Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1. De onderhavige zaak betreft de indeling in het douanetarief van uit schuimplastic (PVC) vervaardigde, van binnen met een kunstweefsel (viscose polyester, polyesterkatoen) of natuurlijk weefsel (katoen) versterkte reisartikelen (documentenkoffertjes, reistassen en valiezen).
2. Bij invoer werden zij op basis van de aangifte van de douane-expediteur (de vennootschap Danzas), handelend voor rekening van de importeur (de vennootschap Superior France SA), ingedeeld onder de posten van het gemeenschappelijk douanetarief (GDT) voor reisartikelen met een buitenkant van textiel, namelijk de onderverdelingen 4202 12 91, 4202 12 99 en 4202 92 91.
Na controle ging de nationale instantie evenwel over tot herindeling van de betrokken produkten en deelde zij ze in onder de posten van het GDT voor reisartikelen met een buitenkant van kunststof in vellen, te weten de onderverdelingen 4202 22 10, 4202 12 19 en 4202 12 11. De nationale instantie vorderde bijgevolg betaling van de bij deze posten behorende hogere rechten en heffingen.
3. In het kader van het door de betrokken ondernemingen tegen de herindeling aanhangig gemaakte geding heeft de Cour d' appel de Paris de behandeling van de zaak geschorst en een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van de relevante bepalingen van de gecombineerde nomenclatuur.
Blijkens de verwijzingsbeschikking vallen de betrokken produkten als reisartikelen onbetwist onder post 4202 van het GDT.
De rechter a quo preciseert evenwel, dat de buitenkant van deze artikelen bestaat uit kunststof (PVC) in vellen, van binnen versterkt met een weefsel. Post 4202 nu maakt voor de indeling onderscheid naar gelang de buitenkant van de reisartikelen van kunststof of van textiel is. Volgens de Cour d' appel de Paris moet derhalve worden bepaald, of de betrokken artikelen, waarvan het oppervlak zowel uit kunststof als uit textiel bestaat, onder de ene dan wel onder de andere groep posten vallen.
De door de nationale rechter gestelde vraag houdt dus in, of voor de indeling onder de onderverdelingen van post 4202 van het GDT goederen zoals omschreven in de verwijzingsbeschikking, - namelijk reisartikelen waarvan de buitenkant van kunststof (PVC) is, die van binnen met een weefsel is versterkt - moeten worden beschouwd als goederen met een buitenkant van kunststof dan wel van textiel.
4. In zoverre wil ik er allereerst aan herinneren, dat "onder een in een post vermelde stof" volgens algemene regel 2 b voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur "niet alleen (wordt) verstaan die stof in zuivere staat, doch ook vermengd of verbonden met andere stoffen". Regel 3 b bepaalt, dat mengsels of uit verschillende stoffen samengestelde produkten zo mogelijk worden ingedeeld "naar de stof (...) waaraan (zij) (...) hun wezenlijk karakter ontlenen".
5. Aan de hand van deze criteria moet in casu worden nagegaan, of de reisartikelen hun wezenlijk karakter ontlenen aan de kunststof dan wel aan de textielstof. In dit verband betogen de Commissie en de Franse regering - waarmee men het mijns inziens volledig eens kan zijn -, dat de betrokken goederen niet aan de textielstof hun wezenlijk karakter ontlenen, omdat deze alleen als versterking dient, dus "enkel als drager" van de voor de vervaardiging van de buitenkanten gebruikte vellen kunststof.
6. Deze stelling vindt allereerst steun in het arrest Sportex(1) waarin het Hof van oordeel was, dat een uit verschillende materialen samengesteld produkt niet zijn wezenlijk karakter kan ontlenen aan een bestanddeel dat naar verhouding weliswaar in grote mate is gebruikt, doch alleen als versterking dient. Dat bestanddeel kan dus niet van invloed zijn bij de tariefindeling van het produkt.
7. Voorts vindt die stelling steun in een aantal elementen die men kan afleiden uit de Toelichtingen van de Internationale Douaneraad, alsmede uit de aantekeningen bij het GDT. Deze teksten zijn immers hulpmiddelen bij de uitlegging van de posten van het GDT.(2)
Uit die Toelichtingen volgt namelijk, dat bij een goed dat is vervaardigd uit kunststof, gecombineerd met een textielstof die slechts als drager dient, het weefsel van generlei invloed is op de tariefindeling (zie de toelichtingen op de hoofdstukken 39 en 40 van de Internationale Douaneraad, alsmede aantekening 2 a, sub 5, bij hoofdstuk 59 en aantekening 3 c bij hoofdstuk 56 van het GDT). Er moet dus in het kader van het GDT, zoals de Commissie opmerkt, doorgaans onderscheid worden gemaakt naar gelang de textielstof al dan niet slechts een drager van de kunststof is; van dat onderzoek hangt af, of het goed in zijn geheel als textielprodukt dan wel als kunststofprodukt moet worden ingedeeld. Het begrip "drager" wordt nader omschreven in de toelichtingen op hoofdstuk 40 van de Internationale Douaneraad; volgens die toelichtingen dienen onbewerkte, ongebleekte, gebleekte of in één kleur geverfde textielprodukten als "dragers" te worden beschouwd, wanneer zij op één zijde van de platen, vellen en strippen zijn aangebracht. Er is geen enkele reden om deze voor hoofdstuk 40 (rubberprodukten) gegeven definitie niet naar analogie in het kader van hoofdstuk 39 (kunststofprodukten) toe te passen, te meer daar de Internationale Douaneraad in een recente wijziging - weliswaar na de feiten van de onderhavige zaak - het begrip "drager" van hoofdstuk 40 heeft overgenomen in hoofdstuk 39. In casu lijdt het geen twijfel, dat de textielcomponent die slechts als drager dient en dan nog alleen aan de binnenkant van de betrokken artikelen, volledig met de zoëven vermelde definitie van "drager" overeenkomt.
8. Gelet op het voorgaande meen ik, dat aan de rechter a quo kan worden geantwoord als volgt:
"Een goed zoals in de verwijzingsbeschikking omschreven - dat wil zeggen reisartikelen met een buitenkant van kunststof (PVC), van binnen versterkt met weefsel - dient voor de toepassing van de postonderverdelingen van post 4202 van het GDT te worden beschouwd als een goed met een buitenkant van kunststof en niet van textiel."
(*) Oorspronkelijke taal: Italiaans.
(1) - Arrest van 21 juni 1988 (zaak 253/87, Sportex, Jurispr. 1988, blz. 3351).
(2) - Zie arrest van 7 oktober 1982 (zaak 234/81, Du Pont de Nemours, Jurispr. 1982, blz. 3515) en arrest van 23 september 1982 (zaak 237/81, Almadent, Jurispr. 1982, blz. 2981).
Full & Egal Universal Law Academy