praktijk, volgens welke een vereniging van ondernemingen die niet heeft deelgenomen aan de administratieve procedure die het geven van een beschikking houdende toepassing van de mededingingsregels voorafgaat, tot tussenkomst in een geding betreffende de geldigheid van een dergelijke beschikking kan worden toegelaten, indien
i) zij een aanzienlijk aantal in de betrokken sector werkzame ondernemingen vertegenwoordigt,
ii) haar doel ook de bescherming van de belangen van haar leden omvat,
iii) in de zaak principiële punten aan de orde kunnen komen, die de werking van de betrokken sector raken, en
iv) het te wijzen arrest de belangen van haar leden dus aanzienlijk kan schaden,
is niet transponeerbaar op een verzoek tot tussenkomst van een individueel handelende marktdeelnemer.
Full & Egal Universal Law Academy