Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1. De Rechtbank van koophandel te Brugge heeft het Hof in deze zaak een aantal vragen gesteld over de uitlegging en de geldigheid van een bepaling volgens welke slechts een bepaalde taal mag worden gebruikt voor de aanduiding van sommige produkten vallende onder richtlijn 69/493/EEG van de Raad van 15 december 1969 voor de onderlinge aanpassing der wetgevingen van de Lid-Staten inzake kristalglas.(1)
2. De richtlijn, die van toepassing is op de onder post 70.13 van het gemeenschappelijk douanetarief vermelde produkten, bevat bepalingen over de samenstelling, de fabricagekenmerken, de etikettering enz. van de betrokken produkten. Uit de considerans van de richtlijn blijkt, dat deze met name ten doel heeft de harmonisatie van de aanduidingen van de produkten ter bevordering van het vrije verkeer van goederen en tegelijkertijd ter behartiging van de belangen van de consumenten en de marktdeelnemers.
De considerans van de richtlijn geeft de navolgende motivering voor de harmonisatie:
"Overwegende dat de mogelijkheid van een speciale aanduiding van kristalglasprodukten en de daarmede gepaard gaande verplichting ten aanzien van de samenstelling van deze produkten in sommige Lid-Staten verschillend is geregeld; dat deze verschillen de handel in deze produkten belemmeren en kunnen leiden tot concurrentiedistorsies binnen de Gemeenschap;"
en
"Overwegende dat de vast te leggen communautaire bepalingen ten aanzien van de vastgestelde aanduidingen voor de verschillende categorieën kristalglas alsmede de kenmerken van deze categorieën enerzijds ten doel hebben om de koper tegen bedrog en anderzijds om de fabrikant die deze bepalingen naleeft, te beschermen" (eigen cursivering).
3. De aanduidingen worden genoemd in bijlage I bij de richtlijn. In kolom a van de bijlage worden de kristalprodukten in vier categorieën verdeeld. Kolom b geeft voor elke categorie de te gebruiken aanduidingen in de taal van elke Lid-Staat. In de kolommen d tot en met g worden voor elke categorie de "fabricagekenmerken" (metaaloxyden, soortgelijk gewicht, enz.) vermeld, die de betrokken produkten moeten bezitten om aldus te mogen worden aangeduid.
4. Uit de processtukken blijkt, dat de produkten van categorie 1 als de produkten van de beste kwaliteit met de vermoedelijk hoogste waarde worden beschouwd, en de produkten van categorie 2 als de produkten van de op een na beste kwaliteit met de vermoedelijk op een na hoogste waarde enz. De kwaliteit hangt onder meer af van het loodgehalte(2) van het betrokken produkt.
5. Artikel 3 van de richtlijn bepaalt, dat de aanduidingen niet "in de handel (mogen) worden gebruikt ter aanduiding van produkten" die de in de richtlijn genoemde fabricagekenmerken niet bezitten.
6. In kolom c ("Opmerking") van bijlage I wordt voor de produkten van de categorieën 1 en 2 tezamen bepaald, dat "deze benamingen vrijelijk mogen worden gebruikt ongeacht het land van oorsprong of bestemming". Kolom c bepaalt voor de produkten van de categorieën 3 en 4 tezamen: "Alleen de benamingen in de taal of de talen van het land waar het produkt wordt verhandeld mogen worden gebruikt."(3)
7. Het is deze laatste opmerking die aan de oorsprong ligt van het bij de verwijzende rechter aanhangig geding en aanleiding heeft gegeven tot de prejudiciële vragen.
8. Het geding is door een Belgische handelaar in produkten van categorie 3 ingeleid tegen de Duitse producent en exporteur van die produkten. De handelaar stelt, dat de koopovereenkomst is geschonden doordat de uitgevoerde produkten zijn aangeduid op een wijze die in strijd is met de verplichting inzake de te gebruiken aanduiding. De Duitse producent, die volgens de aangedragen gegevens nooit aan die verplichting heeft voldaan(4), betoogt, dat die verplichting onrechtmatig is, omdat zij in strijd is met het in artikel 30 EEG-Verdrag geformuleerde verbod van maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen.
9. De vragen van de Rechtbank van Koophandel luiden als volgt:
"Is de richtlijn van de Raad van de EEG van 15 december 1969 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake kristalglas verenigbaar met artikel 30 van het EEG-Verdrag, waar de richtlijn voor de benaming van glasprodukten van de categorieën 3 en 4 van bijlage I, uitsluitend toelaat gebruik te maken van de taal of de talen van het land waar het produkt wordt verhandeld, zonder de mogelijkheid open te laten dat een andere, voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal wordt gebruikt of dat de koper door andere maatregelen wordt ingelicht?
En zo de richtlijn verenigbaar is met artikel 30 van het EEG-Verdrag, moet onder de termen 'pays ou la marchandise est commercialisée' en 'Land, in den die Ware in den Verkehr gebracht wird' verstaan worden, het land van de eindverhandeling van de produkten, dan wel het land van de eerste verhandeling?"(5)
De vraag om uitlegging van de relevante opmerking
10. De Duitse regering heeft mijns inziens terecht aangevoerd, dat best eerst wordt ingegaan op de vraag om uitlegging van de opmerking in de bijlage bij de richtlijn. Het oordeel over de geldigheid van de opmerking kan namelijk afhangen van de uitlegging die wordt gegeven aan de woorden "het land waar het produkt wordt verhandeld".
11. Gevraagd wordt, of daarmee wordt bedoeld het land waar de eerste verkoop plaatsvindt, dat wil zeggen de verkoop door de producent aan de handelaar, of het land waar de verkoop aan de consument plaatsvindt.
12. De Duitse regering heeft onder meer onder verwijzing naar de considerans van de richtlijn en naar de gewone betekenis van de uitdrukking "wordt verhandeld" in het gemeenschapsrecht aangevoerd, dat de richtlijn doelt op het land van de eerste verkoop, hetgeen doorgaans zal meebrengen, dat de aanduiding wordt gesteld in de taal van het land van de produktie. De verplichting om de taal te gebruiken van het land waar de verkoop aan de consument plaatsvindt, zou volgens de Duitse regering voor de producenten afzonderlijke produktie, etikettering en opslag ° met de daaraan verbonden hogere kosten ° meebrengen, zodat de richtlijn het vrije verkeer van goederen zou bemoeilijken. Verweerster in het hoofdgeding heeft hetzelfde standpunt ingenomen.
13. Met de Franse regering en de Commissie ben ik van mening, dat een dergelijke uitlegging verkeerd is. De in de opmerking vervatte verplichting inzake het gebruik van talen kan alleen worden begrepen tegen de achtergrond van een andere doelstelling van de richtlijn, namelijk de bescherming van de consumenten tegen misleiding. Dit doel impliceert het gebruik van de taal van het land waar de verkoop aan de consument plaatsvindt. Het valt zeer moeilijk in te zien, welk doel wordt nagestreefd wanneer de opmerking aldus moet worden begrepen, dat de producent slechts de aanduiding in zijn eigen taal mag gebruiken wanneer hij de produkten in andere landen verhandelt. De opmerking moet aldus worden uitgelegd, dat de aanduiding moet worden gesteld in de taal of de talen van het land waar het produkt aan de consument wordt verkocht.
De vraag over de geldigheid van de opmerking
14. Het kan om te beginnen dienstig zijn vast te stellen, dat volgens vaste rechtspraak van het Hof het in artikel 30 van het Verdrag neergelegde verbod ook geldt voor de instellingen van de Gemeenschap.(6)
15. Voor de beantwoording van deze vraag dient derhalve te worden uitgegaan van de rechtspraak van het Hof betreffende die bepaling. In deze rechtspraak wordt gezegd:
° ten eerste, dat "artikel 30 EEG-Verdrag belemmeringen van het vrije verkeer van goederen verbiedt die het gevolg zijn van voorschriften betreffende de voorwaarden waaraan de goederen moeten voldoen (bij voorbeeld betreffende hun benaming, vorm, afmetingen, gewicht, samenstelling, aanbieding ten verkoop, etikettering en verpakking), ook al zijn deze voorschriften zonder onderscheid van toepassing op alle produkten, indien die toepassing niet kan worden gerechtvaardigd door een doelstelling van algemeen belang die voorrang heeft boven de vereisten van het vrije verkeer van goederen"(7);
° ten tweede, dat toepassing van dergelijke voorschriften rechtvaardiging kan vinden in "dwingende eisen die onder meer verband houden met de bescherming van de consumenten of met de eerlijkheid van de handelstransacties. Voorts moeten deze regelingen evenredig zijn aan het beoogde doel en moet dit doel niet door maatregelen kunnen worden bereikt die het intracommunautaire handelsverkeer minder belemmeren".(8)
16. In deze zaak is niet betwist en onbetwistbaar, dat een verplichting inzake het gebruik van talen, als die waar het in casu om gaat, een handelsbelemmering in de zin van artikel 30 is. Dit volgt bij voorbeeld uit het arrest van 18 juni 1991 in zaak C-369/89, Peeters(9), betreffende een Belgische eis om etikettering van levensmiddelen in de taal van het taalgebied waar de produkten ten verkoop worden aangeboden, waarin het Hof onder meer overwoog, dat "de verplichting om uitsluitend de taal van het taalgebied te gebruiken (...) een bij artikel 30 EEG-Verdrag verboden maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking (vormt)" (r.o. 16).
17. Het is in de onderhavige zaak evenwel ook niet betwist en onbetwistbaar, dat de aan de verplichting inzake het gebruik van talen ten grondslag liggende overwegingen, te weten de bescherming van de marktdeelnemers tegen oneerlijke mededinging en de bescherming van de consumenten tegen misleiding, behoren tot de overwegingen die een rechtvaardiging kunnen vormen voor handelsbelemmeringen.(10)
18. In de onderhavige zaak gaat het derhalve om de vraag, of de verplichting inzake het gebruik van talen voldoet aan bovengenoemde voorwaarden om als gerechtvaardigd en derhalve niet in strijd met artikel 30 van het Verdrag te kunnen worden beschouwd.
19. Het kan nuttig zijn, alvorens de concrete problematiek van de onderhavige zaak te behandelen, enkele algemene opmerkingen te maken over de netelige problemen die rijzen wanneer het vrije verkeer van goederen moet worden verzoend met de overwegingen op grond waarvan de marktdeelnemers worden verplicht de consumenten nadere informatie te verstrekken over de produkten die worden verhandeld.
20. Die verplichting om informatie te verstrekken kan onder meer worden opgelegd om de consumenten in staat te stellen een nuttige keuze te maken en met name om hen in staat te stellen de gekochte produkten op een voor henzelf en hun omgeving verantwoorde wijze te gebruiken.
De informatie moet uiteraard worden verstrekt in een vorm die het de consumenten mogelijk maakt, de inhoud ervan te begrijpen. Dit impliceert, dat de informatie wordt verstrekt in een taal die de consument mag worden geacht te verstaan, hetgeen op zijn beurt betekent, dat in een meertalige interne markt redelijkerwijze kan worden geëist, dat gebruik wordt gemaakt van de officiële taal of een van de officiële talen van het land waar de produkten worden verhandeld.
21. De verplichting om informatie te verstrekken kan voortvloeien uit bepalingen vastgesteld door de instellingen van de Gemeenschap, maar kan uiteraard ook door de nationale wetgevers zelf worden opgelegd.
22. Het lijdt geen twijfel, dat in laatstgenoemde gevallen met betrekking tot de verplichting om informatie te verstrekken in de regel uitdrukkelijk wordt bepaald of in ieder geval stilzwijgend wordt aangenomen, dat de informatie moet worden verstrekt in de taal van het betrokken land.
23. In de communautaire voorschriften betreffende de verplichting om bepaalde informatie over of in verband met produkten te verstrekken, wordt in beginsel bepaald, in welke taal de betrokken informatie moet worden verstrekt. In hun schriftelijke opmerkingen in de onderhavige zaak hebben de Raad en de Commissie erop gewezen, dat er verschillende formuleringen worden gebruikt in de bepalingen die een verplichting inzake het gebruik van talen bevatten, en zij hebben gesteld, dat in elk concreet geval nauwgezet wordt onderzocht, welke van deze formuleringen op het betrokken gebied de beste is om de eisen inzake het vrije verkeer van goederen te verzoenen met de eisen inzake de bescherming van de consumenten.
24. Er zijn gevallen waarin de communautaire tekst zelf de nader bepaalde aanduidingen of inlichtingen die op de produkten moeten voorkomen, in alle officiële talen vermeldt. Een voorbeeld daarvan is te vinden in richtlijn 91/321/EEG van de Commissie van 14 mei 1991 inzake volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding(11); artikel 7 daarvan bevat een opsomming in alle officiële talen van de Gemeenschap van de aanduidingen waaronder nader omschreven produkten ("volledige zuigelingenvoeding" en "opvolgzuigelingenvoeding") mogen worden verkocht.
25. In andere rechtsteksten wordt bepaald, dat de informatie kan of moet worden verstrekt in de officiële taal of talen van het land waar de produkten worden verhandeld; zie bij voorbeeld:
° richtlijn 88/378/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake de veiligheid van speelgoed(12), en
° richtlijn 92/27/EEG betreffende de etikettering en de bijsluiter van geneesmiddelen voor menselijk gebruik.(13)
Er zijn ook gevallen waarin de informatie moet worden gegeven in een voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal, tenzij de koper door andere maatregelen wordt ingelicht; zie bij voorbeeld de richtlijn van de Raad inzake de harmonisatie van de presentatie van levensmiddelen.(14)
26. Laatstgenoemde richtlijn was relevant in bovengenoemde zaak Peeters. In zijn arrest van 18 juni 1991 in die zaak verklaarde het Hof voor recht, dat "artikel 30 EEG-Verdrag en artikel 14 van (de richtlijn) eraan in de weg staan, dat een nationale wettelijke regeling het uitsluitend gebruik van een bepaalde taal voor de etikettering van levensmiddelen voorschrijft, zonder de mogelijkheid open te laten dat een andere voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal wordt gebruikt of dat de koper door andere maatregelen wordt ingelicht" (rechtsoverweging 17).
27. Het is misschien nuttig melding te maken van een indirecte en een rechtstreekse reactie op dat arrest.
In 1992 nam het Europees Parlement een resolutie aan over de noodzakelijke maatregelen voor consumentenbescherming en de volksgezondheid bij de voltooiing van de interne markt, waarin onder meer werd overwogen, "dat een ware bescherming van de consument slechts kan plaatsvinden zo deze consument te allen tijde over alle informatie kan beschikken in zijn eigen taal".(15)
28. In 1993 antwoordde Commissielid Bangemann op een vraag van twee leden van het Europees Parlement, dat "de Commissie momenteel onderzoekt welke gevolgtrekkingen aan het Peeters-arrest moeten worden verbonden". Hij wees erop, dat "de nationale taal/talen van het land waar het produkt in de handel wordt gebracht (...) kan/kunnen worden beschouwd als het meest objectieve algemene medium voor een begrijpelijke voorlichting van de consument. Het bovengenoemde arrest in de sector levensmiddelen heeft dan ook niet noodzakelijkerwijs dezelfde implicaties voor andere sectoren; bovendien kan worden overwogen of het gebruik van de officiële taal verplicht kan worden gesteld voor alle informatie die om redenen van algemene aard beslist aan de consument moet worden meegedeeld."(16)
29. Ten slotte kan het dienstig zijn erop te wijzen, dat is aangevoerd, dat de consumenten in een desastreuze rechtsonzekerheid zouden leven, indien de rechtssituatie aldus ware, dat het in beginsel aan de marktdeelnemer wordt overgelaten, te bepalen of de vereiste vermeldingen worden aangebracht "in een voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal" dan wel of "of de koper door andere maatregelen wordt ingelicht".(17)
30. De in de onderhavige zaak in geding zijnde gemeenschapsregeling bevat zeer specifieke bepalingen betreffende de geregelde sector. Zij heeft evenwel, net als bovengenoemde regeling voor de sector levensmiddelen, duidelijk ten doel, het waarborgen van het vrije verkeer van goederen met inachtneming van de belangen van de consumenten.
De hier in geding zijnde regel verschilt evenwel op een essentieel punt van de gebruikelijke regels inzake het gebruik van talen. Hij eist niet alleen het gebruik van de aanduiding in de taal van de plaats van verkoop, maar impliceert ook, dat de aanduidingen in de andere talen niet mogen worden gebruikt.
31. Verweerster in het hoofdgeding en de Duitse regering hebben in hun schriftelijke opmerkingen aangevoerd, dat de in geding zijnde opmerking leidt tot handelsbelemmeringen die niet noodzakelijk zijn voor de bescherming van de consumenten en de marktdeelnemers. De Raad, de Commissie en de Franse regering hebben daarentegen gesteld, dat die verplichting noodzakelijk is om de consumenten tegen misleiding en de marktdeelnemers tegen oneerlijke mededinging te beschermen wegens het bijzondere gevaar voor misbruik van de aanduidingen om de consumenten te misleiden omtrent de kwaliteit van de verkochte produkten. Dat gevaar is huns inziens reëel wegens de aanzienlijke prijsverschillen tussen de produkten van de verschillende categorieën en omdat het gaat om produkten waaromtrent de consumenten geen algemene kennis bezitten.
32. Om te begrijpen, voor welke problemen de gemeenschapswetgever stond, moet nader worden ingegaan op de in de richtlijn vastgestelde aanduidingen. Voor de overzichtelijkheid worden in het corpus van de conclusie alleen de aanduidingen in de vier op het ogenblik van de vaststelling van de richtlijn relevante talen vermeld. De aanduidingen in deze talen luiden als volgt:
Categorie 1: Categorie 2:
Frans: Cristal supérieur 30% Cristal au plomb 24%
Italiaans: Cristallo superiore 30% Cristallo al plombo 24%
Duits: Hochbleikristall 30% Bleikristall 24%
Nederlands: Volloodkristal 30% Loodkristal 24%
Categorie 3: Categorie 4:
Frans: Cristallin Verre sonore
Italiaans: Vetro sonoro superiore Vetro sonoro
Duits: Kristallglas Kristallglas
Nederlands: Sonoorglas(18) Sonoorglas.(19)
33. Zoals wij zien, bevatten alle aanduidingen in de categorieën 1 en 2 het woord "kristal", waaraan het woord "superieur" of het woord "lood" in verschillende vormen is toegevoegd.
34. Er zijn veel grotere verschillen tussen de aanduidingen voor de produkten van de categorieën 3 en 4. De meeste aanduidingen knopen aan bij de woorden "glas" (verre/vetro) of "sonoor" (sonore/sonoro), terwijl in het Frans evenwel voor produkten van categorie 3 de aanduiding "cristallin" en in België "kistallijnglas" wordt gebruikt. Bovendien is de Duitse aanduiding voor beide categorieën "Kristallglas".
35. Zoals gezegd, wordt in de richtlijn als regel gesteld, dat de producenten de produkten van de categorieën 1 en 2 overal in de Gemeenschap kunnen verkopen, mits de genoemde aanduidingen worden gebruikt (ongeacht of slechts één dan wel alle aanduidingen worden gebruikt, en of gebruik wordt gemaakt van de aanduiding van het land waar het produkt wordt verhandeld). Een in Duitsland vervaardigd produkt van categorie 1 kan dus ° indien de producent dat wil ° in de hele Gemeenschap worden verhandeld onder de aanduiding "Hochbleikristall 30%".
Wegens het gevaar voor misleiding en oneerlijke mededinging bij produkten van de categorieën 3 en 4 hebben de desbetreffende bepalingen van de richtlijn een heel ander karakter. In de eerste plaats moet gebruik worden gemaakt van de aanduiding uit het land waar het produkt wordt verhandeld, en in de tweede plaats mag daarnaast geen enkele andere aanduiding worden gebruikt.
36. De nakoming van het eerste deel van de verplichting is voor de marktdeelnemer minder bezwarend dan het nakomen van het tweede deel. Gelijk hierboven is aangevoerd, is het evenwel duidelijk, dat ook een dergelijke verplichting in beginsel een handelsbelemmering in de zin van artikel 30 is. Wat er ook van zij, het komt mij voor, dat die verplichting in ruime mate gerechtvaardigd is. Er zijn grote verschillen tussen sommige aanduidingen, bij voorbeeld tussen cristallin en Kristallglas enerzijds en vetro sonoro en sonoorglas anderzijds. Geëist moet kunnen worden, dat een Frans produkt van categorie 3 ° cristallin ° in Nederland wordt verhandeld onder de voor dat land geldende aanduiding sonoorglas. Anderzijds kan het onnodig beperkend lijken, een Franse producent van produkten van categorie 4 ° verre sonore ° te verplichten, bij de verhandeling daarvan in Italië, Spanje en Portugal de voor deze landen geldende aanduidingen vetro sonoro, vidrio sonoro en vidro sonoro te gebruiken.(20)
37. Het tweede deel van de verplichting ° namelijk dat uitsluitend gebruik mag worden gemaakt van de aanduiding uit het land waar het produkt wordt verhandeld ° levert voor de marktdeelnemers ongetwijfeld reële praktische problemen op.
38. De gemeenschapswetgever heeft geoordeeld, dat ook dit deel van de verplichting nodig was om de consument tegen misleiding te beschermen. Die opvatting berust op twee premissen:
ten eerste dat de consument niet afdoende is ingelicht door het gebruik van de juiste aanduiding in zijn eigen taal, en ten tweede dat de omstandigheid dat op het produkt tevens aanduidingen in andere talen voorkomen, gevaar voor misleiding oplevert.
39. Het is overduidelijk, dat deze premissen in een aantal relevante hypotheses niet aanwezig zijn. In alle gevallen waarin de gebruikte aanduidingen slechts samenstellingen met het woord "sonoor" (sonore/sonoro) zijn, bestaat er geen gevaar voor misleiding bij het gebruik van aanduidingen in verschillende talen. Deze aanduidingen verschillen namelijk van alle aanduidingen voor produkten van de categorieën 1 en 2.
40. Er is meer twijfel mogelijk omtrent het bestaan van gevaar voor misleiding bij gebruik van het woord "cristallin". De vraag rijst, of bij voorbeeld een Italiaanse of Spaanse consument zal worden misleid bij het kopen van een in Frankrijk vervaardigd produkt van categorie 3 waarop ° naast de correcte aanduiding in het Italiaans of het Spaans ° ook de Franse aanduiding "cristallin" voorkomt. Misleiding vereist ten eerste, dat de betrokken consument niet afdoende is ingelicht door het gebruik van de correcte Italiaanse of Spaanse aanduiding, en ten tweede, dat het gevaar bestaat, dat de consument door de vermelding van het woord "cristallin" gaat denken, dat het om een kristalprodukt van categorie 1 of 2 gaat.
41. Het is niet gemakkelijk zich hieromtrent een gefundeerde mening te vormen. In dergelijke gevallen dienen de overwegingen die ten grondslag hebben gelegen aan de door de gemeenschapswetgever vastgestelde regel, te worden aanvaard.
42. Aangenomen moet worden, dat er gevaar voor misleiding bestaat wanneer de Duitse aanduiding "Kristallglas" in andere landen dan Duitsland wordt gebruikt. De Duitse aanduiding bevat het woord "Kristall", dat in de andere landen is voorbehouden voor produkten van de categorieën 1 en 2. De gemeenschapswetgever heeft in dit verband niet ten onrechte aangenomen, dat het gelijktijdige gebruik van de aanduiding die geldt in het land waar het produkt wordt verhandeld, geen afdoende bescherming tegen misleiding oplevert.(21)
43. Derhalve kan worden vastgesteld, dat er gevallen zijn waarin toepassing van de opmerking leidt tot handelsbelemmeringen die, op zichzelf beschouwd, geen rechtvaardiging vinden in de strijd tegen oneerlijke mededinging of in de bescherming van de consument tegen misleiding, maar dat er ook situaties zijn waarin dit wel het geval is.
44. Bijgevolg rijst de vraag, of het voor de gemeenschapswetgever mogelijk is nieuwe regels op te stellen waarmee de onderliggende doelstellingen van de richtlijn kunnen worden verwezenlijkt zonder dat het vrije verkeer van goederen wordt belemmerd in gevallen waarin daarvoor geen redenen zijn.(22)
45. Zelfs al zijn er wellicht rechtstechnische voordelen verbonden aan de in de richtlijn gekozen regel, toch komt het mij voor, dat het voor de gemeenschapswetgever mogelijk moet zijn regels te vinden die beter rekening houden met de eisen die voortvloeien uit de oprichting van een interne markt met vrij verkeer van goederen, zonder de bescherming van de marktdeelnemers tegen oneerlijke mededinging en de bescherming van de consumenten tegen misleiding uit het oog te verliezen.
46. Op grond van het voorgaande zal ik het Hof in overweging geven, te verklaren dat de in geding zijnde opmerking in kolom c ongeldig is voor zover zij betrekking heeft op produkten van de categorieën 3 en 4.
47. Dit impliceert niet noodzakelijk, dat in alle Lid-Staten elke aanduiding in een van de talen van de Lid-Staten kan worden gebruikt bij het in de handel brengen van de produkten.
Totdat de Raad een andere bepaling zal hebben vastgesteld, zullen de Lid-Staten op basis van de algemene regels van hun nationaal recht de nodige gedragsregels kunnen vaststellen voor de verhandeling van produkten van de categorieën 3 en 4 waarop een aanduiding voorkomt die van dien aard is, dat de consumenten kunnen worden misleid.
Conclusie
48. Mitsdien geef ik het Hof in overweging, de vragen van de verwijzende rechter te beantwoorden als volgt:
De in kolom c van bijlage I bij richtlijn 69/493/EEG voorkomende opmerking "Alleen de benamingen in de taal of de talen van het land waar het produkt wordt verhandeld mogen worden gebruikt" is ongeldig.
(*) Oorspronkelijke taal: Deens.
(1) - PB 1969, L 326, blz. 36. De richtlijn heeft geen andere wijzigingen ondergaan dan die welke de toetreding van nieuwe Lid-Staten tot de Gemeenschappen vergde.
(2) - Ter terechtzitting heeft verweerster in het hoofdgeding verklaard, dat de technische vooruitgang het thans mogelijk heeft gemaakt, kristalprodukten zonder lood te vervaardigen en dat dergelijk glas van hoge kwaliteit kan zijn.
(3) - De Deense tekst van de richtlijn is op dit punt ongetwijfeld verkeerd, daar hij, anders dan alle andere taalversies, alleen de woorden de taal en niet de woorden of de talen bevat. De bepaling is hier daarom in de correcte redactie aangehaald.
(4) - Ter terechtzitting verklaarde de Duitse onderneming, dat zij ° net als andere ondernemingen in de sector ° tot nog toe op de produkten de in kolom c genoemde aanduidingen in het Duits, het Frans en het Engels heeft aangebracht.
(5) - De vraag, die in het Nederlands is gesteld, citeert de Franse en de Duitse tekst van de richtlijn.
(6) - Zie bij voorbeeld het arrest van 20 april 1978 (gevoegde zaken 80/77 en 81/77, Commissionnaires Réunis en Ramel, Jurispr. 1978, blz. 927).
(7) - Arrest van 2 februari 1994 (zaak C-315/92, Clinique Laboratories, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie).
(8) - Zie bij voorbeeld het arrest van het Hof van 13 december 1990 (zaak C-238/89, Pall, Jurispr. 1990, blz. I-4827, r.o. 11 en 12).
(9) - Jurispr. 1991, blz. I-2971.
(10) - Zie bij voorbeeld het arrest van 20 februari 1979 (zaak 120/78, Cassis de Dijon, Jurispr. 1979, blz. 649).
(11) - PB 1991, L 175, blz. 35.
(12) - PB 1988, L 187, blz. 1. Artikel 11, lid 5, van de richtlijn bepaalt:
Bijlage IV bevat de waarschuwingen en de aanwijzingen betreffende de bij het gebruik in acht te nemen voorzorgsmaatregelen die bij bepaald speelgoed moeten worden verstrekt. De Lid-Staten kunnen voorschrijven dat alle of een aantal van deze waarschuwingen of aanwijzingen, alsmede de in lid 4 bedoelde informatie, in hun nationale taal of talen moeten luiden wanneer het speelgoed op de markt wordt gebracht.
(13) - PB 1992, L 113, blz. 8. Artikel 8 bepaalt:
De bijsluiter (het blaadje met informatie ten behoeve van de gebruiker, dat het geneesmiddel vergezelt) moet gemakkelijk leesbaar in voor de patiënt duidelijke en begrijpelijke bewoordingen worden opgesteld in de officiële taal of talen van de Lid-Staat waar het produkt in de handel wordt gebracht. Deze bepaling belet niet dat de bijsluiter in meer talen wordt opgesteld, mits in alle talen dezelfde gegevens worden vermeld.
(14) - Richtlijn 79/112/EEG van de Raad van 18 december 1978 (PB 1979, L 33, blz. 1). Artikel 14 bepaalt:
De Lid-Staten dragen er echter zorg voor, op hun grondgebied de handel te verbieden in levensmiddelen indien de in artikel 3 en in artikel 4, lid 2, bedoelde vermeldingen er niet op voorkomen in een voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal, tenzij de koper door andere maatregelen wordt ingelicht. Deze bepaling staat het voorkomen van genoemde vermeldingen in méér dan één taal niet in de weg.
(15) - PB 1992, C 94, blz. 217; zie overweging V. In punt I 10 c, gg, van de resolutie, betreffende de etikettering van levensmiddelen, wordt de Commissie verzocht, te verplichten dat alle voor de consument zowel nuttige als verplichte informatie in diens taal vermeld staat, conform de geldende EG-bepalingen alsmede eventuele nationale bepalingen, en rekening houdende met de taaleigenheid van de streek waarin het produkt verkocht wordt .
(16) - PB 1993, C 95, blz. 7.
(17) - Zie in dit verband het door het Bureau Européen des Unions de Consommateurs in augustus 1993 opgestelde eindrapport Current principles and provisions concerning language demand for consumer related legislation within the European Community .
(18) - In België is de aanduiding evenwel kristallijnglas.
(19) - De overeenkomstige aanduidingen luiden in het
Categorie 1 Categorie 2
Engels: Full lead crystal 30% Lead crystal 24%
Deens: Krystal 30% Krystal 24%
Spaans: Cristal superior 30% Cristal al plomo 24%
Portugees: Cristal de chumbo superior 30% Cristal de chumbo 24%
Grieks (in Latijnse letters omgezet):
Cristalla ipsilis Molivduh(r)a cristalla
periaektikotitos cae molivdo
Categorie 3 Categorie 4
Engels: Cristal glass, crystallin Crystal glas, crystallin
Deens: Krystallin Krystallin
Spaans: Vidrio sonoro superior Vidrio sonoro
Portugees: Vidro sonoro superior Vidro sonoro
Grieks: Ialocristalla Ialocristalla.
(20) - In dergelijke gevallen kan het gebruik van een taal die slechts op kleine orthografische punten afwijkt van die van de consument, afdoende worden beschouwd.
(21) - Het is overigens mogelijk, dat dezelfde overwegingen ook in zekere ° zij het mindere ° mate opgaan voor de Engelse aanduiding crystal glass, crystallin .
(22) - In dit verband is het misschien nuttig erop te wijzen, dat er in een aantal gevallen waarin de richtlijn van toepassing is, nauwelijks twijfel over kan bestaan, dat overeenkomstige eisen voortvloeiend uit nationale bepalingen in strijd zouden zijn met artikel 30 EEG-Verdrag. Zo lijdt het bij voorbeeld geen twijfel, dat artikel 30 zou worden geschonden wanneer de Deense autoriteiten bij de invoer van Franse produkten van categorie 3 zouden eisen, dat de aanduiding cristallin op de Franse produkten wordt veranderd in krystallin , of wanneer de Portugese autoriteiten zouden eisen, dat op Spaanse produkten van categorie 3 de aanduiding vidro sonoro in plaats van vidrio sonoro wordt aangebracht.
Full & Egal Universal Law Academy