Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
Procedure ° Beroepstermijnen ° Verzoek om kosteloze rechtsbijstand ° Indiening zonder bijstand van advocaat tijdens beroepstermijn doch vóór instelling van beroep ° Schorsing van beroepstermijn
(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 94)
Samenvatting
De indiening, zonder bijstand van een advocaat, tijdens de beroepstermijn doch vóór het instellen van het beroep, van een verzoek om kosteloze rechtsbijstand, schorst de beroepstermijn tot het ogenblik waarop de beschikking van het Gerecht ter kennis van de verzoeker wordt gebracht.
Partijen
In zaak T-92/92 AJ,
L. Lallemand-Zeller, te Sceaux (Frankrijk),
verzoeker,
betreffende een verzoek om kosteloze rechtsbijstand overeenkomstig artikel 94 van het Reglement van de procesvoering,
geeft
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: D. P. M. Barrington, kamerpresident, R. Schintgen en A. Kalogeropoulos, rechters,
griffier: H. Jung
gelet op de artikelen 94 en 95 van het Reglement voor de procesvoering,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
Bij op 13 november 1992 ter griffie van het Gerecht ingekomen brief heeft L. Lallemand-Zeller het Gerecht verzocht om kosteloze rechtsbijstand, teneinde tegen de Commissie van de Europese Gemeenschappen beroep te kunnen instellen naar aanleiding van het besluit van de jury van vergelijkend onderzoek COM/A/721 om hem, gezien de door hem bij het schriftelijk examen behaalde resultaten, niet tot het mondeling examen toe te laten.
L. Lallemand-Zeller stelt onvermogend te zijn en legt tot staving van zijn verzoek een brief van de departementale sociale dienst over, waaruit blijkt dat hij sedert juli 1992 geen inkomsten heeft.
In haar op 27 november 1992 ter griffie van het Gerecht neergelegde opmerkingen verklaart de Commissie, dat haars inziens het verzoek om kosteloze rechtsbijstand moet worden ingewilligd.
Mitsdien moet aan verzoeker kosteloze rechtsbijstand worden verleend.
Verzoeker is niet ingegaan op de hem bij brief van 4 december 1992 gezonden uitnodiging een advocaat van zijn keuze voor te stellen, teneinde hem in zijn beroep bij te staan. Mitsdien moet daartoe A. May, advocaat te Luxemburg, worden aangewezen.
Wil het onderhavige, zonder bijstand van een advocaat ingediende verzoek om kosteloze rechtsbijstand nuttig effect hebben, moet worden vastgesteld dat, nu dit gerechtvaardigd verzoek vóór de instelling van het beroep en tijdens de daartoe voorziene termijn is ingediend, de beroepstermijn is geschorst tot de dag waarop verzoeker kennis krijgt van deze beschikking waarbij hem kosteloze rechtsbijstand wordt verleend en zijn advocaat wordt aangewezen.
Dictum
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vijfde kamer)
beschikt:
1) L. Lallemand-Zeller wordt kosteloze rechtsbijstand verleend.
2) A. May, advocaat te Luxemburg, wordt aangewezen om verzoeker bij te staan.
3) De beroepstermijn wordt geschorst van 13 november 1992 tot op de dag waarop de onderhavige beschikking ter kennis van verzoeker wordt gebracht.
4) De beslissing over de kosten en honoraria uit hoofde van de rechtsbijstand wordt aangehouden.
Luxemburg, 14 januari 1993.
Full & Egal Universal Law Academy